Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0756

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
31-03-2011
Datum publicatie
11-04-2011
Zaaknummer
16/712402-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

kinderporno en porno met dieren, kwalificatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/712402-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 maart 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1965] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

gedetineerd te PI Noord Holland Noord, Huis van Bewaring Zwaag,

raadsman mr. E.N. Bouwman, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 17 maart 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: 869 foto’s, te weten afbeeldingen op gegevensdragers en op fotoafdrukken, in bezit heeft gehad, op welke afbeeldingen kinderporno stond afgebeeld, terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt;

feit 2: foto’s en films, te weten afbeeldingen op gegevensdragers, in bezit heeft gehad, op welke afbeeldingen dierenporno stond afgebeeld, terwijl verdachte hiervan een gewoonte heeft gemaakt;

feit 3: nabootsingen van een wapen en een pistool voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het procesdossier bevindende bewijsmiddelen. Ten aanzien van de feiten 1 en 2 stelt de officier van justitie dat enkel het bezit van kinder- en dierenporno kan worden bewezen. Tevens kan worden bewezen dat verdachte van dit bezit een gewoonte heeft gemaakt, nu verdachte een dwangmatig verzamelaar blijkt te zijn en uit zijn strafblad blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor het bezit van kinderporno. Gelet op de Aanwijzing Kinderpornografie blijkt dat de afbeeldingen, gelijk de specialisten van de politie hierover hebben verklaard, als kinderpornografisch kunnen worden gekwalificeerd.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van de feiten 2 en 3. Met betrekking tot feit 1 merkt de verdediging op dat voor een groot aantal van de in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen geldt dat deze niet als kinderpornografisch kunnen worden gekwalificeerd. Vaak gaat het om kinderen die naakt zijn afgebeeld, maar er is niet altijd sprake van afbeeldingen waarop het kind poseert of waarmee een erotisch prikkelende indruk wordt gemaakt.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1 Feit 1

Op 14 oktober 2009 heeft verdachte bij Albert Heijn te Utrecht een bestelling geplaatst voor het afdrukken van foto’s. Van de 175 fotoafdrukken die verdachte bij Albert Heijn heeft besteld, zijn 30 fotoafdrukken door gecertificeerde zedenrechercheurs als kinderpornografisch gekwalificeerd. Een deel van deze afbeeldingen is onder ‘zaak 1’ opgenomen in de tenlastelegging.

Verdachte heeft tevens bij Kruidvat te Utrecht een bestelling geplaatst voor het afdrukken van foto’s. Van de 140 fotoafdrukken die verdachte bij Kruidvat heeft besteld, zijn door gecertificeerde zedenrechercheurs 5 fotoafdrukken als kinderpornografisch gekwalificeerd. Deze afbeeldingen zijn alle onder ‘zaak 2’ opgenomen in de tenlastelegging.

Verdachte heeft de foto’s zowel bij Albert Heijn als bij Kruidvat aangeleverd via een geheugenkaart. Deze geheugenkaart heeft hij vervolgens weer mee naar huis genomen en is later bij hem in beslag genomen.

Na een doorzoeking op 30 november 2010 in de woning van verdachte zijn onder meer aangetroffen en in beslaggenomen 2 usb-sticks, een micro-sdkaart, 18 cd’s en 2 telefoons van het merk LG. Op deze bij verdachte inbeslaggenomen gegevensdragers zijn door gespecialiseerde zedenrechercheurs 170 afbeeldingen als kinderpornografisch gekwalificeerd. Een deel van deze afbeeldingen is onder ‘zaak 4’ opgenomen en woordelijk omschreven in de tenlastelegging.

Aanvullende overwegingen

Vaststaat dat verdachte een groot aantal afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad, over welke afbeeldingen zich thans de vraag uitstrekt of deze afbeeldingen als kinderpornografisch kunnen worden beschouwd. Deze afbeeldingen zijn in de eerste plaats afgedrukt bij de twee genoemde winkels, nadat verdachte middels zijn gegevensdragers bestellingen tot het afdrukken van deze foto’s had gedaan. Daarnaast zijn op gegevensdragers in de woning van verdachte een groot aantal afbeeldingen aangetroffen.

Verdachte heeft over deze afbeeldingen ook ter terechtzitting toegegeven dat enkele hiervan kinderpornografisch zijn, maar gesteld dat het merendeel van de aangetroffen afbeeldingen als naturistische afbeeldingen dienen te worden beschouwd. De verdediging heeft voorts specifiek aangegeven welke afbeeldingen wel en welke afbeeldingen niet als kinderpornografisch kunnen worden beschouwd.

