Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5190

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
18-02-2011
Datum publicatie
21-02-2011
Zaaknummer
08/963005-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Criminele organisatie. Sneep-zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT, NEVENZITTINGSPLAATS ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/963005-08

datum vonnis: 18 februari 2011

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Utrecht, zitting houdende te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie bij het landelijk parket tegen:

[verdachte MK],

geboren te [geboorteplaats] [1967],

wonende te [woonplaats], [adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 15 april 2009, 5 oktober 2009, 13 oktober 2009, 15 februari 2010, 18 februari 2010, 3 maart 2010, 23 augustus 2010, 26 augustus 2010, 27 september 2010, 28 september 2010, 6 oktober 2010, 20 oktober 2010, 1 november 2010, 2 november 2010, 3 november 2010, 15 november 2010, 5 januari 2010 en 18 februari 2011.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. I.M. Muller en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. S.S.H. Orsel, advocaat te Zaandam, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 36], dan wel daaraan medeplichtig is geweest;

feit 2: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 07 februari 2007 te Utrecht en/of Amsterdam en/of Alkmaar en/of Haarlem en/of Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen en/of Amstelveen en/of Diemen en/of Assendelft en/of Den Haag (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een ander, te weten [betrokkene 36] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 36] heeft, heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [betrokkene 36];

en/of

- [betrokkene 36] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 36] heeft, heeft/hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [betrokkene 36] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten (van seksuele aard);

en/of

- (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van [betrokkene 36];

en/of

- [betrokkene 36] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 36] heeft, heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van die [betrokkene 36] met of voor (een) derde;

terwijl dat feit / die feiten zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft / hebben gehad;

immers zijnde/hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

- met die [betrokkene 36] een liefdesrelatie aangegaan en/of (emotioneel) van hem/hen verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte SB], afhankelijk gemaakt door / met het geven van veel aandacht en het geven van cadeau's en van alles voor haar te betalen en/of

- die [betrokkene 36] als prostituee laten werken en/of

- voor die [betrokkene 36] (een) kamer(s) en/of een gelegenheid geregeld en/of laten regelen alwaar zij zich kon prostitueren en/of

- die [betrokkene 36] naar en/of van de plek waar zij zich prostitueerde gebracht en/of laten brengen en/of opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 36] gedwongen en/of laten dwingen, althans bewogen en/of laten bewegen om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitutie en/of

- die [betrokkene 36] als prostituee laten werken en/of toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 36] als prostituee en/of die [betrokkene 36] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 36] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 36] gedwongen en/of laten dwingen, althans bewogen en/of laten bewegen om (een groot deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem/hen, verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte SB], af te staan en/of af te laten dragen en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/of laten innen bij/van die [betrokkene 36] en/of

- die [betrokkene 36] gedwongen en/of laten dwingen, althans bewogen en/of laten bewegen (beschermings)gelden te innen bij één of meerdere prostituees en/of

- die [betrokkene 36] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte SB] en/of

- die [betrokkene 36] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte SB], doen afstaan en/of die [betrokkene 36] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte SB], afhankelijke positie gehouden en/of

- die [betrokkene 36] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althans voor die [betrokkene 36] woonruimte en/of onderdak geregeld of laten regelen en/of

- die [betrokkene 36] één of meermalen (met een ijzeren/metalen honkbalknuppel) geslagen en/of laten slaan en/of

- die [betrokkene 36] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 36] gedwongen en/of laten dwingen, althans bewogen en/of laten bewegen (grote) geldbedragen afkomstig uit de prostitutie naar Turkije te brengen en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 36] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte SB], althans het moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 36] angst ingeboezemd (waardoor zij geen hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 36] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of

- die [betrokkene 36] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte SB], waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waartegen zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 36], teneinde de prostitutiewerkzaamheden en de inkomsten van die [betrokkene 36] te controleren;

subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden,

[verdachte SB] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 07 februari 2007 te Utrecht en/of Amsterdam en/of Alkmaar en/of Haarlem en/of Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen en/of Amstelveen en/of Diemen en/of Assendelft en/of Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een ander, te weten [betrokkene 36] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 36] heeft, heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [betrokkene 36];

en/of

- [betrokkene 36] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere misbruik feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 36] heeft, heeft/hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan die [verdachte SB] en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [betrokkene 36] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid

en/of diensten (van seksuele aard);

en/of

- (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van [betrokkene 36];

en/of

- [betrokkene 36] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 36] heeft, heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen die [verdachte SB] en/of diens mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(en) van die [betrokkene 36] met of voor (een) derde;

terwijl dat feit / die feiten zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft / hebben gehad;

immers zijnde/hebbende die [verdachte SB] en/of diens mededader(s) (telkens)

