Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2611

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
21-07-2011
Zaaknummer
308527 / KG ZA 11-577
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter veroordeelt een kerkgenootschap tot rectificatie van eerder op de website van het kerkgenootschap gedane uitingen jegens eiser. De voorzieningenrechter is van oordeel dat NAK door zonder toestemming van eiser informatie over zijn persoon op haar website te plaatsen in strijd heeft gehandeld met artikel 8 Wbp en daarmee onrechtmatig jegens eiser heeft gehandeld. Dit betekent dat NAK zal worden veroordeeld om de verklaring van haar website te verwijderen. De door eiser gevorderde rectificatie tekst kan echter niet worden toegewezen. Deze suggereert immers dat de verklaring van NAK inhoudelijk onjuist is, hetgeen in het kader van dit kort geding niet is en kan worden vastgesteld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 308527 / KG ZA 11-577

Vonnis in kort geding van 20 juli 2011

in de zaak van

[EISER],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam,

tegen

1. het rechtspersoonlijkheid bezittend kerkgenootschap

NIEUW APOSTOLISCHE KERK IN NEDERLAND,

gevestigd te Amersfoort,

2. [GEDAAGDE 2],

wonende te [woonplaats], Duitsland,

3. [GEDAAGDE 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. P.A. de Lange te Barendrecht.

Eisende partij zal hierna [eiser] genoemd worden. Voor zover gedaagden gezamenlijk worden bedoeld zullen zij NAK c.s. genoemd worden. Indien gedaagden afzonderlijk worden bedoeld, zullen ze worden aangeduid als NAK, [gedaagde 2] en [gedaagde 3].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties I t/m XV

- de producties 1 t/m 11 van NAK c.s.

- de producties XVI en XVII van [eiser]

- de mondelinge behandeling

- de voortzetting van de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van NAK c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. NAK is een rechtspersoonlijkheid bezittend kerkgenootschap met ruim 15.000 leden in Nederland. NAK wordt geleid door een drie hoofdig bestuur bestaande uit de Districtsapostel als voorzitter, de Apostel en de Opziener. Tot mei 2011 was [betrokkene A] de Districtsapostel. In mei 2011 is hij opgevolgd door [gedaagde 2]. De functie van Apostel wordt uitgeoefend door [gedaagde 3] en de functie van Opziener wordt uitgeoefend door [betrokkene B].

[eiser] is belijdend lid van NAK, evenals zijn gezinsleden.

2.2. [eiser] en NAK hebben besloten tot samenwerking met betrekking tot de realisatie van zorginstellingen ten behoeve van ouderen en/of hulpbehoevende mensen. In dat kader is een beheersstichting opgericht met [eiser] als statutair bestuurder. De beheersstichting was aandeelhouder van de besloten vennootschap NAK Vastgoedontwikkeling Nederland B.V. (NVO). [eiser] is op 15 mei 2008 als werknemer bij NVO in dienst getreden.

2.3. In de loop van 2009 is tussen partijen verschil van inzicht ontstaan over de wijze waarop [eiser] zijn taken vervulde. Dit heeft onder meer geleid tot het ontslag van [eiser] als bestuurder. [eiser] heeft de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen. Hierover is bij deze rechtbank een bodemprocedure aanhangig onder zaaknummer 277762/10-2659.

2.4. In oktober 2010 heeft NAK aan onderzoeksbureau Grant Thornton Forensic Investigation Services te Rotterdam opdracht gegeven om onderzoek te verrichten naar de in de periode van 2005 tot en met 2009 verrichte transacties teneinde vast te stellen of door het handelen van [eiser] en/of anderen schade aan NAK is toegebracht en zo ja, wat de omvang daarvan is. Het onderzoek is in januari 2011 afgerond. Op 4 februari 2011 heeft Grant Thornton een rapport uitgebracht.

2.5. Op 16 juni 2011 heeft NAK het navolgende bericht op haar website geplaatst.

“Verklaring voor de leden van de Nieuw-Apostolische Kerk in Nederland

In 2007 heeft het bestuur van de Nieuw-Apostolische Kerk (NAK) in Nederland besloten om over te gaan tot de bouw van een senioren-woonvoorziening in Arnhem. Aanleiding was mede dat de gemeente Arnhem een grondaanvraag voor de nieuwbouw van een kerk honoreerde met een grondstuk onder de voorwaarde dat er een gecombineerde kerk- en woonvoorziening zou worden gerealiseerd. Deze woonvoorziening zou als inkomstenbron dienen om in de toekomst het onderhoud van de kerkgebouwen te kunnen bekostigen.

