Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP8604

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
15-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
301913 HARK 11-70
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK UTRECHT

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 301913 HARK 11-70

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van

15 maart 2011

in de zaak van

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde: mr. J.G. Kabalt, advocaat te Breukelen,

tegen

mr. [X], rechter in de sector strafrecht van deze rechtbank.

1. De procedure

1.1. Ter terechtzitting van 9 februari 2011, waar mr. [X] optrad als kantonrechter in de zaak met parketnummer 16-248041-10, heeft mr. Kabalt namens verzoeker een verzoek tot wraking gedaan tegen mr. [X]. Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt.

1.2. Verzoeker, diens gemachtigde mr. Kabalt, de gewraakte rechter mr. [X] en de officier van justitie zijn bij brief van 22 februari 2011 door de griffier uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer op 1 maart 2011.

1.3. De mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking heeft plaatsgevonden ter zitting van 1 maart 2011. Daarbij waren aanwezig mr. Kabalt en mr. L.G.A. Linssen, officier van justitie.

1.4. Op de zitting heeft mr. Kabalt namens verzoeker het verzoek tot wraking mondeling toegelicht.

1.5. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek.

1.6 Mr [X] heeft geen schriftelijke reactie op het verzoek gegeven en is evenmin ter zitting verschenen.

2. Feiten

Verzoeker is gedagvaard voor de zitting van de kantonrechter van 9 februari 2011 te 11.30 uur. Aan hem is ten laste gelegd overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Rvv) en bord B6 van bijlage I van het Rvv.

Kort gezegd houdt de tenlastelegging in dat verzoeker als bestuurder van een personenauto geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt tengevolge waarvan een aanrijding ontstond tussen de door hem bestuurde personenauto en een motorfiets, waarbij de bestuurder van de motorfiets is overleden.

3. Het verzoek en de grondslagen daarvan

3.1. Het verzoek strekt tot wraking van mr. [X].

3.2. Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat bij verzoeker de vrees bestaat dat mr. [X] vooringenomen is, gelet op diens uitlating ter zitting van 9 februari 2011. Mr. Kabalt heeft mr. [X] gevraagd enkele personen als getuige te (doen) horen, welk verzoek door mr. [X] (deels) is afgewezen. Tijdens die zitting heeft mr. Kabalt toegelicht dat hij het horen van de agenten als getuige in het belang van verzoeker acht, aangezien de agenten alleen de minimum snelheid, maar niet de maximum snelheid van de motor hadden berekend. Het criterium ‘verdedigingsbelang’ is in de ogen van mr. Kabalt hier van toepassing. Mr. Kabalt benadrukt dat de grondslag tot wraking niet zozeer is de beslissing van mr. [X] de tijdig opgegeven getuigen niet te willen horen. Het gaat mr. Kabalt er om dat bij het voorhouden van de stukken mr. [X] heeft gesteld dat “Daar waar getuigen uitspraken doen over de snelheid van de motorrijder (…) deze op schattingen berusten en deels flink uiteenlopen, meer (lees: maar) dat dit in zijn ogen niet zo belangrijk is omdat voor de beoordeling van het ten laste gelegde feit de snelheid van de motorrijder niet zo relevant is.” De snelheid van de motorrijder is volgens mr. Kabalt juist wel van belang, omdat verzoeker vanwege de hoge snelheid de motor niet heeft zien aankomen. Met die ter zitting gedane uitlating van mr. [X] is de partijdigheid gegeven.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank moet aannemen - bij gebreke van een reactie van mr. [X] - dat hij niet in de wraking berust.

4.2 Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering kan op verzoek van (onder meer) de verdachte de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.3. Voor de beoordeling van het wrakingsverzoek wordt de toepasselijke norm voorts gegeven door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dit alles in samenhang met de door de Hoge Raad en de door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ontwikkelde criteria. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien objectief bepaalde feiten of omstandigheden de rechtzoekende grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

4.4. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de hiervoor bedoelde zin dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verdacht bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

4.5. Er zijn geen feiten en/of omstandigheden gesteld dan wel gebleken op grond waarvan thans geoordeeld dient te worden dat er sprake is van persoonlijke vooringenomenheid van mr. [X] jegens verzoeker. Derhalve zal naar objectieve maatstaven moeten worden beoordeeld of is gebleken van feiten en omstandigheden die verzoeker grond hebben gegeven voor de vrees dat het mr. [X] aan onpartijdigheid heeft ontbroken.

4.6. De rechtbank stelt vast dat ter zitting mr. Kabalt en mr. Linssen hebben bevestigd dat de strekking van het van de zitting van 9 februari 2011 opgemaakte proces-verbaal juist is. De rechtbank stelt verder vast dat mr. [X] het verzoek van de verdediging om getuigen te horen, met in achtneming van het criterium ‘verdedigingsbelang’ heeft afgewezen. Uit deze beslissing noch uit de motivering daarvan kan bij verzoeker een vrees van vooringenomenheid zijn ontstaan. Verzoeker beoogde overigens, zoals hij ter zitting heeft aangevoerd, door middel van de voorgedragen getuigen en nader onderzoek zijn stellingen ten behoeve van een avas-verweer te onderbouwen.

Vervolgens heeft mr. [X] mondeling meegedeeld dat in zijn ogen de snelheid van de motorrijder niet zo belangrijk is, omdat die snelheid voor de beoordeling van het strafbare feit niet zo relevant is. Ongeacht de vraag naar de juridische waardering van die opvatting kan hieruit worden afgeleid dat mr. [X] op voorhand zijn gedachten had bepaald over het gewicht dat in zijn ogen aan nadere getuigenverklaringen en nadere berekeningen moest worden toegekend en daarmee over de omstandigheden (met name de snelheid van de motorrijder) die voor een eventueel avas-verweer relevant zouden kunnen zijn. Door de gewraakte uitlating van mr. [X] heeft verzoeker dan ook in redelijkheid vrees van vooringenomenheid kunnen koesteren.

4.7. Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de door mr. [X] ter zitting gemaakte opmerking een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor de vrees dat het hem bij de behandeling van deze zaak jegens verzoeker aan onpartijdigheid ontbreekt, zodat het wrakingsverzoek moet worden toegewezen.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1. wijst het verzoek tot wraking toe;

5.2. draagt de griffier op een afschrift van deze beslissing toe te zenden aan mr. Kabalt, mr. [X], mr. L.G.A. Linssen (de officier van justitie), de sectorvoorzitter van de sector Strafrecht van deze rechtbank en de president van deze rechtbank;

5.3. bepaalt dat de hoofdzaak verder zal worden behandeld door een andere rechter en

en beveelt dat het onderzoek ter zitting wordt voortgezet op een nader te bepalen tijdstip.

Deze beslissing is gegeven door mr. J. Sap, voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en

mr. M.C. Oostendorp, leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. M.S.D. de Weerd, griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2011.

De griffier: De voorzitter van de wrakingskamer:

mr. M.S.D. de Weerd mr. J. Sap

De leden van de wrakingskamer:

mr. B.J. van Ettekoven

mr. M.C. Oostendorp