Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6805

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
26-08-2011
Datum publicatie
06-09-2011
Zaaknummer
10/2 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissementsrecht. Ontslag bewindvoerder ex art. 319 Fw. Bewindvoerder in groot aantal schuldsaneringsregelingen ontslagen. Bewindvoerder schiet tekort in de haar opgedragen taak. Gelet op aard, aantal en duur van die tekortkomingen, in onderling verband gewogen, moet de slotsom zijn dat de bewindvoerder in haar taakuitoefening in zodanige mate is tekortgeschoten dat zij uit haar taak dient te worden ontslagen. Anders dan de werkgever van de bewindvoerder ter zitting heeft bepleit, bestaat er geen grond om de bewindvoerder een kans te bieden haar taakuitoefening te verbeteren. De rechtbank gaat niet over tot het benoemen tot bewindvoerder van een van de andere werknemers van het kantoor van de bewindvoerder, omdat de vaststelling dat de permanente termijncontrole en de steeksproefsgewijze inhoudelijke controle die de werkgever zegt uit te voeren op het werk van haar werknemers-bewindvoerders kennelijk niet het voren omschreven tekortkomen heeft kunnen voorkomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

zaaknummer: 10/2 R

nummer verklaring: NGN0110901312

uitspraakdatum: 26 augustus 2011

uitspraak op grond van artikel 319 van de Faillissementswet

(“ontslag bewindvoerder”)

enkelvoudige kamer

Op 5 januari 2010 is de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard ten aanzien van:

[A],

geboren op [1965] te Suriname (Suriname),

wonende [woonplaats],

met de benoeming van mevrouw [bewindvoerder 1] tot bewindvoerder. Per 1 augustus 2010 wordt de bewindvoerder waargenomen door mevrouw [bewindvoerder 2] en zij heeft sindsdien te gelden als enige (waarnemend) bewindvoerder.

De (waarnemend) rechter-commissaris heeft, na een vooraankondiging op 29 april 2011 per brief, op 4 augustus 2011 een voordracht gedaan de (waarnemend) bewindvoerder te ontslaan en door een ander te vervangen.

Het verzoek betreft, naast de bovengenoemde schuldsaneringszaak, ook alle andere (tientallen) schuldsaneringszaken waarin de bewindvoerder door deze rechtbank is benoemd. Aan elk van die verzoeken liggen de bezwaren ten grondslag die de rechters-commissarissen hebben opgevat ten aanzien van het functioneren van de (waarnemend) bewindvoerder in al die schuldsaneringszaken.

De constateringen van de rechters-commissarissen in de desbetreffende dossiers, die zij aan de voordracht tot ontslag ten grondslag leggen, luiden als volgt.

1. De (waarnemend) bewindvoerder neemt geen standpunt in en onderneemt geen actie, in gevallen waarin dit bepaald van een redelijk handelend en redelijk bekwaam bewindvoerder verlangd mag worden. Dit gaat om het achterwege blijven van acties als de saniet niet van zich laat horen, om het achterwege blijven van antwoorden of te laat geven van antwoorden op specifieke en direct aan de (waarnemend) bewindvoerder namens de rechter-commissaris gestelde vragen en op het niet toelichten van verzoeken aan de rechter-commissaris van de (waarnemend) bewindvoerder of van de saniet via de (waarnemend) bewindvoerder.

2. Openbare verslagen worden zeer regelmatig te laat ingediend, waarbij rappelleren geen noemenswaardige invloed lijkt te hebben op het veranderen van dit gedrag in het algemeen. Ook andere standaardactiviteiten zijn soms te laat, zoals het toesturen van te deponeren uitdelingslijsten.

3. De kwaliteit van de inhoud van de verslagen van de (waarnemend) bewindvoerder is onder de maat. De (waarnemend) bewindvoerder geeft in meerdere verslagen geen duidelijk geformuleerde weergave van de stand van zaken met betrekking tot de nakoming van de verplichtingen in de schuldsaneringsregeling. In meerdere dossiers heeft de (waarnemend) bewindvoerder onjuiste informatie opgegeven in een verslag.

4. De vorm van communicatie van de (waarnemend) bewindvoerder met de sanieten laat sterk te wensen over. De (waarnemend) bewindvoerder lijkt veel te lang geen contact te hebben gehad als daartoe aanleiding zou zijn geweest op basis van problemen met het nakomen door de sanieten van hun verplichtingen uit de regeling. Of de (waarnemend) bewindvoerder kiest in zulke gevallen bij voortduring voor de briefvorm, terwijl die vorm kennelijk geen effect sorteerde. Het gevolg is dat de (waarnemend) bewindvoerder in al die gevallen onvoldoende op de hoogte is van de stand van zaken dan wel dat de sanieten acties nemen die de schone lei op het spel zetten, terwijl dat eenvoudig vermeden had kunnen worden.

