Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP8705

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-03-2011
Datum publicatie
23-03-2011
Zaaknummer
302315 / KG ZA 11-179
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser is door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond als tweede Nederlandse speler naar het Europees kampioenschap driebanden groot voor junioren in Athene afgevaardigd, terwijl op dat toernooi slechts plek blijkt te zijn voor één Nederlandse speler. Eiser vordert in kort geding - onder meer - dat het besluit van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond om niet eiser, maar iemand anders, als eerste speler naar het Europees kampioenschap af te vaardigen, wordt vernietigd, althans dat daar geen uitvoering aan wordt gegeven. Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat het afvaardigingsbesluit van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond in strijd is met het door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond gehanteerde (ongeschreven) reglement, dan wel met het wedstrijdreglement van de sectie carambole, dan wel met de redelijkheid en billijkheid. Nu er - voorshands oordelend - geen strijd is met het (ongeschreven) reglement, dan wel met de redelijkheid en billijkheid en het wedstrijdreglement van de sectie carambole niet op deze situatie van toepassing is, wijst de voorzieningenrechter de vorderingen van eiser af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector Civiel

zaaknummer / rolnummer: 302315 / KG ZA 11-179

Vonnis in kort geding van 3 maart 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. A.N.E. Bottinga,

tegen

de vereniging

KONINKLIJKE NEDERLANDSE BILJART BOND,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde,

advocaat mr. C. Hellingman.

Partijen zullen hierna [eiser] en Koninklijke Nederlandse Biljart Bond genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 25 februari 2011 met producties 1 tot en met 14

- de op 2 maart 2011 van [eiser] ontvangen producties 6 (nogmaals), 15 en 16

- de op 2 maart 2011 van Koninklijke Nederlandse Biljart Bond ontvangen producties 1 tot en met 8

- de mondelinge behandeling van 2 maart 2011

- de pleitnota van Koninklijke Nederlandse Biljart Bond.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 3 maart 2011 vonnis uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking en is op 14 maart 2011 opgemaakt.

2. De feiten

2.1. De Koninklijke Nederlandse Biljart Bond is de nationale sportbond voor de biljartsport. De Koninklijke Nederlandse Biljart Bond kent vier secties, te weten de secties driebanden, snooker, pool en carambole. De sectie carambole is een separate rechtspersoon, namelijk een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid.

2.2. In de sectie driebanden wordt topsport bedreven. In de sectie carambole niet. De sectie carambole heeft – in tegenstelling tot de sectie driebanden – dan ook geen topsportbeleid en -organisatie. De sectie carambole organiseert jaarlijks een eigen recreatief “Nederlands kampioenschap driebanden groot voor junioren”, hierna: het “Nederlands kampioenschap van carambole”.

2.3. In de sectie driebanden wordt het beleidsplan ten aanzien van het jeugd- en topsportbeleid op grond van een door het bondsbestuur gedelegeerde bevoegdheid vastgesteld door het sectiebestuur driebanden, hierna: “het sectiebestuur”. De technische commissie topsport van het sectiebestuur, hierna: “TCT SB”, bepaalt het selectie- en uitzendbeleid.

2.4. De nationale jeugdselectie van de sectie driebanden bestaat in 2011 uit één persoon, te weten de heer [A], hierna: “[A]”. [A] speelt in de eredivisie.

2.5. [eiser] is lid van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond. [eiser] beoefent de biljartvariant driebanden en speelt in de tweede divisie. [eiser] heeft in december 2010 aan het Nederlands kampioenschap van carambole deelgenomen en is Nederlands kampioen geworden.

2.6. Op 11, 12 en 13 maart 2011 zal in Athene het Europees kampioenschap driebanden groot voor junioren, hierna: het “Europees kampioenschap”, plaatsvinden. De Koninklijke Nederlandse Biljart Bond heeft [A] als eerste en [eiser] als tweede Nederlandse deelnemer naar het Europees kampioenschap afgevaardigd. Er is in 2011 slechts plaats voor één Nederlandse deelnemer. [eiser] is door de organisatoren van het Europees kampioenschap aangewezen als eerste reserve.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:

1. het besluit van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond om de heer [A] als eerste af te vaardigen naar het Europees Kampioenschap te vernietigen, dan wel daaraan geen uitvoering te geven en de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond te gebieden een nieuw besluit te nemen inhoudende dat [eiser] namens Nederland als eerste zal worden afgevaardigd naar het Europees Kampioenschap 2011 en conform dat nieuwe besluit te handelen;

2. te bepalen dat de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond een dwangsom zal verbeuren van EUR 10.000,00 (zegge: tienduizend euro) per dag dat de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond nalaat te voldoen aan het onder 1 gevorderde gebod;

3. de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. Koninklijke Nederlandse Biljart Bond voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], althans tot afwijzing van zijn vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat het besluit van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond om [A] als eerste af te vaardigen naar het Europees kampioenschap op grond van artikel 2:15 lid 1 sub c dan wel sub b BW vernietigd dient te worden, nu dit besluit in strijd met de door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond gehanteerde (ongeschreven) reglementen of in strijd met het wedstrijdreglement van de sectie carambole is genomen, dan wel dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en de billijkheid. De voorzieningenrechter zal hier in het onderstaande achtereenvolgens op ingaan.

