Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5217

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-02-2011
Datum publicatie
21-02-2011
Zaaknummer
695096 UC EXPL 10-8470 CTH 4065
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser heeft, hoewel daartoe verplicht op grond van artikel 7:21 lid 1 onder b en lid 6 BW, gedaagde niet in de gelegenheid gesteld tot herstel over te gaan alvorens dit door een derde te laten doen.

Indien eiser in plaats van herstel, met voorbijgaan aan de bijzondere nakomingsvorderingen die voortvloeien uit artikel 7:22 BW, op grond van artikel 6:74 BW schadevergoeding wenst te vorderen, was eiser niet geheel vrij in deze keuze, maar was hij bij zijn keuze gebonden aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, waarbij mede de gerechtvaardigde belangen van gedaagde een rol spelen en is verzuim vereist.

De kantonrechter is van oordeel dat eiser, hoewel hij daartoe op grond van artikel 7:21 lid 6 BW gehouden was, door gedaagde niet in de gelegenheid te stellen de auto te herstellen alvorens over te gaan tot het doen herstellen van de auto door een derde niet voldoende rekening heeft gehouden met het gerechtvaardigde belang van gedaagde om de auto zelf te onderzoeken en – voor zover nodig – op haar kosten te laten repareren. Volgt afwijzing van de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 695096 UC EXPL 10-8470 CTH 4065

vonnis d.d. 2 februari 2011

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij,

gemachtigde: mr. E.A. Siegrist, werkzaam bij Das Rechtsbijstand,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Stern Auto B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

verder ook te noemen Stern Auto,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J.P. van Wijngaarden, werkzaam bij Stern Auto B.V..

1. Het verloop van de procedure

[eiser] heeft een vordering ingesteld.

Stern Auto heeft geantwoord op de vordering.

[eiser] heeft voor repliek en Stern Auto heeft voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] en Stern Auto hebben op 12 december 2006 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een Alfa Romeo 159 Sportwagon 2.4 (hierna: de auto). De auto is op 1 maart 2007 door Stern Auto aan [eiser] geleverd. De garantietermijn van twee jaren is op 1 maart 2007 ingegaan.

2.2. Op 23 augustus 2009 heeft [eiser] pech gehad met de auto. De auto is op advies van de ingeschakelde pechhulp versleept naar Alfa Romeo-garage Autohuis te Koog aan de Zaan. Autohuis heeft een reparatie aan de auto uitgevoerd.

2.3. Op 27 augustus 2009 heeft [eiser] wederom pech gehad met de auto. Rijden was niet mogelijk wegens een plotselinge temperatuurstijging.

2.4. De auto is onderzocht door de garage waar [eiser] de auto normaal gesproken voor onderhoud bracht en hier is koppakkingschade geconstateerd. De firma Auto Service Seba heeft de koppakkingschade gerepareerd en heeft hiervoor bij factuur van 23 september 2009 een bedrag van € 2.644,60 in rekening gebracht.

2.5. Bij brief van 1 maart 2010 heeft [eiser] Stern aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade.

3. De vordering en het verweer

3.1. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Stern Auto om aan haar te voldoen een bedrag van € 3.476,03, met veroordeling van Stern Auto in de kosten van de procedure. Deze vordering is als volgt samengesteld:

- € 2.644,60 aan gevolgschade, bestaande uit reparatiekosten;

- € 831,43 aan kosten ter vaststelling schadeoorzaak en schade;

- € 357,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.2. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag de stelling dat Stern Auto aan hem een auto heeft geleverd die niet aan de koopovereenkomst beantwoordde. De auto is door Stern Auto geleverd met een kunststof nippel aan het koelsysteem. De kunststof nippel is op 23 augustus 2009 afgebroken waardoor een plotselinge uitstoot van koelvloeistof heeft plaatsgevonden, met als gevolg dat schade aan de koppakking van de motor is ontstaan. [eiser] betoogt dat de schade aan de koppakking is ontstaan doordat de kunststof nippel in het koelsysteem ondeugdelijk was. Deze ondeugdelijkheid was ten tijde van de aflevering van de auto reeds aanwezig volgens [eiser]. Dat de kunststof nippel ondeugdelijk was blijkt volgens [eiser] onder meer uit het feit dat Alfa Romeo heden ten dage bij haar modellen de kunststof nippel heeft vervangen door een metalen variant.

3.3. [eiser] stelt zich voorts op het standpunt dat indien de nippel niet van kunststof was vervaardigd, maar van een ander materiaal, deze niet zou zijn afgebroken. In ieder geval behoort een onderdeel van het koelsysteem het niet binnen tweeënhalf jaar te begeven, zo betoogt [eiser]. Nu dit wel het geval is voldoet de auto niet aan de verwachtingen die [eiser] van de auto mocht hebben. Stern Auto is volgens [eiser] aansprakelijk voor de door hem geleden gevolgschade.