Bij dit feit draait het om de vraag wat dient te worden verstaan onder ‘een afbeelding van een seksuele gedraging’ als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De Hoge Raad heeft bij arrest van 7 december 2010 (NJ 2011, 81) overwogen dat deze vraag dient te worden beantwoord tegen de achtergrond van de toepasselijke internationale wetgeving alsmede de wetsgeschiedenis van artikel 240b Sr. De Hoge Raad heeft in genoemd arrest overwogen dat gelet op onder meer die bronnen moet worden aangenomen dat artikel 240b Sr vooreerst ziet op een afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard, zoals die aan de hand van de afbeelding zelf kan worden vastgesteld, waaronder begrepen het op zinnenprikkelende wijze tonen van de geslachtsdelen of de schaamstreek. Het gaat hierbij om een gedraging die reeds door haar karakter strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Voorts ziet artikel 240b Sr op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard in de hiervoor aangegeven zin toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is totstandgekomen eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden ‘onschuldig’ zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft. De Hoge Raad heeft bovendien opgemerkt dat voor de toepassing van artikel 240b Sr niet noodzakelijk is dat vaststaat dat de jeugdige is geschaad.

Eerder heeft de Hoge Raad bij arrest van 7 december 2004 (NJ 2006, 62) overwogen dat voor de bewezenverklaring en strafbaarheid op grond van artikel 240b Sr niet noodzakelijk is dat de werkelijke leeftijd van de afgebeelde persoon of personen onder de zestien jaren ligt. Naar de tekst en de strekking van deze bepaling gaat het er immers om of gelet op de afbeelding het kind er jonger dan zestien jaar uitziet.

De in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen zijn door gecertificeerde zedenrechercheurs bekeken en beschreven, welke beschrijvingen zich in het procesdossier bevinden. De rechtbank heeft de afbeeldingen ook zelf bekeken.

Op grond van de beschrijvingen door de zedenrechercheurs en de eigen waarneming van de rechtbank komt de rechtbank, gelet op de door de Hoge Raad hierboven omschreven criteria, tot het oordeel dat op de in de bewezenverklaring genoemde afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken. De rechtbank stelt vast dat op deze afbeeldingen personen die de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, geheel of gedeeltelijk naakt hebben geposeerd, waarbij door het camerastandpunt, of de onnatuurlijke pose of de wijze van kleden van die personen, nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld worden gebracht.

Met betrekking tot een aantal afbeeldingen die in de tenlastelegging zijn opgenomen, is de rechtbank echter niet tot de overtuiging gekomen dat deze als kinderpornografisch kunnen worden aangeduid. Het gaat hierbij om de volgende afbeeldingen:

(zaak 1): nummer 7 op blz. 72;

nummer 8 op blz. 72-73;

(zaak 2): nummer 4 op blz. 79-80;

(zaak 4): nummer 7 op blz. 152;

nummer 11 op blz. 154;

nummer 17 op blz. 156-157;

nummer 23 op 159.

Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van de voorhanden zijnde stukken het aantal aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen, waarvan het bezit aan verdachte kan worden toegeschreven, niet exact vast te stellen. In de processen-verbaal van de politie staat vermeld dat het uitgangspunt bij de beschrijving van de afbeeldingen is dat de beschreven en tenlastegelegde afbeeldingen telkens een algemeen beeld van het desbetreffende deel van de collectie geven. Daarom komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van een hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen.

Op grond van het procesdossier kan niet worden bewezen dat verdachte zich heeft beziggehouden met het verspreiden, vervaardigen, invoeren of uitvoeren van kinderpornografische afbeeldingen. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van het tenlastegelegde feit dan ook vrijspreken.

Nu verdachte tweemaal eerder is veroordeeld voor het bezit van kinderporno en verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij dwangmatig verzamelaar is van onder meer deze afbeeldingen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van de kinderpornografische afbeeldingen.

4.3.2 Feit 2

Na een doorzoeking op 30 november 2010 in de woning van verdachte zijn onder meer aangetroffen en in beslaggenomen 19 dvd’s en 4 videobanden. Op de hoezen van deze dvd’s en videobanden zijn meerdere afbeeldingen aangetroffen, welke door een gecertificeerde zedenrechercheur als dierenpornografisch zijn gekwalificeerd. Op de dvd’s en videobanden zijn meerdere films aangetroffen, welke door een gecertificeerde zedenrechercheur als dierenpornografisch zijn gekwalificeerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij dierenporno in zijn bezit heeft gehad. Verdachte heeft verklaard dat hij de videoband met dierenporno minimaal een jaar in zijn bezit heeft.

