Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9609

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
16-070391-93
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/070391-93

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats], op [1970],

verblijvende in de Van Mesdagkliniek te Groningen,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1. De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 12 april 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde], verder te noemen de terbeschikkinggestelde, met twee jaren;

- een afschrift van het vonnis van deze rechtbank van 21 juni 1994, waarbij de terbeschikkinggestelde ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 6 juli 1994;

- het verlengingsadvies van de Van Mesdagkliniek d.d. 25 maart 2011, opgemaakt door J.M. de Jonge, Gz-psycholoog en H.J. Beintema, psychiater, waarin het advies van de inrichting is vermeld dat strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar, alsmede de wettelijke aantekeningen van 22 oktober 2009 tot 18 november 2010.

2. De procesgang

De terbeschikkinggestelde is bij vonnis van deze rechtbank van 21 juni 1994 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege vanwege meerdere diefstallen met geweld dan wel door middel van braak, mishandeling meermalen gepleegd en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De terbeschikkingstelling is ingegaan op 6 juli 1994. In 2002 is de terbeschikkingstelling voorwaardelijk beëindigd. In 2004 is na recidive wederom de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van de terbeschikkinggestelde bevolen.

De termijn van terbeschikkingstelling is voor het laatst verlengd met één jaar op 18 juni 2010.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 23 mei 2011, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde, diens raadsman mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht en de deskundige L. Tichelaar, assistent-behandelcoördinator.

3. Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde verlengingsadvies. De deskundige, mevrouw L. Tichelaar heeft, namens J.M. de Jonge en H.J. Beintema, het rapport van de inrichting ter terechtzitting van 23 mei 2011 toegelicht. Het standpunt luidt –zakelijk weergegeven– als volgt:

Ten aanzien van de problematiek is bij de terbeschikkinggestelde de diagnose schizofrenie, resttype, episodisch met restsymptomen (voornamelijk negatieve symptomen) gesteld. De schizofrenie houdt mogelijk verband met het beperkte inlevingsvermogen en gebrekkige empathie bij betrokkene. Er is sprake van antisociale trekken. Ook is sprake van cannabisafhankelijkheid, onder toezicht in remissie.

Betrokkene ervaart veel lichamelijke klachten welke mogelijk een doorwerking zijn van psychische spanningen.

Voorts ervaart betrokkene depressieve klachten, door gebruik van medicijnen in remissie. Bij betrokkene is sprake van neuropsychologische tekorten, slaapproblemen en een gebrekkig zelfinzicht. Betrokkene heeft de neiging om zijn eigen draagkracht te overschatten en gevolgen van ziekte te onderschatten. Hij heeft onvoldoende zicht op de gevolgen van het eigen handelen en mist de gewenste probleemoplossende vaardigheden.

Terbeschikkinggestelde heeft een kwetsbare thuissituatie en heeft moeite de rol van ouder en partner op zich te nemen.

Met betrekking tot het behandelverloop beschrijft het rapport dat terbeschikkinggestelde vanaf oktober 2010 beschikt over een machtiging voor transmuraal verlof. Omdat plaatsing in FPA Roosenburg te Den Dolder nog niet is gerealiseerd, is besloten betrokkene over te plaatsen naar de transmurale voorziening. Hier kan hij alvast wennen aan een setting met minder structuur, zodat de overgang naar FPA Roosenburg te Den Dolder minder groot zal zijn.

Het vergaat betrokkene goed binnen de transmurale voorziening. Hij is open in gesprek, piekert minder en kijkt positiever naar de toekomst. De laatste weken lijkt er weer sprake van een achteruitgang in zijn functioneren. Hij meldt zich regelmatig ziek en ervaart veel lichamelijke klachten welke spanningsgerelateerd lijken te zijn. Daarbij wordt een lichte verschuiving in zijn dag/nachtritme opgemerkt. Hierover is betrokkene in gesprek met het behandelend team.

Ten aanzien van de behandelvoornemens vermeldt het rapport dat betrokkene aan het plafond van zijn behandeling lijkt te zitten. Hij is gestabiliseerd op medicatie, zijn stemmingsbeeld en gedrag zijn over het algemeen stabiel en hij stelt zich in gesprekken begeleidbaar op. Ook is in de afgelopen periode geen middelengebruik vastgesteld. Wel is de draagkracht van betrokkene nog beperkt. Hij kan snel worden overvraagd en heeft tijd nodig hiervan te herstellen. De komende tijd zal vooral worden ingestoken op het handhaven en geleidelijk verbeteren van de geleerde vaardigheden, het herkennen van eigen grenzen en acceptatie van de eigen beperkingen.

Zonder toezicht en begeleiding wordt de kans op recidive als hoog ingeschat. Betrokkene blijft een kwetsbare man, bij wie toezicht, begeleiding en ondersteuning noodzakelijk zijn om een terugval in delict en delictgerelateerd gedrag te voorkomen.

