Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5092

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
18-02-2011
Datum publicatie
18-02-2011
Zaaknummer
08/963014-07
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:8972, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Criminele organisatie. Sneep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT, NEVENZITTINGSPLAATS ALMELO

Sector strafrecht

parketnummer: 08/963014-07

datum vonnis: 18 februari 2011

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Utrecht, zitting houdende te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie bij het landelijk parket tegen:

[verdachte NT],

geboren op [1976] in [geboorteplaats], [geboorteland],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 13 mei 2009, 10 juni 2009, 7 oktober 2009, 13 oktober 2009, 16 februari 2010, 18 februari 2010, 3 maart 2010, 23 augustus 2010, 26 augustus 2010, 27 september 2010, 29 september 2010, 4 oktober, 6 oktober 2010, 1 november 2010, 2 november 2010, 3 november 2010, 11 november 2010, 30 november 2010, 2 december 2010, 7 december 2010, 5 januari 2011 en 18 februari 2011.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. I. A.H.M. Schepers en van hetgeen door de raadsman mr. M.P.M. Balemans,

advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van

[betrokkene 32], [betrokkene 24] en [betrokkene 4];

feit 2: zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van

[betrokkene 32], [betrokkene 24], [betrokkene 28], [betrokkene 10], [betrokkene 11], [betrokkene 5], [betrokkene 18], [betrokkene 35]en [betrokkene 38];

feit 3: zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing van [betrokkene 17] dan wel deze [betrokkene 17] samen met anderen heeft bedreigd;

feit 4: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gedurende de periode 1 januari 2002 tot en met 30 april 2006 en aan die organisatie leiding heeft gegeven;

feit 5: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gedurende de periode 1 mei 2006 tot en met 30 april 2007 en aan die organisatie leiding heeft gegeven.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 01 oktober 2000 tot en met 31 december 2004 te Utrecht en/of te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen en/of te Amsterdam en/of te Alkmaar en/of te Haarlem en/of te Diemen en/of te Amstelveen en/of te Assendelft en/of te Den Haag en/of elders in Nederland en/of Duitsland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althansalleen,

- [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 4] (telkens) door geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met een andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft/hebben bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheid/heden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist/wisten, althansredelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [betrokkene 32] en/of die [betrokkene 24] en/of die [betrokkene 4] zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen beschikbaar stelde(n),

en/of

- opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de seksuele handelingen van (een) ander(en), genaamd [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 4] met of voor een derde tegen betaling, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist/wisten, althansredelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 4] zich door geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met een andere feitelijkhe(i)d(en) werd(en) gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding werd(en) bewogen zich beschikbaar te stellen tot het plegen van die (seksuele) handelingen,

en/of

[betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 4] (telkens) door geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben gedwongen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft/hebben bewogen, uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 4] met of voor een derde, verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen;

terwijl dat feit/die feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft/hebben gehad;

immers zijnde / hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

- met voornoemde [betrokkene 32] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 32] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 32] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 32] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen en/of

- voor die [betrokkene 32] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 32] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 32] als prostituee laten werken en/of toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 32] als prostituee en/of die [betrokkene 32] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 32] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 32] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of die [betrokkene 32] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/of laten innen bij/van die [betrokkene 32] en/of

- die [betrokkene 32] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- die [betrokkene 32] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- bepaald wat die [betrokkene 32] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 32] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 32] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 32] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 32] gedreigd en/of laten dreigen met het inlichten van haar ouders over haar prostitutiewerkzaamheden en/of

- die [betrokkene 32] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 32], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 32] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 24] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 24] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 24] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 24] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen en/of

- voor die [betrokkene 24] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 24] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 24] als prostituee laten werken en/of toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 24] als prostituee en/of die [betrokkene 24] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 24] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 24] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of die [betrokkene 24] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/of laten innen bij/van die [betrokkene 24] en/of

- die [betrokkene 24] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- die [betrokkene 24] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- bepaald wat die [betrokkene 24] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 24] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 24] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 24] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 24] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 24], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 24] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 4] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 4] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte SB], afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 4] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 4] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen, en/of die [betrokkene 4] bij verdachte en zijn vrouw [betrokkene 24] laten verblijven en/of laten wonen en/of

- voor die [betrokkene 4] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 4] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 4] als prostituee laten werken en/of toegezien en/ of laten toezien op een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 4] als prostituee en/of die [betrokkene 4] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 4] gedwongen, althansbewogen, om vele uren achter elkaar en bij ongesteldheid te werken in de prostitutie en/of

- die [betrokkene 4] tijdens het uitvoeren van haar werkzaamheden in de prostitutie in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 4] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 4] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte SB], doen afstaan en/of die [betrokkene 4] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte SB], afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/of laten innen bij/van die [betrokkene 4] en/of

- die [betrokkene 4] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte SB], en/of

- die [betrokkene 4] één en/of meermalen geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 4] gepoogd over te halen en/of over te laten halen een abortus te ondergaan, immers heeft hij, verdachte, tegen [verdachte SB] gezegd dat: "hij niet blij moest zijn met een baby, omdat [betrokkene 4] dan geen geld meer kon verdienen en hij inkomsten zou missen", althanswoorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [betrokkene 4] voor het ondergaan van de abortus naar de arts gebracht en/of de afspraak voor de abortus geregeld en/of laten regelen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s), [verdachte SB] en/of [verdachte HB], erop toegezien en/of laten toezien dat de abortus daadwerkelijk werd uitgevoerd en/of

- gedreigd die [betrokkene 4] te slaan en/of de baby / het kind uit de buik te schoppen en/of

- die [betrokkene 4] de huur van de woonruimte laten betalen en/of

- bepaald wat die [betrokkene 4] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 4] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, waaronder [verdachte SB], althans het moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 4] angst ingeboezemd door het voorhanden hebben van (vuur)wapens bij verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte SB], en/of door het slaan van medeprostituees door verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte SB], (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 4] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 4] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps)intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte SB], waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 4], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 4] te controleren.

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 30 april 2007 te Utrecht en/of te Vinkeveen, gemeente de Ronde Venen en/of te Amsterdam en/of te Alkmaar en/of te Haarlem en/of te Amstelveen en/of te Assendelft en/of te Den Haag en/of Eindhoven en/of te Antwerpen en/of (elders) in Nederland en/of in België en/of in Duitsland en/of in Turkije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 28] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 18]en/of [betrokkene 35] en/of [betrokkene 38] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 32] en/of die [betrokkene 24] en/of die [betrokkene 28] en/of die [betrokkene 10] en/of die [betrokkene 11] en/of die [betrokkene 5] en/of die [betrokkene 18] en/of die [betrokkene 35] en/of die [betrokkene 38] heeft, heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [betrokkene 32] en/of die [betrokkene 24] en/of die [betrokkene 28] en/of die [betrokkene 10] en/of die [betrokkene 11] en/of die [betrokkene 5] en/of die [betrokkene 18] en/of die [betrokkene 35] en/of die [betrokkene 38];

en/of

- [betrokkene 10] heeft / hebben aangeworven en/of heeft / hebben mede genomen en/of heeft / hebben ontvoerd met het oogmerk die [betrokkene 10] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling;

en/of

- [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 28]en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 18]en/of [betrokkene 35] en/of [betrokkene 38] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 32] en/of die [betrokkene 24] en/of die [betrokkene 28] en/of die [betrokkene 10] en/of die [betrokkene 11] en/of die [betrokkene 5] en/of die [betrokkene 18] en/of [betrokkene 35] en/of die [betrokkene 38] heeft, heeft/hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [betrokkene 32] en/of die [betrokkene 24] en/of die [betrokkene 28] en/of die [betrokkene 10] en/of die [betrokkene 11] en/of die [betrokkene 5] en/of die [betrokkene 18] en/of die [betrokkene 35] en/of die [betrokkene 38] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard);

en/of

- (telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 28]en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 5]en/of [betrokkene 18]en/of [betrokkene 35] en/of [betrokkene 38];

en/of

- [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 28]en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 18] en/of [betrokkene 35] en/of [betrokkene 38] (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [betrokkene 32] en/of die [betrokkene 24] en/of die [betrokkene 28] en/of die [betrokkene 10] en/of die [betrokkene 11] en/of die [betrokkene 5] en/of die [betrokkene 18] en/of die [betrokkene 35] en/of die [betrokkene 38] heeft, heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele andeling(en) van die [betrokkene 32] en/of [betrokkene 24] en/of [betrokkene 28] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 18] en/of [betrokkene 35] en/of [betrokkene 38], met of voor (een) derde(n);

terwijl dat feit / die feiten zwaar lichamelijk letsel tengevolge heeft / hebben gehad;

immers zijnde/hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)

- met voornoemde [betrokkene 32] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 32] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 32] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althans voor die [betrokkene 32] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen en/of

- voor die [betrokkene 32] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 32] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 32] als prostituee laten werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 32] als prostituee en/of die [betrokkene 32] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 32] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 32] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of die [betrokkene 32] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 32] en/of

- die [betrokkene 32] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of

- die [betrokkene 32] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- bepaald wat die [betrokkene 32] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 32] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, althans het moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 32] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 32] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 32] gedreigd en/of laten dreigen met het inlichten van haar ouders over haar prostitutiewerkzaamheden en/of

- die [betrokkene 32] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 32], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 32] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 24] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 24] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 24] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althans voor die [betrokkene 24] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen en/of

- voor die [betrokkene 24] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 24] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 24] als prostituee laten werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 24] als prostituee en/of die [betrokkene 24] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 24] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 24] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of die [betrokkene 24] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 24] en/of

- die [betrokkene 24] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of

- die [betrokkene 24] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- bepaald wat die [betrokkene 24] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 24] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, althans het moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 24] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 24] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 24] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 24], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 24] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 28] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 28] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 28] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 28] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen, en/of

- voor die [betrokkene 28] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 28] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 28] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 28] als prostituee laten werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 28] als prostituee en/of die [betrokkene 28] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 28] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of die [betrokkene 28] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 28] en/of

- die [betrokkene 28] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of

- die [betrokkene 28] geslagen en/of laten slaan en/of geschopt en/of laten schoppen en/of op andere wijze fysiek pijn of letsel toegebracht en/of laten toebrengen en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 28] gedwongen, althansbewogen, een tatoeage (met de tekst "Property of [M]") op haar lichaam te laten zetten (waardoor duidelijk was dat zij bij [verdachte NT] behoorde en/of

- bepaald wat die [betrokkene 28] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 28] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 28] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 28] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 28] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 28], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 28] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 10] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 10] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte MC], afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 10] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 10] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen en/of

- voor die [betrokkene 10] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 10] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 10] als prostituee laten werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 10] als prostituee en/of die [betrokkene 10] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 10] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 10] gedwongen, althansbewogen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitutie en/of

- die [betrokkene 10] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte MC], doen afstaan en/of die [betrokkene 10] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte MC], afhankelijke positie gehouden en/of

- die [betrokkene 10] bewogen om (een groot deel) van haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte en/of aan verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte MC], af te staan en/of af te dragen en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 10] en/of

- die [betrokkene 10] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte MC], en/of

- die [betrokkene 10] één of meermalen geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 10] gedreigd te slaan en/of

- die [betrokkene 10] bedreigd met een (vuur)wapen en/of met een (vuur)wapen voor die [betrokkene 10] heeft / hebben gestaan waardoor bij die [betrokkene 10] angst werd ingeboezemd (waardoor zij geen hulp zocht en/of aangifte deed) en/of waardoor die [betrokkene 10] zich onder druk gezet voelde en/of

- een (vuur)wapen en/of (alarm)pistool voorhanden gehad waardoor er bij [betrokkene 10] angst werd ingeboezemd en/of

- bij die [betrokkene 10] angst ingeboezemd doordat zij wist dat verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte MC], andere vrouwen had(den) mishandeld en/of

- die [betrokkene 10] meegenomen en/of mee laten nemen, vanuit België naar Nederland teneinde die [betrokkene 10] in Nederland als prostituee te laten werken en/of

- die [betrokkene 10] tegen haar wil vastgehouden in een appartement in Amstelveen, althansop een plek, zonder dat zij uit vrije wil uit dat appartement / van die plek weg kon en/of

- die [betrokkene 10] gezegd dat zij 30.000 Euro, althanseen (fors) geldbedrag, moest betalen aan hem/hen, verdachte en/of aan verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte MC], als zij uit de prostitutie wilde en/of

- bepaald wat die [betrokkene 10] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- angst en/of paniek bij die [betrokkene 10] veroorzaakt en/of laten veroorzaken, waardoor zij van het balkon wilde springen (zelfmoordpoging) en/of

- [betrokkene 10] cocaïne / drugs naar Turkije laten smokkelen en/of laten meenemen en/of

- [betrokkene 19] mishandeld en/of laten mishandelen en/of bij die [betrokkene 19] een wapen tegen het hoofd gehouden en/of laten houden en/of doen houden en/of die [betrokkene 19](straf)geld laten betalen omdat deze [betrokkene 19](een) cadeautje(s) gaf en/of had gegeven aan [betrokkene 10] en/of omdat deze [betrokkene 19]omging met [betrokkene 10] en verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte MC], hiermee te kennen gaven de omgang van die [betrokkene 10] met die [betrokkene 19]niet goed te keuren en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 10] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, waaronder [verdachte MC], althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 10] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 10] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 10] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte MC], waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 10], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 10] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 11] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 11] (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT] [betrokkene 40]s [verdachte PT], afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 11] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 11] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen en/of

- voor die [betrokkene 11] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 11] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 11] als prostituee laten werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 11] als prostituee en/of die [betrokkene 11] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 11] gedwongen en/of laten dwingen, althansbewogen en/of laten bewegen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte te werken in de prostitutie en/of

- die [betrokkene 11] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT] [betrokkene 40]s [verdachte PT], doen afstaan en/of die [betrokkene 11] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT] [betrokkene 40]s [verdachte PT], afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 11] en/of

- die [betrokkene 11] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of

- die [betrokkene 11] de huur van de (gezamenlijke) woonruimte laten betalen en/of

- die [betrokkene 11] geslagen en/of laten slaan en/of geschopt en/of laten schoppen en/of op andere wijze fysiek pijn of letsel toegebracht en/of laten toebrengen en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 11] met een riem geslagen en/of met een riem laten slaan en/of

- die [betrokkene 11] mishandeld en/of laten mishandelen en/of gebruikmakend van een mes en/of een (honkbal) knuppel, althanshaar mishandeld en/of laten mishandelen en/of

- die [betrokkene 11] van vastgebonden en/of laten vastbinden met een (elect[betrokkene 124]teits) draad en haar vervolgens mishandeld en/of laten mishandelen en/of

- die [betrokkene 11] bedreigd en/of laten bedreigen met een (keuken)mes en/of

- de tante van die [betrokkene 11] bedreigd en/of laten bedreigen dood te maken en/of de tante van die [betrokkene 11] gedreigd en/of laten bedreigen iets aan te doen en/of

- de hond van die [betrokkene 11] mishandeld en/of laten mishandelen en/of met een mes gestoken en/of met een mes laten steken en/of tegen de muur gegooid en/of laten gooien, teneinde die [betrokkene 11] te dwingen / onder druk te zetten in de prostitutie te blijven werken en/of

- gedreigd de hond van die [betrokkene 11] te mishandelen en/of te laten mishandelen en/of

- die [betrokkene 11] verkracht en/of laten verkrachten met behulp van een fles(je) en/of

- die [betrokkene 11] tegen haar wil (met een fles(je)) vaginaal gepenetreerd en/of laten penetreren en/of

- die [betrokkene 11] gedwongen en/of laten dwingen, althansbewogen en/of laten bewegen, tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT] [betrokkene 40]s [verdachte PT], te verrichten en/of

- die [betrokkene 11] gedreigd dood te maken en/of dood te laten maken en/of

- die [betrokkene 11] gedwongen en/of laten dwingen, althansbewogen en/of laten bewegen, een abortus te ondergaan (teneinde het prostitutiewerk te kunnen (blijven) vervullen en/of

- die [betrokkene 11] gedwongen en/of laten dwingen, althansbewogen en/of laten bewegen, om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en/of bij ziekte

te werken in de prostitutie en/of

- die [betrokkene 11] gedwongen en/of laten dwingen te blowen en/of te snuiven en/of alcohol te drinken ("zuipen"), tot ze er bij neer zou vallen en/of misselijk zou worden en/of

- die [betrokkene 11] gezegd en/of laten zeggen dat zij 240.000 Euro moest betalen, althanseen (fors) geldbedrag, aan hem verdachte en/of aan verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], om van hem/hen af te zijn en/of

- die [betrokkene 11] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- bepaald wanneer die [betrokkene 11] mocht stoppen met werken en/of

- bepaald wat die [betrokkene 11] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 11] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 11] (waardoor zij geen / niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 11] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 11] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 11], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 11] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 5] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 5] (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 5] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 5] woonruimte en/of onderdak geregeld en/of laten regelen, en/of

- voor die [betrokkene 5] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 5] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 5] als prostituee laten werken en/of toegezien en/ of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 5] als prostituee en/of die [betrokkene 5] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 5] (voortdurend) gecontroleerd en/of laten controleren en/of

- die [betrokkene 5] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], doen afstaan en/of die [betrokkene 5] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 5] en/of

- die [betrokkene 5] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of

- die [betrokkene 5] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 5] mishandeld en/of laten mishandelen en/of

- [betrokkene 17] en/of een ander of anderen laten weten / gezegd dat hij verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], 30.000 Euro, althanseen geldbedrag te goed had(den), omdat die [betrokkene 5]was overgegaan van verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], naar die [betrokkene 17] en/of een ander of anderen en/of omdat die [betrokkene 5] was "afgepakt" door die [betrokkene 17] van verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of

- [betrokkene 17] en/of een ander of anderen bedreigd met de woorden "Jij of ik sterft" (omdat verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], wilde(n) dat [betrokkene 17] en/of een ander of anderen 30.000 Euro, althanseen geld bedrag zou(den) betalen voor de overgang van die [betrokkene 5]van verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], naar die [betrokkene 17] en/of een ander of anderen) en/of

- bepaald wat die [betrokkene 5] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 5] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 5] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 5] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 5] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT], waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 5], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 5] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 18] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 18] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 18] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 18] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen, en/of