Aanvullende overwegingen

De in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen op de foto’s en films zijn door een gecertificeerde zedenrechercheur bekeken en beschreven, welke beschrijvingen zich in het procesdossier bevinden. De rechtbank heeft de afbeeldingen ook zelf bekeken.

Op grond van de beschrijvingen door de zedenrechercheur en de eigen waarneming van de rechtbank acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte afbeeldingen met dierenporno in zijn bezit heeft gehad.

Op grond van het procesdossier kan niet worden bewezen dat verdachte zich heeft beziggehouden met het verspreiden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren of uitvoeren van dierenpornografische afbeeldingen of films. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van het tenlastegelegde feit dan ook vrijspreken.

Nu verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij dwangmatig verzamelaar is van onder meer deze afbeeldingen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van de dierenpornografische afbeeldingen.

4.3.3 Feit 3

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 17 maart 2011 ;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 februari 2011 van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2010 van [verbalisant 3].

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 11 augustus 2009 tot en met 06 december 2010 te Utrecht, meermalen foto's,

althans

* gegevensdragers, te weten:

- twee USB-sticks en

- een geheugenkaart (Micro-SD kaart) en

- meer CD's en

- twee telefoons (merk LG)

bevattende afbeeldingen en

* een hoeveelheid fotoafdrukken, met daarop een hoeveelheid afbeeldingen telkens heeft in bezit gehad,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken en welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van die personen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden

(ZAAK 1)

- nummer 3 op blz. 70-71 en nummer 4 op blz. 71 en nummer 5 op blz. 71 en nummer 6 op blz. 72 van het proces-verbaal genummerd 1102161200.end

en

(ZAAK 2)

- nummer 1 op blz. 78 en nummer 2 op blz. 78-79 en nummer 3 op blz. 79 en nummer 5 op blz. 80 van het proces-verbaal genummerd 1102161200.end

en

(ZAAK 4)

- nummer 01 op blz. 149 en nummer 02 op blz. 149-150 en nummer 03 op blz. 150 en nummer 04 op blz. 150-151 en nummer 05 op blz. 151 en nummer 06 op blz. 151-152 en nummer 08 op blz. 152-153 en nummer 09 op blz. 153 en nummer 10 op blz. 153-154 en nummer 12 op blz. 154 en nummer 13 op blz. 155 en nummer 14 op blz. 155 en nummer 15 op blz. 155-156 en nummer 16 op blz. 156 en nummer 18 op blz. 157 en nummer 19 op blz. 157-158 en nummer 20 op blz. 158 en nummer 21 op blz. 158-159 en nummer 22 op blz. 159 en nummer 24 op blz. 160 en nummer 25 op blz. 160 van het proces-verbaal genummerd 1102161200.end)

en

(ZAAK 4)

- het houden van een stijve penis van een kennelijk volwassen man voor de mond van een kind van ongeveer tussen de 10 en 14 jaar oud, terwijl uit de penis een op sperma gelijkende substantie komt (nummer 26 op blz. 160-161 van het proces-verbaal genummerd 1102161200.end)

en

(ZAAK 4)

- het elkaar omhelzen en op de mond kussen van twee jongens van ongeveer tussen de 6 en 8 jaar oud, terwijl zij vermoedelijk geheel naakt onder een douche staan (nummer 27 op blz. 161 van het proces-verbaal genummerd 1102161200.end)

en

(ZAAK 4)

- het in de mond nemen van de penis van een jongen van ongeveer tussen de 7 en 10 jaar oud door een volwassen man (nummer 28 op blz. 161 van het proces-verbaal genummerd 1102161200.end),

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

2.

op tijdstippen in de periode van 1 juli 2010 tot en met 6 december 2010 te Utrecht,

meermalen telkens foto's en films,

althans gegevensdragers, te weten

- DVD's en 4 videobanden

bevattende afbeeldingen (te weten foto’s en films),

telkens in bezit heeft gehad,

terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn waarbij mens en een dier zijn betrokken,

welke ontuchtige handelingen bestonden uit (onder meer)

[zie blz. 187-189 van het proces-verbaal genummerd 1102161200)

