Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1980

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15-09-2011
Datum publicatie
20-09-2011
Zaaknummer
16/440547-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak tav telen of aanwezig hebben van hennep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/440547-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 september 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1950] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats],

raadsman mr. B.J. Visser, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 1 september 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: samen met een ander of anderen hennep heeft geteeld of aanwezig heeft gehad;

Feit 1 subsidiair: behulpzaam is geweest bij het telen of aanwezig hebbenvan hennep;

Feit 2: samen met een ander of anderen elektriciteit heeft gestolen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en vordert verdachte daarvan vrij te spreken.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en vraagt verdachte vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt met betrekking tot verdachte uitsluitend dat hij aanwezig was toen het pand op de [adres] te Woerden werd gehuurd door mevrouw [A] en dat de aanhanger waar hennep in is aangetroffen op de naam van verdachte stond.

Uit het dossier is niet gebleken van enige betrokkenheid van verdachte bij de hennepplantages in het pand en in de aanhangwagen. Voorts zitten er geen aanwijzingen in het dossier dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van elektriciteit in het pand.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het onder 1, primair en subsidiair, en 2 tenlastegelegde.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1, primair en subsidiair, en 2 ten laste gelegde feiten.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Ebbens, voorzitter, mr. S. Wijna en mr. R.P. den Otter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Willemsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 15 september 2011.

Mr. Ebbens is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.