Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9074

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
21-06-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
16/513615-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/513615-10

Datum uitspraak: 21 juni 2011

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing van de kantonrechter in bovengenoemde rechtbank, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 18 april 2011, strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van de kantonrechter in deze rechtbank te Utrecht van 27 mei 2010, in de zaak tegen de veroordeelde:

[verdachte]

geboren op [1993] te [geboorteplaats]

wonende te [adres], [woonplaats]

De kantonrechter heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:

- een extract van voormeld vonnis, waarbij de veroordeelde onder meer is veroordeeld tot

-kort gezegd- een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;

- een vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht, d.d. 21 juni 2011, waaruit blijkt dat de veroordeelde voor het eindigen van voormelde proeftijd van twee jaren, opnieuw veroordeeld is voor een strafbaar feit.

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 7 juni 2011, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman mr. D.C. Dorrestein, alsmede mevrouw M. Groenen, namens de Raad voor de Kinderbescherming en de heer A. Pijpker, namens Bureau Jeugdzorg Utrecht.

OVERWEGINGEN:

Op grond van het onderzoek ter zitting, acht de kantonrechter termen aanwezig de tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke werkstraf van 40 uren te gelasten. Veroordeelde heeft in de proeftijd een strafbaar feit begaan en moet begrijpen dat hier een reactie op volgt. In het vonnis van het nieuwe strafbare feit wordt immers ook een voorwaardelijk deel opgelegd.

De kantonrechter heeft gelet op het artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De kantonrechter:

gelast, de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren, te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 20 uren indien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

Aldus gedaan door mr P.W.G. de Beer, bijgestaan door mr. P. Groot-Smits als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van de kinderrechter in deze rechtbank van 21 juni 2011.