Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR0333

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
296739 - HA ZA 10-2452
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2012:BY6996, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De bank weigert een bankgarantie, aangeboden ter vervanging van een hypothecaire zekerheid. De klant moet daardoor vervroegd aflossen, wat een boete oplevert. Misbruik van recht door de bank? Ja.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 13
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2012/198
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector Civiel

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 296739 / HA ZA 10-2452

Vonnis van 22 juni 2011

in de zaak van

de stichting

VRIJZINNIG-RELIGIEUZE STICHTING SENIORENHUISVESTING "ZUID-VELUWE",

gevestigd te Bennekom, gemeente Ede,

eiseres,

advocaat mr. A.P.J. Blokland te Ede,

tegen

de naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. B.S. Stolwijk te Utrecht.

Partijen zullen hierna de Stichting en SNS Bank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 februari 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 13 mei 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Stichting heeft bij SNS Bank diverse overeenkomsten van geldlening gesloten onder verband van hypothecaire zekerheid. Beide partijen zijn als professioneel te beschouwen.

2.2. In de in geschil zijnde overeenkomst geldlening is onder meer een boeteclausule opgenomen voor het vervroegd aflossen van de lening. Vervroegd aflossen wordt in de overeenkomst gedefinieerd als het aflossen voor de rentevervaldatum.

2.3. De Stichting wilde haar aan SNS Bank verhypothekeerde onroerende zaken verkopen en leveren tegen een datum voor de rentevervaldatum. Deze rentevervaldatum was 1 maart 2011.

2.4. De Stichting heeft aan SNS Bank aangeboden de lening gestand te doen tot de volgende rentevervaldatum, onder aanbieding van een vervangende zekerheid in de vorm van een bankgarantie bij een triple-A bank. SNS Bank heeft dit aanbod verworpen en zich beroepen op de overeengekomen hypothecaire zekerheid en de boeteclausule bij vervroegde aflossing.

2.5. De Stichting heeft de onroerende zaken verkocht en vervolgens op 1 juli 2009 geleverd. Zij heeft toen ook de lening bij SNS Bank vervroegd afgelost, daarbij de door SNS Bank tevoren berekende en bekend gemaakte boete van

€ 101.554,59 onder protest betalend.

2.6. Indien de overeenkomst van geldlening zou zijn voortgezet tussen partijen tot de rentevervaldatum, zou de Stichting aan SNS Bank nog ruim € 240.000,- hebben betaald in een kleine twee jaar. De Stichting beschikte daarvoor, in dat geval, over fonds in de vorm van de opbrengst van de verkoop van de onroerende zaken. Deze opbrengst zou de Stichting immers (nog) niet hoeven aanwenden om SNS Bank mee te betalen. De Stichting had deze opbrengst elders op een depositorekening willen zetten tegen een hogere rente dan zij aan SNS Bank moest vergoeden.

3. De vordering

3.1. De Stichting vordert, samengevat, dat de rechtbank bij vonnis SNS Bank veroordeelt aan de Stichting te betalen € 101.554,59, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling (1 juli 2009), althans vanaf de dag van dagvaarding (3 november 2010) en kosten.

3.2. Aan deze vordering legt de Stichting ten grondslag dat SNS Bank primair onrechtmatig, subsidiair naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar heeft gehandeld door het aanbod van de vervangende zekerheid niet te aanvaarden, terwijl deze zekerheid van een gelijke of zelfs hogere kwaliteit is dan een hypothecaire zekerheid en het zekerheidsrecht niet de kern is van de overeenkomst van geldlening tussen partijen, maar slechts een accessoir recht. De overeenkomst van geldlening zelf zou, zo lag in het aanbod van de Stichting aan SNS bank besloten, integraal worden nagekomen.

3.3. SNS Bank voert verweer en concludeert toe afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van de Stichting in de proceskosten. De stellingen van partijen komen hierna, voor zover nodig, aan de orde.

4. De beoordeling

4.1. De kernvraag zoals door de Stichting aan de rechtbank gepresenteerd in dit geschil is of SNS Bank het aanbod van de Stichting tot een vervangende zekerheid moest aanvaarden. De rechtbank ziet een ander vertrekpunt als het juridisch juiste: de al tussen partijen bestaande overeenkomst onder hypothecair verband. De rechtbank komt dan tot een andere kernvraag: kon SNS Bank de Stichting houden aan die overeenkomst, zonder dat zij daardoor tegenover de Stichting onrechtmatig of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar handelde.

4.2. Voorop staat dat SNS Bank het recht had zich tegenover de Stichting te beroepen op de overeenkomst tussen partijen. Dat is pas onrechtmatig als dit beroep op de overeenkomst is op te vatten als misbruik van dat recht (art. 3:13 BW).