- met die [betrokkene 36] een liefdesrelatie aangegaan en/of (emotioneel) van hem/hen, [verdachte SB] en/of zijn mededader(s), afhankelijk gemaakt door / met het geven van veel aandacht en het geven van cadeau's en van alles voor haar te betalen en/of

- die [betrokkene 36] als prostituee laten werken en/of

- voor die [betrokkene 36] (een) kamer(s) en/of een gelegenheid geregeld en/of laten regelen alwaar zij zich kon prostitueren en/of

- die [betrokkene 36] naar / van de plek waar zij zich prostitueerde gebracht en/of laten brengen en/of opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 36] gedwongen en/of laten dwingen, althans bewogen en/of laten bewegen om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitutie en/of

- die [betrokkene 36] als prostituee laten werken en/of toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 36] als prostituee en/of die [betrokkene 36] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 36] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 36] gedwongen en/of laten dwingen, althans bewogen en/of laten bewegen, om (een groot deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem/hen, [verdachte SB] en/of diens mededader(s), af te staan en/of af te laten dragen en/of

- die [betrokkene 36] gedwongen en/of laten dwingen, althans bewogen en/of laten bewegen (beschermings)gelden te innen bij/van één of meerdere prostituees en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/of laten innen bij/van die [betrokkene 36] en/of

- die [betrokkene 36] laten betalen voor bescherming door die [verdachte SB] en/of diens mededader(s) en/of

- die [betrokkene 36] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, [verdachte SB] en/of diens mededader(s), doen afstaan en/of die [betrokkene 36] (aldus) in een (verder) van hem/hen, [verdachte SB] en/of diens mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- die [betrokkene 36] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althans voor die [betrokkene 36] woonruimte en/of onderdak geregeld en/of laten regelen, en/of

- die [betrokkene 36] één of meermalen (met een ijzeren/metalen honkbalknuppel) geslagen en/of laten slaan en/of

- die [betrokkene 36] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 36] gedwongen, althans bewogen (grote) geldbedragen afkomstig uit de prostitutie naar Turkije te brengen en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 36] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om te gaan met anderen dan [verdachte SB] en/of diens mededader(s), althans het moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- die [betrokkene 36] angst ingeboezemd (waardoor zij geen hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 36] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 36] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door die [verdachte SB] en/of zijn mededader(s), en/of waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waartegen zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 36], teneinde de prostitutiewerkzaamheden en de inkomsten van die [betrokkene 36] te controleren

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf /misdrijven verdachte, [verdachte MK], op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 07 februari 2007, te Utrecht en/of Amsterdam en/of Alkmaar en/of Haarlem en/of Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen en/of Amstelveen en/of Diemen en/of Assendelft en/of Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of Turkije tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest door voornoemde [betrokkene 36] onder druk te zetten en/of door die [betrokkene 36] in de gaten te houden en/of haar te controleren en/of haar te beschermen tegen betaling voor [verdachte SB] en/of diens mededader(s) en/of van/via haar beschermingsgelden te innen en/of door voor haar een kamer te regelen (alwaar zij zich kon prostitueren) en/of haar te begeleiden van/vanaf haar kamer / werkplek (alwaar zij zich prostitueerde).

