Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP9464

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-03-2011
Datum publicatie
31-03-2011
Zaaknummer
303529 / FA RK 11-1796
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Benoeming bijzondere curator op grond van artikel 1:250 BW. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een belangenconflict als bedoeld in artikel 1:250 BW. De rechtbank acht het in het belang van de minderjarige dat een neutraal persoon haar belangen, zowel in als buiten rechte, zal vertegenwoordigen."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector Familie & Toezicht

zaaknummer / rekestnummer: 303529 / FA RK 11-1796

benoeming bijzondere curator

Beschikking van 30 maart 2011

in de zaak van

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

nader te noemen de moeder,

advocaat mr. G. van De Nesse,

tegen

[de vader],

wonende te [woonplaats],

nader te noemen de vader,

advocaat mr. D. Vrolijks,

waarin belanghebbende is

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

gevestigd te Utrecht.

1. Verloop van de procedure

1.1. Uit de inhoud van het verzoekschrift (met bijlagen) blijkt dat door de moeder de benoeming van een bijzondere curator op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek wordt verzocht.

1.2. De rechtbank heeft kennisgenomen van het nadien ingekomen faxbericht d.d. 21 maart 2011 met producties van de zijde van de vader.

1.3. De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 22 maart 2011. Hierbij zijn verschenen:

- de moeder met haar advocaat,

- de vader met zijn advocaat,

- de heer M.C. Oosterom, namens de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Utrecht (nader te noemen: de Raad).

2. Vaststaande feiten

2.1. Het minderjarige kind van part[kind 1]is:

[kind 1], geboren op [2008] te [geboorteplaats].

2.2. Het huwelijk van partijen is door echtscheiding ontbonden.

2.3. Partijen zijn van rechtswege belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige [kind 1].

2.4. Bij vaststellingsovereenkomst d.d. 18 februari 2009, die deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 8 juli 2009, is de hoofdverblijfplaats van [kind 1] bij de moeder vastgesteld. Daarnaast is hierbij een zorgregeling vastgesteld, waarbij [kind 1] gedurende de oneven weken bij de vader verblijft en gedurende de even weken bij de moeder.

2.5. Op 30 augustus 2010 is de moeder een geregistreerd partnerschap aangegaan met [partner moeder] (nader te noemen: de partner van moeder).

2.6. De moeder is ongeneeslijk ziek en zal op korte termijn overlijden.

2.7. Bij vonnis in kort geding van 10 september 2010 is bepaald dat de vader zich dient te houden aan de zorgregeling conform de vaststellingsovereenkomst d.d. 18 februari 2009.

3. Het geschil

3.1. De moeder heeft de benoeming van een bijzondere curator op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht, opdat deze [kind 1] zowel in als buiten rechte zal kunnen vertegenwoordigen respectievelijk haar belangen zal kunnen behartigen.

De moeder heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij naar verwachting binnen enkele weken zal overlijden. Zij acht het in het belang van [kind 1] dat de huidige zorgregeling na haar overlijden zal worden gecontinueerd, in die zin dat [kind 1] gedurende de oneven weken bij de vader verblijft en gedurende de even weken bij de partner van de moeder.

3.2. De vader heeft verweer gevoerd en verzocht om het verzoek van de moeder af te wijzen. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 1:250 BW, aangezien er geen conflict is tussen [kind 1] en haar wettelijke vertegenwoordiger(s).

3.3. Naar de mening van de Raad voor de Kinderbescherming is er sprake van een zeer zorgelijke situatie voor [kind 1]. De Raad kan onvoldoende inschatten of een bijzondere curator de belangen van [kind 1] voldoende kan behartigen en acht (on)vrijwillige hulpverlening geïndiceerd. Ter zitting heeft de Raad een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling gedaan (zaaknummer: 303762 / JE RK 11-777).