4.3. In de stellingen van de Stichting ligt besloten dat van zodanig misbruik sprake is, doordat SNS Bank geen enkel te respecteren belang had bij handhaving van het accessoire zekerheidsrecht waar zij een sterker zekerheidsrecht zou verkrijgen, terwijl SNS Bank ook meer geld zou ontvangen dan zij bij de vervroegde aflossing heeft ontvangen (zie 2.6).

4.4. SNS Bank heeft niet betwist dat zij financieel ongeveer 2,4 maal zoveel zou ontvangen – zij het over een periode van 21 maanden, zodat de contante waarde van deze som natuurlijk lager is en de factor van 2,4 dus ook – in het geval zij het aanbod van de Stichting had aanvaard. SNS Bank heeft wel gesteld dat er dingen mis kunnen gaan bij bankgaranties, maar die stelling heeft zij niet, van onderbouwing voorzien, op het onderhavige geval toegepast. De stelling dat een en ander zich afspeelde ten tijde van de heftige periode van de financiële crisis en dat banken elkaar in die periode niet meer vertrouwden, is gelet op de omvang van de aan de orde zijnde bedragen in relatie tot de door de Stichting voorgestelde bank die de garantie zou afgeven – feiten van algemene bekendheid: het gaat om een triple-A systeembank die van de Nederlandse banken het minst last van de kredietcrisis lijkt te hebben ondervonden – niet serieus te nemen. Ook het verweer dat SNS Bank haar bedrijfsprocessen heeft afgestemd op hypothecaire financieringen en dusdoende kostenefficiënt kan werken, is in het licht van de feiten ronduit zwak. Het is nauwelijks voorstelbaar dat de vervanging van de hypothecaire zekerheid door een bankgarantie in enige relevante mate voor SNS Bank kostenverhogend zou werken, waarbij de rechtbank nog daarlaat of die kosten niet verlegd zouden (behoren te) worden naar de Stichting. Aan bespreking of uitwerking van dit laatste zijn partijen niet toegekomen door de weigering van SNS Bank tot wijziging van de zekerheid.

4.5. De verweren van SNS Bank zijn niet sterk, laat staan doorslaggevend. Namens SNS Bank zijn deze argumenten ter zitting ‘bijkomend’ genoemd. De rechtbank beschouwt dat als een bevestiging van haar opvatting en kwalificeert die argumenten als te mager en van onvoldoende kracht om de opstelling van SNS Bank te rechtvaardigen.

4.6. Dan resteert het argument van SNS Bank dat zij het recht heeft de Stichting aan de overeenkomst te houden. Dat recht heeft SNS Bank in beginsel inderdaad, maar ieder recht kan misbruikt worden en de beoordeling daarvan vindt niet haar grens in de constatering dat het recht op zichzelf bestaat.

4.7. Wat dan het (mogelijke) hoofdargument van SNS Bank is geweest om vast te houden aan de hypothecaire zekerheid – ondanks haar financiële nadeel – en daarmee de Stichting te houden aan de boeteclausule wegens vervroegde aflossing, is door SNS Bank niet gesteld. De rechtbank heeft niet de processuele bevoegdheid noch de daadwerkelijke kennis om voor SNS Bank dit mogelijke hoofdargument in te vullen. De rechtbank kan aan haar processuele constatering dat een hoofdargument door SNS Bank niet is genoemd slechts de conclusie verbinden dat SNS Bank, in aanmerking nemende het belang bij de uitoefening van haar recht en het belang van de Stichting dat daardoor werd geschaad, naar redelijkheid niet tot de onderhavige uitoefening van haar recht kon komen. Door haar recht te misbruiken, heeft SNS Bank jegens de Stichting een onrechtmatige daad gepleegd.

4.8. De uit deze onrechtmatige daad voortvloeiende schade moet SNS Bank aan de Stichting vergoeden. Deze schade kan begroot worden op het in hoofdsom gevorderde bedrag. De wettelijke rente daarover is verschuldigd per 1 juli 2009, zoals primair gevorderd, wat volgt uit art. 6:83, aanhef en sub b BW.

4.9. SNS Bank zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Stichting worden begroot op:

- dagvaarding EUR 87,93

- overige explootkosten 0,00

- griffierecht 3.490,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 2.842,00 (2,0 punten × tarief EUR 1.421,00)

Totaal EUR 6.419,93

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt SNS Bank om aan de Stichting te betalen een bedrag van € 101.554,59 (honderdéénduizend vijfhonderdvierenvijftig euro en negenenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag vanaf 1 juli 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt SNS Bank in de proceskosten, aan de zijde van de Stichting tot op heden begroot op EUR 6.419,93,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2011.

Type: RV

Coll: YS