Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3955

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-07-2011
Datum publicatie
03-08-2011
Zaaknummer
745229 UC EXPL 11-4998 mh
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzetprocedure. Aan eiser toebehorende auto is gerepareerd. Eiser weigert de factuur te betalen met de stelling dat hij niet in privé de reparatieopdracht heeft gegeven, maar in zijn hoedanigheid van bestuurder van zijn BV. De kantonrechter gaat voorbij aan deze stelling, omdat zonder nadere toelichting - die ontbreekt - niet is in te zien dat de BV een reparatieopdracht kan geven met betrekking tot een auto die niet van haar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 745229 UC EXPL 11-4998 mh

vonnis van 6 juli 2011

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen [eiser],

eiser in verzet,

procederend in persoon,

tegen:

de besloten vennootschap

[gedaagde],

gevestigd te Utrecht,

verder te noemen [gedaagde],

gedaagde in verzet,

gemachtigde: Van Schendel & Partners Gerechtsdeurwaarders.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 mei 2011;

- de comparitie van partijen van 14 juni 2011, waarvan aantekening is gehouden. Bij de comparitie is [eiser] niet verschenen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Feiten

2.1. Op 26 maart 2008 heeft [gedaagde] reparatiewerkzaamheden verricht aan de destijds op naam van [eiser] staande Mercedes CL 500. [gedaagde] heeft de reparatiefactuur ten bedrage van € 5.322,85 (inclusief BTW) aan een van [eiser]s ondernemingen, [onderneming eiser] (hierna: [onderneming eiser]), gestuurd.

2.2. [gedaagde] heeft op 18 april 2008 de aan [onderneming eiser] gestuurde factuur gecrediteerd en een nieuwe factuur voor de reparatie aan [eiser] in persoon gestuurd.

2.3. Op 22 april 2008 is [onderneming eiser] in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. P.J. Peters tot curator.

2.4. Bij vonnis van 27 oktober 2010 is [eiser] bij verstek veroordeeld tot betaling van onder meer € 5.000,- ter zake van de openstaande factuur, te vermeerderen met de wettelijke rente. Van dit vonnis is hij in verzet gekomen.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter hem bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad ontheft van de veroordeling bij verstek gewezen dan wel [gedaagde] in haar oorspronkelijke vordering niet ontvankelijk verklaart, althans haar deze te ontzeggen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2. [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij niet in privé opdracht tot reparatie heeft gegeven. Volgens hem is [onderneming eiser] de opdrachtgever van [gedaagde]. Hoewel de Mercedes op zijn naam stond, werd deze zakelijk gebruikt, aldus [eiser]. Dat [onderneming eiser] opdrachtgever is, blijkt volgens [eiser] ook uit het feit dat eerdere reparaties door [gedaagde] ook aan de BV in rekening werden gebracht.

Ter onderbouwing van zijn stelling dat [onderneming eiser] de klant van [gedaagde] is, wijst [eiser] erop dat de onderneming nog op 31 juli 2008 een mailing van [gedaagde] heeft ontvangen. Verder wijst [eiser] erop dat [gedaagde] haar vordering ter verificatie bij mr. Peters heeft ingediend en dat deze vordering op 17 maart 2009 op de crediteurenlijst is geplaatst. Dat het faillissement bij gebrek aan baten is opgeheven, leidt er niet toe dat [gedaagde] haar vordering dan maar op hem in privé mag verhalen, aldus nog steeds [eiser].

3.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot het niet ontvankelijk verklaren van [eiser] in zijn vorderingen althans tot het afwijzen ervan, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.

3.4. Ter onderbouwing van haar verweer voert [gedaagde] – met verwijzing naar een uitdraai van de Rijksdienst voor het Wegverweer – aan dat de Mercedes tot 1 april 2008 op naam van [eiser] stond. Dat de auto kennelijk zakelijk werd gebruikt, doet niet af aan het feit dat het [eiser] was die in persoon opdracht voor de reparatie heeft gegeven, aldus [gedaagde]. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] haar uitdrukkelijk gevraagd de factuur aan zijn onderneming te richten, hetgeen zij ook heeft gedaan.

Tijdens de zitting is namens [gedaagde] toegelicht dat aan dit verzoek van [eiser] waarschijnlijk belastingvoordelen ten grondslag lagen dan wel een poging van [eiser] was de rekening onbetaald te laten door [gedaagde] te vragen zijn op de rand van faillissement verkerende onderneming te factureren, terwijl hij wist of moest weten dat [onderneming eiser] geen verhaal zou bieden.

Verder is namens [gedaagde] toegelicht dat zij haar vordering zekerheidshalve bij de curator heeft ingediend. Immers mocht de curator tot uitbetaling overgaan, dan was voor [gedaagde] de kous af. Hierin mag echter geen erkenning van [eiser]s stellingen worden gelezen, aldus nog steeds [gedaagde].

4. De beoordeling

4.1. Niet in geschil is dat de Mercedes eigendom van [eiser] was op het moment dat de reparatieopdracht werd gegeven. Uit de stellingen van beide partijen blijkt ook dat [eiser] deze opdracht heeft gegeven. Volgens [eiser] heeft hij deze opdracht namens zijn rechtspersoon gegeven.

4.2. Het geven van een opdracht tot reparatie veronderstelt dat degene die de opdracht geeft eigenaar is dan wel namens de eigenaar handelt. Vaststaat dat [eiser] en niet [onderneming eiser] de eigenaar was van de Mercedes. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is niet in te zien dat [onderneming eiser] desondanks (via [eiser]) een opdracht tot reparatie mocht geven met betrekking tot een auto die niet van haar is. Reeds hierom wordt aan de stelling van [eiser] voorbij gegaan dat hij namens zijn rechtspersoon opdracht tot reparatie heeft gegeven. Dit betekent dat [eiser] gehouden is de factuur van [gedaagde] te betalen, zodat het verstekvonnis van 27 oktober 2010 in stand blijft.

Dat [gedaagde] op 31 juli 2008 een mailing aan [onderneming eiser] heeft gestuurd, maakt dit oordeel niet anders. Door [eiser] is namelijk niet gesteld (noch is anderszins gebleken) dat [onderneming eiser] geen zakelijke klant van [gedaagde] was.

Voor de volledigheid voert de kantonrechter hieraan toe dat het op de weg van [eiser] had gelegen het standpunt van [gedaagde], inhoudende dat [eiser] uitdrukkelijk heeft gevraagd de factuur aan zijn onderneming te sturen, nader te weerspreken. Dit heeft hij nagelaten door niet bij de comparitie te verschijnen, hetgeen voor zijn rekening en risico komt.

4.3. Gelet op het voorgaande is het verzet van [eiser] ongegrond. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 500,- (2,0 punten × tarief € 250,00) aan salaris gemachtigde.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. verklaart het verzet ongegrond,

5.2. veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 500,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is bij vervroeging in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2011.