Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR5291

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-07-2011
Datum publicatie
17-08-2011
Zaaknummer
298817 - HA ZA 10-2738
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot het doen van rekening en verantwoording en tot het afgeven van documenten (niet gebaseerd op artikel 843a Rv, maar op 7:403 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 298817 / HA ZA 10-2738

Vonnis in incident van 27 juli 2011

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van Tsjechië

BOHEMIAE ROSA S.R.O.,

gevestigd te Votice, Tsjechië,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.M. van Noort te Utrecht,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. S.I. Euson te Utrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2],

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Bohemiae Rosa en [gedaagde [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening

- de verstekverlening ten aanzien van [gedaagde sub 2]

- de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1]

- de akte uitlating producties tevens overlegging productie van Bohemiae Rosa d.d.19 januari 2011

- de akte uitlaten productie van [gedaagde sub 1] d.d. 2 februari 2011

- de akte overlegging producties van Bohemiae Rosa d.d. 23 maart 2011

- de akte uitlaten producties tevens akte overlegging producties van [gedaagde sub 1] d.d. 6 april 2011

- de akte uitlating producties van Bohemiae Rosa d.d. 4 mei 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Bohemiae Rosa vordert dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen die inhoudt dat [gedaagde sub 1] veroordeeld wordt om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis aan Bohemiae Rosa een volledige en definitieve rekening en verantwoording te verstrekken omtrent alle activiteiten die [gedaagde sub 1] heeft verricht in het kader van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht (hierna: de overeenkomst), alsmede dat zij veroordeeld wordt afschriften van alle documenten te verstrekken die [gedaagde sub 1] in het kader van de overeenkomst heeft ontvangen, verzonden of geproduceerd, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom.

2.2. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.3. Als meest verstrekkende verweer heeft [gedaagde sub 1] aangevoerd dat Bohemiae Rosa niet-ontvankelijk in haar vordering is, omdat niet Bohemiae Rosa haar contractspartij (opdrachtgeefster) is, maar de vennootschap naar Tsjechisch recht Farm Otradovice s.r.o. In dat kader voert zij aan dat voor zover Bohemiae Rosa al rechtsopvolgster van voormelde vennootschap zou zijn, Bohemiae Rosa voor het overnemen van de rechten en verplichtingen uit de overeenkomst aan [gedaagde sub 1] geen toestemming heeft gevraagd conform artikel 5.13 van de overeenkomst.

2.4. Bohemiae Rosa heeft als productie 13 een Nederlandse vertaling overgelegd van een uittreksel uit het Tsjechische handelsregister. In dat uittreksel is vermeld dat op 29 januari 2003 een vennootschap is geregistreerd en dat deze vennootschap van 28 november 2008 tot 26 augustus 2009 ingeschreven heeft gestaan onder de naam “Farm Otradovice s.r.o.” en vanaf dat moment onder de naam “Bohemiae Rosa s.r.o.”. Uit het feit dat deze namen zijn vermeld in het uittreksel van één registratie leidt de rechtbank af dat het uittreksel (anders dan [gedaagde sub 1] stelt) niet ziet op verschillende vennootschappen maar op één en dezelfde vennootschap. Uit het voorgaande volgt dat Bohemiae Rosa alleen de nieuwe naam is van de vennootschap die de overeenkomst van opdracht met [gedaagde sub 1] heeft gesloten. De rechtbank wijst het beroep van [gedaagde sub 1] op niet-ontvankelijkheid dan ook af.

2.5. Het bezwaar van [gedaagde sub 1] tegen de inhoud van de akte van Bohemiae Rosa van 19 januari 2011, inhoudende dat deze akte een verkapte conclusie is, deelt de rechtbank niet. In deze akte reageert Bohemiae Rosa enkel en alleen op de inhoud van de door [gedaagde sub 1] in het voorgaande stuk, de incidentele conclusie van antwoord, overgelegde stukken. Daarmee is er geen sprake van een verkapte conclusie, in die zin dat bij de akte alsnog op de gehele inhoud van de incidentele conclusie van antwoord wordt gereageerd. De gehele inhoud van de akte van 19 januari 2011 dient derhalve bij de beoordeling van het onderhavige incident te worden betrokken.

2.6. Bohemiae Rosa heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.

2.7. Bohemiae Rosa heeft haar incidentele vordering uitdrukkelijk niet gebaseerd op artikel 843a Rv, maar op artikel 7:403 jo artikel 7:412 BW. Ter onderbouwing van haar incidentele vordering heeft Bohemiae Rosa aangevoerd dat zij er met het oog op het voortzetten van de werkzaamheden van [gedaagde sub 1] door een derde, alsmede het controleren van de uitvoering van de werkzaamheden die [gedaagde sub 1] in het kader van de overeenkomst heeft verricht, belang bij heeft om volledig geïnformeerd te worden omtrent deze werkzaamheden, in het bijzonder het verloop van alle contacten die [gedaagde sub 1] ten behoeve van Bohemiae Rosa met derden heeft gehad, alsmede om alle documenten te ontvangen die [gedaagde sub 1] in het kader van haar werkzaamheden voor de opdracht heeft ontvangen, verzonden en geproduceerd.