- voor die [betrokkene 18] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 18] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 18] als prostituee laten werken en/of toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 18] als prostituee en/of die [betrokkene 18] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 18] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 18] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], doen afstaan en/of die [betrokkene 18] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], afhankelijke positie gehouden en/of laten houden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 18] en/of

- die [betrokkene 18] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT] en/of

- die [betrokkene 18] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 18] mishandeld en/of laten mishandelen en/of

- die [betrokkene 18] bedreigd en/of laten bedreigen en/of

- die [betrokkene 18] gedwongen en/of laten dwingen, althansbewogen en/of laten bewegen in het koude buitenwater te springen / liggen / staan en/of

- die [betrokkene 18] in het koude buitenwater gegooid en/of laten gooien en/of

- gezegd dat als een meisje(s) bij hem / hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], weggingen en in de prostitutie zou(den) blijven werken, zij 30.000 Euro, althanseen (fors) geldbedrag zou(den) moeten betalen aan verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT] en/of

- bepaald wat die [betrokkene 18] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 18] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 18] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 18] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 18] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 18], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 18] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 35] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 35] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 35] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 35] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen en/of

- voor die [betrokkene 35] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 35] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 35] als prostituee laten werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 35] als prostituee en/of die [betrokkene 35] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 35] (voortdurend) gecontroleerd en/of (voortdurend) laten controleren en/of

- die [betrokkene 35] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], doen afstaan en/of die [betrokkene 35] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 35] en/of

- die [betrokkene 35] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT] en/of

- die [betrokkene 35] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- die [betrokkene 35] mishandeld en/of laten mishandelen en/of

- die [betrokkene 35] bedreigd en/of laten bedreigen en/of

- bepaald wat die [betrokkene 35] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- gezegd dat als een meisje(s) bij hem / hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], weggingen en in de prostitutie zou(den) blijven werken zij 30.000 Euro, althanseen (fors) geldbedrag zou(den) moeten betalen aan verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 35] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 35] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 35] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 35] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 35], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 35] te controleren;

en/of

- met voornoemde [betrokkene 38] een (liefdes)relatie aangegaan en/of onderhouden en/of die [betrokkene 38] (emotioneel) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], afhankelijk gemaakt en/of

- die [betrokkene 38] in een (recreatie)woning ondergebracht en/of laten onderbrengen, althansvoor die [betrokkene 38] woonruimte/onderdak geregeld en/of laten regelen en/of

- voor die [betrokkene 38] (een) werkplek(ken) geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [betrokkene 38] naar haar werkplek(ken) gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken) opgehaald en/of laten ophalen en/of

- die [betrokkene 38] als prostituee laten werken en/of toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [betrokkene 38] als prostituee en/of die [betrokkene 38] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of

- die [betrokkene 38] (het) door haar met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk aan hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], doen afstaan en/of die [betrokkene 38] (aldus) in een (verder) van hem/hen, verdachte en/of verdachtes mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], afhankelijke positie gehouden en/of

- (beschermings)gelden geïnd en/ laten innen bij/van die [betrokkene 38] en/of

- die [betrokkene 38] laten betalen voor bescherming door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) en/of

- die [betrokkene 38] geslagen en/of laten slaan en/of onder druk gezet en/of onder druk laten zetten en/of

- bij die [betrokkene 38] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- die [betrokkene 38] gedwongen en/of laten dwingen, althansbewogen en/of laten bewegen, (een) tatoeage(s) (met de (bij)naam van (mede)verdachte ("[verdachte PT]") op haar lichaam te (laten) zetten en/of

- die [betrokkene 38] gedwongen en/of laten dwingen, althansbewogen en/of laten bewegen, een abortus te ondergaan (teneinde het prostitutiewerk te kunnen (blijven) uitvoeren) en/of

- gezegd dat als een meisje bij hem / hen, verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], weg zou gaan, zij 30.000 Euro, althanseen (fors) geldbedrag moet betalen verdachte en/of zijn mededader(s), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT] en/of

- bepaald en/of laten bepalen wat die [betrokkene 38] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en/of

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 38] beperkt en/of ontnomen om tijdens het werk en/of buiten het werk te gaan en staan en/of om om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachten, waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], althanshet moeten afleggen van verantwoording over het gaan en staan en/of omgang met andere mensen tijdens het werk en/of buiten het werk om en/of

- bij die [betrokkene 38] angst ingeboezemd (waardoor zij geen/niet eerder hulp zocht en/of aangifte deed) en/of

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 38] voor repressie en/of repercussie jegens haar en/of haar familie en/of vrienden en/of dierbare huisdieren en/of

- die [betrokkene 38] gedreigd en/of laten dreigen met het inlichten van haar ouders over haar prostitutiewerkzaamheden en/of

- die [betrokkene 38] onder druk gezet en/of in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps) intimidatie, door verdachte en/of zijn medeverdachte(n), waaronder [verdachte PT], [betrokkene 40]s [verdachte PT] en/of [verdachte FT], waardoor een dermate dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden en/of

- instructies gegeven en/of laten geven aan die [betrokkene 38], teneinde de prostitutiewerkzaam-heden en de inkomsten van die [betrokkene 38] te controleren.

3.

hij in of omstreeks de periode 01 oktober 2005 t/m 01 maart 2006 te Amsterdam en/of te Eindhoven en/of (elders) in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althansalleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [betrokkene 17]te dwingen tot de afgifte van 30.000 Euro, althanseen (fors) geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [betrokkene 17], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), immers heeft / hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [betrokkene 17] te verstaan gegeven dat verdachte en/of zijn mededader(s) 30.000 Euro, althanseen (fors) geldbedrag van hem, [betrokkene 17], tegoed had(den) (voor de overgang en/of het "afpakken" van [betrokkene 5] van verdachte en/of zijn mededader(s) naar die [betrokkene 17]), en/of tegen die [betrokkene 17] dwingend en/of dreigend heeft/hebben gezegd bij hem aan de deur te gaan en/of die [betrokkene 17] dwingend / dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Jij of ik sterft", althanswoorden van gelijke dwingende / dreigende aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden,

hij in of omstreeks de periode 01 oktober 2005 tot en met 01 maart 2006 te Amsterdam en/of te Eindhoven en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althansalleen, [betrokkene 17] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft / hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [betrokkene 17] te verstaan gegeven dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), 30.000 Euro, althanseen (fors) geldbedrag van hem, betrokkene 17], tegoed had(den) (voor de overgang en/of het "afpakken" van [betrokkene 5] van verdachte en/of zijn mededader(s) naar die [betrokkene 17]), en/of tegen die [betrokkene 17] dwingend en/of dreigend heeft/hebben gezegd bij hem aan de deur te gaan en/of die [betrokkene 17] dwingend / dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Jij of ik sterft", althanswoorden van gelijke dwingende / dreigende aard of strekking.

4.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2002 tot en met 30 april 2006 in de gemeente Utrecht en/of Vinkeveen, gemeente de Ronde Venen en/of Amsterdam en/of Alkmaar en/of Haarlem en/of Diemen en/of Assendelft en/of Den Haag en/of (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of België en/of Turkije, heeft deelgenomen aan een organisatie, onder meer bestaande uit verdachte [verdachte NT] en/of een of meer van de volgende personen [verdachte SB] en/of [verdachte HB] en/of [verdachte BI] en/of en/of [verdachte MD] en/of [verdachte PT] en/of een of meer anderen (de “verdachte organisatie 1"),

- welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (telkens) plegen van mensenhandel, als bedoeld in artikel 250a Wetboek van Strafrecht(oud) en/of 273a Wetboek van Strafrecht (oud) en/of 273 f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mensenhandel onder andere bestond uit het seksueel uitbuiten van vrouwen (prostituees);

- (zware) mishandeling, als bedoeld in artikel 300 en/of 302 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die zware mishandeling onder ander bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen van (meerdere) personen (prostituees en/of klanten van prostituees en/of pooiers) en het laten uitvoeren van borstvergrotingen en/of laten aanbrengen van tatoeages;

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie (onder andere het voorhanden hebben van steek- en/of steek- en/of steek- en/of vuurwapens);

- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht/bedreiging met zware mishandeling als bedoeld in artikel 285 Wetboek van Strafrecht (onder andere het bedreigen van prostituees en/of klanten van prostituees);

- afpersing als bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht (onder andere het afhandig maken van geld van prostituees), terwijl hij, verdachte, daaraan (mede) leiding heeft gegeven.

5.

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2006 tot en met 30 april 2007 in de gemeente Utrecht en/of Vinkeveen, gemeente de Ronde Venen en/of Amsterdam en/of Alkmaar en/of Haarlem en/of Diemen en/of Assendelft en/of Den Haag en/of

(elders) in Nederland en/of Duitsland en/of België en/of Turkije, heeft deelgenomen aan een organisatie, onder meer bestaande uit verdachte [verdachte NT] en/of [verdachte PT]en/of [verdachte FT] en/of [verdachte MC] en/of een of meer anderen (de “verdachte organisatie 2"),

- welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (telkens) plegen van mensenhandel, als bedoeld in artikel 250a Wetboek van Strafrecht(oud) en/of 273a Wetboek van Strafrecht (oud) en/of 273 f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mensenhandel onder andere bestond uit het seksueel uitbuiten van vrouwen (prostituees);

- (zware) mishandeling, als bedoeld in artikel 300 en/of 302 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die zware mishandeling onder ander bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen van (meerdere) personen (prostituees en/of klanten van prostituees en/of pooiers) en het laten uitvoeren van borstvergrotingen en/of laten aanbrengen van tatoeages;

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie (onder andere het voorhanden hebben van steek- en/of steek- en/of steek- en/of vuurwapens);

- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht/bedreiging met zware mishandeling als bedoeld in artikel 285 Wetboek van Strafrecht (onder andere het bedreigen van prostituees en/of klanten van prostituees);

- afpersing als bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht (onder andere het afhandig maken van geld van prostituees), terwijl hij, verdachte, daaraan (mede) leiding heeft gegeven.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten in de bewezenverklaring verbeterd. Daardoor wordt verdachte niet geschaad in zijn verdediging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1, 2, 3 primair, 4 en 5 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van twaalf jaren, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie de gevangenneming van verdachte gevorderd.

4. De voorvragen

4.1 De geldigheid van de dagvaarding en de bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak.

4.2 De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het recht tot strafvervolging, in de eerste plaats omdat er sprake is van een ernstige inbreuk op de beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan. In de tweede plaats beroept hij zich op HR NJ 1999, 567 en stelt dat is gehandeld in strijd met de grondslagen van het strafproces waardoor het wettelijk systeem in de kern is geraakt. De volgende omstandigheden hebben daartoe volgens de samengevatte stellingen van de raadsman toe geleid:

- het openbaar ministerie heeft een verkeerd beeld over verdachte geschetst in de media en bij de rechtbank waardoor de onschuldpresumptie van artikel 6 EVRM is geschonden. Ten onrechte en zonder enige nuance wordt verdachte in verband gebracht met verhalen over verkrachtingen, honkbalknuppels, wapenbezit, drugshandel en witwassen. Door deze berichtgeving zijn mogelijk ook getuigen beïnvloed;

- gedurende lange tijd hebben in strijd met de wet, geheimhoudersgesprekken deel uitgemaakt van het dossier;

- door het openbaar ministerie is bewust ontlastend materiaal buiten het dossier gehouden: tapgesprekken zijn onvolledig uitgewerkt en ontlastende gedeeltes zijn weggelaten, van terloopse gesprekken door politieambtenaren met potentiële getuigen zijn in strijd met artikel 152 Sv geen proces-verbaal opgemaakt en ontlastende getuigenverklaringen, zoals de verklaring van de getuige [betrokkene 120], zijn niet aan het dossier toegevoegd;

- het openbaar ministerie heeft ten onrechte gesteld dat het plegen van meineed door getuige [betrokkene 28] mede door de raadsman is geïnstrueerd.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft de stellingen van de verdediging weersproken.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank overweegt het volgende.

De media-aandacht

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat, door handelen of niet handelen van het openbaar ministerie, de publiciteit over de Sneep-zaak tot gevolg heeft gehad dat de onschuldpresumptie, zoals beschermd door artikel 6 EVRM, is geschonden.

De geheimhoudersgesprekken

De officier van justitie heeft diverse processen-verbaal over zgn. geheimhoudersgesprekken aan het dossier toegevoegd. Het laatst toegevoegde proces-verbaal dateert van 4 februari 2010, is opgemaakt door verbalisanten [betrokkene 60] en [betrokkene 37] en bevat het eindresultaat van de ‘zoekslagen’ naar geheimhoudersgesprekken in alle deelonderzoeken van het onderzoek Sneep.

Op basis van dat proces-verbaal staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat in het Sneeponderzoek en de tot het dossier behorende deelonderzoeken, ten aanzien van 106 geheimhoudersgesprekken in strijd met de toepasselijke bepalingen is gehandeld. Dat gebeurde door geheimhoudersgesprekken op te nemen en deze niet terstond te vernietigen. Dat levert onherstelbare vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a Sv op.

Uit het hiervoor genoemde proces-verbaal van 4 februari 2010 blijkt ook dat geen sprake is geweest van geheimhoudersgesprekken waaraan verdachte heeft deelgenomen en waarmee in strijd met de toepasselijke bepalingen is gehandeld.

Het is vaste rechtspraak dat, indien het – zoals in deze zaak – niet verdachte is die door de niet-naleving van een voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, als regel geen rechtsgevolg zal behoeven te worden verbonden aan het verzuim. De rechtbank ziet, nu niet aannemelijk is geworden dat verdachte op een dergelijke wijze is getroffen, geen aanleiding om anders te oordelen dan met de enkele constatering dat een vormverzuim is begaan.

Welbewust ontlastend materiaal buiten het dossier houden door het openbaar ministerie

De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat het openbaar ministerie welbewust dan wel met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte relevante stukken heeft achtergehouden waardoor het recht op een eerlijke berechting geschonden is. Over relevantie van stukken kan verschil van mening bestaan. Het is de taak van de raadsman om stukken die door het openbaar ministerie kennelijk niet relevant geacht werden, onder de aandacht van de rechtbank te brengen. Dat heeft de raadsman ook gedaan.

Het is ook niet aannemelijk geworden dat door de politie (systematisch) geen processen-verbaal zijn opgemaakt in gevallen waarin dat wel had moeten gebeuren.

Beïnvloeding van getuige(n) door de raadsman

De raadsman verwijt het openbaar ministerie hem te beschuldigen van beïnvloeding van getuigen en verwijst naar het requisitoir over [betrokkene 28]. De rechtbank stelt vast dat de officier bij requisitoir heeft opgemerkt dat [betrokkene 28] zelf heeft verklaard door de raadsman tot meineed te zijn aangezet. Ter terechtzitting van 27 september 2010 heeft [betrokkene 28] dat ontkend. Tot een niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie kan deze schermutseling tussen raadsman en officier van justitie niet leiden, ook niet op de door hem aangevoerde gronden.

De conclusie van de rechtbank

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat de door de raadsman aangevoerde argumenten en gronden niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie kunnen leiden. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen, met dien verstande dat volstaan wordt met de constatering van een vormverzuim ten aanzien van geheimhoudersgesprekken.

4.3 Rechtsmacht met betrekking tot de feiten bij [betrokkene 10]

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat door het ontbreken van rechtsmacht het openbaar ministerie ten aanzien van feit 2 met betrekking tot [betrokkene 10] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel de rechtbank onbevoegd is. Hij voert daartoe aan dat verdachte de Turkse nationaliteit heeft en dat de tenlastegelegde feiten voor zover die in België hebben plaatsgevonden in tijd niet a[betrokkene 72]luiten op de feiten in België.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie is van mening dat er wel rechtsmacht is ten aanzien van dit feit.

De overwegingen van de rechtbank

Op grond van artikel 2 Sr is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Indien naast in ook buiten Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar het strafbare feit is gepleegd, is op grond van de hiervoor genoemde wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden.

Ten aanzien van [betrokkene 10] wordt verdachte het medeplegen van verschillende uitvoeringshandelingen ter zake van mensenhandel verweten die zowel in Nederland als in België hebben plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het om een doorlopend feitencomplex. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de handelingen in Nederland het vervolg waren op die in België en dat de feiten in België nog niet waren beëindigd en voltooid. De rechtbank komt derhalve ook rechtsmacht toe ten aanzien van de feiten voor zover die in België zouden hebben plaatsgevonden.

Het verweer wordt verworpen.

4.4 Rechtsmacht met betrekking tot de feiten bij [betrokkene 5]

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat door het ontbreken van rechtsmacht het openbaar ministerie ten aanzien van feit 2 met betrekking tot [betrokkene 5] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel de rechtbank terzake onbevoegd is.

Hij voert daartoe aan dat verdachte de Turkse nationaliteit heeft en dat de tenlastegelegde feiten voor zover die in België hebben plaatsgevonden in tijd niet a[betrokkene 72]luiten op de feiten in België.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie is van mening dat er wel rechtsmacht is ten aanzien van dit feit.

De overwegingen van de rechtbank

Op grond van artikel 2 Sr is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Indien naast in ook buiten Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar het strafbare feit is gepleegd, is op grond van de hiervoor genoemde wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden.

Volgens het verwijt dat de officier van justitie verdachte maakt is er geen sprake is geweest van een aaneensluitende periode waarbinnen [betrokkene 5] voor verdachte zou hebben gewerkt. [betrokkene 5] zou immers aanvankelijk voor verdachte hebben gewerkt in België, waarna zij met [betrokkene 17] vertrok en gedurende anderhalf jaar is weggebleven bij verdachte.

De rechtbank verwijst naar de overwegingen bij de bewijsbeslissing over de in Nederland aan verweten gedragingen ten aanzien van [betrokkene 5] (5.9). De gestelde prostitutiewerkzaamheden voor verdachte in België waren toen dus beëindigd en de eventuele mensenhandel door verdachte voltooid. De feiten die verdachte in Nederland zou hebben gepleegd, zouden dus anderhalf jaar na die in België hebben plaatsgevonden. Aan Nederland komt ten aanzien daarvan geen rechtsmacht toe op basis van artikel 2 Sr.

Gegeven het feit dat verdachte niet de Nederlandse nationaliteit heeft en evenmin een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland als bedoeld in artikel 5a Sr, zijn er geen andere bepalingen waaraan rechtsmacht ontleend kan worden. De rechtbank stelt vast dat [betrokkene 5] de Nederlandse nationaliteit heeft (pagina 46I/24355). Artikel 5b is echter niet van toepassing. Aan het bij wet van 26 november 2009, Stb. 525 in samenhang met de Wet van 26 november 2009, Stb. 544 per 1 april 2010 voor situaties als de onderhavige ingevoerde artikel 5b, aanhef en sub, 1° Sr, is immers geen terugwerkende kracht toegekend.

