Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3146

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-07-2011
Datum publicatie
26-07-2011
Zaaknummer
16-300914-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege voor de tijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/300914-04

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 4 juli 2011

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[terbeschikkinggestelde]

geboren te [geboorteplaats], op [1965],

verblijvende te Forensisch Psychiatrisch Centrum (hierna: FPC) De Rooyse Wissel, locatie Maastricht (FPC Overmaze).

advocaat mr. M.G. Pekkeriet te Zwolle

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- het vonnis van deze rechtbank d.d. 16 maart 2005 waarbij [terbeschikkinggestelde] (hierna: de terbeschikkinggestelde) ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 10 juni 2005;

- stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkinggestelde op 6 juni 2006 is opgenomen in FPC Oldenkotte en op 12 januari 2010 in FPC De Rooyse Wissel;

- de beslissing van deze rechtbank d.d. 25 juni 2010, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling voor het laatst is verlengd voor de duur van één jaar;

-de vordering van de officier van justitie d.d. 9 mei 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde met twee jaar;

-het rapport van FPC De Rooyse Wissel d.d. 31 maart 2011, opgemaakt door drs. D.J.A. Teirlinck, hoofd behandeling, P. Eßer, psychiater, en drs. J.C.M.J. Koolen, locatiedirecteur Behandeling en Zorg/plv hoofd van de inrichting, waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld om de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar;

-de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde, over de periode 12 januari 2010 tot en met 30 november 2010;

-het rapport naar aanleiding van het psychologisch onderzoek Pro Justitia d.d. 7 april 2011 van F.C.P. Zuidhof, GZ-psycholoog, met het advies de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar;

-het rapport naar aanleiding van het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia d.d. 28 maart 2011 van dr. P.J.A. van Panhuis, psychiater, met het advies de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.

2 De procesgang

De terbeschikkinggestelde is bij vonnis van deze rechtbank d.d. 16 maart 2005 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege omdat hij meermalen brand heeft gesticht, waarbij eenmaal tevens levensgevaar voor personen te duchten was. De terbeschikkingstelling is ingegaan op 10 juni 2005.

De terbeschikkinggestelde is op 6 juni 2006 opgenomen in FPC Oldenkotte en op 12 januari 2010 in FPC De Rooyse Wissel.

De termijn van terbeschikkingstelling is voor het laatst verlengd voor de duur van één jaar bij beslissing van deze rechtbank d.d. 25 juni 2010.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 20 juni 2011 is de officier van justitie gehoord.

Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn advocaat.

Voorts is de deskundige drs. D.J.A. Teirlinck, werkzaam als hoofd behandeling bij de Rooyse Wissel, gehoord.

3 Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De deskundige D.J.A. Teirlinck heeft het rapport en het advies van de inrichting toegelicht. Het standpunt luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.

De diagnose

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline, narcistische en afhankelijke trekken.

Afhankelijkheid van alcohol en cannabis is onder toezicht in remissie. Afhankelijkheid van sedativum, hypnoticum of anxiolyticum, is - eveneens - onder toezicht in remissie.

De behandeldoelen

Het doel van de behandeling is dat de terbeschikkinggestelde, met hulp, zijn eigen grens kan aangeven en hierbij kan aangeven welke gevoelens en gedachten hij over zichzelf heeft op dat moment. Voorts dat hij kan aangeven welke gedachten hem angstig maken op het gebied van intimiteit en het aangaan van relaties, dat hij de gedachten kan benoemen die hij heeft op het moment dat hij in een bepaalde situatie wordt gekrenkt en dat hij spanningen bij zichzelf kan herkennen en adequate vaardigheden kan toepassen om deze spanningen te controleren, anders dan vermijden.

Tenslotte is het doel van de behandeling dat de terbeschikkinggestelde kan aangeven in welke situaties hij in het hier en nu zucht naar middelen ervaart of vroeger middelen zou hebben gebruikt. Hierbij kan hij alternatieven benoemen en toepassen. Daarnaast kan de terbeschikkinggestelde benoemen wat voor werk en vrijetijdsbesteding hij voor ogen heeft in de toekomst en kan hij een plan maken hoe hij dit kan realiseren in de praktijk.

Het verloop en het effect van de behandeling

De terbeschikkinggestelde is meer en meer in staat zijn eigen grenzen aan te geven en kan thema’s als hiervoor genoemd bespreekbaar maken.

De komende periode zal getoetst worden of de terbeschikkinggestelde deze vaardigheden ook binnen een minder gestructureerde omgeving kan inzetten.

Het recidiverisico

Op grond van het klinische beeld en de uitkomsten van de risicotaxatie-instrumenten wordt bij onmiddellijke beëindiging van de thans vigerende maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege de kans op recidive in delictgedrag voornamelijk op de lange termijn als hoog ingeschat.

Het verlengingsadvies

De behandeling van de terbeschikkinggestelde zal zich de komende periode richten op het verder oppakken van het resocialisatietraject dat binnen de vorige kliniek, FPC Oldenkotte, al was ingezet. Er is een start gemaakt met begeleid verlof en ter terechtzitting is aangegeven dat het begeleid verlof goed gaat.