- een volwassen vrouw die zichzelf vaginaal penetreert met een koikarper en

- een volwassen vrouw die zichzelf vaginaal penetreert met een slang en

- een volwassen vrouw die de penis van een paard in de mond neemt en

- een volwassen vrouw die vaginaal wordt gepenetreerd door een paard en

- een volwassen vrouw die zichzelf vaginaal penetreert met een worst,

waarna een kat voornoemde worst uit de vagina van voornoemde vrouw eet en

- een volwassen vrouw die haar vagina laat likken door een hond en

- een volwassen vrouw die vaginaal wordt gepenetreerd door een hond

- een volwassen vrouw die de penis van een hond in de mond neemt en aan de penis van een hond zuigt en

- een of meer volwassen mannen die een of meer geiten en paarden en schapen vaginaal en anaal penetreren,

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

3.

hij op een tijdstip in de periode van 1 juni 2009 tot en met 6 december 2010 te Utrecht

wapens van categorie I onder 7°, te weten nabootsingen van een

- volautomatisch vuurwapen (merk M-16 en/of Diemaco) en

- een pistool (merk Heckler & Koch, type Universal Selbstlade Pistole),

die door hun vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoonden met een volautomatisch vuurwapen (merk M-16 en/of Diemaco) en een pistool (merk Heckler & Koch, type Universal Selbstlade Pistole), voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1: Een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

Feit 2: Een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

Feit 3: Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn

strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen acht gevorderd aan verdachte op te leggen met betrekking tot de feiten 1 en 2 een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De proeftijd dient hierbij te worden vastgesteld op 5 jaren. Aan verdachte dienen als bijzondere voorwaarden te worden opgelegd dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt een ambulante behandeling. Met betrekking tot feit 3 vordert de officier van justitie een geldboete van € 200, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis.

De officier van justitie geeft aan dat ook enkel het bezit van kinderporno zeer schadelijk is voor de betrokken kinderen. De beelden met poserende kinderen hebben de overhand, er zijn slechts enkele afbeeldingen waarop seksuele handelingen worden verricht. Uit het rapport van de psychiater blijkt dat verdachte telkens zelf de keuze maakt om de kinder- en dierenpornografische afbeeldingen te verzamelen. Gelet op de twee eerdere veroordelingen is een gevangenisstraf passend en geboden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de omstandigheid dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. De situatie van verdachte is zorgelijk, zodat behandeling noodzakelijk is.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft opgemerkt dat het met verdachte bergafwaarts is gegaan, nadat hij in het kader van een bijzondere voorwaarde vanwege kinderpornobezit bij de Waag in Utrecht is geweest voor een behandeling. Verdachte heeft thans een woede ontwikkeld tegen De Waag in Utrecht, die hij niet kan uiten. Opnieuw is duidelijk dat verdachte behandeld dient te worden. Verdachte heeft grote problemen en leeft in een sociaal isolement. Er dient een mogelijkheid te worden gevonden waarbij verdachte zijn drang in de hand kan houden. Niet alleen speelt hier de kwestie van behandeling, ook dient er aandacht te zijn voor het opbouwen en het in stand houden van de sociale contacten van verdachte. De Waag in Amsterdam zou bereid zijn om verdachte te behandelen. Thans is niet duidelijk of Kade 17 de door verdachte benodigde behandeling aanbiedt. De verdediging verzoekt de rechtbank een gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur een maand langer is dan de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, zodat vóór zijn vrijlating de noodzakelijke behandeling en hulpverlening voor verdachte kan worden georganiseerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte.

Daarbij heeft de rechtbank met betrekking tot de feiten 1 en 2 het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een groot aantal kinderpornografische en dierenpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad. De rechtbank overweegt dat het bezit van dergelijke porno buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van de kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Verdachte heeft hierbij ten tijde van het plegen van de feiten kennelijk nimmer stilgestaan terwijl hij dit wel had moeten doen, zeker gezien zijn eerdere veroordelingen wegens het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen.

De rechtbank rekent dit verdachte aan. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno downloaden en verzamelen.

Het tevens in de woning van verdachte aangetroffen kinderondergoed en een gruwelijk verhaal over de ontvoering en verkrachting van een jong kind, baart de rechtbank ernstige zorgen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een dwangmatig verzamelaar is en dat de drang om deze afbeeldingen te verzamelen, sterker is dan hijzelf. Dit onderstreept het belang van een gedwongen behandeling. Verdachte heeft zelf ook te kennen gegeven dat hij inziet dat er ‘iets’ moet gebeuren, omdat het niet goed met hem gaat en hij van zijn dwangmatige obsessie(s) wil afkomen.