3.4. Stern Auto voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan.

3.5. Stern Auto betwist dat sprake is van non-conformiteit. De auto die zij, althans haar rechtsvoorgangster Van Kooy B.V., aan [eiser] heeft verkocht is een auto die geschikt is voor normaal gebruik. Dit blijkt volgens Stern Auto ook uit het feit dat [eiser] vele kilometers probleemloos met de auto heeft gereden. Het mankement dat is opgetreden is bij de kilometerstand die de auto destijds had, volgens Stern Auto 88.679 kilometer, niet dermate uitzonderlijk dat sprake is van een eigenschap van de auto waarvan [eiser] de aanwezigheid mocht betwijfelen. Navraag door Stern Auto bij de importeur van Alfa Romeo-auto’s leert dat de kunststof nippel nog immer door autobedrijven te bestellen is. Wel is bij nieuwere modellen de nippel van metaal vervaardigd beaamt Stern Auto. Nu niet valt uit te sluiten dat [eiser] te lang heeft doorgereden met een verhitte motor waardoor schade is ingetreden, is sprake van eigen schuld in de ogen van Stern Auto.

3.6. Stern stelt voorts dat zij niet aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade nu zij niet in gebreke is gesteld en zodoende geen verzuim is ingetreden. Voorts betoogt Stern dat zij, nu de gestelde tekortkoming mogelijk voortvloeit uit een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst, [eiser] aan Stern de mogelijkheid had moeten bieden de auto verder te onderzoeken en zonodig op haar kosten te repareren.

3.7. Stern Auto voert hiertoe aan dat geen sprake is van toerekenbare tekortkoming, causaal verband ontbreekt, er sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eiser] en Stern Auto voorts niet gehouden is tot vergoeding van de gevorderde expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het belangrijkste geschilpunt tussen partijen is de vraag of sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst. De kantonrechter begrijpt de vordering van [eiser] aldus dat de geldsom waarvan hij betaling vordert ziet op schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW, waarbij de tekortkoming in de nakoming van de koopovereenkomst is gelegen in non-conformiteit van de geleverde auto in de zin van artikel 7:17 BW.

4.2. De kantonrechter overweegt dat wat er ook zij van de overeengekomen garantietermijn van twee jaren en hetgeen partijen hierover hebben aangevoerd, het verstrijken van deze garantietermijn onverlet laat dat de koper, op grond van artikel 7:6a BW, de rechten kan uitoefenen die de wet hem toekent.

4.3. Vooropgesteld wordt dat voor beoordeling van de vraag of de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt, het tijdstip van aflevering het ijkpunt is voor de beoordeling. Voorts wordt vooropgesteld dat, nu de gestelde afwijking zich eerst na tweeënhalf jaar heeft geopenbaard en artikel 7:18 lid 2 derhalve toepassing mist, de bewijslast van zijn stellingen op grond van artikel 150 Rv in beginsel op [eiser] rust.

4.4. Voor zover al sprake is van non-conformiteit, hetgeen Stern betwist, kan de vordering van [eiser] om de navolgende redenen niet slagen.

4.5. De kantonrechter verwerpt het standpunt van [eiser] dat hij niet gehouden was Stern in de gelegenheid te stellen de schade aan de auto te repareren. [eiser] was op grond van artikel 7:21 lid 1 onder b en lid 6 BW in beginsel eerst gerechtigd het herstel van de afgeleverde auto door een derde te doen plaatsvinden indien Stern, nadat zij niet binnen een redelijke tijd nadat zij daartoe door [eiser] was aangemaand niet was overgegaan tot herstel van de afgeleverde zaak.

4.6. Voor zover [eiser] zijn vordering grondt op artikel 7:22 lid 4 geldt het volgende. Indien [eiser] in plaats van herstel, met voorbijgaan aan de bijzondere nakomingsvorderingen die voortvloeien uit artikel 7:22 BW, op grond van artikel 6:74 BW schadevergoeding van Stern wenst te vorderen, was Stern niet geheel vrij in deze keuze, maar was hij bij zijn keuze gebonden aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, waarbij mede de gerechtvaardigde belangen van Stern een rol spelen en is verzuim vereist. Nu vaststaat dat Stern niet door [eiser] in gebreke is gesteld en hierdoor geen verzuim is ingetreden, strandt de vordering ook op deze grond.

4.7. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser], hoewel hij daartoe op grond van artikel 7:21 lid 6 BW gehouden was, door Stern niet in de gelegenheid te stellen de auto te herstellen alvorens over te gaan tot het doen herstellen van de auto door Seba niet voldoende rekening heeft gehouden met het gerechtvaardigde belang van Stern om de auto zelf te onderzoeken en – voor zover nodig – op haar kosten te laten repareren. De wijze waarop [eiser] is overgegaan tot het doen herstellen door Seba klemt te meer nu Stern onweersproken aanvoert dat uit het expertiserapport van CED blijkt dat [eiser] onder andere een vestiging van Stern heeft bezocht om het mankement aan de auto te laten onderzoeken. Hoewel het op de weg van [eiser] lag om op dat moment nakoming van Stern te verlangen heeft [eiser] dit nagelaten. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] niet handelde overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid en dienen de kosten voor het herstel door Seba dan ook voor zijn rekening te blijven. De vordering zal worden afgewezen, waarbij [eiser] als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stern Auto worden begroot op nihil.

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1. wijst het gevorderde af,

5.2. veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Stern Auto tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Vanwersch, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2011.