De conclusie

Het verweer van de raadsman op dit onderdeel slaagt. De rechtbank zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in het recht tot strafvervolging voor feit 2 ten aanzien van [betrokkene 5] [betrokkene 5], voor zover de tenlastelegging betrekking heeft op in België gepleegde feiten.

4.5 Tenslotte

De rechtbank heeft vastgesteld dat de officier van justitie voor het overige ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

Leeswijzer

Deze paragraaf bevat een aantal onderdelen die betrekking hebben op de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. Deze bewijsmotivering bestaat per feit uit een aantal onderdelen.

Eerst worden de kort samengevatte standpunten van de officier van justitie en de verdediging weergegeven.

Onder het kopje bewijsoverwegingen zal de rechtbank vervolgens de feiten vaststellen en daarbij tussen haakjes steeds het nummer van het bewijsmiddel vermelden waaraan het is ontleend. In de bewijsoverwegingen motiveert de rechtbank verder in voorkomende gevallen dat, en waarom, zij afwijkt van door de officier van justitie en de verdediging uitdrukkelijk onderbouwde standpunten. In dat geval wordt uitgebreider vermeld hoe die standpunten luiden. Ook de eventuele overige bijzondere bewijsoverwegingen komen in de paragraaf bewijsoverwegingen aan de orde. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die hierna in het vonnis zijn opgenomen. Deze bewijsmiddelen bevatten de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Onder het kopje conclusie zet de rechtbank uiteen of zij tot een vrijspraak of een bewezenverklaring komt en neemt zij de eventuele bewezenverklaring op.

De genummerde bewijsmiddelen zijn, geordend per feit, als bijlage aan het vonnis gehecht en maken daarvan op die wijze deel uit.

Feitelijk gedeelte van de tenlastelegging

De tenlasteleggingen in de zaken van Sneep II zijn voor wat betreft de mensenhandel toegespitst op de in artikel 273a (oud)/273f en in een enkel geval ook in 250a (oud) Sr, telkens in het eerste lid omschreven onderdelen. De opbouw van de tenlastelegging is steeds dat eerst de onderdelen zijn omschreven, gevolgd door een passage die begint met ‘immers’, welke passage de feitelijke omschrijving bevat. De rechtbank duidt in haar overwegingen in voorkomende gevallen dat deel van de tenlastelegging soms aan als ‘het feitelijk deel van de tenlasteleggging’ of ‘de feitelijke omstandigheden’ maar ook wel als ‘de feitelijkheden’. Met die laatste term wordt dan niet bedoeld: feitelijkheden in de zin van de als dwangmiddel in de delictsomschrijving opgenomen wetsterm. Wanneer dat wél wordt bedoeld, vermeldt de rechtbank dat uitdrukkelijk.

Artikel 273f, eerste lid aanhef en sub 4°, Sr

- Gebondenheid aan de tenlastelegging

De rechtbank stelt voorop dat de tenlastelegging er toe strekt voor de procesdeelnemers – zowel voor het openbaar ministerie en de rechter als voor de verdachte en eventueel de benadeelde partij – de inzet van het geding en de te volgen beslissingsstructuur met de vereiste duidelijkheid vast te leggen. Afgezien van de wettelijke wijzigings- en aanvullingsmogelijkheden (artikelen 312, 313 en 314 Sv) kan de rechter aan de tenlastelegging overeenkomstig haar kennelijke strekking een uitleg geven die met de bewoordingen ervan niet letterlijk overeenstemt, mits die uitleg met die bewoordingen niet onverenigbaar en ook overigens niet onbegrijpelijk is alsmede ook voor de andere procesdeelnemers duidelijk is. Eventuele kennelijke misslagen kunnen aldus worden hersteld (vgl. HR 27 juni 1995, NJ 1996, 126 en 127).

- Tenlastelegging in Sneep II

In de zaken die onder de naam Sneep II aan de rechtbank zijn voorgelegd, zijn de tenlasteleggingen die betrekking hebben op mensenhandel, in de meeste gevallen volgens een vast patroon opgebouwd. Primair wordt verdachte verweten dat hij als pleger of medepleger betrokken is geweest, subsidiair is medeplichtigheid tenlastegelegd. In vrijwel alle zaken is onder meer artikel 273f, eerste lid sub 4°Sr, of de corresponderende strafbaarstelling in de vervallen artikelen 273a (oud) en 250a (oud) Sr, tenlastegelegd. Dit onderdeel ziet op degene die in een door een ander gecreëerde uitbuitingssituatie of situatie van onvrijwilligheid (dat zijn de onder 1° genoemde omstandigheden waarbij een dwangmiddel is gebruikt ) enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten. Volgens de wetsgeschiedenis is deze culpoze variant ingevoerd met het oog op personen voor wie niet bewijsbaar geldt dat zij zelf de dwangmiddelen hebben aangewend om een vrouw te dwingen of te bewegen zich tot prostitutie beschikbaar te stellen, maar die, in een situatie waarin een vrouw door anderen daartoe gedwongen of bewogen zich prostitueert, zelf iets doet waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de vrouw zich daardoor prostitueert. In gewoon Nederlands: iemand doet iets, waarvan hij weet of moet vermoeden, dat een vrouw die in een uitbuitingssituatie verkeert, zich daardoor prostitueert.

- Bewijsvraag

Voor alle verdachten is een vrijwel gelijkluidende tenlastelegging uitgebracht. Voor vrijwel alle verdachten is gerequireerd tot bewezenverklaring van het (mede)plegen van mensenhandel bij alle vrouwen. Het is de taak van de rechtbank op basis van de tenlastelegging tot een oordeel te komen. De rechtbank constateert bij beantwoording van de bewijsvraag dat niet alle verdachten op eenzelfde wijze bij de verweten gedragingen betrokken zijn geweest. Daardoor kan in veel gevallen opzet en/of medeplegen niet bewezenverklaard worden.

- Sub 4°

De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het gedachtestreepje dat ziet op sub 4° in die gevallen bewezen kan worden.

In het huidige sub 4° - en de voorlopers daarvan in de inmiddels vervallen artikelen 273a (oud) en 250a (oud) Sr - heeft de wetgever, voor zover in deze zaak van belang, naar het oordeel van de rechtbank twee situaties strafbaar willen stellen, te weten:

1) een ander met de onder lid 1, sub 1° genoemde middelen dwingen of bewegen, zich beschikbaar te stellen voor het verrichten van arbeid of diensten, en

2) onder de omstandigheden van lid 1, sub 1°, enige handeling ondernemen waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een ander zich daardoor beschikbaar stelt voor het verrichten van arbeid of diensten.

Onder 1) valt de uitbuiter zelf, onder 2) bijvoorbeeld degene die door de officier is aangeduid als “facilitator”, ofwel een persoon die op de hoogte is van de uitbuiting en daarbij zelf ook enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moeten vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele diensten.

De officier van justitie heeft steeds de delictsomschrijving van sub 4° in zijn geheel tenlastegelegd, ook al had zij, zo leidt de rechtbank uit het requisitoir af, soms alleen het oog op het tweede deel van sub 4°.

De rechtbank loopt door deze wijze van tenlasteleggen tegen een probleem op. In gevallen waarin de rechtbank niet kan bewijzen dat verdachte zelf de pleger van de uitbuiting was en dus zal vrijspreken van het eerste deel van sub 4°, blijft het tweede deel van dat gedachtestreepje over. Dat tweede deel is: dat verdachte “onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die vrouw zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten”, waarna onder “immers” de feitelijke handelingen van de uitbuiter volgen.

De rechtbank is van oordeel dat de overgebleven zin “onder genoemde omstandigheden enige handeling ondernemen” onvoldoende concreet en feitelijk is. Waar doelt de steller van de tenlastelegging dan op? De genoemde omstandigheden worden daarin immers niet meer genoemd, nu het eerste deel van de tenlastelegging is weggestreept. Bovendien zijn de feitelijkheden die na “immers” volgen, geen uitwerking van “enige handeling” die door verdachte wordt verricht. De feitelijkheden die door verdachte worden verricht, staan namelijk in de tenlastelegging genoemd onder het subsidiair tenlastegelegde, ter invulling van de medeplichtigheid.

De rechtbank heeft zich afgevraagd of zij de tenlastelegging verbeterd zou kunnen en moeten lezen in die zin dat de steller van de tenlastelegging het volgende heeft bedoeld ten laste te leggen: dat een medeverdachte (de uitbuiter) de vrouw heeft gedwongen of bewogen, met de dwangmiddelen van lid 1 sub 1°, om zich beschikbaar te stellen voor arbeid en diensten, door de na “immers” genoemde feitelijkheden te verrichten, terwijl verdachte onder die omstandigheden, enige handeling heeft verricht, te weten de handelingen die onder het subsidiair tenlastegelegde staan, ter invulling van de medeplichtigheid. Die feitelijkheden zou de rechtbank daar dan moeten inlezen.

Een dergelijke reconstructie is naar het oordeel van de rechtbank echter niet een uitleg van de tenlastelegging die valt binnen de door de Hoge Raad getrokken grenzen.

- De conclusie

De rechtbank zal verdachte in dergelijke gevallen (ook) vrijspreken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het als artikel 273f/273a (oud), onder sub 4°/250a (oud) sub 1° Sr tenlastegelegde.

5.1 [Betrokkene 32] (tenlastelegging onder feit 1 en 2)

5.1.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie requireert tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak.

5.1.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aan verdachte is onder 1 en 2 medeplegen van mensenhandel, telkens met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, ten aanzien van [betrokkene 32] tenlastegelegd. De tenlastelegging onder feiten 1 en 2 bevat een aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 250a (oud), eerste lid aanhef, sub 1°, 4°, 6° Sr (feit 1) en artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 3°, 4°, 6° en 9° Sr (feit 2).

De verklaringen van [betrokkene 32] en verdachte

[Betrokkene 32] verklaart zelf dat ze op haar 20e in de prostitutie is gaan werken. In 1997/1998 ontmoet ze verdachte. Ze krijgen in 2001/2002 een relatie. [Betrokkene 32] vertelt dat ze in het begin verliefd was op hem. Later kregen ze vaak ruzie. Dat was de reden dat ze uit elkaar zijn gegaan. [Betrokkene 32] zegt dat ze zelfstandig in de prostitutie werkte. Haar werknaam was [N.]. Ze bepaalde zelf haar werktijden. Haar verzorging regelde ze zelf. Soms belde ze een loopjongen van de lunchroom en soms nam ze een “zwarte taxi”, een snorder.

Verdachte bracht haar ook wel eens naar het werk en haalde hij haar soms op.

Verdachte is niet gehoord. Hij is onvindbaar.

De verklaringen van [betrokkene 10] en [betrokkene 4]

De enige verklaringen in het dossier die als belastend kunnen worden uitgelegd, zijn die van [betrokkene 10] en [betrokkene 4] [betrokkene 4]. De verdediging heeft aangevoerd dat deze verklaringen derdehands, innerlijk tegenstrijdig en niet geloofwaardig zijn.

[betrokkene 10] verklaart onder meer dat [verdachte NT] leefde van het geld dat hij kreeg van vrouwen, onder wie [Y] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 32]). [Betrokkene 10] zou een paar weken in de woning van [Y] en [verdachte NT] (de rechtbank begrijpt: [verdachte NT]) zijn geweest. Daar had [betrokkene 32] haar gezegd dat ze niet alles aan haar moest vertellen. Ze kreeg daar problemen mee met [verdachte NT]. Ze kreeg dan klappen.

[betrokkene 4] verklaart onder meer dat [betrokkene 24] en [N] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 32]) verdachtes bron van inkomsten zijn. Hij nam deze meisjes regelmatig geld af. [betrokkene 32] zou ook een keer naar Duitsland zijn gevlucht. Ze hebben haar toen gevonden via de creditcard en haar weer teruggehaald.

[Betrokkene 10] en [betrokkene 4] verklaren niet erg gedetailleerd. Zo is bijvoorbeeld niet duidelijk wat [betrokkene 10] precies bedoelt met het feit dat [betrokkene 32] problemen kreeg met [verdachte NT] of klappen kreeg als [betrokkene 10] haar teveel zou vertellen. Uit haar verhaal blijkt niet dat die klappen iets te maken zouden hebben met gedwongen werken in de prostitutie. Ook blijkt uit [betrokkene 4]’s verklaring niet op welke wijze het geld van [betrokkene 32] werd afgenomen door verdachte, of dat onder dwang gebeurde en zo ja, waaruit de dwang bestond. Veel van wat [betrokkene 10] en [betrokkene 4] verklaren is van horen zeggen. Dat betekent dat de bewijskracht van hun verklaring minder groot is dan wanneer ze uit eigen waarneming zouden hebben verklaard.

Overig bewijs

In het dossier bevinden zich verder wat mutaties van zedencontroles waaruit blijkt dat [betrokkene 32] werkzaam was als prostituee en veel bel- en sms-contacten, tussen [betrokkene 32] en verdachte, in de periode 26 april 2003 t/m 3 juli 2003, waaruit het beeld oprijst dat verdachte wil dat [betrokkene 32] bij hem terugkomt. Méér bewijs is er niet.

Zwaar lichamelijk letsel

Het is de rechtbank niet duidelijk op basis van welke bewijsmiddelen de officier van justitie tot bewezenverklaring van deze strafverzwarende omstandigheid heeft gerequireerd. De rechtbank heeft dergelijk bewijs niet aangetroffen.

5.1.3 De conclusie

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de tenlastegelegde feitelijkheden en dus ook voor de dwangmiddelen en het zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 en 2 met betrekking tot [betrokkene 32] is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.2 [Betrokkene 24] (tenlastelegging onder feiten 1 en 2)

5.2.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 telastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken.

5.2.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aan verdachte is onder 1 en 2 medeplegen van mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 24], telkens met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, tenlastegelegd. De tenlastelegging bevat een aantal feitelijkheden die onder 1. de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 250a (oud), eerste lid aanhef, sub 1°, 4° en 6° Sr en onder 2. van artikel 273a (oud)/273f, eerste lid, sub 1°, 3° 4°, 6° en 9° Sr.

Het gebruik van de verklaring van [betrokkene 94]

Volgens de verdediging moet de verklaring van [betrokkene 130]worden uitgesloten van het bewijs omdat zij niet de mogelijkheid gekregen heeft om zijn verklaring te toetsen. Weliswaar heeft de verdediging wel de mogelijkheid gekregen hem vragen te stellen, maar volgens de Europese jurisprudentie is dat te weinig om de rechten zoals vastgesteld in het EVRM te waarborgen nu [betrokkene 130]zich – als verdachte – op zijn verschoningsrecht heeft beroepen.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [betrokkene 94], ondanks het feit dat de verdediging niet de mogelijkheid gekregen heeft de verklaring te toetsen, wel voor het bewijs kan worden gebruikt nu deze verklaring in voldoende mate steun vindt in ander – hierna te noemen – bewijs.

Verklaringen van [betrokkene 24] en verdachte

[Betrokkene 24] is als getuige door de rechter-commissaris gehoord. Ze verklaart dat ze geheel vrijwillig in de prostitutie werkt en dat ze nooit daartoe is gedwongen. Ze bepaalt zelf haar werktijden en beslist zelf wat ze met het door haar verdiende geld doet. Verder ontkent ze dat verdachte ooit enig geweld op haar heeft uitgeoefend.

Verdachte heeft geen verklaring afgelegd, hij is onvindbaar.

De periode

De mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 24] is tenlastegelegd als twee verschillende feiten. Het eerste feit bestrijkt de periode van 1 oktober 2000 tot en met 31 december 2004. En het tweede feit de periode vanaf 1 januari 2005 tot en met 30 april 2007. Dat plaatst de rechtbank voor de vraag of alle feitelijkheden ook steeds hebben plaatsgevonden in beide periodes. De rechtbank zal daarom per feit de bewijsmiddelen inventariseren.

Getuigen

De getuige [betrokkene 4] (6 en 18) verklaart dat ze [verdachte NT] in 2000 of 2001 heeft leren kennen. Ze heeft tot december 2004 in de prostitutie gewerkt. Ze verklaart dus over feit 1. [Betrokkene 75] (3) werkte van 2001 tot 2008 in de prostitutie. In welke periode (feit 1 of 2) zij [betrokkene 24] kende, is niet duidelijk. [Betrokkene 28] (5) begon in november 2006 met werken. Zij verklaart dus over feit 2. [Betrokkene 55] (7) verklaart over feit 2 en [betrokkene 130](4) over feit 1.

Overige bewijsmiddelen

Hoewel [betrokkene 24] verdachte niet van mensenhandel beschuldigt, stelt de rechtbank op basis van de inhoud van haar verklaring en de overige bewijsmiddelen het volgende vast.

De relatie tussen [betrokkene 24] en verdachte en het werken als prostituee door [betrokkene 24]

[Betrokkene 24] ontmoette verdachte toen zij 21 jaar was. Vanaf haar twintigste werkte zij in de prostitutie (1). Zij was helemaal idolaat van verdachte, ze deed alles voor hem en is op enig moment met hem getrouwd (1, 3, 6). [Betrokkene 24] was geheel afhankelijk van verdachte (3). De Amsterdamse Wallen waren haar leven. Ze werkte tot zeven uur 's ochtends, ging daarna naar bed en stond om tien uur weer op. Vervolgens ging ze in de middag weer aan het werk. [Betrokkene 24] werd van en naar haar werk gebracht (3). Ze werkte voor verdachte (4, 5, 6 en 7). Zij werkte altijd, wat er ook met haar aan de hand was. Ze deed alles voor verdachte. Verdachte hoefde haar niet te zeggen dat ze moest werken, ze werkte toch wel (3).

Haar keuzevrijheid, het toezicht op de werktijden en inkomsten en het afdragen van haar verdiensten

- Feit 1

Verdachte gaf opdrachten aan de bodyguards die op [betrokkene 24] pasten (4).