Sinds 2003 was de heer [eiser] als zelfstandig adviseur werkzaam op de bouwafdeling van de Nieuw-Apostolische Kerk in Nederland. In mei 2008 trad hij in vaste dienst om met name de bouw van het kerk- en woonproject in Arnhem te begeleiden.

Samenwerking op kerkelijk terrein is alleen mogelijk in wederzijds vertrouwen. De werkwijze van de heer [eiser] was niet open en transparant, waardoor het vertrouwen van de kerk in de samenwerking met hem afnam. Hij probeerde zich in zijn werk aan controle door de kerkleiding te ontrekken.

De relatie tussen de heer [eiser] en de kerkleiding verslechterde in de eerste helft van 2009 steeds meer, hetgeen in juni 2009 tot een breuk in de samenwerking leidde. In september 2009 werd de heer [eiser] door de kerk ontslagen. Voorafgaande pogingen het conflict in der minne op te lossen, hadden geen succes. Door de heer [eiser] is vervolgens een gerechtelijke procedure aangespannen omdat volgens hem het aan hem verleende ontslag niet rechtmatig zou zijn. Verder heeft de heer [eiser] een eis tot schadevergoeding ingediend voor de vermeende schade die hij en zijn vennootschappen zouden hebben geleden. Een definitieve uitspraak hieromtrent dient nog door de Rechtbank te worden gedaan. Inmiddels is op 1 september 2010 in een door de heer [eiser] aanhangig gemaakt kort geding door de Voorzieningenrechter als zijn voorlopig oordeel kenbaar gemaakt dat de ontslagbesluiten d.d. 17 september 2009 rechtsgeldig tot stand zijn gekomen.

De omstandigheden die tot het ontslag van de heer [eiser] hebben geleid, waren voor de kerkleiding aanleiding om aan “Grant Thornton Forensic Investigation Services” te Rotterdam de opdracht te geven om onderzoek te doen naar het handelen van de heer [eiser] in relatie tot zijn taken en afspraken met de NAK. Op basis van de in dat onderzoek aan het licht gekomen feiten die het bestuur van de NAK niet of slechts gedeeltelijk bekend waren, heeft het bestuur strafaangifte gedaan tegen de heer [eiser].

Later dit jaar zullen de procedures inhoudelijk worden voortgezet.

De kerkleiding”

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. NAK c.s. zal veroordelen om binnen 4 dagen na betekening van dit vonnis de op de website van NAK geplaatste publicatie onder de naam ‘verklaring inzake voormalig medewerker bouwafdeling’ te verwijderen en verwijderd te houden;

2. NAK c.s. zal veroordelen om binnen 4 werkdagen na het betekenen van dit vonnis op de website van NAK met url.: www.nak-nl.org een rectificatie te plaatsen met de redactie zoals hierna is omschreven en wel onafgebroken gedurende 4 weken op haar homepage met de volgende tekst:

“Rectificatie op last van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Utrecht

De kerkleiding van de Nieuw Apostolische Kerk heeft op haar website een publicatie geplaatst op donderdag, 16 juni 2011 07:00 uur genaamd ‘verklaring inzake voormalig medewerker bouwafdeling’.

In deze publicatie zijn door de kerkleiding verklaringen afgelegd die niet zijn waargemaakt en derhalve misleidend zijn, terwijl de verklaringen bovendien, zoals voorshands moet worden geoordeeld, onvolledig zijn en daardoor een onjuist beeld geven van de werkelijkheid.

In de door de kerkleiding versterkte‘verklaring door de leden van de Nieuw Apostolische Kerk in Nederland’ wordt voorts ten onrechte de suggestie gewekt dat de heer [eiser] strafbare feiten heeft gepleegd en dat dat zou volgen uit een onderzoek dat is uitgevoerd door ‘Grant Thornton Forensic Investigation Service’ te Rotterdam, en dat op basis van de in het onderzoek aan het licht gekomen feiten – die het bestuur van de NAK niet of slechts gedeeltelijk bekend waren – het bestuur strafaangifte (heeft) gedaan tegen de heer [eiser].

