Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR7119

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-08-2011
Datum publicatie
08-09-2011
Zaaknummer
309609 / HARK 11-314
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

zaaknummer: 309609 / HARK 11-314

beslissing van de rechtbank Utrecht, meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingsverzoeken,

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde: mr. A.M.P.M. Adank, advocaat te Utrecht,

tegen

mr. [X],

rechter in de sector bestuursrecht van de rechtbank Utrecht,

hierna te noemen: mr. [X].

1. De procedure

1.1 Onder registratienummer SBR 10/332 is bij deze rechtbank, sector bestuursrecht, een

procedure aanhangig. De procedure betreft het door verzoeker ingesteld beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein van 5 januari 2010, waarbij het primaire besluit tot het buiten behandeling stellen respectievelijk afwijzen van de aanvraag voor een uitkering ingevolge de Wet werk en Bijstand, is gehandhaafd.

1.2 Bij brief van 8 juli 2011 heeft de gemachtigde van verzoeker een verzoek tot wraking ingediend, gericht tegen mr. [X], de rechter die zijn zaak ter zitting van 12 juli 2011 zou gaan behandelen. Daarbij heeft de gemachtigde verwezen naar het wrakingsverzoek, zoals is geformuleerd door verzoeker in diens brief van 6 juli 2011.

1.3 Mr. [X] heeft niet in de wraking berust. Zij heeft op 2 augustus 2011 schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd.

1.4 De rechtbank heeft beide partijen uitgenodigd te verschijnen ter openbare zitting van 4 augustus 2011.Verzoeker en zijn gemachtigde hebben de rechtbank voorafgaand bericht niet ter zitting te zullen verschijnen. Mr. [X] heeft in haar schriftelijke reactie meegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen, omdat zij op hetzelfde tijdstip zitting heeft.

1.5 Het verzoek tot wraking is ter behandeling aan de orde gesteld ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2011, waar vastgesteld is dat geen van de partijen is verschenen.

2. Het verzoek

2.1 Het verzoek strekt tot wraking van mr. [X].

2.2 Aan het verzoek tot wraking is ten grondslag gelegd dat mr. [X] ten onrechte niet heeft bewilligd in verzoekers verzoek om uitstel van de zitting. Vanwege zijn geplande vakantie zou hij op de zitting niet aanwezig kunnen zijn, terwijl hij dat absoluut wel wil. Waar hij in een andere procedure tot twee keer toe op het laatste moment bericht heeft ontvangen dat de zittingsdatum werd verplaatst, zonder dat hij daartoe zelf had verzocht, is de weigering om de zitting op zijn verzoek één maal te verdagen met veertien dagen onredelijk. Dat de datum in overleg met de gemachtigde is vastgesteld, doet er niet aan af dat verzoeker zelf bij het vaststellen van de zittingsdatum niet betrokken is geweest. Gelet op de betrokken belangen had het op vakantie zijn op 12 juli 2011 in redelijkheid als een uitzonderlijke omstandigheid dienen te worden aangemerkt. Door uitstel van de zitting te weigeren wordt duidelijk subjectief nadelig gehandeld ten nadele van de belangen van verzoeker. Alles aldus verzoeker.

3. Het standpunt van de rechter

Mr. [X] heeft zich tegen het wrakingsverzoek verweerd. Zij heeft daarbij allereerst erop gewezen dat zij als rechter stond ingeroosterd op de zitting van 12 juli 2011, maar dat zij bij de besluitvorming inzake het al dan niet verlenen van uitstel van de behandeling van het beroep ter zitting niet betrokken is geweest.

Voorts heeft zij onder verwijzing naar artikel 16 van de Procesregeling bestuursrecht erop gewezen dat de datum van 12 juli 2011 in samenspraak met de gemachtigde van verzoeker is vastgesteld en dat niet is gebleken van uitzonderlijke omstandigheden.

4. Beoordeling

4.1 Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.2 Artikel 8:16, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

4.3 De rechtbank stelt vast dat het verzoek tot wraking bij brief van 8 juli 2011 is ingediend. Bij brief van 20 juni 2011 is de gemachtigde van verzoeker op de hoogte gesteld dat het verzoek om uitstel van de zitting is afgewezen. Gesteld noch gebleken is dat dit bericht verzoeker niet kort na 20 juni 2011 heeft bereikt. Verzoeker had naar het oordeel van de rechtbank direct na het hem bekend worden van het bericht dat geen uitstel zou worden verleend een verzoek tot wraking kunnen indienen. Nu het verzoek tot wraking eerst op 8 juli 2011 is ingediend, kan daarmee niet meer gezegd worden dat het verzoek is ingediend, zodra de feiten aan verzoeker bekend zijn geworden. Om die reden kan verzoeker in dit wrakingsverzoek niet worden ontvangen.

4.4 De rechtbank overweegt nog ten overvloede dat zelfs al zou verzoeker in het

wrakingsverzoek kunnen worden ontvangen, het wrakingsverzoek zou worden afgewezen. De afwijzing van het verzoek om uitstel van de zitting geeft geen blijk van feiten of omstandigheden die doen twijfelen aan de onpartijdigheid van mr. [X].

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat niet in geschil is dat de datum van 12 juli 2011, de datum waarop de zitting zou plaatsvinden, in overleg met de gemachtigde van verzoeker op 9 juni 2011 is vastgesteld. Gelet op de Procesregeling bestuursrecht stemt de rechtbank in het geval een zittingsdatum is afgestemd met partijen, alleen met een verzoek tot uitstel in als sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Verzoeker heeft dergelijke omstandigheden niet aan de rechtbank kenbaar gemaakt.

5. Beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

5.2. draagt de griffier op deze beslissing aan verzoeker, mr. Adank en mr. [X] toe te zenden, alsmede aan de sectorvoorzitter van de sector bestuursrecht en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is gegeven door mr. P. Bender, voorzitter, mr. drs. R. in ’t Veld en

mr. A.C. van den Boogaard, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2011, in het bijzijn van de griffier mr. M.S.D. de Weerd.

De griffier: De voorzitter van de wrakingskamer:

mr. M.S.D. de Weerd mr. P. Bender

De leden van de wrakingskamer:

mr. drs. R. in ‘t Veld

mr. A.C. van den Boogaard