Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP9100

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
25-03-2011
Zaaknummer
291425 291425 HA ZA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen tijdige advocaatstelling; 6 EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rolbeslissing

RECHTBANK UTRECHT

Sector Civiel

zaaknummer rolnummer: 291425 HA ZA 10-1777 Rolbeslissing van 23 februari 2011

in de zaak van

commanditaire vennootschap

ECOBUILDINGS CV,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres,

advocaat mr. R.F. van den Heuvel te Rotterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.M.K.P. Cornegoor te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Ecobuildings en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure en de beoordeling

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de rolbeslissing van 24 november 2010,

- het faxbericht van [gedaagde] van 24 januari 2011,

- het faxbericht van Ecobuildings van 26 januari 2011.

1.2. [gedaagde] heeft de rechtbank op 24 januari 2011 verzocht de zaak op de rol te plaatsen voor conclusie van antwoord. Subsidiair vraagt hij om pleidooi toe te staan. Mocht ook dat verzoek worden afgewezen, verzoekt hij van de te nemen beslissing hoger beroep open te stellen.

1.3 Ecobuildings stelt dat er geen grond is voor het nemen van een conclusie van antwoord. Mocht de rechtbank hierover anders oordelen, dan wenst Ecobuildings dat de gevoegde procedure met het rolnummer 277043 / HA ZA 09-2565 (hierna: de Ecocern-procedure) hierdoor niet verder wordt vertraagd.

1.4 Op de stellingen van partijen zal, voor zover voor de beoordeling van belang, hierna worden ingegaan.

1.5 Met betrekking tot het verzoek tot het nemen van een conclusie van antwoord wijst [gedaagde] op het volgende. De wet geeft geen voorziening voor het geval de reeds verschenen partij na verwijzing niet van zich laat horen. Het recht om zich te verweren vervalt daarom pas wanneer vonnis gewezen is. Voorts is niet voldaan aan de voorwaarden om aan de gedaagde partij zijn recht te ontzeggen om zich tegen een vordering te verweren, nu de zaak niet voor antwoord op de rol heeft gestaan en geen akte niet-dienen is verleend. Niet aanvaardbaar is dat [gedaagde] geen gelegenheid zou hebben om op de dagvaarding te reageren, omdat in zijn zaak ook acht zal worden geslagen op hetgeen in de Econcern-procedurenaar voren wordt gebracht. Verder heeft de advocaat van Ecobuildings in strijd met het rolreglement en de gedragsregels geen afschriften van zijn berichten aan de advocaat van [gedaagde] gestuurd en dient deze niet-naleving niet voor rekening van [gedaagde] te komen. Voorts is de situatie dat [gedaagde] monddood gemaakt wordt zonder dat het belang bij een spoedige afhandeling van de zaak daarmee gediend wordt, in strijd met het recht op een eerlijk proces, zoals beschermd door artikel 6 EVRM, aldus [gedaagde].

1.6 Ecobuildings wijst erop dat het voor risico van [gedaagde] komt dat hij, na betekening van het oproepingsexploot aan zijn echtgenote, het exploot kennelijk niet aan nr. Cornegoor heeft doorgezonden, waardoor zich na verwijzing geen advocaat voor [gedaagde] gesteld heeft.

1.7. De rechtbank overweegt als volgt. Deze procedure diende in eerste instantie bij de rechtbank Haarlem. [gedaagde] heeft verwijzing naar de rechtbank Utrecht en voeging met de hier aanhangige Econcem-procedure gevorderd. Bij vonnis van 14 juli 2010 is die vordering toegewezen. [gedaagde] is door Ecobuildings bij exploot opgeroepen tegen de zitting van 4 augustus 2010. Ingevolge artikel 74 Rv heeft iedere partij het recht de overige partijen bij exploot op te roepen tegen de dag waarop zij de zaak ter rolle wil doen dienen. Het exploot kan worden gedaan aan het kantoor van de advocaat bij wie degene voor wie het exploot bestemd is laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen, maar kan uiteraard ook aan de persoon voor wie het bestemd is, of aan een huisgenoot of andere persoon worden achtergelaten. Uit het exploot blijkt dat deze binnen de voorgeschreven termijn is uitgebracht en dat afschrift is achterlaten aan de echtgenote van [gedaagde]. Op de rolzitting van 4 augustus 2010 heeft zich echter geen advocaat voor [gedaagde] gesteld. De zaak is hierop, met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk 7 van het landelijk rolreglement, aangehouden tot 25 augustus 2010 voor advocaatstelling aan de zijde van [gedaagde]. Op die datum heeft eveneens geen advocaatstelling plaatsgevonden en heeft Ecobuildings verzocht (verstek)vonnis te wijzen. Hierop is bij rolbeslissing van 24 november 2010 beslist dat de zaak (op tegenspraak) wordt verwezen naar de parkeerrol in afwachting van de Econcern-procedure. Overwogen is dat als de Econcem-procedure voor vonnis komt te staan, de onderhavige procedure ook voor vonnis zal worden gezet.