De kerkleiding heeft, gezien de context waarin haar uitlatingen zijn geplaatst, hierbij opzettelijk de eer en goede naam van de heer [eiser] aangerand door tenlastelegging van een – overigens niet nader gekwalificeerd – strafbaar feit met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven en waarbij de suggestie wordt gewekt van gepleegde strafbare feiten. De kerkleiding heeft hierdoor onrechtmatig gehandeld jegens de heer [eiser]. De voorzieningenrechter, rechtdoende in kort geding, heeft bij vonnis van (datum) de Nieuw Apostolische Kerk en de kerkleiding veroordeeld om de hier bedoelde rectificatie gedurende vier weken op de eerste pagina (de homepage) van haar website met url.www.nak.-nl.org te plaatsen en daarnaast genoemde partijen veroordeeld om aan de heer [eiser] een voorschot te betalen op de door de heer [eiser] geleden immateriële schade ten bedrage van € 5.000,-.

De kerkleiding”

3. zal bepalen dat NAK c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, een dwangsom van € 5.000,- per dag aan [eiser] zullen verbeuren, een dagdeel daaronder begrepen, voor elke dag dat NAK c.s. niet aan de veroordeling onder 1 en/of 2 voldoen tot een maximum van € 250.000,-;

4. NAK c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen het bedrag van € 5.000,- als voorschot op de door [eiser] geleden immateriële schade;

5. NAK c.s. hoofdelijk zal veroordelen in de proceskosten.

3.2. NAK c.s. voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde 2] heeft primair aangevoerd dat de ten aanzien van hem uitgebrachte dagvaarding nietig is, nu de geldende dagvaardingstermijn niet in achtgenomen is. Volgens [gedaagde 2] is hij hierdoor onredelijk benadeeld. Dit verweer moet worden verworpen. Weliswaar had [gedaagde 2], gelet op het feit dat hij in Duitsland woont, op een termijn van tenminste 4 weken gedagvaard moeten worden, op grond van artikel 122 Rv. leidt dit gebrek echter slechts tot nietigheid, indien [gedaagde 2] door het niet in acht nemen van de dagvaardingstermijn onredelijk in zijn belangen is geschaad. Dat van dit laatste sprake is, is onvoldoende gebleken. Het enkele feit dat [gedaagde 2] kennelijk niet in staat is om bij de zitting(en) aanwezig te zijn is daarvoor onvoldoende, nu hij wel in staat is gebleken om een gemachtigde in te schakelen die ter zitting namens hem het woord heeft gevoerd. Van andere feiten en omstandigheden, waaruit het onredelijk schaden van zijn belangen zou kunnen volgen, is niet gebleken.

4.2. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben voorts aangevoerd dat de vorderingen dienen te worden afgewezen voor zover deze betrekking hebben op hen persoonlijk, aangezien zij hebben gehandeld als bestuurslid van NAK en niet als privé persoon. Dit verweer slaagt. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd waarom [gedaagde 2] en [gedaagde 3] privé aansprakelijk zouden zijn voor het door [eiser] gestelde. De vorderingen dienen dan ook te worden afgewezen, voor zover deze op [gedaagde 2] en [gedaagde 3] betrekking hebben. [eiser] dient te worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 2] en [gedaagde 3]. Nu zij echter verder geen zelfstandig verweer hebben gevoerd, zullen deze worden begroot op nihil.

4.3. NAK c.s. heeft voorts aangevoerd dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor behandeling in kort geding, nu deze onderdeel is van het grote aantal procedures dat tussen partijen aanhangig is. De voorzieningenrechter kan NAK hierin niet volgen. De rechtsvraag, die in het onderhavige kort geding aan de orde is, te weten of NAK onrechtmatig heeft gehandeld door de onder 2.5 geciteerde verklaring op haar website te plaatsen, staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter los van de vele andere kwesties die partijen verdeeld houden en kan afzonderlijk worden beoordeeld. Voorts is voldoende aannemelijk dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, voor zover deze betrekking heeft op verwijdering en rectificatie van de verklaring.