2.

hij in of omstreeks de periode 01 februari 2005 tot en met 07 februari 2007 te Amsterdam en/of te Utrecht en/of te Den Haag en/of te Alkmaar en/of te Haarlem

en/of te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen en/of te Amstelveen en/of te Diemen en/of te Assendelft en/of te Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of Turkije, heeft deelgenomen aan een organisatie, onder meer bestaande uit

[verdachte SB] en/of [verdachte HB] en/of [verdachte UT] en/of [verdachte MD] en/of [verdachte BI] en/of verdachte ("de organisatie 1]"), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

misdrijven, namelijk het (telkens) plegen van

- mensenhandel, als bedoeld in artikel 273a (oud) van het Wetboek van Strafrecht en/of 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mensenhandel onder andere bestond uit het seksueel uitbuiten van vrouwen (prostituees) en/of

- (zware) mishandeling, als bedoeld in artikel 300 en/of 302 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die (zware) mishandeling onder andere bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen van (meerdere) personen (prostituees, klanten van prostituees en/of pooiers) en/of

- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, als bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (onder andere het bedreigen van prostituees en/of klanten van prostituees) en/of

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie (onder andere het voorhanden hebben van steek- en/of vuurwapens) en/of

- afpersing, als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht (onder andere het afhandig maken van geld van prostituees).

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten in de bewezenverklaring verbeterd. Daardoor wordt verdachte niet geschaad in zijn verdediging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 primair en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van achttien maanden, met aftrek van het voorarrest.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

Feitelijk gedeelte van de tenlastelegging

De tenlasteleggingen in de zaken van Sneep II zijn voor wat betreft de mensenhandel toegespitst op de in artikel 273a (oud)/273f en in een enkel geval ook in 250a (oud) Sr, telkens in het eerste lid omschreven onderdelen. De opbouw van de tenlastelegging is steeds dat eerst de onderdelen zijn omschreven, gevolgd door een passage die begint met ‘immers’, welke passage de feitelijke omschrijving bevat. De rechtbank duidt in haar overwegingen in voorkomende gevallen dat deel van de tenlastelegging soms aan als ‘het feitelijk deel van de tenlastelegging’ of ‘de feitelijke omstandigheden’ maar ook wel als ‘de feitelijkheden’. Met die laatste term wordt dan niet bedoeld: feitelijkheden in de zin van de als dwangmiddel in de delictsomschrijving opgenomen wetsterm. Wanneer dat wél wordt bedoeld, vermeldt de rechtbank dat uitdrukkelijk.

Artikel 273f, eerste lid aanhef en sub 4°, Sr

- Gebondenheid aan de tenlastelegging

De rechtbank stelt voorop dat de tenlastelegging er toe strekt voor de procesdeelnemers – zowel voor het openbaar ministerie en de rechter als voor de verdachte en eventueel de benadeelde partij – de inzet van het geding en de te volgen beslissingsstructuur met de vereiste duidelijkheid vast te leggen. Afgezien van de wettelijke wijzigings- en aanvullingsmogelijkheden (artikelen 312, 313 en 314 Sv) kan de rechter aan de tenlastelegging overeenkomstig haar kennelijke strekking een uitleg geven die met de bewoordingen ervan niet letterlijk overeenstemt, mits die uitleg met die bewoordingen niet onverenigbaar en ook overigens niet onbegrijpelijk is alsmede ook voor de andere procesdeelnemers duidelijk is. Eventuele kennelijke misslagen kunnen aldus worden hersteld (vgl. HR 27 juni 1995, NJ 1996, 126 en 127).

- Tenlastelegging in Sneep II

In de zaken die onder de naam Sneep II aan de rechtbank zijn voorgelegd, zijn de tenlasteleggingen die betrekking hebben op mensenhandel, in de meeste gevallen volgens een vast patroon opgebouwd. Primair wordt verdachte verweten dat hij als pleger of medepleger betrokken is geweest, subsidiair is medeplichtigheid tenlastegelegd. In vrijwel alle zaken is onder meer artikel 273f, eerste lid sub 4°Sr, of de corresponderende strafbaarstelling in de vervallen artikelen 273a (oud) en 250a (oud) Sr, tenlastegelegd. Dit onderdeel ziet op degene die in een door een ander gecreëerde uitbuitingssituatie of situatie van onvrijwilligheid (dat zijn de onder 1° genoemde omstandigheden waarbij een dwangmiddel is gebruikt ) enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten. Volgens de wetsgeschiedenis is deze culpoze variant ingevoerd met het oog op personen voor wie niet bewijsbaar geldt dat zij zelf de dwangmiddelen hebben aangewend om een vrouw te dwingen of te bewegen zich tot prostitutie beschikbaar te stellen, maar die, in een situatie waarin een vrouw door anderen daartoe gedwongen of bewogen zich prostitueert, zelf iets doet waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de vrouw zich daardoor prostitueert. In gewoon Nederlands: iemand doet iets, waarvan hij weet of moet vermoeden, dat een vrouw die in een uitbuitingssituatie verkeert, zich daardoor prostitueert.