1.8 Dat de zaak niet eerder voor conclusie van antwoord heeft gestaan (en op dit punt ook geen akte niet-dienen is verleend) is omdat geen tijdige advocaatstelling heeft plaatsgevonden. Ecobuildings kon en heeft op dat moment vonnis gevraagd. Zonder dat advocaat is gesteld, kan de zaak immers niet op de rol worden geplaatst voor het nemen van een conclusie van antwoord.

1.9 In beginsel levert deze gang van zaken naar het oordeel van de rechtbank geen strijd op met artikel 6 EVRM. Voor een juridische procedure moeten heldere en kenbare spelregels gelden, als die er zijn kan een partij daar ook aan gehouden worden. Na verwijzing moet de advocaat zich opnieuw opstellen, als hij dat nalaat, zoals in het onderhavige geval, dient de rechtbank ervoor te waken dat enerzijds de procedure voortgang

vindt en anderzijds dat de niet-verschenen partij wel kennis heeft gekregen van de verwijzing en het opnieuw aanbrengen van de zaak. [gedaagde] wist van de verwijzing, die op zijn verzoek heeft plaatsgehad, en het exploot is aan zijn echtgenote in persoon betekend. Als er desondanks geen advocaat zich namens hem stelt, ook niet na aanhouding, komt dat in beginsel voor zijn rekening en risico.

1.10 [gedaagde] heeft er echter op gewezen dat hij in strijd met artikel 1.8 van het landelijk rolreglement geen afschriften van de communicatie van de advocaat van Ecobuildings met de rechtbank heeft ontvangen. Dit is door mr. Van den Heuwel erkend. Anders dan mr. Van den Heuvel stelt, kon naar het oordeel van de rechtbank van hem wel verlangd worden dat hij afschriften van de communicatie aan de rechtbank in deze procedure ook aan de advocaat van [gedaagde] had doen toekomen. Ook in het geval de advocaat van [gedaagde] zich nog niet in deze procedure had gesteld. Het betreft immers een procedure op tegenspraak, waarbij voor Ecobuildings bekend was welke advocaat voor [gedaagde] optrad in de procedure bij de rechtbank Haarlem. De rechtbank ziet in dit verzuim aanleiding [gedaagde] in de gelegenheid te stellen alsnog een conclusie van antwoord te nemen. Het belang van [gedaagde] bij het nemen van die conclusie is evident. Als de rechtbank dit nu niet toestaat, is de kans groot dat [gedaagde] hoger beroep zal instellen, daarmee is ook het belang van Ecobuildings niet gediend. Voorts is meegewogen dat dit niet hoeft te leiden tot een onredelijke vertraging van de procedure aangezien in de Econcern-¬procedure pas op 31 mei 2011 pleidooi zal worden gehouden. De rechtbank zal echter wel afwijkende termijnen stellen voor de in deze zaak te nemen conclusies. Uitstel zal niet worden toegestaan. De rechtbank zal voorts bepalen, zoals door partijen (subsidiair) verzocht, dat in deze zaak gelijktijdig met de Econcern-procedure pleidooi zal worden gehouden op 31 mei 2011. De termijn voor het nemen van de conclusie van antwoord is verkort tot vier weken, zodat partijen (desgewenst) de gelegenheid hebben om voor het pleidooi conclusies van re- en dupliek te nemen. Indien dat het geval is zullen deze conclusies ook op een termijn van vier weken dienen te worden genomen.

2. De beslissing

De rechtbank

2.1. stelt [gedaagde] in de gelegenheid voor tot het nemen van een conclusie van antwoord op 23 maart 2011.

2.2. bepaalt dat in deze zaak gelijktijdig met de gevoegde zaak (rolnummer 277043/ HA ZA 09-2565), pleidooi zal worden gehouden op 31 mei 2011,

2.3 houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beslissing is gegeven door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken 23 februari 2011

PvT