Verdachte hield toezicht op de werktijden en daarmee op de inkomsten van [betrokkene 24]. In een aantal tapgesprekken uit 2003 tussen [betrokkene 24] en verdachte vraagt hij hoeveel zij op dat moment al verdiend heeft (12, 13, 14, 16, 17). In gesprek (14) vraagt hij, als ze desgevraagd zegt dat ze nog ziek is, hoeveel ze verdiend heeft en geeft haar vervolgens opdracht naar huis te gaan. In het daarop volgende gesprek meldt [betrokkene 24] thuis te zijn en bedankt ze hem dat zij eerder naar huis mocht gaan (15). De rechtbank leidt uit deze gesprekkenreeks af dat [betrokkene 24] in deze onder feit 1 vallende periode in afhankelijkheid van verdachte voor hem werkte en haar verdiensten en werktijden door hem liet bepalen. Daarvoor vindt de rechtbank bovendien bevestiging in de verklaring van [betrokkene 4] dat ze op 18 september 2002 [betrokkene 24] van haar werk naar huis heeft gebracht omdat ze hoge koorts had en dat verdachte toen zeer kwaad werd omdat [betrokkene 24] naar huis was gekomen en niet aan het werk was. (18).

- Feit 2

Ook in deze periode houdt verdachte toezicht op haar verdiensten (11) en werktijden: in een tapgesprek van 25 februari 2006 tussen [betrokkene 24] en verdachte vraagt [betrokkene 24] of zij die week thuis kan blijven tot alles in orde is. Verdachte vraagt haar vervolgens tot drie keer toe of ze niet goed wijs is (9).

Verdachte gaf opdrachten aan de bodyguards die op [betrokkene 24] pasten (7, 8).

In een tapgesprek van 2 maart 2006 tussen [betrokkene 24] en een onbekende vrouw zegt [betrokkene 24] dat zij geen contact meer met haar mag hebben (10). Daarmee bepaalde hij naar het oordeel van de rechtbank wat [betrokkene 24] moest doen (geen contcat hebben) en beperkte hij haar keuzevrijheid.

Verdachte had zelf geen werk en leefde van het geld van onder andere [betrokkene 24]. Ook vanaf het moment dat verdachte voortvluchtig was en in Turkije verbleef, werd hem regelmatig door [betrokkene 24] verdiend geld gebracht (5).

Op basis van de getuigenverklaringen en het overige bewijs is de rechtbank van oordeel dat feit 1 en 2 wettig en overtuigend te bewijzen zijn op de hierna vermelde wijze. Voor zowel feit 1 als feit 2 geldt dat [betrokkene 24] idolaat was van verdachte en daardoor emotioneel van hem afhankelijk. Als gevolg van deze afhankelijkheid had verdachte overwicht over haar en daarvan heeft hij misbruik gemaakt door haar te bewegen voor hem in de prostitutie te werken.

Medeplegen.

Er is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bewijs om dit feit in de tenlastegelegde deelnemingsvorm (medeplegen) bewezen te verklaren. De rechtbank zal verdachte daarvan dan ook vrijspreken.

5.2.3 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde ten aanzien van [betrokkene 24] heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode 1 oktober 2000 tot en met 31 december 2004 in Nederland,

- [betrokkene 24] door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling;

en

- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van een ander, genaamd [betrokkene 24] met een derde tegen betaling, terwijl verdachte wist dat die [betrokkene 24] door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht werd bewogen zich beschikbaar te stellen tot het plegen van die seksuele handelingen;

en

[betrokkene 24] door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft bewogen, uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [betrokkene 24] met een derde, verdachte te bevoordelen;

immers zijnde/hebbende verdachte

- met voornoemde [betrokkene 24] een liefdesrelatie onderhouden en die [betrokkene 24] emotioneel van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en

- die [betrokkene 24] als prostituee laten werken en toegezien op de werktijden en daarmede de inkomsten van die [betrokkene 24] als prostituee en

- die [betrokkene 24] het door haar met/in de prostitutie verdiende geld aan hem, verdachte, doen afstaan.

2.

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 april 2007 in Nederland,

- [betrokkene 24] door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard;

en

- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [betrokkene 24];

en

- [betrokkene 24] door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [betrokkene 24],

immers zijnde/hebbende verdachte

- met voornoemde [betrokkene 24] een liefdesrelatie onderhouden en

- die [betrokkene 24] als prostituee laten werken en

- die [betrokkene 24] het door haar met/in de prostitutie verdiende geld aan hem, verdachte, doen afstaan en

- bepaald wat die [betrokkene 24] moest doen waardoor zij geen keuzevrijheid had.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 ten aanzien van [betrokkene 24] meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.3 [Betrokkene 4] (tenlastelegging onder feit 1)

5.3.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken.

5.3.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Beschuldiging en verklaringen [betrokkene 4] en verdachte

Aan verdachte is onder 1 medeplegen van mensenhandel, met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, ten aanzien van [betrokkene 4] tenlastegelegd. De tenlastelegging bevat een groot aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 250a (oud), eerste lid aanhef, sub 1°, 4° en 6° Sr.

[Betrokkene 4] is diverse keren door zowel de politie als de rechter-commissaris gehoord. Haar verklaring houdt kort gezegd in dat zij de vriendin was van [verdachte SB]. Ze heeft hem in oktober 2000 ontmoet en werd verliefd op hem. Ze verklaart dat ze jaren door hem is gedwongen om in de prostitutie te werken en haar geld af te geven.

Verdachte is niet gehoord. Hij is onvindbaar.

Medeplegen

De officier van justitie stelt dat het medeplegen door verdachte van het tenlastegelegde feit blijkt uit het feit dat verdachte er vanaf de eerste ontmoeting tussen [betrokkene 4] en [verdachte SB] bij was. De mannen onderhielden nauwe betrekkingen, zowel zakelijk als vriendschappelijk en er werd zelfs samen gegeten. Daaruit kan volgens de officier worden afgeleid dat verdachte op de hoogte was van de seksuele uitbuiting van [betrokkene 4] door [verdachte SB]. Voor de onderbouwing van deze omstandigheden verwijst de officier naar de verklaring van [betrokkene 4].

De rechtbank stelt vast dat zich, behalve de verklaringen van [betrokkene 4], geen ander bewijs in het dossier bevindt waaruit de betrokkenheid van verdachte bij het telastegelegde feit blijkt.

Nog daargelaten dat uit de door de officier van justitie genoemde omstandigheden niet kan worden afgeleid dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [verdachte SB], is op grond van het voorschrift van artikel 342, tweede lid, Sv, de enkele verklaring van [betrokkene 4] onvoldoende om tot een bewezenverklaring van medeplegen te komen. De rechtbank komt daarmee niet meer toe aan bespreking van het betrouwbaarheidsverweer en evenmin aan beantwoording van de vraag of er sprake was van seksuele uitbuiting van [betrokkene 4] door [verdachte SB].

5.3.3 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het ten aanzien van betrokkene 4] tenlastegelegde heeft begaan, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.4 [Betrokkene 28] (tenlastelegging onder feit 2)

5.4.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de gehele tenlastelegging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

5.4.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aan verdachte is onder 2 medeplegen van mensenhandel, met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, ten aanzien van [betrokkene 28] tenlastegelegd. De tenlastelegging bevat een groot aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 4°, 6° en 9º Sr.

Verdachte heeft zelf geen verklaring afgelegd en [betrokkene 28] is meerdere keren gehoord.

Ontmoeting met verdachte en het overhalen om in de prostitutie te gaan werken

[Betrokkene 28] heeft verdachte medio november 2006 leren kennen. Zij vertelde hem van haar privéomstandigheden. Zij had geld nodig vanwege schulden en de inrichting van haar huis. Verdachte kon regelen dat zij in de prostitutie zou kunnen werken. Na twee weken belde verdachte haar op dat hij een kamer voor haar had waar zij als prostitutie kon gaan werken (1). [Betrokkene 28] stuurde vervolgens sms-jes aan verdachte met de mededeling dat zij het werk toch niet wilde doen. Zij wilde ervan zien (2, 5, 6). Verdachte wilde dat zij het wel deed. Hij heeft haar gebeld en op haar ingepraat hoe zij dacht van haar schulden af te komen. Verdachte zei ook dat zij dat niet kon maken, omdat hij al een kamer geregeld had. Na een aantal gesprekken stemde [betrokkene 28] in. Zij heeft zich over laten halen. Verdachte heeft haar opgehaald en de volgende dag is zij gaan werken in de prostitutie op de Wallen in Amsterdam. Er was voor haar een raam gehuurd. Vanaf dat moment tot medio februari 2010 heeft zij structureel gewerkt als prostituee. Ze kregen een liefdesrelatie (1, 3).

De rechtbank leidt uit vorenstaande feitelijkheden af dat [betrokkene 28] door de op haar uitgeoefende druk zich gedwongen heeft gevoeld om als prostituee te gaan werken.

[Betrokkene 28] verklaart dat zij verdachte medio november 2006 heeft leren kennen en na een paar weken als prostituee is gaan werken. Dat moment moet als beginpunt voor de bewezenverklaarde periode worden genomen. De rechtbank zal daarom een kortere periode bewezen verklaren dan ten laste is gelegd.

Het afstaan van haar verdiensten

Behalve de huur van haar appartement gaf zij haar verdiende geld aan verdachte en moest zij geld betalen voor de bodyguards (13, 15, 16). Verdachte zou het voor hen sparen. Verdachte deed beloftes en maakte toekomstplannen. [Betrokkene 28] zou maar één jaar hoeven te werken en dan zouden ze in Turkije gaan wonen. Hij zou een winkeltje voor haar openen, zij zouden kindjes gaan maken e.d. [betrokkene 28] zou telkens stoppen met werken, maar zij moest steeds weer doorwerken (1, 3). Toen verdachte nog in Nederland was, legde zij het geld in de kast en verdachte pakte het dan. Vanaf het moment dat verdachte in Turkije verbleef vroeg hij om het geld. [Betrokkene 28] heeft toen steeds het geld van Nederland naar Turkije gebracht en soms nam zij ook het geld van [betrokkene 24] mee (1, 3, 7).

Uit hetgeen verdachte aan [betrokkene 28] voorspiegelde begrijpt de rechtbank dat verdachte haar afhankelijk van hem maakte en zij daardoor gedwongen, c.q. bewogen werd om in prostitutie te blijven werken en haar inkomsten af te staan.

[Verdachte SB] is in februari 2007 is aangehouden. Verdachte was op dat moment op vakantie in Turkije. [Betrokkene 28] heeft verklaard dat verdachte na de aanhouding van [verdachte SB] in Turkije is gebleven (3). Vanaf dat moment heeft [betrokkene 28] steeds geld van Nederland naar Turkije gebracht. De rechtbank begrijpt hieruit dat het overbrengen van geld naar Turkije ook tussen februari 2007 en 30 april 2007 heeft plaatsgevonden.

Vervoer van en naar de werkplek, controle en keuzevrijheid inperken

In het begin werd [betrokkene 28] met de taxi van en naar haar werk gebracht en werden er bodyguards en snorders geregeld. Na een paar maanden is zij in opdracht van verdachte geld aan de bodyguard gaan betalen (3).

In het begin had [betrokkene 28] geen contact met haar familie. Ze belde soms drie of vier weken niet. In de periode van november 2006 tot april 2007 is [betrokkene 28] niet bij haar moeder geweest. Verdachte zei dan tegen haar dat niet te doen. Toen zij wel een keer een dag naar haar moeder was heeft verdachte haar de hele dag gebeld (3). Ook moest zij aan verdachte toestemming vragen om bijvoorbeeld een boodschap te mogen doen en moest zij melden wanneer zij in haar kamer aankwam (4, 9, 10). Verdachte lette ook op haar werktijden en haar inkomsten (11, 12).

De intimidatie en de groepsdwang.

Er deden over verdachte verhalen de ronde. Als een vrouw niet deed wat verdachte zei dan werd zij door een zogenaamde klant bezocht en in elkaar geslagen. Verdachte sprak hier in aanwezigheid van [betrokkene 28] met andere mannen over. De manier waarop verdachte dat zei maakte haar angstig en het kwam op haar bedreigend over (8). [Betrokkene 28] heeft gezien dat een andere vrouw werd geslagen en er waren verhalen dat zij in het koude water moest springen. Andere vrouwen hadden het over hun mannen. Een vrouw zei bijvoorbeeld: “Mijn man vindt het niet goed als ik eerder naar huis ga”. Door die verhalen bleef [betrokkene 28] langer werken om te voorkomen dat het haar ook zou overkomen (3).

Of de verhalen die door verdachte en/of prostituees verteld werden waar zijn, acht de rechtbank niet relevant. Dat ze verteld werden, staat vast. Het effect van die verhalen op [betrokkene 28] was dat een zodanige druk werd uitgeoefend dat [betrokkene 28] zich niet kon onttrekken aan de groepsdwang- of intimidatie en tevens dat er een dreigende sfeer is ontstaan waaraan zij geen weerstand kon bieden.

Deelneming

Voor bewezenverklaring van een vorm van deelneming zoals tenlastegelegd moet aan diverse eisen worden voldaan. Het dossier bevat onvoldoende bewijs daarvoor. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte als pleger van mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 28] heeft gehandeld.

5.4.3 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat verdachte het ten aanzien van [betrokkene 28] tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 december 2006 tot en met 30 april 2007 in Nederland,

- [betrokkene 28] door dwang en andere feitelijkheden dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht heeft geworven en vervoerd met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [betrokkene 28];

en

- [betrokkene 28] door dwang en andere feitelijkheden en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard;

en

- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van [betrokkene 28];

en

- [betrokkene 28] door dwang en andere feitelijkheden en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [betrokkene 28] met of voor derden;

immers zijnde/hebbende verdachte

- met voornoemde [betrokkene 28] een liefdesrelatie aangegaan en onderhouden en die [betrokkene 28]

emotioneel van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en

- voor die [betrokkene 28] een werkplek laten regelen waar zij als prostituee kon werken en die [betrokkene 28] naar haar werkplek laten brengen en van haar werkplek laten ophalen en die [betrokkene 28] gecontroleerd en

- die [betrokkene 28] als prostituee laten werken en toegezien op de werktijden en daarmede de inkomsten van die [betrokkene 28] als prostituee en

- die [betrokkene 28] het door haar in de prostitutie verdiende geld gedeeltelijk aan hem, verdachte, doen afstaan en die [betrokkene 28] aldus in een van hem, verdachte, afhankelijke positie gehouden en

- beschermingsgelden laten innen bij/van die [betrokkene 28] en

- die [betrokkene 28] laten betalen voor bescherming en

- bepaald waar zij naar toe mocht gaan waardoor zij geen keuzevrijheid had en

- die [betrokkene 28] onder druk gezet waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de (groeps)dwang en/of (groeps)intimidatie, door verdachte, waardoor een dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte ten aanzien van [betrokkene 28] meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.5 [Betrokkene 10] (tenlastelegging onder feit 2)

5.5.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie requireert tot bewezenverklaring van het medeplegen van het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak.

5.5.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aan verdachte is onder 2 medeplegen van mensenhandel, telkens met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, ten aanzien van [betrokkene 10] tenlastegelegd. De tenlastelegging bevat een aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 3°, 4°, 6° en 9° Sr.

De verklaringen van [betrokkene 10] en verdachte

[Betrokkene 10] heeft verschillende verklaringen afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris. Haar verklaringen kunnen als belastend voor verdachte worden aangemerkt. Ze verklaart onder meer dat ze begin augustus 2005 door verdachte en medeverdachte [verdachte MC] vanuit België is meegenomen naar Nederland. Ze hebben enkele weken in een woning in Amstelveen verbleven. [Betrokkene 10] verklaart dat ze meeging naar Nederland omdat verdachte haar bedreigde. Ze zou in de woning in Amstelveen zijn opgesloten. Het was de bedoeling dat ze in Utrecht in de prostitutie zou gaan werken. Dat wilde [betrokkene 10] niet en ze is uiteindelijk door haar vader opgehaald.

Verdachte zelf is niet gehoord. Hij is onvindbaar.

Het bewijsminimum en de betrouwbaarheid van [betrokkene 10]

De verdediging stelt dat [betrokkene 10] niet consistent verklaart en dat er geen sprake is van voldoende steunbewijs, zoals bedoeld in de meest recente rechtspraak van de Hoge Raad met betrekking tot artikel 342, tweede lid, Sv.

De officier van justitie is van mening dat de verklaring van [betrokkene 10] ondersteund wordt door de verklaringen van medeverdachte [verdachte MC] en [betrokkene 32].

De rechtbank stelt vast dat [betrokkene 32] en [verdachte MC] alleen bevestigen dat zij met [betrokkene 10] en verdachte in de woning in Amstelveen hebben verbleven. Zij bevestigen niet dat [betrokkene 10] daar werd opgesloten en dat het verdachtes bedoeling was dat zij in de prostitutie zou gaan werken, zoals is tenlastegelegd. [Betrokkene 32] verklaart daarentegen dat [betrokkene 10] níet was opgesloten. Zowel [betrokkene 32] als [verdachte MC] verklaren dat [betrokkene 10] en [verdachte MC] ruzie kregen vanwege haar contacten met een andere man en dat [betrokkene 10] daarna door haar vader is opgehaald. Nu de verklaringen van [verdachte MC] en [betrokkene 32] de verklaring van [betrokkene 10] niet op essentiële onderdelen ondersteunen, leveren ze onvoldoende steun op voor de verklaring van [betrokkene 10] en dus voor een bewezenverklaring.

Het proces-verbaal van bevindingen bevattende de de-audituverklaring van [betrokkene 112] kan evenmin als steunbewijs dienen, nu die verklaring, inhoudende dat [verdachte NT] en [K] (de rechtbank begrijpt: verdachte en [verdachte MC] ) in Amstelveen een woning hebben gehuurd waarin ze vrouwen vasthielden, te weinig concreet is om tot bewijs voor het tenlastegelegde te kunnen dienen.

5.5.3 De conclusie

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de tenlastegelegde feitelijkheden en dus ook voor de dwangmiddelen en voor het (strafverzwarende) zwaar lichamelijk letsel. Aan beantwoording van de vraag of verdachte bij een en ander als pleger of als medepleger betrokken is geweest, komt de rechtbank derhalve niet meer toe. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het ten aanzien van [betrokkene 10] tenlastegelegde heeft begaan, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.6 [Betrokkene 11] (tenlastelegging onder feit 2)

5.6.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de gehele tenlastelegging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

5.6.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Tenlastelegging

Aan verdachte is medeplegen van mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 11], met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, tenlastegelegd. De tenlastelegging bevat een groot aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 4°, 6° en 9° Sr.

