Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3047

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-06-2011
Datum publicatie
26-07-2011
Zaaknummer
16-602664-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank acht het, met de officier van justitie en de raadsvrouwe, thans niet meer opportuun om de aan veroordeelde opgelegde voorwaardelijke straf ten uitvoer te brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/602664-08

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 77dd van het

Wetboek van Strafrecht.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats], op [1991],

wonende te [woonplaats], [adres],

heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- het vonnis van deze rechtbank d.d. 20 april 2009;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 27 mei 2011;

- het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem d.d. 21 maart 2011;

- het terugmeldrapport van Bureau Jeugdzorg Utrecht d.d. 4 maart 2011.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.

De veroordeelde is behoorlijk opgeroepen maar niet ter terechtzitting verschenen. Zijn raadsvrouwe, mr. E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, is wel ter terechtzitting verschenen en heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om veroordeelde te vertegenwoordigen.

2 De beoordeling

Aan veroordeelde is bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken d.d. 20 april 2009 jeugddetentie opgelegd voor de duur van drie maanden voorwaardelijk onder de bijzondere voorwaarde dat hij zich – kort gezegd – gedurende de proeftijd in het kader van de maatregel Hulp en Steun zou gedragen naar de door of namens Bureau Jeugdzorg Utrecht te geven aanwijzingen.

Bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 29 oktober 2010 is de proeftijd met een jaar verlengd.

Bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, d.d. 21 maart 2011, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis van de politierechter, is verdachte vrijgesproken. Vanwege deze vrijspraak heeft het gerechtshof tevens de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen, waardoor de facto de verlenging van de proeftijd ongedaan is gemaakt.

Uit het terugmeldrapport blijkt, dat Bureau Jeugdzorg heeft verzuimd de maatregel Hulp en Steun uit te voeren. Voorts blijkt uit het terugmeldrapport dat er geen plan van aanpak is opgesteld.

In het nalaten van Bureau Jeugdzorg uitvoering te geven aan de maatregel Hulp en Steun, heeft de officier van justitie aanleiding gevonden de rechtbank te vragen de vordering tot tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde opgelegde voorwaardelijke straf af te wijzen.

De raadsvrouwe heeft eveneens afwijzing van de vordering bepleit, nu de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf gegeven de geschetste omstandigheden niet opportuun is.

De rechtbank acht het, met de officier van justitie en de raadsvrouwe, thans niet meer opportuun om de aan veroordeelde opgelegde voorwaardelijke straf ten uitvoer te leggen. Van Bureau Jeugdzorg Utrecht mocht worden verwacht dat de afdeling jeugdreclassering voortvarend met de uitvoering van de maatregel Hulp en Steun aan de slag was gegaan en daaraan concreet invulling had gegeven.

3 De beslissing

De rechtbank wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie d.d. 27 mei 2011 af.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.A. Messer, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M.C. Oostendorp en mr. P.W.G. de Beer, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.A. van Wageningen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 juni 2011.

Mr. Messer is buiten staat deze beslissing mee te ondertekenen.