- Bewijsvraag

Voor alle verdachten is een vrijwel gelijkluidende tenlastelegging uitgebracht. Voor vrijwel alle verdachten is gerequireerd tot bewezenverklaring van het (mede)plegen van mensenhandel bij alle vrouwen. Het is de taak van de rechtbank op basis van de tenlastelegging tot een oordeel te komen. De rechtbank constateert bij beantwoording van de bewijsvraag dat niet alle verdachten op eenzelfde wijze bij de verweten gedragingen betrokken zijn geweest. Daardoor kan in veel gevallen opzet en/of medeplegen niet bewezenverklaard worden.

- Sub 4°

De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het gedachtestreepje dat ziet op sub 4° in die gevallen bewezen kan worden.

In het huidige sub 4° - en de voorlopers daarvan in de inmiddels vervallen artikelen 273a (oud) en 250a (oud) Sr - heeft de wetgever, voor zover in deze zaak van belang, naar het oordeel van de rechtbank twee situaties strafbaar willen stellen, te weten:

1) een ander met de onder lid 1, sub 1° genoemde middelen dwingen of bewegen, zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van arbeid of diensten, en

2) onder de omstandigheden van lid 1, sub 1°, enige handeling ondernemen waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een ander zich daardoor beschikbaar stelt voor het verrichten van arbeid of diensten.

Onder 1) valt de uitbuiter zelf, onder 2) bijvoorbeeld degene die door de officier is aangeduid als “facilitator”, ofwel een persoon die op de hoogte is van de uitbuiting en daarbij zelf ook enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moeten vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele diensten. De officier van justitie heeft steeds de delictsomschrijving van sub 4° in zijn geheel tenlastegelegd, ook al had zij, zo leidt de rechtbank uit het requisitoir af, soms alleen het oog op het tweede deel van sub 4°.

De rechtbank loopt door deze wijze van tenlasteleggen tegen een probleem op. In gevallen waarin de rechtbank niet kan bewijzen dat verdachte zelf de pleger van de uitbuiting was en dus zal vrijspreken van het eerste deel van sub 4°, blijft het tweede deel van dat gedachtestreepje over. Dat tweede deel is: dat verdachte “onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die vrouw zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten”, waarna onder “immers” de feitelijke handelingen van de uitbuiter volgen.

De rechtbank is van oordeel dat de overgebleven zin “onder genoemde omstandigheden enige handeling ondernemen” onvoldoende concreet en feitelijk is. Waar doelt de steller van de tenlastelegging dan op? De genoemde omstandigheden worden daarin immers niet meer genoemd, nu het eerste deel van de tenlastelegging is weggestreept. Bovendien zijn de feitelijkheden die na “immers” volgen, geen uitwerking van “enige handeling” die door verdachte wordt verricht. De feitelijkheden die door verdachte worden verricht, staan namelijk in de tenlastelegging genoemd onder het subsidiair tenlastegelegde, ter invulling van de medeplichtigheid.

De rechtbank heeft zich afgevraagd of zij de tenlastelegging verbeterd zou kunnen en moeten lezen in die zin dat de steller van de tenlastelegging het volgende heeft bedoeld ten laste te leggen: dat een medeverdachte (de uitbuiter) de vrouw heeft gedwongen of bewogen, met de dwangmiddelen van lid 1 sub 1°, om zich beschikbaar te stellen voor arbeid en diensten, door de na “immers” genoemde feitelijkheden te verrichten, terwijl verdachte onder die omstandigheden, enige handeling heeft verricht, te weten de handelingen die onder het subsidiair tenlastegelegde staan, ter invulling van de medeplichtigheid. Die feitelijkheden zou de rechtbank daar dan moeten inlezen.

Een dergelijke reconstructie is naar het oordeel van de rechtbank echter niet een uitleg van de tenlastelegging die valt binnen de door de Hoge Raad getrokken grenzen.

