Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9076

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
21-06-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
16/513570-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/513570-10

Datum uitspraak: 21 juni 2011

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing van de kinderrechter in bovengenoemde rechtbank, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 17 januari 2011, strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank te Utrecht van 1 september 2010, in de zaak tegen de veroordeelde:

[verdachte]

geboren op [1994] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans verblijvende in de instelling voor gesloten jeugdzorg Almata te Den Dolder

De kinderrechter heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:

- een afschrift van voormeld vonnis, waarbij de veroordeelde onder meer is veroordeeld tot -kort gezegd- jeugddetentie van twee maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 WvSr., waarvan een maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich in het kader van de maatregel Hulp en Steun gedurende de proeftijd moet gedragen naar de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling jeugdreclassering, zolang die instelling dat nodig vindt;

- een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, eerste, van het Wetboek van Strafvordering;

- een brief van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering, d.d. 21 april 2011, waaruit blijkt dat de veroordeelde voormelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 7 juni 2011, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman J.G.M. Dassen, alsmede mevrouw

N. Yasar van Bureau Jeugdzorg.

OVERWEGINGEN:

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 7 juni 2011 gevorderd de tenuitvoerlegging van bovengenoemde voorwaardelijk opgelegde straf vooralsnog niet te gelasten, maar de proeftijd van deze voorwaardelijk opgelegde straf met de duur van één jaar te verlengen.

Op grond van het onderzoek ter zitting, alsmede gelet op de inhoud van voormelde brief d.d. 21 april 2011, acht de kinderrechter termen aanwezig de proeftijd te verlengen. Nu veroordeelde in Almata zit, heeft een bevel tenuitvoerlegging geen toegevoegde waarde.

De kinderrechter heeft gelet op het artikel 77cc van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De kinderrechter:

verlengt de proeftijd van twee jaren die is vastgesteld in voormeld vonnis met één jaar.

Aldus gedaan door mr J.E. Kruijff-Bronsing, bijgestaan door mr. P. Groot-Smits als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 juni 2011.