Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP9322

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-03-2011
Datum publicatie
22-04-2011
Zaaknummer
281315 / HA ZA 10-237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk op auteursrechten Indiase film. Bevoegdheid om Indiase auteursrechthebbende in rechte te vertegenwoordigen. Dat sprake is van een geringe inbreuk en/of dat gedaagde te goeder trouw was, is voor toewijzing van de vorderingen niet van belang, omdat de Auteurswet daaraan, in ieder geval voor de toewijsbaarheid van de gevorderde bevelen, geen gevolgen verbindt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector Civiel, handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 281315 / HA ZA 10-237

Vonnis van 23 maart 2011

in de zaak van

de stichting

STICHTING INDIAN FILM AND MUSIC,

gevestigd te Tilburg,

eiseres,

advocaat mr. A.K. Ramdas te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

h.o.d.n. [naam],

wonende althans zaakdoende te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. D. van Kampen te Utrecht.

Partijen zullen hierna Sifam en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 maart 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 23 juni 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Sifam is een onderneming die zich blijkens haar statuten bezighoudt met - kort gezegd - het handhaven van de auteursrechten van degenen die haar daartoe hebben gevolmachtigd.

2.2. Op 18 maart 2009 heeft een deurwaarder zich, in opdracht van Sifam, begeven naar de eenmanszaak van [gedaagde], waar hij onder meer twee DVD's heeft gekocht van de film “Jai Veeru”. Van deze constatering heeft de deurwaarder proces-verbaal opgemaakt.

2.3. Bij brief van 6 april 2009 heeft Sifam [gedaagde] van deze constatering op de hoogte gebracht, en hem gesommeerd de inbreuken op de auteursrechten te staken en een onthoudingsverklaring te tekenen.

2.4. Bij vonnis van 10 juli 2009 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [gedaagde] bevolen om iedere inbreuk op de rechten van Sifam, in het bijzonder die met betrekking tot de film “Jai Veeru”, te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom. In dit vonnis is overeenkomstig artikel 1019i Rv bepaald dat Sifam binnen zes maanden de eis in de hoofdzaak dient in te stellen.

3. Het geschil

3.1. Sifam vordert samengevat:

dat [gedaagde] bevolen wordt:

I. iedere inbreuk op de auteursrechten van Sifam, in het bijzonder die met betrekking tot de film “Jai Veeru”, althans ieder onrechtmatig handelen te staken en gestaakt te houden,

II. zijn afnemers te verzoeken om inbreukmakende beelddragers af te geven, en deze vervolgens ter vernietiging aan Sifam af te geven,

III. alle (reclame-)materialen waarin de beelddragers worden aangeboden of getoond ter vernietiging of verwijdering aan Sifam af te geven,

IV. aan Sifam een door een onafhankelijke registeraccountant gecertificeerde schriftelijke opgave te verstrekken met gedetailleerde en goed leesbare schriftelijke bewijsstukken met daarin bepaalde informatie over inbreukmakende beelddragers,

V. een brief met een bepaalde inhoud te sturen aan zijn afnemers van inbreukmakende beelddragers,

VI. een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom,

alsmede dat [gedaagde] veroordeeld wordt:

VII. de door Sifam en de auteursrechthebbende ten gevolge van de auteursrechtinbreuk en/of het onrechtmatig handelen geleden schade te vergoeden, alsmede de door de inbreukmakende handelingen gemaakte winst aan Sifam af te dragen, indien deze winst hoger is dan de geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met wettelijke rente,

VIII. tot vergoeding aan Sifam van de volledige proceskosten conform artikel 1019h Rv.

3.2. [gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank leidt uit het verweer van [gedaagde] af dat hij niet meer betwist dat hij heeft gehandeld in strijd met de Auteurswet. Voor zover [gedaagde] stelt dat er geen sprake is van verkoop van de betreffende film, maar van verhuur, geldt dat niet door hem is aangetoond dat deze verhuur met toestemming van de auteursrechthebbende heeft plaatsgevonden. Afgezien daarvan heeft [gedaagde] geen goede verklaring gegeven voor het feit dat de door Sifam ingeschakelde deurwaarder op een willekeurige door hem gekozen dag twee illegale exemplaren van de film “Jai Veeru” bij [gedaagde] heeft kunnen kopen.