- Conclusie

De rechtbank zal verdachte in dergelijke gevallen (ook) vrijspreken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het als artikel 273f/273a (oud), onder sub 4°/250a (oud) sub 1° Sr tenlastegelegde.

5.1 [Betrokkene 36] (tenlastelegging onder feit 1)

5.1.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

5.1.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Tenlastelegging

Aan verdachte is primair medeplegen van en subsidiair medeplichtigheid aan mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 36], telkens met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, tenlastegelegd. De tenlastelegging bevat een groot aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 4°, 6° en 9° Sr.

Medeplegen volgens de officier van justitie

De officier van justitie heeft niet onderbouwd welke passages uit het feitelijk deel van de tenlastelegging op grond van welke bewijsmiddelen bewezenverklaard kunnen worden, waarom dit vervolgens tot bewezenverklaring van alle uit het eerste lid van artikel 273a (oud)/273f Sr tenlastegelegde onderdelen moet leiden en op grond waarvan aan de eisen voor opzet en medeplegen voldaan is.

Verklaring verdachte

Verdachte ontkent zich schuldig gemaakt te hebben aan hetgeen hem wordt verweten. Hij heeft ter terechtzitting van 20 oktober 2010, samengevat, verklaard dat hij van maart 2006 tot september 2006 op de Wallen in Amsterdam heeft gewerkt. Hij bracht prostituees van hun werkkamer naar de taxi en trad een enkele keer op als er problemen met lastige klanten waren. Hij werd ervoor betaald door de vrouwen. Hij werkte ook voor [betrokkene 36]. Met [verdachte SB] heeft hij ongeveer drie maanden contact gehad. Hij kreeg van hem geen andere opdrachten dan te letten op jongens die vervelend waren. Hij heeft daarover echter nooit aan [verdachte SB] gerapporteerd. Het dossier bevat geen bewijsmiddelen die deze verklaring van verdachte ontkrachten.

Verklaring [betrokkene 36]

[Betrokkene 36] is een aantal keren gehoord en heeft, kort gezegd, steeds verklaard geen slachtoffer van mensenhandel te zijn. Zij herkent verdachte op de haar getoonde foto 30 (de rechtbank stelt vast: verdachte) bij haar verhoor bij de rechter-commissaris op 9 oktober 2009 als [M]. Hij heeft in Amsterdam een tijdje als haar bodyguard gewerkt, ze weet niet meer precies wanneer dat was, maar het was niet lang. Ze weet niet meer hoe ze met [verdachte MK] in contact is gekomen. Toen hij er eenmaal was, was hij aardig en hij deed zijn werk goed. Hij heeft zich nooit met haar bemoeid, in die zin dat hij voor haar bepaalde welke omzet zij moest halen en hoe lang zij moest werken. Zij betaalde hem voor zijn werk.

Getuigen

Diverse getuigen herkennen verdachte als bodyguard [M] ([betrokkene 14] bij rechter-commissaris op 31 maart 2010, [betrokkene 20] bij rechter-commissaris op 16 oktober 2009 en [betrokkene 75] bij de politie op 6 maart 2009 ). Geen van allen verklaren zij belastend over verdachte, ook niet over zijn rol ten opzichte van [betrokkene 36] zoals omschreven in de tenlastelegging.

Tapgesprekken

Dat verdachte ook voor [betrokkene 36] werkte, wordt in een enkel tapgesprek bevestigd. Van de door de officier van justitie in de bijlage bij het requisitoir vermelde tapgesprekken is dat er slechts één. De overige houden geen verband met verdachte in relatie tot [betrokkene 36], voor zover de rechtbank dat, gehinderd door de foutieve vermelding in het requisitoir van vindplaatsen en/of data van die gesprekken, heeft kunnen vaststellen.

Vaststelling feiten

De rechtbank stelt op basis van het beschikbare bewijs vast dat verdachte in de periode van maart tot en met augustus 2006 op de Wallen in Amsterdam, [betrokkene 36] tegen betaling door haar, van haar werkplek naar een taxi bracht. Voor bewijs van het door verdachte verrichten van meer uitvoeringshandelingen zoals tenlastegelegd, biedt het dossier geen aanknopingspunten.