De rechtbank heeft gelet op een Pro Justitia rapport van psychiater M. Drost van 4 februari 2011. De psychiater heeft vastgesteld dat verdachte lijdt aan de stoornis van Asperger. Een van de kenmerken van de stoornis van Asperger is een obsessieve manier van denken en handelen, zo blijkt uit het rapport. De psychiater adviseert verdachte voor het tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De psychiater acht de kans op herhaling van soortgelijk gedrag groot. De psychiater adviseert een ambulante forensisch psychiatrische behandeling, gericht op het indammen van het grensoverschrijdende gedrag van verdachte. Op deze manier zou verdachte kunnen blijven werken, wat een van de gebieden is waar hij goed functioneert. Een en ander zou kunnen worden uitgevoerd in het kader van een bijzondere voorwaarde.

De rechtbank heeft tevens gelet de rapporten van de Reclassering van 15 februari 2011 en 9 maart 2011. De reclassering adviseert in laatstgenoemd rapport een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een behandelverplichting. De behandeling kan worden gevolgd bij Kade 17 van Altrecht Aventurijn of een soortgelijke instelling.

Gelet op de omstandigheid dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht en gelet op de omstandigheid dat niet alle afbeeldingen door de rechtbank als kinderpornografisch zijn gekwalificeerd, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat, gegeven het uitgangspunt dat de in de tenlastegelegging omschreven foto’s een algemeen beeld van de collectie geven, kan worden aangenomen dat (ook) van de foto’s die niet in de tenlastelegging zijn omschreven een aantal niet als kinderpornografisch kan worden aangemerkt, Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk passend en geboden. Met het voorwaardelijke gedeelte van de straf wordt enerzijds beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en anderzijds maakt dit een verplichte begeleiding door de Reclassering mogelijk. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden als genoemd in het rapport van de Reclassering overnemen. Gezien de problematiek van verdachte acht de rechtbank het van groot belang dat verdachte een dergelijke behandeling zal volgen.

Gelet op het reclasseringsadvies en de verklaringen van verdachte, moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte in het geval van beëindiging van behandeling en reclasseringscontact wederom een soortgelijk misdrijf zal begaan. De rechtbank bepaalt daarom dat de duur van de proeftijd langer dient te zijn dan de gebruikelijke twee jaren en acht oplegging van een proeftijd van drie jaren wenselijk en geboden.

Met betrekking tot feit 3 zal de rechtbank, gelijk de officier van justitie heeft gevorderd, een geldboete van € 200,00 opleggen, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis.

7 Het beslag

7.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

Met betrekking tot de op de beslaglijst vermelde doos met foto’s (onder 7), zal de rechtbank enkel de teruggave gelasten van die foto’s die niet als kinderpornografisch kunnen worden gekwalificeerd, gelijk de officier van justitie heeft gevorderd.

7.2 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat de voorwerpen bij het onderzoek naar de tenlastegelegde feiten zijn aangetroffen, terwijl de voorwerpen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Met betrekking tot de op de beslaglijst vermelde doos met foto’s (onder 7), zal de rechtbank onttrekken aan het verkeer die foto’s die als kinderpornografisch kunnen worden gekwalificeerd, gelijk de officier van justitie heeft gevorderd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 23, 24, 24c, 36b, 36d, 240b en 254a van het Wetboek van Strafrecht en artikel 13 Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

Feit 2: Een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

Feit 3: Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

Met betrekking tot feit 1 en feit 2

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van negen (9) maanden, waarvan drie (3) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie (3) jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt een behandeling bij Altrecht Aventurijn, Kade 17, of een soortgelijke instelling;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Met betrekking tot feit 3

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 200,=;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 4 dagen;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd onder 1 (met uitzondering van het in de Nikon fotocamera aangetroffen rolletje, zie hierna), 6 (met uitzondering van de dvd, zie hierna), 7 (alleen die foto’s die niet als kinderpornografisch kunnen worden gekwalificeerd) en 8;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd onder 1 (het in de Nikon fotocamera aangetroffen rolletje), 2, 3, 4, 5, 6 (de dvd) en 7 (alleen die foto’s die als kinderpornografisch kunnen worden gekwalificeerd).

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mr. S. Wijna en mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Reitsma, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 31 maart 2011.

Mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn en mr. A.J. Reitsma zijn niet in staat dit vonnis mee te ondertekenen.