Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9589

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-06-2011
Datum publicatie
28-06-2011
Zaaknummer
16-440813-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. De rechtbank is van oordeel dat een nader gedragskundig onderzoek door zowel een psycholoog als een psychiater naar de persoon van de verdachte noodzakelijk is alvorens -in geval van een bewezenverklaring- een oordeel kan worden gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/440813-10

tussenvonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 juni 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1962] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats].

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 23 mei 2011, waarbij de officier van justitie en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 4 februari 2009 tot en met 20 december 2010 [belaagde 1] en [belaagde 2] heeft belaagd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.

Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.

4 De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting.

Na sluiting van het onderzoek is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek in onderhavige zaak niet volledig is. De rechtbank acht zich onvoldoende voorgelicht omtrent de persoon van de verdachte.

In het reclasseringsrapport, opgemaakt door K. Lakeman d.d. 29 maart 2011 wordt over verdachte gerapporteerd dat er mogelijk sprake is van psychische problematiek, waar nader onderzoek naar dient te worden gedaan. Betrokkene zou moeite hebben de gevoelens van anderen in te schatten, voornamelijk daar waar het contact met vrouwen betreft. Zijn gedrag ten opzichte van vrouwen is obsessief en grensoverschrijdend, aldus de rapporteur. Volgens de rapportage ontbreekt het verdachte aan zelfinzicht en is hij van mening zelf slachtoffer te zijn.

Na bestudering van de stukken, waaronder het rapport van K. Lakeman voornoemd en na de behandeling ter terechtzitting blijven bij de rechtbank vragen leven omtrent de persoon van de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat een nader gedragskundig onderzoek door zowel een psycholoog als een psychiater naar de persoon van de verdachte noodzakelijk is, alvorens - in geval van een bewezen verklaring - een oordeel kan worden gegeven voor wat betreft de toerekenbaarheid daarvan aan verdachte, alsmede voor wat betreft de op te leggen straf.

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank het noodzakelijk dat, alvorens eindvonnis te wijzen, een dubbelrapportage aangaande de persoon van de verdachte wordt opgemaakt. Derhalve zal de rechtbank het onderzoek heropenen, vervolgens schorsen en de stukken in handen van de rechter-commissaris stellen opdat deze genoemd onderzoek doet uitvoeren.

Het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting.

5 De beslissing.

De rechtbank:

- heropent het onderzoek en schorst dit tot een nader te bepalen terechtzitting;

- beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum en tijdstip zal worden hervat;

- beveelt de oproeping van verdachte en de benadeelde partijen tegen de dag en het tijdstip van de terechtzitting waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat;

- stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken opdat deze het hierboven omschreven onderzoek uitvoert en voorts zodanig onderzoek doet als deze nodig mocht oordelen;

- bepaalt dat het onderzoek in deze zaak zal worden hervat binnen een periode van drie maanden na heden;

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Velden, voorzitter, mr. J.R. Krol en mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 juni 2011.

Mr. N. van der Velden is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.