4.2. De kern van het verweer van [gedaagde] is dat Sifam niet gerechtigd is om de auteursrechthebbende in rechte te vertegenwoordigen, en dat de vorderingen van Sifam niet toewijsbaar zijn, omdat hij daaraan al heeft voldaan, hij te goeder trouw was ten aanzien van de inkoop van de betreffende illegale DVD’s, en het een geringe inbreuk betreft (2 DVD’s die 6 keer verhuurd zijn).

4.3. Ter onderbouwing van haar bevoegdheid om de auteursrechthebbende op de film “Jai Veeru” in rechte te vertegenwoordigen heeft Sifam aangevoerd dat hij deze bevoegdheid langs twee wegen heeft verkregen:

- via een rechtstreekse volmacht van de auteursrechthebbende (de producent van de film), verleend bij verklaring van 12 maart 2009 (overgelegd door Sifam als productie 3),

- via een algemene volmacht (overgelegd door Sifam als productie 4) die op 9 januari 2006 aan Sifam is verleend door Kainth Music India Music Bank (nadien handelende onder de naam KMI Movies B.V.). Laatstgenoemde heeft ten aanzien van de onderhavige film bij overeenkomst van 12 maart 2009 (productie 15 van Sifam) een licentie en een volmacht gekregen van V One Entertainment Pvt Ltd (gevestigd te India). In de verklaring van 12 maart 2009, die Sifam als productie 3 heeft overgelegd, bevestigt de auteursrechthebbende dat zij haar auteursrecht en de handhaving daarvan heeft overgedragen aan laatstgenoemde vennootschap.

4.4. De rechtbank laat in het midden welk recht (Indiaas recht of Nederlands recht) van toepassing is op de overdracht van de auteursrechten. Immers, ook indien het naar Indiaas en Nederlands recht niet mogelijk zou zijn om na overdracht van de auteursrechten nog een volmacht te verstrekken aan een ander om haar in rechte te vertegenwoordigen, geldt dat Sifam in voldoende mate heeft aangetoond dat zij alsdan langs een andere weg, namelijk die van de hiervoor beschreven algemene volmacht, van de auteursrechthebbende het recht heeft verkregen om diens auteursrechten te handhaven. [gedaagde] heeft zijn twijfels ten aanzien van de rechtsgeldigheid van de onderliggende overeenkomsten en verklaringen onvoldoende geëxpliciteerd, zodat de rechtbank daaraan voorbijgaat.

4.5. Voor zover [gedaagde] heeft gesteld dat Sifam in ieder geval niet het recht heeft om op te komen tegen de inkoop door [gedaagde] van de betreffende DVD's, nu deze inkoop heeft plaatsgevonden vóór de volmachtverlening op 12 maart 2009, kan dit hem niet baten. Niet alleen de inkoop van de DVD's kan als een handeling in strijd met de Auteurswet worden aangemerkt, maar ook de verkoop van de DVD's (aan de deurwaarder). Die verkoop heeft na 12 maart 2009 plaatsgevonden, zodat Sifam om die reden gerechtigd is om de onderhavige vorderingen in te stellen.

4.6. Gelet op het onder 4.1 overwogene staat vast dat [gedaagde] door het verkopen van twee illegale DVD's van de film “Jai Veeru” aan de deurwaarder heeft gehandeld in strijd met de auteursrechten waarvoor Sifam opkomt. In beginsel zijn daarmee de vorderingen, die gebaseerd zijn op de Auteurswet, voor toewijzing vatbaar.

Dit zou alleen anders zijn, indien [gedaagde], zoals hij stelt, al aan de vorderingen heeft voldaan. Of dat zo is, zal hierna worden beoordeeld.

Dat sprake is van een geringe inbreuk en/of dat [gedaagde] te goeder trouw was, zoals [gedaagde] tevens stelt, is voor toewijzing van de vorderingen niet van belang, omdat de Auteurswet daaraan, in ieder geval voor de toewijsbaarheid van de gevorderde bevelen, geen gevolgen verbindt. Afgezien daarvan geldt dat niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] enig onderzoek heeft gepleegd ten aanzien van de legale herkomst van de DVD's. Daarmee kan niet van goede trouw aan de zijde van [gedaagde] worden gesproken en staat dit hoe dan ook niet aan toewijzing van de vorderingen in de weg.

4.7. [gedaagde] stelt dat hij heeft voldaan aan het in het kort gedingvonnis opgelegde bevel om iedere inbreuk op de rechten van Sifam, in het bijzonder die met betrekking tot de onderhavige film, te staken en gestaakt te houden. Hij verbindt daaraan de conclusie dat Sifam geen rechtens te respecteren belang heeft bij het opnieuw toewijzen van dat bevel.