3.4. Op de standpunten van partijen (en de belanghebbende) wordt, voor zover nodig, hierna nader ingegaan.

4. Beoordeling van het verzochte

4.1. De rechtbank kan op grond van artikel 1:250 BW een bijzondere curator benoemen om de minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen wanneer in aangelegenheden betreffende diens verzorging en opvoeding de belangen van de met het gezag belaste ouders (of een van hen) in strijd zijn met die van de minderjarige, indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen. In dit kader stelt de rechtbank vast dat een bijzondere curator slechts kan worden benoemd indien er sprake is van een wezenlijk conflict en niet bij algemene opvoedingsproblemen.

4.2. De stellingen van de moeder komen erop neer dat in haar visie [kind 1] er belang bij heeft dat zij na het overlijden van de moeder niet tevens het contact met de partner van de moeder verliest en/of wordt weggehaald uit de vertrouwde leefomgeving waar zij sinds februari 2009 om de week verblijft. Deze visie op het belang van [kind 1] staat lijnrecht tegenover de visie van de vader op het belang van [kind 1], inhoudende dat [kind 1] na het overlijden van de moeder fulltime bij hem – als gezagdragende ouder – zal verblijven, waarbij het contact met de partner van de moeder volledig wordt afgebouwd. Gelet hierop is er naar het oordeel van de rechtbank – anders dan de vader stelt – wel degelijk sprake van een belangenconflict als bedoeld in artikel 1:250 BW. In het kader van deze procedure kan niet beoordeeld worden wat het beste voor [kind 1] zal zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat de tegenstrijdige visies van de ouders op het belang van [kind 1] zijn ingegeven door oprechte zorg, liefde en de wens haar het beste te gunnen. De rechtbank kan dan ook niet anders dan concluderen dat in ieder geval de mogelijkheid bestaat dat de visie van de vader niet de enige visie op het belang van [kind 1] is. Daarmee is niet gezegd dat de visie van de moeder de juiste is, maar is wel duidelijk dat het in het belang van [kind 1] is dat een neutraal persoon haar standpunt verwoordt. Dit klemt te meer aangezien tussen de ouders reeds gerechtelijke procedures aanhangig zijn en daarnaast procedures te voorzien zijn tussen de partner van de moeder en de vader.

4.3. Nu er sprake is van een wezenlijk conflict (betreffende de zorgregeling/ verblijfplaats van [kind 1] na het overlijden van de moeder) waarbij het belang van [kind 1] strijdig is met de belangen van de met het gezag belaste ouder(s), acht de rechtbank het in het belang van [kind 1] noodzakelijk dat een bijzondere curator wordt benoemd. Hierbij acht de rechtbank mede van belang dat thans (nog) geen sprake is van begeleiding van [kind 1] door de Raad voor de Kinderbescherming dan wel Bureau Jeugdzorg. De omstandigheid dat de vader stelt dat hij Bureau Jeugdzorg voor advies heeft geraadpleegd, doet hieraan niet af.

4.4. De rechtbank zal mr. A.M.C.J. Klostermann als bijzondere curator over [kind 1] benoemen, tot en met 31 december 2011, met als opdracht de belangen van [kind 1], zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen met betrekking tot haar contacten met de vader, de moeder en de partner van de moeder. De bijzondere curator wordt verzocht om zo spoedig mogelijk contact op te nemen met alle belanghebbenden – waaronder ook de Raad voor de Kinderbescherming en eventueel Bureau Jeugdzorg – om te onderzoeken op welke wijze zij [kind 1] het best kan vertegenwoordigen. Hierbij wijst de rechtbank de bijzondere curator erop dat partijen (desgevraagd) in de gelegenheid zijn gesteld om nader verweer te voeren tegen het verzoek van de Raad tot voorlopige ondertoezichtstelling van [kind 1], waarna de rechtbank in beginsel op 13 april a.s. op dit verzoek zal beslissen.

5. Beslissing

De rechtbank:

5.1. benoemt, met ingang van heden tot 1 januari 2012, tot bijzondere curator over

de minderjarige [kind 1], geboren op [2008] te [geboorteplaats]:

mr. A.M.C.J. Klostermann, Groenmarktstraat 20, 3521 AV Utrecht,

5.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Verouden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2011.?