Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8073

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-04-2011
Datum publicatie
07-07-2011
Zaaknummer
200005 - HA ZA 05-1750
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde weigert geheimhoudingsverklaring te ondertekenen ivm boetebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 200005 / HA ZA 05-1750

Vonnis van 8 december 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NITERBU HYDRAULIEK B.V.,

h.o.d.n. Habeco Hydrauliek,

gevestigd te Krimpen aan de Lek, gemeente Nederlek,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J. Postma te Delft,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASI SOEST B.V.,

gevestigd te Soest,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.I. van Dijk te Utrecht.

Partijen zullen hierna Habeco en ASI genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 mei 2007

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1. Op 14 oktober 2010 heeft de in deze procedure benoemde deskundige, de heer Kattouw, de rechtbank geschreven over een door ASI gewenste geheimhoudingsverklaring die Habeco niet wenst te ondertekenen. In haar brief van 14 oktober 2010 aan de rechtbank geeft Habeco aan geen bezwaar te hebben tegen de geheimhoudingsverklaring op zichzelf, echter wel tegen het daarin opgenomen boetebeding. In een brief van 10 november 2010 heeft ASI hierop haar reactie gegeven. Kort gezegd komt deze reactie erop neer dat ondertekening van de geheimhoudingsverklaring door Habeco noodzakelijk is ter bescherming van het bedrijfsdebiet.

2.2. De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en over de nu ontstane situatie ten aanzien van de geheimhoudingsverklaring en het tijdsverloop van de procedure. Tevens zal de comparitie benut kunnen worden om te onderzoeken of partijen het op een of meerdere punten met elkaar eens kunnen worden. De heer Kattouw zal nadien door de rechtbank worden geïnformeerd over de (wijze van) voortzetting van zijn onderzoek.

2.3. Elk van partijen wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum aan de rechter (t.a.v. Zittingsplanning Handel, kamer B1-35 van het gebouw van de rechtbank aan het Vrouwe Justitiaplein 1 te Utrecht) en aan de wederpartij toe te zenden (kopieën van) de bescheiden (voor zover nog niet in het geding gebracht) waarop zij ter comparitie een beroep wenst te doen.

2.4. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

2.5. Partijen moeten er op voorbereid zijn, dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. H. Phaff in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1 op 7 maart 2011 van 13.30 tot 15.30 uur,

3.2. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

3.3. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

3.4. bepaalt dat de heer Kattouw na de comparitie door de rechtbank zal worden geïnformeerd over de (wijze van) voortzetting van zijn onderzoek,

3.5. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Verhoef en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2010.