4.8. De rechtbank stelt vast dat het kort gedingvonnis een geldigheidstermijn heeft van zes maanden (zie overweging 5.5 van dat vonnis). Dit betekent dat, nu [gedaagde] niet tot ondertekening van een onthoudingsverklaring is overgegaan, Sifam genoodzaakt was de onderhavige bodemprocedure aan te spannen, teneinde te voorkomen dat het gebod om iedere inbreuk te staken en gestaakt te houden haar kracht zou verliezen. De omstandigheid dat Sifam een inbreuk op auteursrechten heeft geconstateerd, en [gedaagde] (na daartoe te zijn verzocht door Sifam) geen onthoudingsverklaring heeft getekend, leidt ertoe dat Sifam er recht op heeft en belang bij heeft dat [gedaagde] een, ook voor de toekomst geldend, bevel opgelegd krijgt om zich van inbreuken op de auteursrechten te onthouden. Het gevorderde bevel zal derhalve worden toegewezen. Wel zal in het dictum duidelijker worden aangegeven dan in de vordering op welke auteursrechten van Sifam het bevel betrekking heeft.

4.9. Ten aanzien van de vorderingen onder II tot en met V stelt [gedaagde] dat hij daaraan al heeft voldaan (omdat hij alle informatie over de 2 illegale DVD’s en het 6 maal verhuren daarvan aan Sifam heeft verstrekt), dan wel dat hij daaraan niet kan voldoen (omdat hij geen verdere informatie of wetenschap heeft).

4.10. De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] stelt dat hij slechts twee DVD's van de betreffende film in zijn bezit heeft gehad. Daarmee valt niet goed te rijmen dat de deurwaarder op 18 maart 2009 2 exemplaren van deze film bij [gedaagde] heeft gekocht en [gedaagde] vervolgens ter gelegenheid van de daarop volgende kort gedingzitting heeft aangeboden nog een DVD van die film af te geven. Gelet op deze inconsistentie moet getwijfeld worden aan het waarheidsgehalte van de stelling van [gedaagde] dat hij aan de vorderingen heeft voldaan dan wel niet kan voldoen. Dit geldt te meer nu [gedaagde] ter comparitie niet is verschenen en (dus) ter zitting geen goede verklaring voor deze inconsistentie heeft kunnen geven.

Gelet op deze inconsistentie, in combinatie met het feit dat [gedaagde] heeft geweigerd een onthoudingsverklaring te tekenen, is het belang van Sifam bij toewijzing van de onder II tot en met IV bedoelde bevelen gegeven. Deze vorderingen zijn dan ook in beginsel toewijsbaar. Sifam heeft niet aangegeven wat haar specifieke belang is bij de gevorderde recall-brief (onder V) in het licht van de toewijzing van de onder II bedoelde vordering, zodat deze vordering zal worden afgewezen.

4.11. De rechtbank acht de vorderingen onder II tot en met IV wel te ruim geformuleerd, mede gezien het feit dat de vorderingen ook kunnen zien op handelingen die door derden worden verricht. De vorderingen zullen dan ook gewijzigd worden toegewezen.

4.12. Ten aanzien van de gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure (de vordering onder VII) geldt dat - gelet op voormelde inconsistentie - niet kan worden uitgesloten dat de schade die Sifam heeft geleden ten gevolge van inbreuken op de auteursrechten waarvoor zij opkomt, groter is dan [gedaagde] wenst toe te geven, zodat daarin een voldoende grond voor deze verwijzing is gelegen. De toewijsbaarheid van de gevorderde wettelijke rente zal in de schadestaatprocedure beoordeeld moeten worden, zodat de vordering in zoverre zal worden afgewezen.

