Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2751

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-04-2011
Datum publicatie
27-04-2011
Zaaknummer
299864 - HA ZA 11-94
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

incident, kennelijke verschrijving in dagvaarding, herstel toegestaan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector Civiel

Handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 299864 / HA ZA 11-94

Vonnis in incident van 6 april 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORIO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J.J. Bijl,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AHOLD VASTGOED B.V.,

gevestigd te Zaandam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLOKVAST XXX B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REDEVCO NEDERLAND BV,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eiseressen in reconventie (m.u.v. gedaagde sub 2) in de hoofdzaak,

advocaat mr. J.K. Six- Hummel,

en

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLOKVAST XXV B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in het voorwaardelijke incident,

advocaat mr. J.K. Six- Hummel.

Partijen zullen hierna Corio, ABC en Blokvast XXV genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie, tevens houdende de voorwaardelijke incidentele vordering tot voeging,

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het voorwaardelijke incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. ABC heeft gesteld dat Corio ten onrechte Blokvast XXX in deze procedure heeft betrokken, dat had Blokvast XXV moeten zijn. ABC verzoekt de rechtbank om vast te stellen dat dit een kennelijke verschrijving in de dagvaarding is en dat waar Blokvast XXX staat Blokvast XXV moet worden gelezen. Ook in de kop van de conclusie aan de zijde van ABC is blijkbaar weer een verschrijving geslopen want daarin wordt gesproken over Blokker XXV in plaats van Blokvast XXV. De rechtbank zal dat als een schrijffout beschouwen, nu uit het lichaam van de conclusie en de producties daarbij duidelijk is dat Blokvast XXV bedoeld wordt. Voor zover de fout in de dagvaarding zich niet voor eenvoudig herstel zou lenen heeft Blokvast XXV een voorwaardelijk incident tot voeging opgeworpen. Corio is eveneens van mening dat het hier een kennelijke verschrijving betreft. Voor zover de rechtbank meent dat dit niet op eenvoudige wijze hersteld kan worden, verzet zij zich niet tegen voeging. Zij geeft echter aan dat tussenkomst in deze de meer aangewezen figuur is.

2.2. De rechtbank is van oordeel dat het hier gaat om een gebrek in een exploot. Op grond van artikel 45 lid 3 sub d van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient de dagvaarding de naam van degene voor wie ze bestemd is, te bevatten. Niet naleving van dit vereiste brengt in beginsel nietigheid met zich mee. Die nietigheid kan hersteld worden door het uitbrengen van een herstelexploot. De rechtbank is van oordeel dat het gebrek in de omstandigheden van dit geval als een verschrijving kan worden opgevat. Daarbij is van belang dat slechts één letter verkeerd is weergegeven. Door ongelukkig toeval was op hetzelfde adres ook een vennootschap gevestigd met de naam Blokvast XXX, zodat ten gevolge van een verschrijving van één letter verwarring kon ontstaan. De dagvaarding is echter wel aan het juiste adres uitgebracht, Blokvast XXV heeft kennis genomen van de dagvaarding en verzoekt zelf om eenvoudig herstel. Hieruit kan geconcludeerd worden dat zij niet in haar belangen is geschaad door de verschrijving.

2.3. De rechtbank komt niet toe aan een beoordeling van de incidentele vordering omdat de voorwaarde waaronder deze is ingesteld niet is vervuld.

2.4. Corio zal in de proceskosten van het voorwaardelijke incident worden veroordeeld, nu uit het voorgaande volgt dat zij dit incident nodeloos heeft veroorzaakt. De proceskosten aan de zijde van ABC worden vastgesteld op nihil.

3. De beoordeling in de hoofdzaak

3.1. De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

3.2. Elk van partijen wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum aan de rechter (t.a.v. Zittingsplanning Civiel, kamer H.1.87 van het gebouw van de rechtbank aan het Vrouwe Justitiaplein 1 te Utrecht) en aan de wederpartij toe te zenden (kopieën van) de bescheiden (voor zover nog niet in het geding gebracht) waarop zij ter comparitie een beroep wenst te doen.

3.3. Verweerster in reconventie heeft de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. Verweerster in reconventie moet een schriftelijke conclusie uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden.

3.4. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

3.5. De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

3.6. In beginsel zal ter comparitie niet de gelegenheid worden geboden om te pleiten, waarbij onder pleiten wordt verstaan het juridisch beargumenteren van de zaak aan de hand van een voorbereide, uitgeschreven pleitnotitie.

3.7. Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn, dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

4. De beslissing

De rechtbank

in het voorwaardelijk incident

4.1. verstaat dat de voorwaarde waaronder het incident is aangebracht niet is vervuld,

4.2. veroordeelt Corio in de kosten van het incident, aan de zijde van ABC tot op heden begroot op nihil,

in de hoofdzaak

4.3. verstaat dat de vermelding van gedaagde sub 2 Blokvast XXX B.V. in de dagvaarding een kennelijke verschrijving bevat en dat gedagvaard is Blokvast XXV B.V.,

4.4. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. A. Penders in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1 op dinsdag 14 juni 2011 van 15.00 tot 16.30 uur,

4.5. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

4.6. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2011.