De verklaringen van verdachte en [betrokkene 11]

Verdachte is aangehouden noch gehoord. Hij heeft als [betrokkene 40]s de naam [M] of [M] (1, 3, 12) en wordt in de diverse bewijsmiddelen en daarom ook in de overwegingen van de rechtbank, behalve als verdachte ook als [verdachte NT]/[verdachte NT] aangeduid. Zijn broer en medeverdachte [verdachte PT] is evenmin aangehouden of verhoord. [Verdachte PT] wordt ook wel [verdachte PT] genoemd en in het vonnis ook zo door de rechtbank aangeduid.

[Betrokkene 11] is diverse keren door zowel de politie als de rechter-commissaris gehoord. De betrouwbaarheid van haar verklaringen is door de verdediging betwist. De rechtbank verwerpt dat verweer en verwijst op deze plaats naar de motivering aan het einde van rubriek 5.6.2.

Op basis van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast.

Kennismaking van [betrokkene 11] met medeverdachte [verdachte PT]en overwegingen over diens identiteit. Intrede [betrokkene 11] in prostitutie

[betrokkene 11] , geboren op 20 augustus 1982, is 22 jaar oud wanneer zij de broer van verdachte, [verdachte PT], die zij dan leert kennen als [verdachte PT], ontmoet en verliefd op hem wordt. Nadat zij seks met hem heeft gehad, dwingt hij haar om als prostituee te gaan werken en bepaalt hij dat zij duizend euro per dag moet verdienen. Zij zal uiteindelijk drie jaar voor hem in de prostitutie werken, tot haar vijfentwintigste. Op het moment dat ze stopt, verblijft [verdachte PT] in Turkije (1, 13, 14).

Op basis van de in bewijsmiddel (1) opgenomen verklaring stelt de rechtbank vast dat de tenlastegelegde periode bewezen is en dat het feit zowel in Nederland als in Turkije is gepleegd. In die periode trouwt [betrokkene 11] op 18 september 2006 in Turkije met [verdachte PT](1, 16 en 17).

Woon- en werkplekken

Zij woont bij [verdachte PT] in Vinkeveen, in een bungalowpark (1, 6, 7), maar ook wel elders. De rechtbank begrijpt uit haar verhaal dat het [verdachte PT] was, die bepaalde op welke plek ze woonden. [Betrokkene 11] moet de huur betalen (1, 11). Meestal woont ze samen met [betrokkene 24], de vriendin en latere echtgenote van verdachte . [Verdachte PT] regelt een werkkamer voor haar. [Betrokkene 24] neemt haar daar mee naar toe en legt haar uit wat zij moet doen. [verdachte PT] zegt dat zij moet werken en dat zij daarover niets te zeggen heeft (1).

Brengen naar en halen van werkplekken, in de gaten (laten) houden, controleren, keuzevrijheid beperken in omgang met anderen

[Betrokkene 11] mag alleen praten met de meisjes die bij haar en [verdachte PT] in Vinkeveen wonen. Als zij aan het werk is, zijn er bodyguards die haar bewaken. Als zij naar haar werk moet, wordt zij opgehaald door een snorder (1, 2, 3, 11). [Verdachte PT] belt haar in het begin heel vaak. Later, als ze beter gaat verdienen, wordt dat minder. Als hij belde, vroeg hij of ze aan het werk was en genoeg had verdiend. Als ze vroeg of ze mocht stoppen, reageerde hij agressief (1). Deze verklaring van [betrokkene 11] wordt bevestigd door tapgesprekken, een sms-bericht en de verklaring van [betrokkene 102] (18, 27, 33, 34, 35, 38).

Werktijden en verdiensten, afstaan verdiensten, werken tijdens ziekte, mishandelingen [betrokkene 11]

Het verdiende geld moet [betrokkene 11] afstaan aan [verdachte PT] zodra ze thuiskomt. Wanneer zij te weinig verdient, slaat hij haar in elkaar. Hij slaat haar met een baseballknuppel en zij heeft regelmatig blauwe plekken die met make-up worden gecamoufleerd zodat ze daags erna weer kan werken (1, 11). Ook nadat zij een abortus heeft ondergaan moet zij de volgende dag, terwijl ze nog bloedt, weer werken (21, 22, 24, 26, 29, 31, 32). Wanneer zij moe en overbelast is, moet zij werken. [Verdachte PT] bepaalt haar werktijden. Als zij protesteert schreeuwt hij dat hij naar haar toe zal komen, dat hij haar zal vermoorden als ze niet doet wat hij wil. Zij werkt dan verder. Ze werkt van maandag tot zondag en is slechts af en toe vrij. Eigenlijk werkte ze het liefst alle dagen omdat ze dan niet met hem thuis is en zijn gewelddadigheid niet hoeft te vrezen (1 en 30).

Werken na een abortus en dus tijdens ziekte

Op 17 januari 2006 belt [verdachte PT] met [verdachte MD] en zegt dat hij een dokter nodig heeft omdat zijn meisje zwanger is. Hij informeert of ze als gevolg van een abortus lang (thuis) in bed moet blijven (21). Drie dagen later, op 20 januari 2006, bellen verdachte en [verdachte PT] over de geplande abortus (22). Diezelfde dag volgt er een sms-bericht van het toestel dat [betrokkene 11] gebruikt naar dat van [verdachte PT] met de mededeling dat zij drie weken geen seks mag hebben omdat dat gevaarlijk is (26). Op 24 januari 2006 is [betrokkene 11] al weer aan het werk en belt zij [verdachte PT] om hem te vragen hoeveel zij aan bodyguard [verdachte DS] moet geven (23). Verdachte is ervan op de hoogte dat [betrokkene 11] kort na de abortus ziek is en naar het ziekenhuis moet. Diezelfde dag, 24 januari 2006, bellen [verdachte PT] en verdachte namelijk om te bespreken dat [verdachte PT] zijn meisje naar het ziekenhuis moet brengen omdat ze koorts heeft en zweet (24). Niettemin blijkt uit tapgesprekken op 26 en 29 januari (29, 31) en sms-berichten van 30 januari (32) en 11 februari 2006 (30) dat [betrokkene 11] ondanks hevig bloedverlies weer werkt. In het dossier zit een brief van een gynaecoloog die uitlegt dat na een abortus de baarmoedermond als een wond is te beschouwen en dat seks na een abortus ontraden wordt zolang er bloedverlies is, onder meer omdat er dan gevaar voor infecties is (25). Dat advies was [verdachte PT] bekend na de mededeling dat er drie weken geen seks mocht plaatsvinden (26). De rechtbank merkt de periode na de abortus bij [betrokkene 11] aan als ziekte. Uit het feit dat [betrokkene 11] desondanks, en zelfs na een tussentijdse opname en hevig bloedverlies, toch weer aan het werk ging, leidt de rechtbank af dat [betrokkene 11] door verdachte en [verdachte PT] is bewogen om ook bij ziekte in de prostitutie te werken.

Mishandelingen, bedreigingen, intimidatie en angst, geen aangifte durven doen

Op 15 maart 2007 belt [betrokkene 11] met [betrokkene 72]. Zij huilt en bespreekt met haar tante hoe ze zou kunnen vluchten (37). Op 16 maart 2006 bezoeken twee politieagenten [betrokkene 11] op haar werkadres op de Wallen in Amsterdam. Zij vertelt hen dat ze wil stoppen maar dat dit niet kan omdat ze enorm bang is dat [verdachte PT], haar pooier, haar dan zal zoeken. Haar pooier en de groep om haar heen kan haar overal vinden. De agenten zien dat zij schrikkerig is, steeds opstaat, af en toe huilt en erg zweet. Ze kijkt voortdurend angstig om zich heen en zegt niet te kunnen praten omdat “zij” het anders konden horen (5).

Ruim een maand later, op 27 april 2006, meldt [betrokkene 11] zich overstuur bij de politie in Mijdrecht en zegt dat ze aangifte wil doen. Zij vertelt dat zij een relatie heeft met [verdachte PT], die haar dwingt het in de prostitutie verdiende geld aan hem af te staan en haar mishandelt en controleert. Dat laatste wordt direct geïllustreerd, als zij tijdens haar gesprek met de politie op 27 april 2006 diverse keren wordt gebeld op haar mobiele telefoon. De agent met wie zij sprak, begreep van haar dat het [verdachte PT] was die belde. De agent nam de telefoon van [betrokkene 11] over en hoorde een man die meermalen dringend vroeg op welk politiebureau [betrokkene 11] was. [Betrokkene 11] wil uiteindelijk geen aangifte doen. Zij wil dat de politie weet wat zich afspeelt omdat zij bang is dat haar iets zal overkomen (6). De rechtbank ziet in dit alles het bewijs voor het feit dat [betrokkene 11] te bang voor [verdachte PT]was om aangifte te doen.

Intimidatie, dreigende sfeer

Op 2 mei 2006, nadat ze de dag ervoor aangifte van verkrachting en mishandeling had gedaan tegen [verdachte PT], spreken de politieagenten opnieuw met [betrokkene 11]. Zij is bang voor [verdachte PT] en zijn vrienden. Hij heeft gezegd dat hij haar zal vinden en er wel zeven jaar voor zou willen zitten. Als zij 240.000 euro aan hem zou betalen, zou ze van hem af zijn. Hij had gedreigd haar dood te maken net als hij een andere vrouw had doodgemaakt. Die andere vrouw was volgens [betrokkene 11] aan een overdosis overleden en omdat [verdachte PT] eens had geprobeerd haar zoveel te laten snuiven en zuipen dat ze er bij neer zou vallen, voelde zij zich door die uitlatingen van hem bedreigd (9). Een sms-bericht en tapgesprekken geven steun aan het bewijs voor de angst van [betrokkene 11] voor [verdachte PT] (30, 33, 34).

Na de aangifte van 1 mei 2006 opnieuw uitbuiting

Na de aangifte van 1 mei 2006 vindt [verdachte PT] [betrokkene 11] opnieuw. Vanaf die tijd wordt ze permanent bewaakt en kan nergens naar toe zonder bewaking. Een bodyguard brengt haar naar een speciale taxi die haar ophaalt en wegbrengt naar de Zeedijk (de rechtbank begrijpt: in Amsterdam). Van daaruit wordt zij naar haar kamer begeleid door een bodyguard (1).

In augustus 2007, na de diefstal van 8.000 euro die [betrokkene 11] na haar terugkeer uit Turkije had verdiend (15) komt er een einde aan de uitbuitingssituatie. Zoals [betrokkene 11] op bladzijde 17 van haar verhoor bij de rechter-commissaris verklaart: “Dit was de laatste keer dat ik contact met die mensen heb gehad” (1).

Bedreigingen [betrokkene 72] door verdachte

[Betrokkene 72] bevestigt de verklaringen van [betrokkene 11] op diverse punten. Niet alleen verklaart zij over hetgeen [betrokkene 11] is overkomen maar ook tante zelf is bedreigd en geïntimideerd. Dit deed verdachte (4). [Betrokkene 11] verklaart daarover ook (3). Zowel in de periode waarin [verdachte PT] in Nederland was, als wanneer hij in Turkije verbleef, bedreigde en intimideerde verdachte [betrokkene 11] en later ook haar tante (1, 3, 4). Ook daardoor werd [betrokkene 11] onder druk gezet en werd haar angst ingeboezemd voor repressie of repercussies jegens haar en haar familie (3, 4).

[betrokkene 72] als getuige

[betrokkene 72]heeft, toen de politie haar op 13 september 2007 een inbeslaggenomen telefoon kwam terugbrengen, aan hen het trouwboekje van [betrokkene 11] en [verdachte PT] alsmede een foto van [verdachte PT]overhandigd (16, 17 en pagina 46E/22887). Verder is er de verklaring van [betrokkene 72] zoals afgelegd bij de rechter-commissaris. Ook [betrokkene 72] verklaart dat [betrokkene 11] na haar terugkomst uit Turkije weer in de prostitutie ging werken en al snel van haar geld was beroofd. [Betrokkene 72] weet die gebeurtenis niet te dateren maar op basis van de aangifte van [betrokkene 11] van augustus 2007 is dat in augustus 2007 geweest (15).

Medeplegen

Voor een bewezenverklaring van het medeplegen van mensenhandel is vereist dat er tussen [verdachte PT] en verdachte een zekere mate van nauwe en bewuste samenwerking is geweest. Er moet bij verdachte (voorwaardelijk) opzet op (1) het medeplegen van (2) die mensenhandel hebben bestaan.

De samenwerking kan blijken uit voorafgaande al dan niet stilzwijgende afspraken, taakverdelingen, de aanwezigheid ten tijde van het delict en het zich niet distantiëren ervan.

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.

Verdachte en [verdachte PT] spraken bewijsbaar telefonisch met elkaar over [betrokkene 11] (19, 22). Verdachte en [verdachte PT] bedreigden haar beiden. Als [verdachte PT] in Turkije zat, hield verdachte [betrokkene 11] in de gaten (3). In mei 2006 is het verdachte die tot vier keer toe bij haar tante aan de deur komt om haar te zoeken, waarbij hij één keer bedreigingen uit (1, 3, 4). [Betrokkene 11] verklaart over verdachte dat ze bang voor hem is. Hij wist dat zij voor zijn broer werkte. ‘Hij wist alles’. Ze zegt verder over verdachte: ”Hij is tien keer erger dan [verdachte PT]. Hij heeft mij gezegd dat hij mij afmaakt, als er iets gebeurt met zijn broer. Ik heb niet bijgehouden wanneer hij mij bedreigd heeft, dat is meerdere keren geweest. Je wordt op een gegeven moment zo vaak bedreigd dat het een gewoonte begint te worden. Hij heeft mij geslagen toen ik in Vinkeveen woonde. Ik denk dat het ongeveer vierenhalf jaar geleden is geweest (1)”.

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat medeplegen door verdachte bewezen kan worden ten aanzien van een aantal van de tenlastegelegde feitelijkheden en onderdelen van artikel 273a (oud)/273f, eerste lid, Sr, zoals blijkt uit de hierna opgenomen bewezenverklaring.

Voor andere feitelijkheden en voor onderdeel 1° van artikel 273a (oud)/273f Sr ontbreekt het wettige bewijs en acht de rechtbank medeplegen niet bewezen.

Zwaar lichamelijk letsel

De officier van justitie heeft niet onderbouwd waar dit letsel uit heeft bestaan. Vermoedelijk is dat de tenlastegelegde abortus. Op basis waarvan bewezen zou kunnen worden verklaard op welke wijze [betrokkene 11] daartoe is gedwongen of bewogen, is evenmin onderbouwd. De rechtbank vindt daarvoor geen bewijs en zal verdachte daarom van zowel dat feitelijk deel van de tenlastelegging als van dit (strafverzwarende) bestanddeel vrijspreken. Dat laat onverlet dat de rechtbank wel vaststelt dat er een abortus heeft plaatsgevonden, welke vaststelling zoals hiervoor is overwogen, van belang is voor de bewezenverklaring van het feit dat [betrokkene 11] is bewogen tijdens ziekte te werken.

Betrouwbaarheidsverweer

De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaringen van [betrokkene 11] niet als bewijsmiddel gebruikt mogen worden omdat zij als getuige ongeloofwaardig is. In de kern komt het betoog van de raadsman op het volgende neer.

De onbetrouwbaarheid is het gevolg van beïnvloeding van [betrokkene 11] door pers, politie en openbaar ministerie en van haar naar eigen zeggen ontoerekeningsvatbaarheid/ psychiatrische behandeling/drugsverslaving. De onbetrouwbaarheid blijkt uit de tegenstrijdigheden tussen de verklaringen van [betrokkene 11] en ander bewijsmateriaal uit het dossier.

De vraag die de rechtbank in het licht van dit verweer moet beantwoorden is hoe zij [betrokkene 11] als getuige waardeert. De rechtbank heeft bij die waardering de verklaringen van [betrokkene 11] getoetst op innerlijke consistentie tussen en in haar eigen verklaringen en op consistentie in samenhang met het overige bewijs. De rechtbank heeft daarbij gelet op de consistentie van de kern van de verklaring voor zover die in relatie tot de tenlastelegging van belang is. Dat [betrokkene 11] moeite heeft gebeurtenissen in de tijd te plaatsen, wijt de rechtbank aan de omstandigheden waaronder zij een aantal jaren heeft geleefd, waarbij ook haar drugsgebruik een rol gespeeld zou kunnen hebben. Daarbij komt dat zij veelvuldig is gehoord en dat zij na aangiftes of meldingen bij de politie weer in de macht van [verdachte PT] en/of verdachte kwam. Voor zover [betrokkene 11] niet eenduidig heeft verklaard over zaken die slechts zijdelings verband houden met het ten aanzien van haar tenlastegelegde, hecht de rechtbank minder belang aan de gestelde tegenstrijdigheden. Uiteraard ook al omdat de rechtbank als feitenrechter de bewijsmiddelen mag waarderen. De rechtbank gaat er daarbij, anders dan de raadsman, niet zonder meer van uit dat alles wat andere getuigen in al dan niet ogenschijnlijke strijd met [betrokkene 11] verklaren, wáár is. Als voorbeeld geldt de verklaring van [betrokkene 11] over [betrokkene 81] en [betrokkene 78]. De raadsman heeft van deze vrouwen verklaringen overgelegd waaruit zou blijken dat [betrokkene 11] niet de waarheid spreekt. De rechtbank ziet niet hoe een mogelijke discrepantie tussen die verklaringen het zo verstrekkende gevolg kan hebben dat de verklaringen van [betrokkene 11] als geheel als onbetrouwbaar bestempeld zouden moeten worden (en bijvoorbeeld niet die van [betrokkene 78] of [betrokkene 81]). Hetzelfde geldt voor de (vele) andere voorbeelden die de raadsman ter onderbouwing van zijn stelling aanvoert.

De rechtbank vindt het volgende van belang voor een waardering van de verklaringen van [betrokkene 11]. Bij haar verhoor bij de rechter-commissaris op 29 januari 2010 verklaart zij dat zij bij de politie steeds naar waarheid heeft verklaard. Over de keer dat ze heeft verklaard toen ze net in het ziekenhuis lag, weet ze niet meer wat ze toen heeft verklaard en daarom ook niet of dat de waarheid was. In haar woorden was ze toen ontoerekeningsvatbaar. Het is niet vast te stellen op welke verklaring de getuige doelt. In aanmerking komen de volgende verklaringen:

- de op 1 mei 2006 in de ambulance tijdens de rit van Vinkeveen naar het ziekenhuis tegenover de meerijdende verbalisant afgelegde verklaring zoals gerelateerd in het daarvan opgemaakte proces-verbaal van 4 mei 2006, pagina 46E/22532;

- de op 1 mei 2006 na de opname en onderzoek door het medisch personeel in het ziekenhuis tegenover twee verbalisanten afgelegde verklaring zoals gerelateerd in het daarvan opgemaakte proces-verbaal van 4 mei 2006, pagina 46E/22533en 22534;

- de op 1 mei 2006 om 18:30 uur opgenomen aangifte die [betrokkene 11] zelf blijkens de tekst van het daarvan opgemaakte proces-verbaal van 2 mei 2006 heeft doorgelezen, pagina 46E/22536, 22537 en 22538;

- de op 2 mei 2006 omstreeks 11:30 uur in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam afgelegde verklaring zoals die is gerelateerd in het proces-verbaal van 2 mei 2006, pagina 46E/22542 en 22543.

