Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9612

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-05-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
16/600194-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/600194-10

Datum uitspraak: 23 mei 2011

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 14 februari 2011, strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 4 oktober 2010, in de zaak tegen de veroordeelde:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

verblijvende te Kade 17, Oude Arnhemseweg 260, 3705 BK te Zeist.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:

- voormeld vonnis, waarbij de veroordeelde onder meer is veroordeeld tot -kort gezegd- een gevangenisstraf van 365 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 WvSr., waarvan 270 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zal laten opnemen en behandelen in FPA Roosenburg te Den Dolder gedurende de termijn van maximaal één jaar of zoveel korter als de leiding van de inrichting in overleg met de reclassering wenselijk acht en dat de veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

- een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;

- een akte, waaruit blijkt dat de kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering op 20 oktober 2010 aan veroordeelde is toegezonden;

- een bericht van de Reclassering Nederland, unit Utrecht d.d. 21 december 2010, waarin staat dat veroordeelde per 9 december 2010 uit FPA Roosenburg is ontslagen omdat hij binnen de afdeling crack heeft gedeald;

- een adviesrapport van de Reclassering Nederland, unit Utrecht d.d. 19 mei 2011.

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 23 mei 2011, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman, mr. H.K. Jap-A-Joe, advocaat te Utrecht.

OVERWEGINGEN:

De raadsman heeft ter terechtzitting aangegeven dat veroordeelde, nadat hij is ontslagen uit FPA Roosenburg te Den Dolder, meerdere malen in het kader van een time-out in Altrecht is opgenomen en is behandeld. Vorige week zou hij ontslagen worden uit Altrecht, maar zijn situatie laat dat tot op heden niet toe. Het zou voor veroordeelde het beste zijn als er een rechterlijke machtiging komt die erin voorziet dat hij opgenomen kan worden in een andere forensisch psychiatrische instelling dan FPA Roosenburg te Den Dolder, aldus de raadsman. Het toewijzen van de vordering tenuitvoerlegging, met als gevolg dat verdachte het voorwaardelijk strafdeel in detentie uit zal moeten zitten, is niet in zijn belang.

De veroordeelde heeft aangegeven graag hulp te willen ontvangen van Altrecht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting geconcludeerd tot verlenging van de proeftijd met één jaar en het wijzigen van de bijzondere voorwaarden, zodat het mogelijk wordt dat veroordeelde ook in een andere forensisch psychiatrische instelling dan FPA Roosenburg te Den Dolder opgenomen en behandeld kan worden.

De verdediging heeft zich daarbij aangesloten.

Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting, acht de rechtbank termen aanwezig de proeftijd te verlengen met één jaar en de bijzondere voorwaarde te wijzigen, met dien verstande dat de bijzondere voorwaarde zoals opgenomen in het vonnis van deze rechtbank d.d. 4 oktober 2010, inhoudende dat:

‘de veroordeelde zich zal laten opnemen en behandelen in FPA Roosenburg te Den Dolder, gedurende de termijn van maximaal één jaar of zoveel korter als de leiding van de inrichting in overleg met de reclassering wenselijk acht en dat de veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland’,

wordt gewijzigd in:

‘dat de veroordeelde zich zal laten opnemen en behandelen in een door de reclassering en/of het NIFP en/of het IFZ nader aan te wijzen forensisch psychiatrische instelling, gedurende de termijn van maximaal één jaar of zoveel korter als de leiding van de instelling in overleg met de reclassering wenselijk acht en dat de veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland.’

De rechtbank heeft gelet op artikel 14f van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De rechtbank:

Verlengt de proeftijd met één jaar.

Wijzigt de bijzondere voorwaarde, vastgesteld in voormeld vonnis als volgt:

“dat de veroordeelde zich zal laten opnemen en behandelen in een door de reclassering en/of het NIFP en/of het IFZ nader aan te wijzen forensisch psychiatrische instelling, gedurende de termijn van maximaal één jaar of zoveel korter als de leiding van de instelling in overleg met de reclassering wenselijk acht en dat de veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland”.

Aldus gedaan door mrs J.R. Krol, voorzitter, P.L.C.M. Ficq en N. van der Velden, bijgestaan door mr. L.P. Stapel als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 23 mei 2011.

Mr N. van der Velden is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.