(Ongeschreven) reglement

4.2. [eiser] stelt dat het uitzendbeleid van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond de afgelopen 15 jaar eruit bestond dat de winnaar van het Nederlands kampioenschap van carambole als eerste werd afgevaardigd naar het Europees kampioenschap. Dit zou blijken uit een door [eiser] als productie 6 bij dagvaarding overgelegd overzicht, een als productie 7 bij dagvaarding overgelegde print van de website van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond en een als productie 8 bij dagvaarding overgelegde e-mail, aldus [eiser].

4.3. De Koninklijke Nederlandse Biljart Bond heeft hier – onder meer – tegen aangevoerd dat haar uitzendbeleid inhoudt dat als eerste het lid van de nationale spelersselectie driebanden wordt uitgezonden en dat daarna wordt gekeken naar de uitslag van het Nederlands kampioenschap carambole. Een en ander blijkt ook uit de door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond overgelegde producties 2 en 8. Ook het door [eiser] als productie 6 bij dagvaarding overgelegde overzicht zou dit bevestigen. De e-mail waar [eiser] (als productie 8 bij dagvaarding) een beroep op doet, ziet slechts op het uitzendbeleid voor dames, aldus Koninklijke Nederlandse Biljart Bond.

4.4. Gelet op hetgeen de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond heeft aangevoerd (zie 4.3) is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond de stelling van [eiser] inzake het uitzendbeleid gemotiveerd heeft betwist. [eiser] heeft het verweer van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond op zijn beurt niet (voldoende gemotiveerd) weersproken. [eiser] verwijst slechts (nogmaals) naar de door hem als productie 6 bij dagvaarding overgelegde lijst, waaruit zou blijken dat telkens de Nederlands kampioen als eerste naar het Europees kampioenschap is gezonden. Nu de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond dit – onweersproken door [eiser] – heeft betwist en de door [eiser] overgelegde lijst niet uitsluit dat de Nederlandse kampioen tevens (het enige) lid van de nationale spelersselectie driebanden is, kan een beroep op productie 6 bij dagvaarding [eiser] niet baten.

Ongeacht of het uitzendbeleid van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond als reglement in de zin van artikel 2:15 BW is te beschouwen, is de voorzieningenrechter aldus voorshands van oordeel dat het uitzendbeleid van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond luidt zoals door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond is verwoord en dat het besluit van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond om [A] als eerste naar het Europees kampioenschap af te vaardigen conform dit beleid is genomen. Er is dus – voorshands oordelend – geen sprake van strijd met de door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond gehanteerde (ongeschreven) reglementen.

Wedstrijdreglement carambole

4.5. [eiser] stelt (subsidiair) dat het besluit van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond in strijd is met het wedstrijdreglement van de sectie carambole, nu uit artikel 8802 van dit reglement zou volgen dat de winnaar van het Nederlands kampioenschap carambole als eerste naar het Europees kampioenschap moet worden afgevaardigd. Met de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat dit reglement niet op onderhavige situatie van toepassing is. De sectie carambole is immers een aparte sectie van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond, waarin bovendien geen topsport wordt bedreven. De door de sectie carambole gehanteerde reglementen – die zien op recreatieve wedstrijden – zijn niet van toepassing op het (topsport-)uitzendbeleid van de sectie driebanden. De omstandigheid dat de sectie carambole een recreatief jeugdtoernooi organiseert in de discipline driebanden, waaraan ook [A] en [eiser] kunnen meedoen en waarvan de uitslag een rol speelt bij het uitzendbeleid van de sectie driebanden, doet daar niet aan af.

Redelijkheid en billijkheid

4.6. Het besluit van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond om [A] als eerste af te vaardigen naar het Europees kampioenschap – dat in overeenstemming met het door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond gehanteerde uitzendbeleid is genomen (zie 4.4) – komt slechts in aanmerking voor vernietiging wegens schending van de redelijkheid en de billijkheid als [eiser] aantoont dat het onaanvaardbaar is dat de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond besloten heeft zoals zij heeft gedaan. De enkele stelling van [eiser] dat hij benadeeld wordt door het besluit is hiervoor niet voldoende. De voorzieningenrechter is voorshands dan ook van oordeel dat het besluit van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond niet in strijd is met de redelijkheid en de billijkheid.

Conclusie

4.7. Op grond van het bovenstaande wijst de voorzieningenrechter de vordering van [eiser] af. Er is immers – voorshands oordelend – geen sprake van strijd met het door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond gehanteerde reglement en/of de redelijkheid en billijkheid (zie 4.4 en 4.6) en het wedstrijdreglement carambole is niet van toepassing (zie 4.5). Nu de vorderingen van [eiser] reeds daarom zijn afgewezen, behoeven de overige verweren van de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond geen behandeling meer.

Proceskosten

4.8. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Koninklijke Nederlandse Biljart Bond worden begroot op:

- vast recht EUR 258,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.074,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Koninklijke Nederlandse Biljart Bond tot op heden begroot op EUR 1.074,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2011.?