Hoewel de getuige zelf niet meer weet wat ze in het ziekenhuis heeft gezegd, en dus ook niet of het de waarheid was, leidt de rechtbank uit de consistentie tussen de ziekenhuisverklaring en haar overige verklaringen af dat zij ook in het ziekenhuis naar waarheid heeft verklaard.

Er is nog een moment waarop [betrokkene 11] vraagtekens plaatst bij haar eigen verklaring. Op 27 augustus 2007 wordt [betrokkene 11] gehoord in verband met een diefstal van geld (pagina 46E/22877 t/m 22884). Uit dat proces-verbaal blijkt dat [betrokkene 11] sinds twee weken terug is uit Turkije en vervolgens weer in de prostitutie is gaan werken en is gaan wonen bij [betrokkene 28]. Vanuit die woning is 8.000 euro weggenomen. Verder blijkt dat [betrokkene 11] opstandig is en eigenlijk niets wil verklaren wat wordt opgenomen en eventueel bij verdachte kan belanden. Zij bestempelt zichzelf als (op dat moment) ontoerekeningsvatbaar, ze loopt bij een psychiater. Zij verklaart verder dat zij de vorige keer ook niet is beschermd. Daarmee doelt zij op de mishandelingen op 1 mei 2006. Dat kan afgeleid worden uit het volgende. Zij verklaart dat ze toen met een baseballknuppel in elkaar is geramd en dat als bewijsmateriaal haar telefoon is opgehaald die ze nog steeds niet terug heeft. In samenhang daarmee is er het proces verbaal van 18 september 2007, pagina 46E/22897, zonder bijlagen, ook te vinden op pagina 6B/2369 e.v. met bijlagen. Uit dat proces-verbaal leidt de rechtbank af dat de op 1 mei 2006 inbeslaggenomen mobiele telefoon(s) (pas) in augustus 2007 is/zijn onderzocht en uitgelezen en dat (één van) die mobiele telefoon(s) op 13 september 2007 aan de [betrokkene 72] is teruggegeven (pagina 46E/22886).

In haar verhoor bij de rechter-commissaris op 17 februari en 3 maart 2010 zegt [betrokkene 11] dat ze in augustus 2007 uit boosheid heeft verklaard dat ze ontoerekeningsvatbaar was. Boos, omdat de politie haar eerder had laten zitten en haar toen op 27 augustus geen garanties kon geven. De rechtbank acht dat een plausibele verklaring.

Concluderend acht de rechtbank de verklaringen van [betrokkene 11] betrouwbaar en gebruikt deze daarom voor het bewijs.

5.6.3 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat verdachte het ten aanzien van [betrokkene 11] tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 1 september 2007 in Nederland en Turkije, tezamen en in vereniging met een ander

- [betrokkene 11] door dwang en geweld en andere feitelijkheden en door dreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard

en

- opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de seksuele uitbuiting van [betrokkene 11]

en

- [betrokkene 11] door dwang en geweld en door andere feitelijkheden en door dreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen hem/hen, verdachte en/of zijn mededader te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [betrokkene 11] met of voor derden

immers zijnde/hebbende verdachte en/of verdachtes mededader

- voor die [betrokkene 11] werkplekken geregeld en/of laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/die [betrokkene 11] naar haar werkplekken laten brengen en van haar werkplekken laten ophalen en

- die [betrokkene 11] als prostituee laten werken en toegezien of laten toezien op de werktijden en daarmede de inkomsten van die [betrokkene 11] als prostituee en die [betrokkene 11] verder in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en

- die [betrokkene 11] bewogen om vele uren achter elkaar en bij ziekte te werken in de prostitutie en

- die [betrokkene 11] het door haar met/in de prostitutie verdiende geld aan hem, verdachte en/of zijn mededader [verdachte PT], doen afstaan en die [betrokkene 11] aldus in een verder van hem, verdachte en/of zijn mededader [verdachte PT], afhankelijke positie gehouden en

- die [betrokkene 11] de huur van de gezamenlijke woonruimte laten betalen en

- die [betrokkene 11] geslagen en/of op andere wijze fysiek pijn of letsel toegebracht en/of laten toebrengen en onder druk gezet en

- de tante van die [betrokkene 11] bedreigd en/of laten bedreigen dood te maken en de tante van die [betrokkene 11] gedreigd en/of laten bedreigen iets aan te doen en

- die [betrokkene 11] gedreigd dood te maken en/of dood te laten maken en

- die [betrokkene 11] bewogen om vele uren achter elkaar en/of bij ongesteldheid en bij ziekte

te werken in de prostitutie en

- die [betrokkene 11] gezegd dat zij 240.000 Euro moest betalen aan hem verdachte en/of zijn mededader [verdachte PT] om van hen af te zijn en

- die [betrokkene 11] gecontroleerd en/of laten controleren en

- bepaald wanneer die [betrokkene 11] mocht stoppen met werken en

- bepaald wat die [betrokkene 11] moest doen en/of wanneer en/of hoe lang zij moest werken en/of waar zij naar toe mocht gaan (waardoor zij geen keuzevrijheid had) en

- de keuzevrijheid van die [betrokkene 11] beperkt om tijdens het werk en/of buiten het werk om te gaan met anderen dan verdachte en/of zijn medeverdachte [verdachte PT] en

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 11] waardoor zij niet eerder aangifte deed en

- angst ingeboezemd bij die [betrokkene 11] voor repressie en repercussie jegens haar en/ haar familie en en dierbaar huisdier en

- die [betrokkene 11] onder druk gezet en in een afhankelijksheidsrelatie gebracht waardoor zij zich niet kon onttrekken aan de dwang en intimidatie, door verdachte en zijn medeverdachte [verdachte PT] waardoor een dreigende sfeer ontstond, waaraan zij geen weerstand kon bieden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte ten aanzien van [betrokkene 11] meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.7 [Betrokkene 5] (tenlastelegging onder feit 2)

5.7.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de gehele tenlastelegging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

5.7.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Tenlastelegging

Aan verdachte is medeplegen van mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 5], met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, tenlastegelegd. De tenlastelegging bevat een groot aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 4°, 6° en 9° Sr.

Vaststelling van de feitelijkheden

[Betrokkene 5]heeft geen verklaring afgelegd. Zij is de vriendin van [verdachte NT] geweest en uit angst voor represailles tegen haar of haar familie heeft zij geen verklaring afgelegd (1).

Nadat ze met haar vriend had gebroken, heeft ze een tijdje een relatie met [betrokkene 17] gehad (2). Uit de verklaring van [betrokkene 11] leidt de rechtbank af dat [betrokkene 5] samen met die [H] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 17]) op de vlucht was geslagen voor [verdachte NT]. Zij is ruim anderhalf jaar weggeweest. Zij had op enig moment genoeg van het vluchten en zij wilde haar familie zien. [Betrokkene 5] is naar Amsterdam gegaan en zij wilde niet wachten tot [verdachte NT] haar zou vinden. Zij heeft [verdachte NT] opgebeld. [Verdachte NT] heeft haar opgehaald en meegenomen naar Vinkeveen en daar heeft hij haar in de woning van [betrokkene 11] geslagen. [Verdachte NT] heeft [betrokkene 5] tot bloedens toe geslagen (4). [Betrokkene 5] heeft een maagbloeding opgelopen door de mishandeling van [verdachte NT], maar zij moest daarna gewoon weer aan het werk (3). Een aantal dagen later heeft [betrokkene 11] haar tijdens haar werk gevonden. [Betrokkene 5] lag toen op de grond. [Betrokkene 11] heeft met [betrokkene 5] samengewerkt in de Trompettesteeg in Amsterdam (4).

[betrokkene 130]kent het meisje op foto 13. Toen zij drie a vier dagen op de Wallen werkte werd ze ziek. Ze had hevige buikpijn, kramp en kon geen adem meer halen. Hij heeft haar daarna nooit meer gezien (6).

Het ontstaan van een schuld, de mishandeling en de druk die daardoor is ontstaan

[Betrokkene 11] verklaart dat [betrokkene 5] haar heeft verteld dat zij € 50.000 moest betalen omdat ze met een andere pooier (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 17]) voor verdachte gevlucht was (4). [Betrokkene 17] spreekt over een bedrag van € 30.000 dat betaald zou moeten worden (5).

Hoewel de officier van justitie het bedrag van € 50.000 niet in de tenlastelegging heeft genoemd, leidt de rechtbank uit de verklaringen van [betrokkene 11] en [betrokkene 17] wel af dat er een schuld moest worden afbetaald. Verder is [betrokkene 5] ernstig mishandeld door verdachte en moest zij daarna weer aan het werk. De rechtbank stelt vast dat er door de combinatie van deze feitelijkheden een zodanige druk op haar is uitgeoefend dat zij in de prostitutie is gaan werken.

De bewezenverklaarde periode in Nederland

Met betrekking tot de periode waarbinnen het bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden heeft de rechtbank overwogen dat [betrokkene 11] op 2 mei 2006 heeft verklaard dat [betrokkene 5] pasgeleden een maagbloeding heeft opgelopen door een van de mishandelingen door [verdachte NT]. Vlak hierna moest [betrokkene 5] alweer aan het werk in de prostitutie (3). De rechtbank gaat er dan ook van uit dat het bewuste incident hooguit een paar maanden daarvoor heeft plaatsgevonden. Daarna heeft zij nog 3 a 4 dagen gewerkt (6).

Het bewezenverklaarde moet zich dus hebben afgespeeld binnen een kortere periode dan is tenlastegelegd, te weten in de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 mei 2006, gedurende een periode van drie à vier dagen. Die periode zal bewezenverklaard worden

5.7.3 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat verdachte het ten aanzien van [betrokkene 5] tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 mei 2006 in Nederland

- [betrokkene 5] door dwang en geweld heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard

en

- [betrokkene 5] door dwang en geweld heeft gedwongen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [betrokkene 5] met of voor een derde,

immers hebbende verdachte

- die [betrokkene 5] als prostituee laten werken en

- die [betrokkene 5] geslagen en onder druk gezet.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte ten aanzien van [betrokkene 5] meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.8 [Betrokkene 18] en [betrokkene 35] (tenlastelegging onder feit 2)

5.8.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van het medeplegen van het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

5.8.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aan verdachte is medeplegen van mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 18] en [betrokkene 35] tenlastegelegd, met zwaar lichamelijk letsel als gevolg. De tenlastelegging bevat een groot aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 4°, 6° en 9° Sr.

Bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de tenlastgelegde feiten is te vinden in de verklaring van [betrokkene 38]. Ze verklaart dat [betrokkene 35] en [betrokkene 18] in de prostitutie werkten. [Betrokkene 18] zou voor ene [verdachte FT] werken en [betrokkene 35] voor ene [verdachte NT]. [Betrokkene 38] verklaart onder andere dat de vrouwen hun geld moesten afgeven, dat ze gecontroleerd werden en dat [betrokkene 18] door [verdachte FT] zou zijn geslagen.

Daarnaast bevinden zich in het dossier processen-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat [betrokkene 18] als prostituee op het Zandpad werkt in bootje 162-3 en dat een man genaamd [betrokkene 115] op 18 augustus 2005 een vrouw afzet bij bootje 162-3. Deze processen-verbaal leveren echter geen bewijs op voor de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde feit. Ander bewijs voor dit feit bevindt zich niet in het dossier.

De raadsman heeft de betrouwbaarheid van de verklaring van [betrokkene 38] betwist en aangevoerd dat hij niet in de gelegenheid is geweest [betrokkene 38] vragen te stellen. Wat er van die verweren ook zij: gelet op het voorschrift van artikel 342, tweede lid, Sv, kan reeds geconcludeerd worden dat de enkele verklaring van [betrokkene 38] onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen.

5.8.3 De conclusie

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de tenlastegelegde feitelijkheden en dat er dus ook geen bewijs is voor de dwangmiddelen. Daarom kan niet bewezen worden dat van de onder sub 1°, 4°, 6° of sub 9° bedoelde situatie sprake was. Aan beantwoording van de vraag of verdachte bij een en ander als pleger of medepleger betrokken is geweest, komt de rechtbank derhalve niet meer toe.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte ten aanzien van [betrokkene 18] en [betrokkene 35] is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.9 [Betrokkene 38] (tenlastelegging onder feit 2)

5.9.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van medeplegen van het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken

5.9.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aan verdachte is medeplegen van mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 38] tenlastegelegd, met zwaar lichamelijk letsel als gevolg. De tenlastelegging bevat een groot aantal feitelijkheden die de uitwerking vormen van de tenlastelegging voor zover die is toegesneden op artikel 273a (oud)/273f, eerste lid aanhef, sub 1°, 4°, 6° en 9° Sr.

De verklaring van [betrokkene 38]

In het dossier bevindt zich de verklaring van [betrokkene 38]. Ze verklaart onder andere dat ze door [verdachte PT] en [verdachte FT] naar een raam in Alkmaar is gebracht. Ze moest haar geld afstaan aan [verdachte PT] en ze werd door [verdachte PT] en [verdachte FT] gecontroleerd. [Verdachte PT] zou ook haar werktijden bepalen. Over [M] (de rechtbank begrijpt: verdachte) zegt ze niet veel te weten. De verdediging betwist haar verklaring en is niet in de gelegenheid geweest haar vragen te stellen. Haar verklaring kan dus alleen voor het bewijs worden gebruikt indien zij in voldoende mate steun vindt in ander bewijs.

Mogelijk steunbewijs

Door de officier van justitie wordt als steunbewijs genoemd, de verklaring van [betrokkene 43]. Zij verhuurde in 2005 gedurende twee maanden een kamer aan [betrokkene 38] en verklaart dat [betrokkene 38] een tatoeage met de naam van haar man “[verdachte PT]” had. Naar het oordeel van de rechtbank levert deze verklaring geen bewijs op voor de tenlastegelegde feitelijkheden. Het is immers niet duidelijk of die tatoeage tegen haar wil is aangebracht. [Betrokkene 38] zelf verklaart daarover niets.

Ook de door de officier van justitie genoemde verklaring van [betrokkene 52] levert geen steunbewijs op. Nog daargelaten dat [betrokkene 52] verklaart wat ze van [betrokkene 38] heeft gehoord, zodat het bewijs uit dezelfde bron afkomstig is, is de verklaring naar het oordeel van de rechtbank niet bruikbaar omdat deze haaks staat op de verklaring van [betrokkene 38]. [Betrokkene 52] verklaart immers dat zij van [betrokkene 38] hoorde dat ze onder druk voor [verdachte NT] had moeten werken en dat [verdachte NT] meisjes of mensen van de groep mishandelde, terwijl [betrokkene 38] zelf heeft verklaard dat ze over [verdachte NT] niet veel wist te zeggen.

Nu de verklaring van [betrokkene 38] geen steun vindt in andere bewijsmiddelen, is deze - voor zover al redengevend voor het tenlastegelegde - , gelet op het voorschrift van artikel 342, tweede lid, Sv, onvoldoende om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen.

5.9.3 De conclusie

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de tenlastegelegde feitelijkheden en dat er dus ook geen bewijs is voor de dwangmiddelen. Daarom kan niet bewezen worden dat van de onder sub 1°, 4°, 6° of sub 9° bedoelde situatie sprake was. Aan beantwoording van de vraag of verdachte bij een en ander als pleger of medepleger betrokken is geweest, komt de rechtbank derhalve niet meer toe.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte ten aanzien van [betrokkene 38] is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.10 [Betrokkene 17] (tenlastelegging onder feit 3)

5.10.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie requireert tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak.

5.10.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aan verdachte is onder 3 medeplegen van poging tot afpersing, subsidiair medeplegen van bedreiging in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 1 maart 2006 tenlastegelegd.

De feiten

Uit een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [betrokkene 49] blijkt het volgende.

Op 26 oktober 2005 kwam ene [betrokkene 17] aan het politiebureau te Eindhoven. Hij verklaarde verliefd te zijn geworden op een prostituee genaamd [betrokkene 5], die in de prostitutie had gewerkt voor ene [verdachte NT]. Hij had [betrokkene 5] bij [verdachte NT] weggehaald. [Verdachte NT] eiste nu 30.000 euro van hem. Tijdens het gesprek werd door [betrokkene 17] een telefoongesprek met [verdachte NT] gevoerd, waarbij verbalisant [betrokkene 49] meeluisterde. [Betrokkene 17] vroeg of ze het probleem niet op een normale manier konden oplossen. [Verdachte NT] zei dat hij geld wilde hebben. Hij zei: “Jij of ik sterft”. Verbalisant [betrokkene 49], die via de luidsprekerstand van [betrokkene 17]’s mobiele telefoon meeluisterde, heeft dat gehoord. [betrokkene 49]zag in het display van de telefoon het nummer [06-xxxxxxxx] staan (1).

[Betrokkene 17] heeft in augustus 2007 bij de politie verklaard dat hij destijds niet betaald heeft. Meer wilde hij niet verklaren, omdat het op dat moment rustig was (2).

Verdachte is nooit nader gehoord over dit feit omdat hij onvindbaar is.

Het meegeluisterde gesprek

De raadsman voert aan dat het over het telefoongesprek opgemaakte proces-verbaal niet mag worden gebruikt voor het bewijs, nu verbalisant [betrokkene 49] onbevoegd, namelijk niet met toestemming van de officier van justitie en dus in strijd met de wet, heeft meegeluisterd met het gesprek. De rechtbank is van oordeel dat geen rechtsregel een verbalisant verbiedt mee te luisteren met een telefoongesprek, als degene bij wie hij meeluistert daarvoor toestemming geeft. De verbalisant verklaart uit eigen waarneming over wat hij hoort en zijn verklaring kan dan ook voor het bewijs worden gebruikt.

Wie nam deel aan het gesprek?