4.13. Er zal een ruimere termijn dan gevorderd worden bepaald om aan het gevorderde te voldoen.

4.14. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.15. [gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Sifam heeft verzocht om veroordeling van [gedaagde] in de volledige proceskosten conform het bepaalde in artikel 1019h Rv. Zij heeft evenwel nagelaten een specificatie van deze kosten in het geding te brengen, zodat de rechtbank de kosten aan de hand van het liquidatietarievenbesluit zal begroten. De kosten aan de zijde van Sifam worden in dit licht begroot op:

- dagvaarding EUR 98,93

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.264,93

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. gebiedt [gedaagde] om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis in Nederland iedere inbreuk op de auteursrechten van Sifam op de films die zijn opgenomen in bijlage I bij de aan [gedaagde] toegezonden onthoudingsverklaring, te staken en gestaakt houden, en om meer in het bijzonder het aanbieden (ook via internet), het in voorraad (doen) hebben, het (doen) vervaardigen, het (doen) verkopen, het (doen) distribueren, het exporteren of anderszins naar het buitenland (doen) vervoeren, het importeren, marketen, (doen) afleveren of anderszins in het verkeer brengen van illegale beelddragers van de film “Jai Veem” te staken en gestaakt te houden,

5.2. gebiedt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan zijn afnemers en aan derden waarvan hij weet of redelijkerwijs kan weten of vermoeden dat zij beelddragers voorhanden hebben die inbreuk maken op de auteursrechten van Sifam (hierna: de inbreukmakende beelddragers), te verzoeken om de inbreukmakende beelddragers aan hem af te geven, alsmede om de door de afnemers of derden geretourneerde of afgegeven illegale beelddragers binnen 7 dagen na ontvangst daarvan voor eigen rekening en om niet ter vernietiging af te geven aan Sifam op een nader door Sifam te bepalen plaats in Nederland, een en ander op kosten van [gedaagde],

5.3. gebiedt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis alle (reclame-) materialen waarin de inbreukmakende beelddragers door hem worden aangeboden of getoond voor eigen rekening en om niet aan Sifam af te geven op een nader door Sifam te bepalen plaats in Nederland, alsmede om Sifam te machtigen deze (reclame-) materialen voor rekening van [gedaagde] te (doen) vernietigen,

5.4. gebiedt [gedaagde] om binnen dertig werkdagen na betekening van dit vonnis aan de raadsman van Sifam, mr. A.K. Ramdas, een door een onafhankelijke registeraccountant gecertificeerde schriftelijke opgave met gedetailleerde en goed leesbare schriftelijke bewijsstukken te verstrekken met daarin de volgende informatie:

a. de op de dag van betekening van dit vonnis aanwezige voorraad van de inbreukmakende beelddragers,

b. het totale aantal op de dag van betekening van dit vonnis door [gedaagde] in behandeling zijnde orders voor inbreukmakende beelddragers, alsmede de titel waarop zulks is geschied, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende correspondentie, orderbevestigingen en/ of facturen;

c. het totale aantal door of namens [gedaagde] gefabriceerde, ingekochte, bestelde, in bestelling genomen, verkochte en geleverde en/of op andere commerciële wijze in het verkeer gebrachte inbreukmakende beelddragers, alsmede de titel waarop zulks is geschied, zulks gerangschikt per bedrijf, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende correspondentie, orderbevestigingen en/of facturen,

d. naam, adres, telefoon- en faxnummer, web- en e-mailadressen van de afnemers van de inbreukmakende beelddragers, niet zijnde particulieren, zulks gerangschikt per bedrijf,

e. naam, adres, telefoon- en faxnummer, web- en e-mailadressen van de fabrikant(en), distributeur(s), importeur(s), tussenperso(o)n(en), producent(en) en leverancier(s) van de inbreukmakende beelddragers, zulks gerangschikt per bedrijf,

f. de kostprijs en/of de inkoopprijs, verkoopprijs van de verhandelde inbreukmakende beelddragers en de met die beelddragers door [gedaagde] behaalde omzet en winst, alsmede een duidelijke uiteenzetting over de wijze waarop de winst is berekend, zodanig dat er niet meer dan 5 % aan vaste kosten op de bruto winst in mindering wordt gebracht, zulks vergezeld van duidelijk en gedetailleerd schriftelijk bewijsmateriaal,

5.5. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Sifam van een vergoeding voor de door Sifam en KMI Movies B.V. als gevolg van de auteursrechtinbreuken geleden schade althans tot afdracht van de ten gevolge van de auteursrechtinbreuken door [gedaagde] genoten winst (indien de genoten winst hoger is dan de geleden schade), een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

5.6. veroordeelt [gedaagde] om aan Sifam een dwangsom te betalen van EUR 1.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de in 5.1 tot en met 5.4 uitgesproken bevelen voldoet, dan wel (ter keuze van Sifam) voor iedere overtreding van de bevelen, tot een maximum van EUR 10.000,-- per bevel is bereikt,

5.7. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Sifam tot op heden begroot op EUR 1.264,93,

5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.H. van Driel van Wageningen en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2011.