Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ1538

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-03-2011
Datum publicatie
18-04-2011
Zaaknummer
16-110318-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS met 1 jaar, thans nog geen voorwaardelijke beeïndiging aan de orde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/110318-01

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats], op [1936],

wonende te [woonplaats], [adres],

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- het vonnis van deze rechtbank, d.d. 26 februari 2002, waarbij de terbeschikkinggestelde onder meer werd veroordeeld tot TBS met dwangverpleging;

- de beslissing van de rechtbank Utrecht, 2 april 2010, waarbij de termijn van de terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd met een termijn van één jaar;

- de vordering van de officier van justitie, d.d. 7 februari 2011, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] met 1 jaar;

- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van 4 november 2009 tot en met 4 maart 2011;

- het rapport van M. Kossen, directeur behandeling, E.W.M. van den Broek, gezondheidspsycholoog, en L.J.A. Sieljes, groepsbegeleider, d.d. 11 januari 2011, waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.

Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door raadsman mr. P.D. Labee, advocaat te Utrecht.

Voorts is de getuige-deskundige de heer. J.L. van Geest, klinisch psycholoog/psychotherapeut, tevens hoofd behandeling bij de Dr. H. van der Hoeven Kliniek, gehoord.

2 Het standpunt van de inrichting

Uit het rapport van de inrichting d.d. 11 januari 2011, ter terechtzitting toegelicht door de getuige-deskundige Van Geest, blijkt het volgende:

Ten aanzien van de diagnose:

De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met pedofilie, niet exclusieve type, een depressieve stoornis, thans in remissie, een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis en een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis.

Ten aanzien van het beloop van de behandeling:

De terbeschikkinggestelde woont sinds 8 juni 2006 samen met zijn echtgenote boven het (voormalige) familiebedrijf, aanvankelijk in het kader van transmuraal verlof en sinds begin deze maand in het kader van proefverlof. Het verschil tussen het transmuraal verlof en het proefverlof is er in dit geval met name in gelegen dat het voorschrijven van de libidoremmende medicatie is overgeheveld van de kliniek naar De Waag en dat de reclassering de begeleiding heeft overgenomen van de kliniek. De reclassering richt zich daarbij meer op een praktische begeleiding van de terbeschikkinggestelde. Het gaat momenteel erg goed met de terbeschikkinggestelde, maar gezien de recente overstap naar het proefverlof wil de instelling het komende jaar zeker nog de vinger aan de pols houden. Datzelfde geldt voor de controle van het medicijngebruik van de terbeschikkinggestelde. De terbeschikkinggestelde gebruikt libidoremmende medicatie, welke geleidelijk aan afgebouwd zal worden tot een niveau zonder bijwerkingen.

Ten aanzien van de risicotaxatie:

Wanneer de terbeschikkingstelling wordt beëindigd, zal de terbeschikkinggestelde wellicht stoppen met het nemen van deze medicatie. Zonder het begeleidende kader van de terbeschikkingstelling wordt, mede daarom, het risico van terugval in seksueel gewelddadig gedrag als matig tot hoog in geschat. De instelling adviseert derhalve de terbeschikkingstelling te verlengen met de termijn van één jaar. Aan het eind van dit jaar kan dan eventueel gekeken worden naar een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling.

3 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting, haar vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de termijn van één jaar gehandhaafd.

4 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting verklaard dat hij zich altijd aan alle afspraken heeft gehouden en dat hij van plan is dat te blijven doen, ook waar het zijn medicatie betreft. De raadsman voert aan dat de kliniek te laat begonnen is met het aanvragen van het proefverlof. De terbeschikkinggestelde woont al geruime tijd met zijn vrouw samen en houdt zich aan alle afspraken. De raadsman verzoekt daarom primair om afwijzing van de vordering tot verlenging. Subsidiair verzoekt de raadsman om een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling, met overneming van de voorwaarden zoals thans zijn gesteld aan het proefverlof.

5 De beoordeling

Uit het dossier blijkt dat de terbeschikkinggestelde bij voornoemd vonnis van 26 februari 2002 is veroordeeld voor seksueel misbruik van drie van zijn kleinkinderen.

Uit de rapportage van de kliniek blijkt dat de stoornis die destijds tot het indexdelict heeft geleid waarvoor de TBS met dwangverpleging is opgelegd nog steeds in aanleg aanwezig is. De behandeling en het beleid zijn er dan ook erop gericht de terugval in daaruit voortkomend seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen, althans de kans daarop zo klein mogelijk te houden.

Ter terechtzitting is gebleken dat het erg goed gaat met de terbeschikkinggestelde. Hij woont al geruime tijd buiten de kliniek, samen met zijn vrouw. Ook is de terbeschikkinggestelde in de afgelopen periode trouw alle afspraken omtrent behandeling en medicatie nagekomen.

Uit de rapportage blijkt evenwel dat de terbeschikkinggestelde slechts zeer recentelijk is gestart met het proefverlof en dat hij een goede band had met zijn begeleiders vanuit de kliniek. Een dergelijke band met de reclassering dient nog te worden opgebouwd. Om die reden acht de rechtbank het van belang dat ook deze laatste fase van de behandeling van de terbeschikkinggestelde zorgvuldig wordt gemonitord, zulks om het nog aanwezig geachte recidiverisico te beperken. Bovendien bestaat er het voornemen de libidoremmende medicatie van de terbeschikkinggestelde ook in de komende periode verder af te bouwen. Daar de effecten en risico’s van deze verdere afbouw niet te voorzien zijn, is ook om die reden het kader van de TBS met dwangverpleging nog gewenst, opdat de kliniek bij een eventuele terugval tijdig en adequaat kan ingrijpen. Een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling acht de rechtbank daarom thans nog niet aan de orde.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen eist dat de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van [verdachte] wordt verlengd met één jaar.

Indien in het komende jaar de positieve ontwikkelingen bestendig blijken en er geen sprake is van een terugval of incidenten, verzoekt de rechtbank de officier van justitie tijdig voor een eventuele verlengingszitting opdracht te geven aan de reclassering om een maatregelenrapport op te stellen omtrent de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

6 De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.A. Messer, voorzitter, mr. L.E. Verschoor-Bergsma en mr. M.A.A.T. Engbers, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.E.J. Sprakel en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 maart 2011.