2.8. [gedaagde sub 1] heeft zich tegen de incidentele vordering verweerd met de stelling dat zij:

- Bohemiae Rosa gedurende de contractsperiode regelmatig telefonisch en per e-mail op de hoogte heeft gehouden van haar activiteiten,

- van haar activiteiten in de periode maart 2010 tot en met september 2010 wekelijks verslag heeft gedaan in het CRM-systeem van Bohemiae Rosa,

- alle door haar geproduceerde stukken gedurende de contractsperiode aan Bohemiae Rosa heeft verstrekt,

- een urenregistratie heeft bijgehouden en specificaties van haar facturen heeft verstrekt aan Bohemiae Rosa,

- aan het einde van de contractsperiode schriftelijk rekening en verantwoording heeft afgelegd aan Bohemiae Rosa door toezending van het ‘overzicht werkzaamheden’ dat zij als productie 6 heeft overgelegd.

2.9. Op grond van het bepaalde in artikel 7:403 BW is de opdrachtnemer gehouden om de opdrachtgever op de hoogte te houden van zijn werkzaamheden ter uitvoering van de opdracht, alsmede om aan de opdrachtgever verantwoording af te leggen van de wijze waarop hij zich van de opdracht heeft gekweten. Tot de verplichting om rekening en verantwoording te doen behoort ook de gehoudenheid van de opdrachtnemer om af te dragen wat hij uit hoofde van de opdracht voor de opdrachtgever onder zich heeft, zoals goederen, papieren, bewijsstukken e.d. (Asser 7-IV Bijzondere Overeenkomsten nr. 115).

2.10. De rechtbank constateert dat [gedaagde sub 1] het door haar als productie 6 overgelegde overzicht van werkzaamheden kwalificeert als haar verantwoording van de wijze waarop de opdracht is uitgevoerd. In dit document, bestaande uit iets meer dan twee pagina’s, wordt echter met name een opsomming gegeven van alle door haar verrichte werkzaamheden, en wordt alleen in beperkte mate beschreven wat de resultaten van de betreffende werkzaamheden zijn geweest. Op basis van dit stuk is Bohemiae Rosa niet in staat om te beoordelen of [gedaagde sub 1] zich op een juiste wijze van haar opdracht heeft gekweten. In beginsel is de vordering tot het alsnog afleggen van volledige rekening en verantwoording dan ook toewijsbaar.

2.11. Voor zover [gedaagde sub 1] heeft gesteld dat (de resultaten van) haar activiteiten in de vorm van het benaderen van potentiële klanten (hierna: de contacten) ook af te leiden is uit het CRM-systeem van Bohemiae Rosa, kan deze stelling haar niet baten. Immers, als productie 12 heeft Bohemiae Rosa een verklaring overgelegd van de ontwikkelaar van het systeem die na het uitvoeren van een onderzoek aan het systeem van Bohemiae Rosa heeft geconcludeerd dat tot 5 juli 2010 (het moment van de laatste wijzigingen) aan het systeem geen notities van de zijde van [gedaagde sub 1] zijn toegevoegd aan de bestaande lijst met contacten. De enkele omstandigheid dat, zoals [gedaagde sub 1] heeft aangevoerd, deze verklaring niet afkomstig is van een onafhankelijke deskundige, maar van een zakenpartner van de bestuurder van Bohemiae Rosa, is onvoldoende om daaraan in het kader van deze incidentele procedure geen gewicht toe te kennen. Vanwege het feitelijke karakter van de verklaring is de juistheid daarvan in de bodemprocedure, bijvoorbeeld door middel van een getuigenverhoor, op een eenvoudige wijze te controleren. Voorts heeft Bohemiae Rosa de door [gedaagde sub 1] gestelde onjuistheden in de als productie 12 overgelegde verklaring voldoende weerlegd.

Daarbij komt dat het ontbreken van toevoegingen door [gedaagde sub 1] aan het CRM-systeem van Bohemiae Rosa ook wordt bevestigd door de als productie 2 door Bohemiae Rosa overgelegde e-mail van [gedaagde sub 1] van 18 mei 2010 waarin [gedaagde sub 1] zelf aangeeft dat het haar ontschoten is om haar activiteiten met betrekking tot de contacten in het CRM-systeem bij te houden. Daarmee is de stelling van [gedaagde sub 1] onhoudbaar dat zij vanaf maart 2010 wekelijks het CRM-systeem heeft bijgehouden.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat in het kader van dit incident voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde sub 1] niet consequent haar activiteiten met betrekking tot de contacten in het systeem van Bohemiae Rosa heeft vastgelegd. Gelet hierop kan haar stelling dat (de resultaten van) haar activiteiten uit dit systeem blijken, niet worden aanvaard.

