Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0950

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
08-04-2011
Datum publicatie
12-04-2011
Zaaknummer
303308 / FA RK 11-1694
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

voorlopige voorzieningen; verwijzing naar mediation met voorlopige beslissingen over (onder meer) zorgverdeling en gebruik echtelijke woning; kinderen blijven in de echtelijke woning en elk van partijen zorgt/woont een deel van de week in die woning. Partneralimentatie gematigd in verband met extra kosten die de man (evenals de vrouw) zal moeten maken voor (tijdelijke) huisvesting tijdens het deel van de tijd dat hij niet bij de kinderen is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector Familie & Toezicht

zaaknummer / rekestnummer: 303308 / FA RK 11-1694

voorlopige voorzieningen

Beschikking van 8 april 2011

in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. A.S. Bakker,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de man,

advocaat mr. K.G.I.M. Schröder.

1. Verloop van de procedure

De vrouw heeft ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend dat strekt tot het geven van voorlopige voorzieningen.

De man heeft daarop een verweerschrift, tevens verzoekschrift, ingediend.

De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 1 april 2011. Daarbij zijn beide partijen met hun advocaat verschenen.

2. Beoordeling van het verzochte

Ter zitting hebben partijen verklaard met elkaar te gaan spreken in een mediation. Zij zijn daartoe verwezen naar een mediator in het kader van mediation naast rechtspraak. Daarnaast wensen partijen een (voorlopig) inhoudelijk oordeel ten aanzien van de door hen ingediende verzoeken om voorlopige voorzieningen.

Gelet op het voorgaande zal de rechter de behande¬ling van het verzoek pro forma aanhouden tot de in het dictum genoemde datum in afwachting van de resultaten van de mediation.

Voor de duur van de mediation en totdat nadien nader wordt beslist, zal de rechtbank als volgt beslissen over de voorliggende verzoeken.

Toevertrouwing van de kinderen en (voorlopige) zorgregeling

Beide partijen verzoeken om de kinderen voor de duur van het geding aan haar dan wel hem toe te vertrouwen.

Ter zitting verzoekt de man de rechtbank om zo nodig een zorgregeling (wat hem betreft tussen de vrouw en de kinderen) te bepalen.

De rechtbank overweegt het volgende.

Uit het gestelde door partijen blijkt dat zij feitelijk beiden nog in de echtelijke woning wonen en daar op dit moment voor de kinderen zorgen. Zij verschillen zeer van mening over hun beider en elkaars aandeel in die zorg. Voor de rechtbank is in ieder geval duidelijk dat beide partijen daarin een aandeel willen en ook feitelijk hebben op dit moment. De van de zijde van de vrouw overgelegde verklaringen van de kinderen wijzen ook in die richting.

De man voert onder meer aan dat hij zich voor kan stellen dat de kinderen in de woning verblijven en dat partijen afwisselend in de woning verblijven, mede gelet op het feit dat de tijdelijke verblijfplaats van de ouder die niet bij de kinderen is dan niet geschikt hoeft te zijn om daar drie opgroeiende kinderen te kunnen ontvangen.

De vrouw is van mening dat een dergelijke constructie niet verstandig is.

De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de kinderen is om op dit moment in de echtelijke woning te kunnen verblijven. De rechtbank volgt niet de stelling van de vrouw dat de houding van de man en diens gesteldheid momenteel (te) veel druk legt op de kinderen. De rechtbank is niet gebleken dat een dergelijk druk op de kinderen (met name) te wijten is aan het doen en laten van de man. Voorts heeft de man de stelling van de vrouw dat hij een bipolaire stoornis zou hebben, gemotiveerd betwist door te stellen dat hij wel depressieve klachten heeft gehad, maar dat hij daarvan is hersteld en thans weer fulltime werkt.

Partijen hebben zich voorts weinig concreet uitgelaten over de vraag hoe een (voorlopige) zorgregeling er thans uit zou moeten zien.

De rechtbank komt in redelijkheid, mede gelet op de omstandigheid dat de man fulltime werkt en de vrouw niet of nauwelijks en het feit dat partijen naar mediation gaan, tot de volgende regeling:

- de minderjarige kinderen blijven wonen in de echtelijke woning;

- de man en vrouw verblijven om beurten in de woning: de man iedere week van vrijdagavond 18.00 uur tot zondag 21.00 uur, de vrouw gedurende de rest van de week.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verzoeken over en weer om toevertrouwing van de minderjarige kinderen afwijzen.