De raadsman voert aan dat niet blijkt dat verdachte aan het eerdergenoemde gesprek heeft deelgenomen. Er zou een ander met het toestel van verdachte kunnen hebben gebeld.

Uit de verklaring van [betrokkene 17] tegen verbalisant [betrokkene 49] blijkt dat hij de man die hem afperst uit het zakenleven kent als [verdachte NT] of [M]. In zijn telefoon staat het nummer van de beller vermeld. Dat nummer wordt door verbalisant [betrokkene 49] gezien en vermeld in het proces-verbaal. Blijkens een proces-verbaal van bevindingen van 20 maart 2006, is de telefoon met dat nummer door de politie afgeluisterd. Het was overwegend in gebruik bij een persoon die zich [verdachte NT], dan wel [M] noemt (8). Verder blijkt uit de combinatie van een aantal tapgesprekken (3 en 4) en de verklaringen van [betrokkene 11] (7) en [betrokkene 53] (5 en 6), dat [verdachte NT] 30.000 euro van [H] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 17]) wilde hebben omdat deze [betrokkene 5] van hem zou hebben afgepakt.

Dit alles in aanmerking genomen, oordeelt de rechtbank dat bewezen kan worden dat de man die op 26 oktober 2005 aan het gesprek deelnam, verdachte is.

Het gebruik van de verklaring van [betrokkene 17]

De verdediging is niet in de gelegenheid geweest [betrokkene 17] te ondervragen en betwist dat verdachte [betrokkene 17] heeft bedreigd. Onder die omstandigheden kan zijn verklaring alleen voor het bewijs gebruikt worden als de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde feit in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen, en dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van de verklaring van [betrokkene 17] die hij betwist.

De rechtbank stelt vast dat [betrokkene 17] uitsluitend gehoord is door verbalisant [betrokkene 49], die zijn verklaring in een proces-verbaal van bevindingen heeft weergegeven. Die verklaring van [betrokkene 17] vindt steun in de verklaring van verbalisant [betrokkene 49], die uit eigen waarneming verklaart over de dreigementen die hij heeft horen uiten en het telefoonnummer dat hij in het display van de telefoon heeft waargenomen. Bovendien is er steunbewijs te vinden in de hiervoor genoemde tapgesprekken en getuigenverklaringen. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen.

Medeplegen

Uit geen van de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het tenlastegelegde feit tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd, zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken

5.10.3 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 26 oktober 2005 te Eindhoven ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [betrokkene 17] te dwingen tot de afgifte van 30.000 Euro, toebehorende aan die [betrokkene 17], die [betrokkene 17] te verstaan heeft gegeven dat verdachte 30.000 Euro van hem, [betrokkene 17], tegoed had (voor de overgang of het "afpakken" van [betrokkene 5] van verdachte naar die [betrokkene 17]), die [betrokkene 17] dwingend/dreigend heeft gezegd bij hem aan de deur te gaan en die [betrokkene 17] de woorden heeft toegevoegd: "Jij of ik sterft”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.11 Deelneming aan een criminele organisatie en daaraan leiding geven (tenlastelegging onder feit 4 en 5)

5.11.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van de onder 4 en 5 tenlastegelegde deelneming aan een criminele organisatie en het daaraan leiding geven.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van deze tenlastegelegde feiten bepleit.

5.11.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Juridisch kader

Volgens bestendige jurisprudentie moet onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Het oogmerk van die organisatie, te weten het plegen van misdrijven, hoeft in de tenlastelegging niet nader omschreven te zijn, maar zal uit de bewijsmiddelen moeten blijken. Voor het bewijs van dit oogmerk zal o.a. betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Niet hoeft te worden bewezen dat verdachte in meerdere misdrijven heeft geparticipeerd. Er is sprake van deelnemen aan de organisatie indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor deelneming is voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. De betrokkene behoeft dus geen wetenschap te hebben van één of verscheidene concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.

De rechtbank behandelt de vraag of de tenlastegelegde deelneming aan een criminele organisatie kan worden bewezen in drie stappen, te weten:

- het bestaan van (een) organisatie(s)

- het oogmerk van de organisatie

- de deelneming en het leiding geven aan de organisatie door verdachte.

Het bestaan van (een) organisatie(s)

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten vast.

[betrokkene 130]heeft op 21 februari 2004 verklaard dat hij sinds een maand of twee op de Wallen in Amsterdam werkte voor een groep pooiers, die allemaal uit Duitsland kwamen en elkaar al heel lang kenden. Ze waren genaamd [verdachte SB], [verdachte HB], [verdachte NT] (de rechtbank begrijpt telkens daar waar over [M]/[M] gesproken wordt: verdachte) en [C] (de rechtbank begrijpt telkens daar waar over [C]/[C] gesproken wordt: [verdachte UT]). De groep had meisjes voor zich werken in Amsterdam en in Den Haag. [Verdachte SB] was volgens [betrokkene 130]één van de leiders van de groep. [betrokkene 130]heeft voor die groep als boodschappenjongen gewerkt en hij moest meisjes beschermen tegen lastige klanten (10).

[Betrokkene 14](8) en [betrokkene 4] (9) hebben verklaard dat [verdachte SB] pooier was en dat er verschillende meisjes voor hem in de prostitutie werkten. Hij was ‘de grote man’ en ‘de grote baas’ van de groep die bij hem hoorde. Verdachte en [verdachte SB] waren volgens [betrokkene 4] beste vrienden van elkaar.

Samen zochten ze vrouwen uit, beschermden hen en incasseerden hun geld (9).

Ook [betrokkene 130] heeft in zijn verklaring de (bij)naam van verdachte ([verdachte NT]) genoemd. Hij verklaart dat [verdachte SB] en [verdachte NT] de grote jongens waren van het groepje pooiers voor wie hij als bodyguard werkte. [Betrokkene 130] zegt dat hij is geworven en ingewerkt door [verdachte ZO]: “[V]” (de rechtbank begrijpt: [verdachte ZO]) wees mij de meisjes aan en zei dit meisje is van die pooier en dat meisje van die. Hij noemde de namen. Hij zei: die is van dat groepje. Daar moet je afblijven, anders gaan ze je doodmaken, gaan ze je slopen”. [V] noemde daarbij volgens [betrokkene 130] de namen [verdachte SB] en [verdachte NT], dat waren de grote jongens (13). [betrokkene 130]heeft deze verklaring afgelegd op 22 april 2007 en zegt dan dat hij sinds ongeveer 18 maanden op de Wallen werkzaam is. De rechtbank leidt hieruit af dat het aanwijzen van de meisjes ongeveer in oktober 2005 heeft plaatsgevonden.

In tapgesprekken tussen [verdachte SB] en [C]/[verdachte UT] (1 en 4) en in een gesprek tussen ene [K] en [verdachte UT] (3) wordt gesproken over de groep/gemeenschap en wordt gezegd dat [verdachte SB] de baas is.

Deze verklaringen en taps worden ondersteund door hetgeen de getuige [betrokkene 11] bij de rechter-commissaris heeft verklaard (61) over de wijze waarop verdachte en anderen een organisatie vormden. Haar verklaringen bij de rechter-commissaris zijn op dit punt niet eenvoudig te duiden omdat in de opvolgende verhoren teruggegrepen wordt op wat zij eerder verklaarde, waardoor haar verhaal niet dadelijk een logisch in tijd te plaatsen beeld geeft. De rode draad is voor de rechtbank echter uiteindelijk wel duidelijk en komt op het volgende neer. [Betrokkene 11] herkent verdachte op zijn aan haar getoonde foto als de grote broer van haar echtgenoot [verdachte PT], voor wie zij in de prostitutie werkte. Zij verklaart dat zij de eerste vijf maanden nadat zij [verdachte PT] had ontmoet (in 2004/2005) ruim vijf maanden bij hem en zijn vriendin [N] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 32] (65)) heeft gewoond. Zowel daar als later bij [betrokkene 11] thuis vonden meetings plaats waarbij verdachte en zijn broer [verdachte PT] aanwezig waren. Bij [N] kwamen daar in huis de “mannetjes” onder [verdachte SB] en verdachte, om aan [verdachte SB] en verdachte te vragen of hun vrouwen op de Wallen mochten werken. Zij moesten daarvoor betalen. Die “mannetjes” duidt [betrokkene 11] aan als de subgroepjes. Alle subgroepjes samen vormden “de groep” aan het hoofd waarvan [verdachte SB] en verdachte stonden. De prostituees die voor deze grote groep werkten, waren, zo begrijpt de rechtbank uit de verklaring van [betrokkene 11], ook in groepjes verdeeld waarbij bepaalde vrouwen bij bepaalde mannen hoorden.

Tijdens de meetings bij [betrokkene 11] thuis werd gesproken over hoe met bepaalde situaties om te gaan, in Utrecht bij de boten (de rechtbank begrijpt: prostitutiegebied het Zandpad) en ook in Amsterdam. Er werd dan gesproken over informatie die ze van informanten van de politie ontvingen en over de aanpak op de Wallen. Zij verklaart dat “de Wallen eigenlijk één grote groep was”. De rechtbank leidt hieruit af dat [verdachte SB] en verdachte hoogste in rang waren en dat mannen die hun vrouwen in de prostitutie wilden laten werken daarvoor toestemming van [verdachte SB] en verdachte nodig hadden en daarvoor moesten betalen. Ook werd besproken hoe te werk te gaan in de door verdachte en zijn medeverdachten bestreken prostitutiegebieden.

Dat pooiers protectiegeld aan [verdachte SB] moesten betalen, is ook wat [betrokkene 130]verklaart (10). Letterlijk zegt hij dat pooiers die niet tot de groep behoorden protectiegeld moesten betalen. Dit past bij het door [betrokkene 11] geschetste beeld van een grote groep waarbinnen subgroepjes actief waren.

Op basis van de bewijsmiddelen staat voor de rechtbank vast dat er een samenwerkingsverband was van verschillende personen, waarbij, in de loop der jaren, diverse mannen aanhaakten om – al dan niet gedwongen – van de verplichte winkelnering van protectie door onder leiding van [verdachte SB] en verdachte werkende bodyguards e.d. gebruik te maken.

De bodyguards die binnen of voor die organisatie actief waren, moesten de vrouwen die als prostituee voor mannen in of onder de paraplu van de organisatie werkten, beschermen. Voor dit werk werden de bodyguards door de organisatie betaald. Ofwel rechtstreeks door de mannen – onder wie verdachte –, zoals blijkt uit tapgesprekken (50 en 56) ofwel door de vrouwen zelf, zoals [betrokkene 36] heeft verklaard (35).

Ook aan secundaire arbeidsvoorwaarden werd door de organisatie gedacht. In een tapgesprek tussen [verdachte UT] en [verdachte ZO] (5), dat twee minuten later gevolgd wordt door een tapgesprek tussen [verdachte UT] en [verdachte SB] (6), wordt gesproken over de aanschaf en de verdeling van de kosten van kogelwerende vesten voor [verdachte ZO] en anderen (de rechtbank begrijpt: ter bescherming van de bodyguards). [Verdachte UT] zegt hierover dat “wij de helft als bedrijf op ons nemen”. Met deze verdeling (en de bijbehorende betalingsregeling) gaat [verdachte SB] vervolgens akkoord nadat hij de aflossingstermijn heeft verhoogd. Blijkbaar heeft [verdachte SB], zo concludeert de rechtbank, als leider van de organisatie het laatste woord hierin.

De werktijden van de bodyguards werden bepaald door [verdachte SB], in overleg met [verdachte UT]. Dit leidt de rechtbank af uit een drietal tapgesprekken die kort na elkaar gevoerd zijn. In het eerste gesprek, tussen [verdachte UT] en [verdachte ZO], beklaagt [verdachte ZO] zich over zijn lange werktijden en vraagt hij of hij thuis mag blijven omdat hij pijnlijke voeten en griep heeft (17). In een direct daarop volgend tapgesprek overleggen [verdachte UT] en [verdachte SB] hierover en wordt beslist dat [verdachte ZO] om 12 uur á 1 uur kan beginnen met werken (18). De dag daarop overleggen [verdachte UT] en [verdachte SB] over de werktijden van de bodyguards, onder wie [verdachte ZO]. [Verdachte SB] is daarbij degene die beslist welke werktijden [verdachte ZO] moet aanhouden (19).

Ook verdachte heeft bodyguards aangestuurd. Dit leidt de rechtbank af uit tapgesprekken tussen verdachte en ene [betrokkene 130](48), waarin ook [verdachte ZO] genoemd wordt met wie [betrokkene 130]werkcontact heeft. In een gesprek tussen verdachte en [D] (de rechtbank begrijpt: [verdachte DS]) wordt [verdachte DS] op pittige toon geïnstrueerd (49). Een maand later geeft verdachte opdracht aan [verdachte PT] (de rechtbank begrijpt: [verdachte PT] [betrokkene 40]s [verdachte PT]) om [betrokkene 113] in te schakelen voor het in elkaar slaan van [verdachte DS]. Dat gebeurt ook want [verdachte DS] belt vervolgens verdachte en zegt dat hij in elkaar is geslagen door [betrokkene 113]. Hij krijgt nogmaals de wind van voren over kennelijk disfunctioneren in zijn werk (53, 54). Enkele dagen later lijkt de rust weer te zijn teruggekeerd als verdachte bevestigt dat [verdachte DS] op maandagen vrij heeft (55).

Een ‘functioneringsgesprek’ vindt ook plaats tussen verdachte en [verdachte ZO], die [verdachte HB] c.s. niet meer willen. Kennelijk geeft verdachte hem nog een kans (52). Ook hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte een leidinggevende rol had.

Wanneer de vrouw van een deelnemer aan de organisatie een kamer ‘teruggeeft’, wordt dit doorgegeven aan een andere deelnemer zodat een andere vrouw in die kamer kan werken (2). [Verdachte DS] vraagt verdachtes broer of deze weet dat hij daags erna vrij is, waarna verdachte aan de lijn komt en dit onderwerp afhandelt: verdachte is de baas, zijn broer ook betrokken (55). Ook is van belang dat toen ‘[V]’ ([verdachte ZO]) en [verdachte BK] op 8 januari 2007 door de politie waren aangehouden, vanuit de organisatie voor een advocaat werd gezorgd en op hoog niveau van [verdachte SB] en verdachte daarover werd gesproken. Dit blijkt uit een tapgesprek tussen verdachte en [verdachte SB] (7).

En tot slot, als de politie op 7 februari 2007 begint met ontmanteling van de organisatie, breekt onrust uit. In een tapgesprek tussen verdachte en medeverdachte [verdachte TK] wordt besproken dat er een inval is gedaan en dat ‘ze’ (de rechtbank begrijpt: de politie) ook achter [verdachte TK] aanzitten. Daarop wordt [verdachte TK] door verdachte geïnstrueerd: “Pak je simkaart, eet het op, kauw erop en slik het door”(62), kennelijk met de bedoeling sporen uit te wissen.

Op grond van het vorenstaande concludeert de rechtbank, anders dan de raadsman, dat vanaf januari 2004 sprake is geweest van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, onder leiding van in elk geval de deelnemers [verdachte SB] en verdachte. Als deelnemers kunnen verder aangemerkt worden [verdachte HB] (9, 10), [verdachte UT] [betrokkene 40]s [C] (9, 10) en [verdachte BI] [betrokkene 40]s [verdachte BI] (8, 9). Naast [verdachte SB] heeft ook verdachte bodyguards aangestuurd en heeft hij een leidende rol gespeeld binnen de organisatie. Bewezen kan worden dat de organisatie van 1 januari 2004 tot en met 30 april 2007 in Nederland actief geweest en daarmee als duurzaam is aan te merken. De stelselmatigheid komt tot uiting in de grote hoeveelheid vrouwen die tot slachtoffer van mensenhandel werden gemaakt door de verschillende deelnemers aan de organisatie.

Een organisatie of twee?

Volgens de steller van de tenlastelegging heeft verdachte in de periode van 1 januari 2002 tot en met 30 april 2006 deelgenomen en (mede) leiding gegeven aan de criminele organisatie ‘[verdachte SB]’ (feit 4) en in de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 april 2007 aan de criminele organisatie ‘[2]’ (feit 5). De officier van justitie heeft in haar requisitoir niet (uitdrukkelijk) onderbouwd welke bewijsconstructie zij daarbij voor ogen had. Zij heeft bij requisitoir slechts melding gemaakt van problemen tussen [verdachte SB] en verdachte in augustus 2006. Een dergelijke summiere en niet afdoende onderbouwing van een gesuggereerde scheiding in twee organisaties wekt bevreemding, alleen al omdat in de tenlastelegging geen scheiding in augustus maar in mei 2006 wordt vermeld.

De rechtbank heeft hiervoor de vraag, óf bewezen kan worden dat er een organisatie was, bevestigend beantwoord. Die organisatie was er in een groot deel van het tijdsbestek dat door de feiten 4 en 5 wordt bestreken. De dagelijkse leiding berustte bij in elk geval [verdachte SB] en verdachte. Zij hadden zo hun eigen ondergeschikten en deze werkten ook wel met elkaar samen. Daarover werd overlegd, getuige een tapgesprek tussen [verdachte HB] en verdachte waarin wordt besproken wie [V] ([verdachte ZO]) betaalt: verdachte of, zoals verdachte zelf zegt “onze [verdachte SB]” (50). En het hierboven al aangehaalde gesprek tussen [verdachte ZO] en verdachte waarin verdachte [verdachte ZO], die door “[verdachte HB] c.s.” is afgedankt, nog werk wil geven (52). De werkverdeling was duidelijk, de taken werden verdeeld en de deelnemers geïnstrueerd. Op basis van het dossier kan niet vastgesteld worden dat er voor en na 1 mei 2006 strikt gescheiden organisaties bestonden. Daaraan doet niet af dat het dossier aanwijzingen bevat van wrijvingen tussen verdachte en [verdachte SB]. Uit het tapgesprek tussen verdachte met [verdachte SB] na de aanhouding van [verdachte ZO] en [verdachte BK], op 8 januari 2007 (7), leidt de rechtbank af dat er toen nog overleg tussen beiden plaatsvond over hun ondergeschikten. Hetzelfde geldt voor het tapgesprek tussen verdachte en [verdachte TK] van 7 februari 2007 (62).

De rechtbank is dan ook van oordeel dat er ook in het jaar 2006 en de maand januari 2007 sprake geweest van een georganiseerd verband van veelal in groepjes opererende uitvoerenden, waaraan verdachte mede leiding heeft gegeven.