Betrokkenheid via deelneming? Primair medeplegen subsidiair medeplichtigheid

Zou, indien de mensenhandel bij [verdachte SB] of een andere medeverdachte bewezenverklaard kan worden, verdachte daar via medeplegen of medeplichtigheid aan gekoppeld kunnen worden? Voor een bewezenverklaring van het medeplegen van mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 36] is vereist dat er tussen verdachte en zijn medeverdachte een zekere mate van nauwe en bewuste samenwerking is geweest. Er moet bij verdachte (voorwaardelijk) opzet op (1) het medeplegen van (2) die mensenhandel hebben bestaan. De samenwerking kan blijken uit voorafgaande al dan niet stilzwijgende afspraken, taakverdelingen, de aanwezigheid ten tijde van het delict en het zich niet distantiëren ervan.

De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke opzet uit de bewijsmiddelen niet valt af te leiden. Eenzelfde bewijsprobleem doet zich voor de bij de tenlastegelegde medeplichtigheid. Wel kan bewezen worden dat verdachte door [betrokkene 36] zelf is benaderd om (haar) te komen (halen). Maar niet dat dit in opdracht van [verdachte SB] gebeurde, laat staan dat verdachte daarbij opzet op het misdrijf mensenhandel had.

5.1.3 Conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.2 Deelneming aan een criminele organisatie (tenlastelegging onder feit 2)

5.2.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde deelneming aan een criminele organisatie.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van het tenlastegelegde feit bepleit omdat verdachte niet heeft deelgenomen aan de [criminele organisatie SB].

5.2.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Juridisch kader

Volgens bestendige jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van die organisatie, te weten het plegen van misdrijven, hoeft in de tenlastelegging niet nader omschreven te zijn, maar zal uit de bewijsmiddelen moeten blijken. Voor het bewijs van dit oogmerk zal o.a. betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Niet hoeft te worden bewezen dat verdachte in meerdere misdrijven heeft geparticipeerd. Er is sprake van deelnemen aan de organisatie indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

Bestaan van een organisatie?

De rechtbank komt niet toe aan beantwoording van de vraag of het bestaan van de tenlastegelegde organisatie bewezenverklaard kan worden omdat de vraag of verdachte aan zo een organisatie heeft deelgenomen reeds ontkennend beantwoord moet worden.

Deelneming door verdachte?

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte ter terechtzitting in oktober 2010 een verklaring heeft afgelegd waaruit blijkt dat hij op de hoogte was van de criminele activiteiten van de andere leden van de criminele organisatie. Voor zover de officier van justitie hiermee heeft willen betogen dat er in dit verband sprake is geweest van onvoorwaardelijk opzet bij verdachte, kan de rechtbank de officier van justitie hierin niet volgen. Verdachte heeft ter terechtzitting op 20 oktober 2010 verklaard dat hij van maart 2006 tot september 2006 als bodyguard op de Wallen heeft gewerkt. [Verdachte SB] heeft hem twee tot vier keer gevraagd om op de jongens te letten (die de meisjes lastig vielen) en aan hem te rapporteren. Dat ging steeds per telefoon. Hij ontmoette hem nooit. Die opdrachten heeft hij ook nooit uitgevoerd, aldus verdachte. De rechtbank heeft in het dossier geen tapgesprekken aangetroffen waaruit iets anders blijkt. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij heeft gezien dat sommige meisjes niet mochten praten en dat hij voelde dat het niet goed zat, maar ‘dat waren geen meisjes bij ons uit de groep’. De officier van justitie noemt in haar requisitoir enkele getuigenverklaringen. Maar daaruit blijkt evenmin dat verdachte wist (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat het oogmerk van de organisatie (onder meer) bestond uit het seksueel uitbuiten van vrouwen.

Nu niet blijkt van die wetenschap van verdachte, kan ook niet bewezen worden dat verdachte heeft deelgenomen aan de [criminele organisatie SB]. De rechtbank zal hem daarom vrijspreken van dit feit.

5.2.3. De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.3 Afsluitende overwegingen

Inleiding

De rechtbank zal bij gebrek aan bewijs anders dan de officier van justitie heeft gevorderd voor alle feiten vrij spreken. De rechtbank realiseert zich dat dit bevreemding kan wekken gelet op zowel de inhoud van de tenlastelegging als die van het requisitoir. De rechtbank overweegt daarom nog het volgende.