4.4. Op grond van artikel 8 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) mogen persoonsgegevens slechts worden verwerkt indien de betrokkene voor de verwerking zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend. Onder persoonsgegeven moet worden verstaan: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Onder verwerking van persoonsgegevens moet ingevolge artikel 1 Wbp worden verstaan: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen alsmede het afschermen, uitwisselen of vernietigen van gegevens.

4.5. NAK heeft door het plaatsen van een verklaring over [eiser] waarin hij met naam en toenaam wordt genoemd op haar website persoonsgegevens van [eiser] verspreid zoals hiervoor bedoeld. Vaststaat dat [eiser] daarvoor geen toestemming heeft gegeven.

4.6. Het zonder toestemming verspreiden van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 8 Wbp is slechts toegestaan indien sprake is van een aantal specifieke uitzonderingsgevallen zoals omschreven in artikel 8 Wbp onder b. tot en met e. De voorzieningenrechter stelt vast dat deze uitzonderingssituaties in het onderhavige geval niet aan de orde zijn. Daarnaast is het verspreiden van persoonsgegevens zonder toestemming van de betrokkene toegestaan, indien de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokken, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert (artikel 8 onder f. Wbp). De vraag die derhalve voorligt is of laatstgenoemde uitzondering zich voordoet.

4.7. In dat kader moet worden beoordeeld of de publicatie noodzakelijk was voor de verwezenlijking van een gerechtvaardigd eigen belang van NAK. Voorts dient te worden vastgesteld of het beoogde belang niet op een andere, minder ingrijpende wijze, bereikt had kunnen worden. Vervolgens dient het individuele belang van [eiser] in de afweging te worden betrokken.

4.8. NAK heeft in dit verband aangevoerd dat zij er een gerechtvaardigd belang bij had om haar leden te informeren over deze slepende kwestie, omdat zij vragen van leden kreeg over het beheer van offergelden, over de door [eiser] verrichte activiteiten en over de schorsing en het ontslag van [eiser]. NAK stelt daarbij met de informatievoorziening te hebben gewacht tot zij over voldoende feitelijke informatie beschikte. NAK heeft voorts aangevoerd dat de naam van [eiser] niet wordt genoemd in de onderwerpregel, maar dat slechts vermeld wordt ‘voormalig medewerker bouwafdeling’ en dat de naam van [eiser] pas in beeld komt indien wordt doorgeklikt. Voorts wijst NAK erop dat in de verklaring uitdrukkelijk wordt vermeld dat zij haar leden informeert. Volgens NAK wordt de website alleen door leden bezocht.

4.9. In de eerste plaats moet de vraag worden beantwoord of sprake van een eigen belang van NAK om tot publicatie over te gaan. De voorzieningenrechter stelt vast dat NAK bijna twee jaar nadat de schorsing en het ontslag heeft plaatsgevonden tot publicatie van de verklaring is overgegaan. Dat thans nog sprake was van een dringende noodzaak om de leden daarover te informeren, kan gelet op het tijdsverloop worden betwijfeld. Als echter al moet worden aangenomen dat sprake was van een dringend eigen belang van NAK om de leden te informeren, moet in elk geval worden vastgesteld dat het door NAK gekozen middel verder gaat dan noodzakelijk is om het gestelde doel te bereiken. In de eerste plaats informeert NAK haar leden niet alleen over de schorsing en het ontslag van [eiser] maar suggereert zij tevens dat [eiser] strafbare feiten heeft gepleegd. Niet duidelijk is geworden welk belang NAK had bij de vermelding dat aangifte was gedaan terwijl met name dit gegeven tot beschadiging van [eiser] als persoon leidt. De voorzieningenrechter stelt daarnaast vast dat nu de verklaring op een algemeen toegankelijke website is geplaatst ook anderen dan de leden van NAK er kennis van kunnen nemen. Wellicht wordt, zoals NAK stelt, de website van NAK voornamelijk door leden bezocht, dit neemt niet weg dat deze ook door anderen kan worden geraadpleegd. Niet kan worden uitgesloten dat derden door bijvoorbeeld via google te zoeken op de naam van [eiser] op de website van NAK terecht komen. NAK heeft dan ook een middel gekozen dat veel verder gaat dan noodzakelijk is om haar doel te bereiken en daarmee disproportioneel gehandeld. Daar komt bij dat NAK met name door te vermelden dat aangifte van strafbare feiten is gedaan het belang van [eiser] bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer heeft veronachtzaamd. Van een rechtvaardigingsgrond zoals bedoeld in artikel 8 onder f. Wbp is dan ook geen sprake.

