Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0382

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
16-03-2011
Datum publicatie
06-04-2011
Zaaknummer
695253 UC EXPL 10-8548 H
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

algemene voorwaarden, exoneratie zichtbaar in garderobe opgehangen, onredelijk bezwarend beding, rov 1.5. en 1.6.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2011/60
NJF 2011/308
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector Civiel

Kantonrechter

Locatie Utrecht

zaaknummer: 695253 UC EXPL 10-8548 H

vonnis d.d. 16 maart 2011

inzake

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

verder ook te noemen [eiseres],

eisende partij,

gemachtigde: mr. R.C.J. Bösecke (ARAG-Nederland N.V.),

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Café-Restaurant [A],

gevestigd te [woonplaats],

verder ook te noemen [gedaagde]

gedaagde partij.

Het verloop van de procedure

[eiseres] heeft een vordering ingesteld.

[gedaagde] heeft geantwoord op de vordering.

[eiseres] heeft voor repliek en [gedaagde] heeft voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

Het geschil en de beoordeling daarvan

1.1. [eiseres] heeft in de nacht van 22 op 23 december 2009 haar jas, ter waarde van € 688,00, bij de garderobe van uitgaansgelegenheid Escape Club afgegeven tegen betaling van € 1,50. Toen zij haar jas wilde ophalen, bleek bij inlevering van het bonnetje dat zij bij afgifte van de jas had meekregen dat haar jas verdwenen was.

1.2. Namens [eiseres] is aan [gedaagde] vergoeding van de waarde van de jas gevraagd. [gedaagde] heeft daarop tweemaal een bedrag van € 150,00 betaald. [eiseres] vordert in deze procedure betaling van de resterende € 388,00 van de waarde van haar jas, en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 158,50, alles vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. [eiseres] stelt dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan haar zorgplicht door de overeenkomst tot bewaarneming van de jas niet naar behoren na te leven.

1.3. Escape Club wordt gedreven door de vennootschap Escape B.V. Nadat [gedaagde] in haar verweer heeft uitgelegd dat de jas is afgegeven in Escape Club, gedreven door Escape B.V. en niet in Escape Caffe dat wel door [gedaagde] wordt geëxploiteerd, voert [gedaagde] inhoudelijk verweer en verbindt zij er geen rechtsgevolgen aan dat zij in plaats van Escape B.V. is gedagvaard. De kantonrechter houdt het er daarom voor dat kennelijk tussen [gedaagde] en Escape B.V. is overeengekomen dat [gedaagde] voor de procedure in de rechten en plichten van Escape B.V. treedt zodat zij de zaak vervolgens inhoudelijk zal beoordelen.

1.4. [gedaagde] stelt dat zij tot niet meer dan € 150,00 is verplicht aan [eiseres] te betalen op grond van de algemene voorwaarden die zichtbaar bij de garderobe zijn opgehangen. Hierin is onder andere opgenomen:

“1. Gebruik van de garderobe geschiedt op eigen risico van de gebruiker. Titel 9 van Boek 7 Burgerlijk Wetboek inzake “bewaarneming” is niet van toepassing op overeenkomsten tussen Escape B.V. en gebruikers van de garderobe.

(…)

7. Escape club is niet aansprakelijk voor schade van de gebruiker, met uitzondering van schade veroorzaakt door opzet of grove nalatigheid van haarzelf of haar medewerkers. Aansprakelijkheid voor indirecte of gevolgschade is uitgesloten. De aansprakelijkheid van escape is te allen tijde beperkt tot euro 150 per in bewaring gegeven item (inclusief de inhoud daarvan.”

1.5. Volgens [eiseres] kan [gedaagde] zich niet beroepen op deze uitsluiting van aansprakelijkheid, omdat [gedaagde] de algemene voorwaarden niet aan [eiseres] heeft overhandigd toen [eiseres] haar jas afgaf, zodat om die reden de algemene voorwaarden door [eiseres] zijn vernietigd. De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] geen beroep op vernietigbaarheid van het exoneratiebeding op die grond toekomt, omdat zij bij het tegen betaling afgeven van haar jas, bekend geacht kon worden met de exoneratieclausule. Het gaat immers om een eenvoudige clausule, die zoals door [gedaagde] onweersproken is gesteld, bij de garderobe is opgehangen. [gedaagde] heeft terecht aangevoerd dat het vanuit praktisch oogpunt ondoenlijk is om een ieder die zijn of haar jas afgeeft de algemene voorwaarden ter hand te stellen.

1.6. Dan heeft [eiseres] nog aangevoerd dat de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn omdat [gedaagde] door middel van de exoneratie zich tracht te bevrijden van haar wettelijke plicht tot schadevergoeding (artikel 6:237 onder f van het Burgerlijk Wetboek). De kantonrechter is van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als een overeenkomst tot bewaarneming en dat, door de jas niet terug te kunnen geven, [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de naleving daarvan. Voorts is bij de beoordeling van belang dat de overeenkomst is gesloten tussen een consument ([eiseres]) en een professionele exploitant van een horeca-onderneming, zodat er (enige) ongelijkheid tussen partijen bestaat. Door in de algemene voorwaarden op te nemen dat de wettelijke bepaling ten aanzien van bewaarneming niet geldend is en dat [gedaagde] tot niet meer dan vergoeding van € 150,00 gehouden is, is artikel 6:237 onder f BW van toepassing en wordt de uitsluiting van aansprakelijkheid door [gedaagde] vermoed onredelijk bezwarend te zijn. [gedaagde] heeft geen argumenten aangevoerd waarom zij tot exoneratie zou zijn genoopt, zodat dit vermoeden niet is weerlegd en het beroep van [eiseres] op vernietigbaarheid daarvan slaagt. De vordering tot betaling van de resterende € 388,00 en de daarover verschuldigde rente zal worden toegewezen nu tegen het bedrag op zichzelf geen verweer is gevoerd en de rente verschuldigd is op grond van de wet.

1.6.1. [eiseres] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten dient te worden gesteld en onderbouwd op grond waarvan deze verschuldigd zijn en voorts dat genoemde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Daarbij hanteert de kantonrechter conform het rapport Voorwerk II het uitgangspunt dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

[eiseres] heeft ter onderbouwing van de gestelde buitengerechtelijke incassokosten een opsomming gegeven van een aantal standaard werkzaamheden die in het kader van een incassozaak moeten worden verricht. Daarmee is niet althans onvoldoende gesteld en onderbouwd dat daadwerkelijk verdergaande buitengerechtelijke incassokosten zijn gemaakt voor verrichtingen als hiervoor omschreven. De kosten waarvan [eiseres] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten, reden waarom de kantonrechter dit onderdeel van de vordering zal afwijzen.

1.6.2. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- explootkosten € 91,50

- vast recht € 158,00

- salaris gemachtigde € 120,00 ( 2 punten x tarief € 60,00

Totaal € 369,50

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 388,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2009 tot de voldoening;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 369,50;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Phaff, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2011.