Inhoud dossier, tenlastelegging en requisitoir

De officier van justitie heeft in het requisitoir voorbeelden opgesomd van gruwelijkheden waaraan verdachte en zijn mededaders zich naar het oordeel van het openbaar ministerie hebben schuldig gemaakt. Daarbij spreekt de officier in algemeenheden.

Zo is genoemd dat de vrouwen zeer vernederende handelingen en bejegeningen moesten ondergaan: (anale) verkrachtingen, brandmerken door middel van tatoeages, op hen urineren, gedwongen abortussen en bepalen door verdachten van de omvang van borstvergroting(en).

De rechtbank stelt vast dat de opgesomde handelingen en bejegeningen slechts enkele keren in de tenlasteleggingen van de in Sneep II terecht staande verdachten zijn opgenomen. Het urineren op vrouwen is in geen enkele zaak tenlastegelegd.

De rechtbank stelt ook vast dat bij vrijwel alle wél tenlastegelegde handelingen daarvan wegens het ontbreken van bewijs zal worden vrijgesproken. Slechts één keer is bewezen geacht dat een vrouw is bewogen om een tatoeage te laten zetten en in één zaak kan bewezen worden dat verdachte als dwangmiddel bij mensenhandel, met een slachtoffer tegen haar wil seksuele handelingen heeft verricht.

De officier geeft verder als voorbeeld dat leden (cursivering van de rechtbank) van de groep vrouwen (cursivering van de rechtbank) aan elkaar cadeau gaven (bijvoorbeeld [betrokkene 39]). De rechtbank stelt vast dat in het hele dossier één keer sprake is geweest van een dergelijk “cadeau”, daar waar [verdachte SB] tegen [verdachte BK] zegt dat hij hem [betrokkene 39] cadeau geeft. Dit is in geen enkele zaak tenlastegelegd.

Verder zouden de paspoorten van de vrouwen vaak zijn ingenomen. Dit is bij geen enkele verdachte opgenomen in de tenlastelegging. Op basis van het dossier kan vastgesteld worden dat dit in één geval, bij [betrokkene 22], is gebeurd.

Er zou in Vinkeveen tegen groepskorting een bungalowpark zijn afgehuurd om vrouwen en leden van de criminele organisatie onder te kunnen brengen. Tenlastegelegd is het niet.

Vrouwen moesten kort na de (borstvergrotende) operatie weer aan het werk gaan. Dit is in geen enkele tenlastelegging opgenomen en de rechtbank heeft het evenmin kunnen vaststellen.

Conclusie

Samengevat: de inhoud van het requisitoir schetst een beeld van feiten die zouden hebben plaatsgevonden, welk beeld in de tenlasteleggingen niet altijd niet is terug te vinden en in de gevallen waarin dat anders is, slechts in de twee genoemde gevallen in een bewezenverklaring uitmondt.

De rechtbank overweegt dat door de formulering van het requisitoir, bedoeld of onbedoeld, de indruk wordt gewekt dat de beschreven praktijk een algemene was. Dat alle vrouwen die in het Sneepdossier als slachtoffer worden genoemd, door het openbaar ministerie becijferd op 120, aan al deze gruwelijkheden blootgesteld zijn geweest. En ook dat alle verdachten zich hieraan hebben schuldig gemaakt, althans daarbij betrokken waren. Dat draagt bij aan een beeldvorming, ook in de media en maatschappij, die op gespannen voet staat met de feiten zoals die op basis van het dossier kunnen worden vastgesteld.

De rechtbank wil niet de ernst van de wel bewijsbare feitelijkheden bagatelliseren of iets afdoen aan de ernst van mensenhandel. De rechtbank hecht er echter aan om het door de officier van justitie geschetste beeld te relativeren, in die zin dat een substantieel aantal van de in het requisitoir genoemde algemeenheden niet zijn tenlastegelegd en geen onderbouwing vinden in het dossier en dat een groot deel van de aan verdachten wel tenlastegelegde feiten niet bewezen kan worden.

6. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J.C. Geeve, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en mr. H. Stam, rechters, in tegenwoordigheid van J. Last, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2011.