4.10. Dat [eiser], zoals NAK stelt, na zijn schorsing en ontslag diverse voor NAK schadelijke uitlatingen heeft verspreid onder leden en derden, waaronder de werkgevers van enkele leden van NAK, maakt het voorgaande op zichzelf niet anders. Wat er van het gedrag van [eiser] verder ook zij, dit geeft NAK geen vrijbrief om in strijd met artikel 8 Wbp te handelen. Voor zover NAK van oordeel is dat [eiser] zich zelf schuldig maakt aan onrechtmatig handelen, staan haar juridische middelen ten dienste om daartegen op te treden. Dat NAK naar eigen zeggen terughoudend is geweest in haar berichtgeving en daarmee heeft gewacht tot het rapport van Grant Thornton beschikbaar was maakt het voorgaande evenmin anders.

4.11. De voorzieningenrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat NAK door zonder toestemming van [eiser] informatie over zijn persoon op haar website te plaatsen in strijd heeft gehandeld met artikel 8 Wbp en daarmee onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. Dit betekent dat NAK zal worden veroordeeld om de verklaring van haar website te verwijderen. De door [eiser] gevorderde rectificatie kan echter niet worden toegewezen. Deze suggereert immers dat de verklaring van NAK inhoudelijk onjuist is, hetgeen in het kader van dit kort geding niet is en kan worden vastgesteld. NAK zal daarom worden veroordeeld om na te melden verklaring op de homepage van haar website te plaatsen gedurende een periode van 4 na betekening van dit vonnis. De gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen met dien verstande dat deze wordt gematigd tot € 1.000,- per dag met een maximum van € 50.000,-.

De te plaatsen rectificatie luidt als volgt:

“Bij vonnis in kort geding van 20 juli 2011 is de Nieuw Apostolische Kerk in Nederland veroordeeld om de eerdere verklaring met betrekking tot de voormalig medewerker bouwafdeling van haar site te verwijderen omdat zij hiermee in strijd met artikel 8 Wet bescherming persoonsgegevens en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld.

De kerkleiding”

4.12. [eiser] vordert voort een voorschot op een door hem te ontvangen immateriële schadevergoeding. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is onder meer vereist dat het bestaan van de vordering in hoge mate aannemelijk is terwijl daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, waarbij tevens het restitutierisico moet worden betrokken. Bij toekenning van een dergelijke vordering dient door de voorzieningenrechter terughoudendheid te worden betracht.

Gesteld noch gebleken is dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij toekenning van een voorschot op immateriële schadevergoeding terwijl evenmin gesteld is hoe groot de geleden immateriële schade zou zijn. Reeds op die grond dient deze vordering te worden afgewezen.

4.13. NAK wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om een hoger salaris vast te stellen dan volgt uit het liquidatietarief. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 90,81

- vast recht € 258,-

- salaris advocaat € 1.632,- (2 x € 816)

Totaal € 1.980,81

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

ten aanzien van NAK:

veroordeelt NAK om binnen 4 werkdagen na betekening van dit vonnis de op de website van NAK geplaatste publicatie onder de naam ‘verklaring inzake voormalig medewerker bouwafdeling’ te verwijderen en verwijderd te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag en met een maximum van € 50.000,-;

veroordeelt NAK om binnen 4 werkdagen na betekening van dit vonnis op de homepage van haar website met url: www.nak-nl.org de hierna volgende rectificatie te plaatsen en deze gedurende 4 weken op haar homepage te laten staan, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag en met een maximum van € 50.000,-:

“Bij vonnis in kort geding van 20 juli 2011 is de Nieuw Apostolische Kerk in Nederland veroordeeld om de eerdere verklaring met betrekking tot de voormalig medewerker bouwafdeling van haar site te verwijderen omdat zij hiermee in strijd met artikel 8 Wet bescherming persoonsgegevens en daarmee onrechtmatig heeft gehandeld.

De kerkleiding”

veroordeelt NAK in de proceskosten aan de zijde van [eiser], welke worden begroot € 1.980,81;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

ten aanzien van [gedaagde 2] en [gedaagde 3]:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] welke worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011.?