Nu plaatsing in FPA Roosenburg te Den Dolder nog niet is gerealiseerd en er onvoldoende overeenstemming bestaat over het toekomstperspectief van betrokkene, wordt geadviseerd om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

Ter terechtzitting heeft de deskundige het advies toegelicht en heeft zij verklaard dat de terbeschikkinggestelde nog steeds in afwachting is van plaatsing bij FPA Roosenburg te Den Dolder. Hij heeft al wel een intakegesprek gehad en is ook aangenomen. Hij staat nu bovenaan de wachtlijst en zal naar verwacht wordt in augustus van dit jaar geplaatst worden. Wanneer hij naar FPA Roosenburg te Den Dolder gaat, zal in samenspraak met betrokkene bekeken worden wat een realistisch en verantwoord einddoel is en hoe dat bereikt kan worden. Ook zal in samenspraak met het gezin van betrokkene bekeken moeten worden welke rol betrokkene binnen het gezin zal gaan vervullen. Een en ander dient stapsgewijs te gebeuren waarbij telkens de verkregen vrijheden dienen te worden getoetst en waarbij overeenstemming met de terbeschikkinggestelde dient te worden bereikt. Er moeten nog veel stappen worden gezet en om die reden wordt een verlenging voor de duur van 2 jaar geadviseerd. Voor de plaatsing in Den Dolder die voor de terbeschikkinggestelde is beoogd, is geen ander juridisch kader mogelijk.

4. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, haar aanvankelijke vordering gewijzigd. Zij vordert nu de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van één jaar. Zij acht het geboden om het verloop van de terbeschikkingstelling jaarlijks te toetsen omdat de overplaatsing naar Den Dolder te lang op zich laat wachten.

5. Het standpunt van de verdediging

De terbeschikkingestelde heeft ter terechtzitting d.d. 23 mei 2011 aangegeven dat de terbeschikkingstelling goed voor hem is geweest, maar dat er geen einde aan lijkt te komen. De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven graag weer bij zijn gezin te willen zijn en daarbij begeleiding te krijgen.

De raadsman heeft aangevoerd dat de terbeschikkinggestelde aan zijn behandelplafond zit. De plaatsing bij FPA Roosenburg te Den Dolder heeft nog steeds niet plaatsgevonden, waardoor het behandel- en resocialisatietraject van de terbeschikkinggestelde gestagneerd is. De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de voorwaarden en de onbegeleide verloven verlopen zonder problemen. Ook neemt hij zijn medicatie trouw in. De terbeschikkinggestelde verdient het voordeel van de twijfel. Primair heeft de raadsman dan ook verzocht de zaak aan te houden om een maatregelrapport te laten opmaken door de reclassering, waarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden tot huisvesting en de vorm van begeleiding die noodzakelijk is om daarin te kunnen voorzien. Op die nadere zitting kan L. Tichelaar als deskundige op het maatregelenrapport reageren en kan de afweging worden gemaakt of, gelet op de lange duur van de TBS en het recidiverisico, de dwangverpleging verlengd moet worden..

De raadsman heeft zich subsidiair aangesloten bij het voorstel van de officier van justitie om de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar te verlengen.

6. De beoordeling

De rechtbank wijst het verzoek van de raadsman tot aanhouding van de zaak ten behoeve van een op te maken maatregelrapport af. De rechtbank is van oordeel dat het hiervoor thans te vroeg is omdat de situatie zoals die vorig jaar was, behoudens de overplaatsing naar de transmurale voorziening, niet is gewijzigd.

Tijdens de terechtzitting van 18 juni 2010 was er al sprake van dat de terbeschikkinggestelde geplaatst zou worden bij FPA Roosenburg te Den Dolder. Dit heeft tot op heden nog niet plaatsgevonden. Met het vervolgtraject dat de terbeschikkinggestelde bij FPA Roosenburg te Den Dolder dient te volgen, is derhalve nog niet aangevangen. Zonder een goede begeleiding en een duidelijk plan van aanpak is de kans op recidive echter hoog.

De rechtbank is van oordeel dat de terbeschikkinggestelde zich positief ontwikkeld. Hij slikt trouw zijn medicatie, stelt zich open op naar zijn begeleiders en de onbegeleide verloven verlopen goed. De terbeschikkinggestelde verblijft thans in de transmurale voorziening van de Van Mesdagkliniek, zodat hij makkelijker de overstap kan maken naar de op handen zijnde plaatsing in FPA Roosenburg te Den Dolder. Door zijn verblijf in de transmurale voorziening leert de terbeschikkinggestelde al om met meer vrijheden om te gaan en dit gaat goed.

De rechtbank onderkent dat het onwenselijk is dat de plaatsing bij FPA Roosenburg te Den Dolder zo lang op zich laat wachten, waardoor het behandel- en resocialisatietraject stagneert. Het is knap dat de terbeschikkinggestelde, ondanks deze voor hem teleurstellende gang van zaken, positief is gebleven. Gezien het feit dat de plaatsing bij FPA Roosenburg te Den Dolder zeer lang op zich laat wachten, is de rechtbank van oordeel dat indien de plaatsing van de terbeschikkinggestelde in augustus 2011 nog niet gerealiseerd is, gekeken dient te worden naar andere alternatieven. Het is in het belang van de terbeschikkinggestelde dat zijn behandeling en het resocialisatietraject voortvarend wordt gecontinueerd.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de terbeschikkingstelling met verpleging van de terbeschikkinggestelde wordt verlengd voor de duur van één jaar.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] met 1 jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. P.L.C.M. Ficq en

mr. N. van der Velden, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.P. Stapel en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 juni 2011.

Mr. N. van der Velden is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.