Op 4 mei 2011 heeft een behandelbespreking plaatsgevonden en is besloten dat onbegeleid verlof zal worden aangevraagd. De verlofaanvraag wordt thans geschreven en zal naar verwachting binnen een maand na de terechtzitting naar het ministerie worden gezonden.

Het uiteindelijk doel is om een stapsgewijze uitstroom vanuit een resocialisatieafdeling te realiseren.

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.

4 Het standpunt van de deskundigen

Het advies van F.C.P. Zuidhof, GZ-psycholoog, houdt onder meer het volgende in:

Op basis van geleidelijke socialisatie zal toegewerkt kunnen worden naar een plaatsing in een voorziening als bijvoorbeeld forensisch beschermd/begeleid wonen. Van belang zijn daarbij de stappen van transmurale plaatsing en bij goed gevolg proefverlof in acht te nemen. Bij gebleken positief resultaat zou dan op de middellange termijn overgegaan kunnen worden naar de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging gekoppeld aan Forensisch Psychiatrisch Toezicht.

Bij het opheffen van de terbeschikkingstelling zal het risico op gedragsmatige en sociale instabilisering alsmede verval in middelengebruik snel toenemen, waardoor het recidiverisico ook sterk toeneemt c.q. onvermijdelijk lijkt te zijn.

Vrijheden kunnen met de nodige voorbereiding uitgebreid worden. Het onderdeel individuele psychotherapie - gericht op het gevoelsleven en innerlijke bewegingen - dient een belangrijke functie in te nemen.

De tbs-behandeling heeft tot nu toe het recidiverisico nog niet kunnen doen afnemen. Te verwachten valt dat, eer de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aan de orde komt, het resocialisatieproces tot en met het proefverlof nog geruime tijd in beslag zal nemen.

Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.

Het advies van dr. P.J.A. van Panhuis, psychiater, houdt onder meer het volgende in:

De persoonlijkheidspathologie van de terbeschikkinggestelde is imponerend, ondanks zijn goede intellectuele mogelijkheden. Op zich vormt die persoonlijkheidspathologie niet direct een risico, maar veel eerder voor achteruitgang van de terbeschikkinggestelde zelf.

Dan blijkt eerst afglijden in alcohol- en drugsgebruik een tussenliggende te nemen stap. De terbeschikkinggestelde zelf geeft aan eigenlijk helemaal niet losgelaten te willen worden. Hij geeft eigenlijk aan een beperkte zeer geleidelijke resocialisatie als doel te zien, waarin hulpverlening met steunende ego- en luisterfuncties dagelijks wervend naar hem toe beschikbaar en actief aanwezig moeten blijven. In feite betekent dit dus een soort longstay traject, maar dan gezien de beperkte directe risico’s ambulant vormgegeven.

Wanneer de kliniek afstand neemt van het idee van kernproblematiek te moeten bewerken en genoegen neemt met een geraffineerd vormgegeven prothetisch traject, gaat men eigenlijk in op de behoeften aan eenheid, holding en bevestiging van de terbeschikkinggestelde. Voor een dergelijk traject is een langdurige verlenging, ook van de verpleging, noodzakelijk.

Voor de stelling dat langduriger klinisch en met beperkte begeleide verloven doorgaan nog iets toevoegt, kunnen geen argumenten worden gevonden. Eerder zou men langdurig met de onbegeleide verloven een traject in kunnen gaan waarin heel voorzichtig stapje na stapje naar een transmurale, geleidelijk te creëren woonsituatie kan worden toegewerkt.

Geadviseerd wordt de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling evenals de verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar gehandhaafd.

6 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair betoogd dat de terbeschikkingstelling dient te worden verlengd voor de duur van één jaar. Met die termijn wordt beoogd zowel de terbeschikkinggestelde als de kliniek een prikkel te geven. De terbeschikkinggestelde realiseert zich wel dat van beëindiging van de TBS na een jaar nog geen sprake zal kunnen zijn.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht om de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee jaar.

7 De beoordeling

Gelet op de standpunten van de kliniek en de deskundigen, zoals hiervoor weergegeven, alsmede gehoord de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw, is de rechtbank van oordeel dat een stapsgewijze uitstroom vanuit een resocialisatieafdeling meer tijd vraagt dan één jaar. Hierbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat het onbegeleid verlof, indien de verlofaanvraag door het ministerie wordt gehonoreerd, niet eerder dan over ongeveer vier maanden zal ingaan. Het eerdere mislukte resocialisatietraject laat bovendien zien dat het noodzakelijk is dat de terbeschikkinggestelde nog geruime tijd gevolgd wordt na aanvang van het onbegeleid verlof.

In de komende periode zal moeten worden bezien of de positieve ontwikkeling zich verder zal voortzetten. Daarvoor is wel noodzakelijk dat de kliniek De Rooyse Wissel het onbegeleid verlof van de terbeschikkinggestelde met voortvarendheid oppakt. Van de terbeschikkinggestelde wordt verwacht dat hij zich ook tijdens het onbegeleid verlof blijft openstellen in het contact met zijn behandelaars en tijdig aangeeft als het minder goed met hem gaat.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wordt verlengd met twee jaar.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van de terbeschikkinggestelde voor de tijd van twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Krol, voorzitter, mr. I. Bruna en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier A. Heijboer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 juli 2011.

Mr. J.R. Krol en mr. C.S.K. Fung Fen Chung zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mee te ondertekenen.