5. De (waarnemend) bewindvoerder is een aantal keren afwezig geweest op zittingen in een schuldsaneringsregeling, ook als er onduidelijkheden of onzekerheden waren, waarover de (waarnemend) bewindvoerder helderheid zou moeten verschaffen.

De rechters-commissarissen stellen dat op grond van dit alles hun vertrouwen in de (waarnemend) bewindvoerder verdwenen is.

Zowel mevrouw [bewindvoerder 1] als mevrouw [bewindvoerder 2] is op 4 augustus 2011 door de griffie van deze rechtbank deugdelijk opgeroepen om op vrijdag 12 augustus 2011 om 9:00 uur te verschijnen ter zitting van deze rechtbank teneinde te worden gehoord op de voordracht tot ontslag als bewindvoerder. Zowel mevrouw [bewindvoerder 1] als mevrouw [bewindvoerder 2] is niet verschenen.

Op 12 augustus 2010 zijn mr. [A], advocaat van [advocatenkantoor], en mevrouw [B], de directeur van [advocatenkantoor], naar aanleiding van de voordracht tot ontslag verschenen en gehoord. Mevrouw [bewindvoerder 2] heeft ter zitting een schrijven doen overleggen door mr. [A] voornoemd. Mr. [A] heeft daarbij meegedeeld dat hij (afgezien van het overleggen van bedoeld stuk) niet optreedt als raadsman van mevrouw [bewindvoerder 1] of mevrouw [bewindvoerder 2].

De rechtbank oordeelt als volgt.

De vraag die ter beantwoording voorligt, is de vraag of de bewindvoerder zich bij haar taakuitoefening als een redelijk handelend en redelijk bekwaam bewindvoerder heeft gedragen en of de gebreken waarvan in dat verband sprake mocht zijn, moeten leiden tot haar ontslag uit die functie en de benoeming van een nieuwe bewindvoerder.

De (waarnemend) rechter-commissaris heeft in zijn verzoek gemotiveerd aangevoerd dat de bewindvoerder zich niet in voormelde zin heeft gedragen. Hij heeft in zijn motivering (zoals hiervoor weergegeven) in dat verband een aantal algemene verwijten geformuleerd ten aanzien van alle schuldsaneringszaken waarin de bewindvoerder als zodanig is aangesteld door deze rechtbank en heeft die verwijten ten aanzien van een groot aantal van de betrokken schuldsaneringsdossiers gespecificeerd, aan de hand van de omstandigheden van die individuele dossiers. De verwijten die per schuldsaneringsdossier zijn gespecificeerd, sluiten naar inhoud aan op de algemeen geformuleerde verwijten.

De (waarnemend) bewindvoerder heeft in haar ter zitting overgelegde schrijven ten aanzien van (een aantal van) de voormelde individuele schuldsaneringsdossiers aangevoerd dat de verwijten van de rechter-commissaris deels feitelijk onjuist zijn en deels verschoonbaar.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de beoordeling en weging van de door de rechter-commissaris omschreven verwijten enerzijds en van hetgeen de (waarnemend) bewindvoerder tot verweer heeft aangevoerd anderzijds, dat ook indien ten gunste van de (waarnemend) bewindvoerder van de juistheid van dat verweer wordt uitgegaan, er nog steeds sprake is van een aanmerkelijk aantal terecht geformuleerde kritiekpunten, betrekking hebbend op het functioneren van de (waarnemend) bewindvoerder gedurende het merendeel van de periode van haar taakuitoefening als waarnemer voor mevrouw [bewindvoerder 1]. Ook in dat geval is immers voldoende aannemelijk (naar ook blijkt uit de desbetreffende schuldsaneringsdossiers) dat in die periode de (waarnemend) bewindvoerder:

- veelvuldig gedurende kortere maar ook langere tijd geen dan wel niet tijdig actie heeft ondernomen ten behoeve van de voortgang of de afwikkeling van de schuldsanering, waardoor deze in voorkomend geval de wettelijk toegelaten termijn heeft overschreden;

- meermalen geen of onvoldoende contact met de saniet heeft gezocht en zich daarbij in voorkomend geval heeft beperkt tot schriftelijke contacten terwijl de saniet niet of gebrekkig Nederlands sprak of slecht kon lezen;

- in voorkomend geval geen contact heeft gezocht met een beschermingsbewindvoerder dan wel andere hulpverleners, waar dit de voortgang van de schuldsanering had kunnen bevorderen;