Gebruik van de echtelijke woning

Beide partijen verzoeken het voorlopige gebruik van de echtelijke woning.

De rechtbank zal ten aanzien van deze verzoeken aansluiten bij voornoemde beslissing met betrekking tot de kinderen. Het verzoek van de man wordt toegewezen voor het deel van de week van vrijdagavond 18.00 uur tot zondag 21.00 uur. Het verzoek van de vrouw wordt toegewezen voor het resterende gedeelte van de week.

Alimentatie

De vrouw verzoekt, mede gelet op het gestelde ter zitting, een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van € 250,- per maand.

Tevens verzoekt zij om een bijdrage van de man in haar levensonderhoud.

De man voert aan dat hij geen draagkracht heeft voor de gevraagde bijdragen aan de vrouw.

De rechtbank overweegt het volgende.

De kosten van de kinderen en de daaraan gerelateerde behoefte aan kinderalimentatie is niet in geschil. Partijen gaan uit van een behoefte van € 250,- per kind per maand.

Op basis van de door de man in het verweerschrift genoemde financiële omstandigheden, die van de zijde van de vrouw niet zijn betwist, heeft de rechtbank berekend dat de man in staat moet worden geacht om de gevraagde kinderalimentatie te betalen.

Daarbij is de rechtbank tevens uitgegaan van:

- het voldoen van de lasten van de echtelijke woning door de man;

- omgangskosten voor de man van €195,- per maand;

- de bijstandsnorm van een alleenstaande;

- een draagkrachtpercentage van 70%.

Voorts heeft de rechtbank berekend dat bij het voldoen van een kinderalimentatie van totaal

€ 750,-, de man in staat moet worden geacht om € 277,- bruto per maand bij te dragen in het levensonderhoud van de vrouw.

De rechtbank acht het redelijk om dit bedrag in het kader van deze voorlopige voorzieningen procedure te matigen tot een bedrag van € 175,- bruto per maand gelet op de extra kosten die de man (evenals de vrouw) zal moeten maken voor (tijdelijke) huisvesting tijdens het deel van de tijd dat hij niet bij de kinderen is.

3. Beslissing

De rechtbank:

voorlopig totdat nader wordt beslist, met dien verstande dat partijen bij de mediator kunnen afwijken bij nadere overeenkomst van het bepaalde onder 3.1, 3.2 en 3.3:

3.1. bepaalt dat de man iedere week voor het deel van de week van vrijdagavond

18.00 uur tot zondag 21.00 uur bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats], met bevel dat de andere echtgenoot die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;

3.2. bepaalt dat de vrouw iedere week voor het resterende deel van de week, dus van zondag 21.00 uur tot vrijdag 18.00 uur, bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats], met bevel dat de andere echtgenoot die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;

3.3. stelt de navolgende regeling vast inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken;

- de minderjarige kinderen blijven wonen in de echtelijke woning;

- de man en vrouw verblijven om beurten in de echtelijke woning: de man van vrijdagavond 18.00 uur tot zondag 21.00 uur, de vrouw gedurende de rest van de week;

3.4. bepaalt het bedrag dat de man aan de vrouw zal verstrekken tot verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen op € 250,- per kind per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;

3.5. bepaalt het bedrag dat de man zal verstrekken tot levensonderhoud van de vrouw op € 175,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;

3.6. verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.7. houdt de rechtbank houdt de behandeling van de zaak voor het overige PRO FORMA aan tot 5 juli 2011 in afwachting van de resultaten van de mediation tussen partijen,

met het verzoek aan de beide advocaten om tijdig voor deze datum te laten weten:

* of een nadere aanhouding gewenst is en zo ja, voor hoe lang,

* of een nadere behandeling ter zitting gewenst is,

* of zonder een nadere behandeling ter zitting een beschikking kan worden gegeven,

* dan wel dat het verzoek wordt ingetrokken;

3.8. wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.A. Gerritse, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Tol als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2011.?