2.12. Dat [gedaagde sub 1], zoals zij stelt, Bohemiae Rosa gedurende de contractsperiode mondeling op de hoogte heeft gehouden van haar activiteiten, ontslaat haar niet van de verplichting om na het einde daarvan een deugdelijke schriftelijke verantwoording voor haar werkzaamheden aan Bohemiae Rosa te verstrekken.

2.13. Het voorgaande brengt mee dat Bohemiae Rosa er belang bij heeft om - bij gebreke van een correcte verslaglegging van de activiteiten van [gedaagde sub 1] met betrekking tot de contacten - afschriften van documenten te ontvangen die over deze contacten gaan, bijvoorbeeld de nieuwsbrieven die zij aan deze contacten heeft verstuurd en de e-mailwisseling die zij met deze contacten heeft gehad. Daardoor kan Bohemiae Rosa te weten komen welke activiteiten [gedaagde sub 1] ten aanzien van de contacten heeft ondernomen en bij de benadering van deze contacten door de opvolger van [gedaagde sub 1] rekening laten houden met de activiteiten die [gedaagde sub 1] in dat kader reeds heeft verricht.

2.14. Ook bij het ontvangen van andere documenten dan documenten die betrekking hebben op het benaderen van de contacten heeft Bohemiae Rosa voldoende belang, nu [gedaagde sub 1] thans nog niet op een volledige wijze rekening en verantwoording heeft gedaan, zodat onvoldoende duidelijk is tot welk resultaat de werkzaamheden van [gedaagde sub 1] hebben geleid. [gedaagde sub 1] heeft weliswaar gesteld dat zij alle documenten aan Bohemiae Rosa ter beschikking heeft gesteld, maar zij heeft deze stelling onvoldoende onderbouwd. De overlegging van stukken als productie 5 kan niet als een voldoende onderbouwing gelden voor het ter beschikking stellen van alle documenten, omdat het door [gedaagde sub 1] als productie 6 overgelegde overzicht impliceert dat er meer documenten zijn die zij in het kader van de overeenkomst heeft ontvangen, verzonden en geproduceerd. Bohemiae Rosa heeft er belang bij om de resultaten van de werkzaamheden van [gedaagde sub 1] te kunnen beoordelen en deze resultaten te laten gebruiken door de opvolger van [gedaagde sub 1].

Voorts is een belang van Bohemiae Rosa bij kennisname van de documenten erin gelegen dat zij twijfels heeft ten aanzien van de juistheid van de maandelijkse urenverantwoording van [gedaagde sub 1]. In het kader van de hoofdzaak kan dat van belang zijn bij de onderbouwing van het aan [gedaagde sub 1] gemaakte verwijt dat zij zich onvoldoende heeft ingespannen om het doel van de overeenkomst, het halen van een hogere omzet in het door Bohemiae Rosa geëxploiteerde hotel, te bereiken.

2.15. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Bohemiae Rosa er recht op heeft en belang bij heeft dat [gedaagde sub 1] rekening en verantwoording aflegt over de door haar verrichte werkzaamheden alsmede dat zij de door haar in dat kader ontvangen en verzonden documenten aan Bohemiae Rosa verstrekt. De daartoe strekkende incidentele vorderingen zijn dan ook toewijsbaar. Er zal wel een ruimere termijn dan gevorderd worden bepaald om aan de betreffende veroordeling te voldoen. De door Bohemiae Rosa gevorderde dwangsom zal voorts worden beperkt en van een maximum worden voorzien.

2.16. [gedaagde sub 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. veroordeelt [gedaagde sub 1] om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis aan Bohemiae Rosa een volledige en definitieve rekening en verantwoording te verstrekken omtrent alle activiteiten die zij in het kader van de overeenkomst heeft verricht, alsmede om afschriften te verstrekken van alle documenten die zij het kader van deze overeenkomst heeft ontvangen, verzonden of geproduceerd,

3.2. bepaalt dat [gedaagde sub 1] een dwangsom verbeurt van EUR 100,00 voor iedere dag dat zij in gebreke blijft om aan het onder 3.1 bepaalde te voldoen, zulks tot een maximum van EUR 25.000,00,

3.3. veroordeelt [gedaagde sub 1] in de kosten van het incident, aan de zijde van Bohemiae Rosa tot op heden begroot op EUR 678,00,

3.4. verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

3.5. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 september 2011 voor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde sub 1].

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2011.