- in voorkomend geval tegenstrijdig heeft gehandeld aan een door het gerechtshof gegeven beslissing tot verlenging van de schuldsanering in verband met het verwachte wegwerken van de boedelachterstand, welk handelen de schone lei van de saniet in de waagschaal stelde;

- veelvuldig het tussentijdse verslag, ondanks rappels van de rechter-commissaris, niet op de daartoe voorgeschreven termijn bij de rechter-commissaris heeft ingediend, in voorkomend geval met een overschrijving van die termijn met meerdere maanden;

- veelvuldig niet of (veel) te laat heeft gereageerd op (herhaalde) verzoeken van dan wel namens de rechter-commissaris om informatie of tot overlegging van bepaalde bescheiden;

- veelvuldig heeft nagelaten zelf een standpunt in te nemen omtrent kwesties die in het kader van de schuldsanering dienden te worden geregeld, ook nadat zij door de rechter-commissaris daarop was gewezen;

- meermalen heeft nagelaten de rechter-commissaris tijdig (vooraf) te informeren over bepaalde wijzigingen in de omstandigheden van de saniet, zoals een verhuizing, de (tijdelijke) ontheffing van de sollicitatieplicht en het volgen van een stage;

- in voorkomend geval zonder bericht niet is verschenen op een zitting van de rechtbank;

- in voorkomend geval in haar verslag onvoldoende toelichting heeft gegeven op een wijziging in het inkomen van de saniet, omtrent de verkoopopbrengst van een auto van de saniet en omtrent de naleving van de sollicitatieplicht van de saniet;

- in voorkomend geval in haar verslag onjuiste informatie heeft opgenomen zoals omtrent de inkomenspositie en de arbeidsongeschiktheid van de saniet.

Elk van deze punten dient naar het oordeel van de rechtbank te worden bestempeld als een tekortkomen door de bewindvoerder in de haar opgedragen taak. Gelet op aard, aantal en duur van die tekortkomingen, in onderling verband gewogen, moet de slotsom zijn dat de bewindvoerder in haar taakuitoefening in zodanige mate is tekortgeschoten dat zij uit haar taak dient te worden ontslagen. Dat de genoemde tekortkomingen zich niet (alle) in het onderhavige dossier hebben voorgedaan is van onvoldoende gewicht om tot een ander oordeel te kunnen leiden. Anders dan de werkgever van de bewindvoerder ter zitting heeft bepleit, bestaat er geen grond om de bewindvoerder een kans te bieden haar taakuitoefening te verbeteren. Het voornoemde oordeel betreft mevrouw [bewindvoerder 1] nu zij formeel als bewindvoerder is aangesteld, maar heeft eveneens werking ten aanzien van mevrouw [bewindvoerder 2] als degene die sedert medio 2010 de werkzaamheden als bewindvoerder van mevrouw [bewindvoerder 1] waarneemt.

Gelet op het ontslag van de bewindvoerder dient de rechtbank een nieuwe bewindvoerder te benoemen. Ter zitting is door de werkgever van de bewindvoerder bepleit dat als nieuwe bewindvoerder een van haar andere werknemers wordt benoemd. De rechtbank zal daartoe niet over gaan. Daartoe is redengevend de vaststelling dat de permanente termijncontrole en de steekproefsgewijze inhoudelijke controle die de werkgever zegt uit te voeren op het werk van haar werknemers-bewindvoerders, kennelijk niet het vorenomschreven tekortkomen heeft kunnen voorkomen. Daarbij telt voorts dat, naar de rechtbank voldoende aannemelijk oordeelt, in maart/april 2011 door de rechter-commissaris aan de tijdelijke vervanger van mevrouw [bewindvoerder 2], de heer [C] (eveneens werknemer van de genoemde werkgever), tweemaal is meegedeeld welke zorgen er leefden omtrent de bewindvoering in de in geding zijnde dossiers, doch dat ook die mededelingen niet tot een verbetering van de taakuitoefening door de bewindvoerder hebben geleid.

De rechtbank zal, gelet op de aard en de omvang van de werkzaamheden, het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte reiskosten op de navolgende wijze vaststellen.

Beslissing

De rechtbank

ontslaat [bewindvoerder 1] en [bewindvoerder 2] per 1 september 2011 als bewindvoerder in bovengenoemde schuldsaneringsregeling;

benoemt tot bewindvoerder [D],

[adres];

bepaalt dat de ontslagen bewindvoerder rekening en verantwoording aflegt aan de in zijn plaats benoemde bewindvoerder;

stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 828,00, exclusief btw, en de reiskosten op € 7,96.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2011.