Het oogmerk van de organisatie

De groep personen had, zo verklaart de getuige [betrokkene 4], op diverse plaatsen in Nederland een aantal vrouwen voor zich werken als prostituee (9). Ook andere vrouwen hebben verklaard over seksuele uitbuiting (en het geweld dat daarbij gebruikt werd) door leden van de organisatie, met betrekking tot henzelf en/of andere vrouwen. De rechtbank verwijst in dit verband naar verklaringen van [betrokkene 11] (41), [betrokkene 65](42), [betrokkene 25] (45) en [betrokkene 8](46). Deze verklaringen worden op hoofdlijnen ondersteund door hetgeen de getuigen [betrokkene 55] (43) heeft verklaard. Voorts heeft [betrokkene 130]verklaard dat de groep meisjes voor zich aan het werk had en heeft hij gezien dat [verdachte SB], [verdachte NT] en [verdachte UT] mensen in elkaar sloegen als ze foto’s van meisjes namen. Hij heeft ook verklaard dat [verdachte SB] hem met een vuurwapen heeft bedreigd om te zorgen dat hij voor hem zou blijven werken (10). Voorts verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot [betrokkene 24] (feit 1), [betrokkene 28] [betrokkene 28], [betrokkene 11] , [betrokkene 5] (feit 2) en [betrokkene 17] (feit 3) en naar de bewijsmiddelen waarop die overwegingen gebaseerd zijn.

In dit verband is ook van belang dat [verdachte ZO] en [verdachte BK] op 8 januari 2007 een onbekend gebleven man op de Wallen in Amsterdam in elkaar hebben geslagen. De man is geslagen en gestompt en hij is tegen zijn hoofd en tegen zijn lichaam geschopt terwijl hij op de grond lag (11). In het reeds genoemde tapgesprek tussen verdachte en [verdachte SB] van diezelfde 8e januari 2007 zegt [verdachte SB] tegen verdachte dat [V] en [verdachte BK] vast zitten en ‘drie dagen hebben gekregen’. Verdachte zegt dat hij eerst heeft gebeld met [verdachte UT]om te vragen of ‘ze’ een advocaat hadden gestuurd. [Verdachte SB] zegt daarop tegen verdachte dat het eerste wat ‘we’ zullen doen, vroeg in de ochtend, is een advocaat sturen (7). Uit het feit dat verdachte met [verdachte SB] overlegt over het regelen van een advocaat en zich daarvoor kennelijk verantwoordelijk acht, leidt de rechtbank af dat de mishandeling waarvoor [verdachte ZO] en [verdachte BK] waren aangehouden in het kader van die organisatie was gepleegd.

Volgens [betrokkene 11] heeft verdachte gedreigd haar te af te maken als er iets met zijn broer zou gebeuren (61) en [betrokkene 102] heeft verklaard dat verdachte gedreigd heeft om hem in elkaar te slaan als [betrokkene 102] verdachtes meisjes niet wilde vervoeren (57, 58 en 59).

Verdachte’s broer [verdachte PT] zegt tegen verdachte dat verdachte als hoofd is gekozen en dat hij, [verdachte PT], achter hem aanloopt en op alles wat verdachte zegt, ja zegt (63). En ook uit de opeenvolgende gesprekken tussen verdachte, [verdachte DS] en [verdachte HB] over de verdiensten van [verdachte DS] blijkt hun verwevenheid en de leidersrol van [verdachte NT] (56 en 64). Tot slot blijkt uit verschillende getuigenverklaringen dat leden van de organisatie beschikten over vuurwapens (8, 10, 45 en 47). Tijdens een doorzoeking in een woning in Amsterdam, op 7 februari 2007, zijn onder medeverdachte [verdachte CÖ] een revolver en een aantal patronen in beslag genomen (12).

De mishandeling van prostituees is in de hiervoor genoemde individuele gevallen gepleegd teneinde de betreffende vrouwen te dwingen om als prostituee te werken en hun inkomsten (deels) af te staan. De mishandeling van klanten van prostituees is het gevolg van de werkwijze van de organisatie als het gaat om de bescherming van de vrouwen die – voor de organisatie – in de raamprostitutie werkten. De wapens werden gebruikt om mensen bang te maken en onder druk te zetten.

Er is, met andere woorden, sprake geweest van het door verschillende leden van de organisatie meermalen, en dus stelselmatig, plegen van het misdrijf mensenhandel. Ook werden regelmatig daarmee samenhangende misdrijven, mishandeling, wapenbezit en bedreigingen van prostituees en klanten en afpersing van prostituees, gepleegd. Ook daarop had de organisatie het oogmerk. Uit dit alles leidt de rechtbank af dat het oogmerk van de organisatie op het plegen van de in de tenlastelegging onder 4 en 5 genoemde misdrijven was gericht.

De deelneming en het leiding geven aan de organisatie door verdachte

Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor met betrekking tot het bestaan van de organisatie, het oogmerk daarvan én de rol van verdachte als deelnemer en leidinggevende heeft overwogen concludeert de rechtbank, anders dan de raadsman, dat verdachte in de periode van 1 januari 2004 tot en met 7 februari 2007 mede leiding heeft gegeven aan een criminele organisatie waarvan behalve [verdachte SB], [verdachte UT], [verdachte HB] en [verdachte BI] ook [verdachte PT] deel uitmaakten.

5.11.3 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat verdachte het onder feit 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 4

hij in de periode van 1 januari 2004 tot en met 30 april 2006 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, onder meer bestaande uit [verdachte SB] en [verdachte HB] en [verdachte BI] en [verdachte UT] en [verdachte PT], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van

- mensenhandel, als bedoeld in artikel 250a Wetboek van Strafrecht (oud) en/of 273a Wetboek van Strafrecht (oud) en/of 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mensenhandel onder andere bestond uit het seksueel uitbuiten van vrouwen (prostituees);

- mishandeling, als bedoeld in artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mishandeling onder ander bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen van (meerdere) personen (prostituees en/of klanten van prostituees en/of pooiers);

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie (onder andere het voorhanden hebben van steek- en/of steek- en/of steek- en/of vuurwapens);

- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht/bedreiging met zware mishandeling als bedoeld in artikel 285 Wetboek van Strafrecht (onder andere het bedreigen van prostituees en/of klanten van prostituees);

- afpersing als bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht (onder andere het afhandig maken van geld van prostituees), terwijl hij, verdachte, daaraan mede leiding heeft gegeven;

feit 5.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 april 2007 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, onder meer bestaande uit [verdachte PT] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van

- mensenhandel, als bedoeld in artikel 250a Wetboek van Strafrecht (oud) en/of 273a Wetboek van Strafrecht (oud) en/of 273f van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mensenhandel onder andere bestond uit het seksueel uitbuiten van vrouwen (prostituees);

- mishandeling, als bedoeld in artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht, waarbij die mishandeling onder ander bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen van (meerdere) personen (prostituees en/of klanten van prostituees en/of pooiers);

- handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie (onder andere het voorhanden hebben van steek- en/of steek- en/of steek- en/of vuurwapens);

- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht/bedreiging met zware mishandeling als bedoeld in artikel 285 Wetboek van Strafrecht (onder andere het bedreigen van prostituees en/of klanten van prostituees);

- afpersing als bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht (onder andere het afhandig maken van geld van prostituees), terwijl hij, verdachte, daaraan mede leiding heeft gegeven.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5.12 Afsluitende overwegingen

Inleiding

De rechtbank zal bij gebrek aan bewijs (veel) minder feiten bewezen verklaren dan de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank realiseert zich dat dit bevreemding kan wekken gelet op zowel de inhoud van de tenlastelegging als die van het requisitoir. De rechtbank overweegt daarom nog het volgende.

Inhoud dossier, tenlastelegging en requisitoir.

De officier van justitie heeft in het requisitoir voorbeelden opgesomd van gruwelijkheden waaraan verdachte en zijn mededaders zich naar het oordeel van het openbaar ministerie hebben schuldig gemaakt. Daarbij spreekt de officier in algemeenheden.

Zo is genoemd dat de vrouwen zeer vernederende handelingen en bejegeningen moesten ondergaan: (anale) verkrachtingen, brandmerken door middel van tatoeages, op hen urineren, gedwongen abortussen en bepalen door verdachten van de omvang van borstvergroting(en).

De rechtbank stelt vast dat de opgesomde handelingen en bejegeningen slechts enkele keren in de tenlasteleggingen van de in Sneep II terecht staande verdachten zijn opgenomen. Het urineren op vrouwen is in geen enkele zaak tenlastegelegd.

De rechtbank stelt ook vast dat bij vrijwel alle wél tenlastegelegde handelingen daarvan wegens het ontbreken van bewijs zal worden vrijgesproken. Slechts één keer is bewezen geacht dat een vrouw is bewogen om een tatoeage te laten zetten en in één zaak kan bewezen worden dat verdachte als dwangmiddel bij mensenhandel, met een slachtoffer tegen haar wil seksuele handelingen heeft verricht.

De officier geeft verder als voorbeeld dat leden (cursivering van de rechtbank) van de groep vrouwen (cursivering van de rechtbank) aan elkaar cadeau gaven (bijvoorbeeld [betrokkene 39]). De rechtbank stelt vast dat in het hele dossier één keer sprake is geweest van een dergelijk “cadeau”, daar waar [verdachte SB] tegen [verdachte BK] zegt dat hij hem [betrokkene 39] cadeau geeft. Dit is in geen enkele zaak tenlastegelegd.

Verder zouden de paspoorten van de vrouwen vaak zijn ingenomen. Dit is bij geen enkele verdachte opgenomen in de tenlastelegging. Op basis van het dossier kan vastgesteld worden dat dit in één geval, bij [betrokkene 22], is gebeurd.

Er zou in Vinkeveen tegen groepskorting een bungalowpark zijn afgehuurd om vrouwen en leden van de criminele organisatie onder te kunnen brengen. Tenlastegelegd is het niet.

Vrouwen moesten kort na de (borstvergrotende) operatie weer aan het werk gaan. Dit is in geen enkele tenlastelegging opgenomen en de rechtbank heeft het evenmin kunnen vaststellen.

Conclusie

Samengevat: de inhoud van het requisitoir schetst een beeld van feiten die zouden hebben plaatsgevonden, welk beeld in de tenlasteleggingen niet altijd niet is terug te vinden en in de gevallen waarin dat anders is, slechts in de twee genoemde gevallen in een bewezenverklaring uitmondt.

De rechtbank overweegt dat door de formulering van het requisitoir, bedoeld of onbedoeld, de indruk wordt gewekt dat de beschreven praktijk een algemene was. Dat alle vrouwen die in het Sneepdossier als slachtoffer worden genoemd, door het openbaar ministerie becijferd op 120, aan al deze gruwelijkheden blootgesteld zijn geweest. En ook dat alle verdachten zich hieraan hebben schuldig gemaakt, althans daarbij betrokken waren. Dat draagt bij aan een beeldvorming, ook in de media en maatschappij, die op gespannen voet staat met de feiten zoals die op basis van het dossier kunnen worden vastgesteld.

De rechtbank wil niet de ernst van de wel bewijsbare feitelijkheden bagatelliseren of iets afdoen aan de ernst van mensenhandel. De rechtbank hecht er echter aan om het door de officier van justitie geschetste beeld te relativeren, in die zin dat een substantieel aantal van de in het requisitoir genoemde algemeenheden niet zijn tenlastegelegd en geen onderbouwing vinden in het dossier en dat een groot deel van de aan verdachten wel tenlastegelegde feiten niet bewezen kan worden.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde onder 1 ten aanzien van [betrokkene 24] is strafbaar gesteld bij artikel 250a (oud) Sr. Het bewezenverklaarde onder 1 ten aanzien van [betrokkene 11] is strafbaar gesteld bij artikel 273a (oud)/273f juncto 47 Sr. Het bewezenverklaarde onder 1 ten aanzien van [betrokkene 24], [betrokkene 28] en [betrokkene 5] is strafbaar gesteld bij artikel 273a (oud)/273f Sr. Het bewezenverklaarde onder 3 primair is strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto 45 Sr. Het bewezenverklaarde onder 4 en 5 is strafbaar gesteld bij artikel 140 Sr.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 ten aanzien van [betrokkene 24] het misdrijf:

een ander door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling;

en

opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met een derde

tegen betaling, terwijl hij weet dat die ander zich door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht beschikbaar stelt tot het plegen van die handelingen;

en

een ander door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen;

feit 2 ten aanzien van [betrokkene 11] het misdrijf: medeplegen van mensenhandel;

feit 2 ten aanzien van [betrokkene 24], [betrokkene 28] en [betrokkene 5] telkens het misdrijf: mensenhandel;

feit 3 primair het misdrijf: poging tot afpersing;

feit 4 en 5 telkens het misdrijf: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl verdachte aan deze organisatie leiding heeft gegeven.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, poging tot afpersing en deelneming en leiding geven aan een criminele organisatie die ondermeer het seksueel uitbuiten van vrouwen (mensenhandel) tot oogmerk had.

Mensenhandel

Verdachte heeft gedurende deels lange periodes (in vergelijking met het gemiddelde van alle zaken in Sneep II) periodes vier vrouwen seksueel uitgebuit. De langste periode betreft zes jaren en zeven maanden: gedurende die tijd heeft hij [betrokkene 24] voor zich laten werken in de prostitutie. Hij heeft haar emotioneel van hem afhankelijk gemaakt en vervolgens de inkomsten die zij als prostituee verdiende aan hem doen afstaan. Daarnaast heeft verdachte, samen met zijn broer [verdachte PT], [betrokkene 11] gedurende twee jaren en acht maanden in de prostitutie laten werken. Haar inkomsten moest ze afstaan. Verdachte heeft haar daartoe geslagen, bedreigd en op allerlei manieren onder druk gezet. Vlak nadat [betrokkene 11] een abortus had ondergaan, moest ze alweer als prostituee aan het werk. Als zijn broer in Turkije verbleef dan hield verdachte haar in de gaten. Naast deze twee vrouwen heeft verdachte ook nog gedurende vijf maanden twee andere vrouwen seksueel uitgebuit, te weten [betrokkene 28] en [betrokkene 5]. Beide vrouwen zijn door verdachte onder druk gezet om voor hem in de prostitutie te werken. [Betrokkene 5] is daarbij ook nog door verdachte geslagen.

Poging afpersing

Verdachte heeft door middel van mondelinge bedreiging met de dood geprobeerd om [betrokkene 17] een bedrag van € 30.000 aan hem te laten betalen. [Betrokkene 17] zou volgens verdachte [betrokkene 5] van hem hebben afgepakt en om die reden dat bedrag aan hem verschuldigd zijn.

De criminele organisatie

De criminele organisatie bestond uit een samenwerkingsverband tussen verschillende mannen die als pooier optraden, in die zin dat zij vrouwen als prostituee lieten werken en hen dwongen of bewogen de verdiensten af te staan. De organisatie had bodyguards in dienst die onder meer tot taak hadden de prostituees te beschermen tegen lastige klanten en hen na hun werk te begeleiden naar een taxi. Verdachte en medeverdachte [verdachte SB] hadden een leidinggevende positie. Op de Wallen in Amsterdam en op het Zandpad in Utrecht speelde de criminele organisatie een belangrijke rol. Prostituees werden benaderd om voor leden van de organisatie in de prostitutie te gaan werken. Er werden ook vrouwen overgehaald die niet eerder als prostituee hadden gewerkt. In sommige gevallen begonnen de pooiers een liefdesrelatie met de vrouwen die zij vervolgens tot slachtoffer van hun mensenhandel maakten en/of werden de vrouwen (op die wijze) ingepalmd en afhankelijk gemaakt en op die manier bewogen om in de prostitutie te gaan werken en hun geld af te staan. In andere gevallen werden ze daartoe gedwongen door het toepassen van – soms grof - geweld, dan wel door dreiging daarmee. Voor de vrouwen werd veelal huisvesting en een werkplek geregeld. De meeste vrouwen maakten lange werkdagen, hadden weinig of geen vrije dagen en kregen weinig of geen gelegenheid om zelf sociale contacten te onderhouden of hun familie te bezoeken. Het door hen verdiende geld stonden ze af aan hun man/pooier. Er waren ook prostituees die niet al hun geld hoefden af te geven, maar wel beschermingsgeld aan de organisatie moesten betalen omdat zij zonder dat niet werden gedoogd.

De rol van verdachte in de organisatie

Verdachte maakte gedurende ruim drie jaren deel uit van de organisatie. Hij vervulde daarin zoals hiervoor al aangegeven naar het oordeel van de rechtbank een leidinggevende rol.

8.2 Het referentiekader

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van twaalf jaren, met aftrek van het voorarrest. Deze eis wordt in algemene termen gemotiveerd met een verwijzing naar de ernst van de feiten, de generale preventie en de mate van angst die verdachte en/of zijn medeverdachte(n) een aantal slachtoffers nog steeds inboezem(t)(en). Benadrukt wordt dat er (strafverlichtend) geen rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat een vrouw ontkent slachtoffer te zijn. De eis wordt, ten aanzien van verdachte in het bijzonder, summier onderbouwd door een verwijzing naar de gevorderde veroordeling voor mensenhandel ter zake van tien vrouwen gedurende ongeveer zeven jaar, het medeplegen van een poging afpersing en het leiding geven aan een criminele organisatie.

In de inleiding van het requisitoir heeft de officier van justitie gewezen op de recente verhoging van het wettelijk strafmaximum en de inwerkingtreding van de Richtlijn voor strafvordering mensenhandel in de zin van seksuele uitbuiting van het College van procureurs-generaal op 1 september 2010 (Richtlijn strafvordering).

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit en geen opmerkingen gemaakt over een eventuele strafoplegging.

Oriëntatiepunten LOVS, uitspraken van andere colleges en de rapportages van de NRM

Het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (LOVS) heeft ten aanzien van mensenhandel en deelneming aan een criminele organisatie geen oriëntatiepunten vastgesteld. De door andere colleges in mensenhandelzaken opgelegde straffen variëren van enkele maanden tot enkele jaren gevangenisstraf, vaak voor meer delicten dan alleen mensenhandel. Een eenduidige lijn is moeilijk vast te stellen. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de rapportages van de Nationaal rapporteur Mensenhandel (NRM).

De uitspraken van de rechtbank in Sneep I

De rechtbank te Utrecht, nevenzittingsplaats Almelo, heeft op 11 juli 2008 zes medeverdachten in de Sneep I zaken veroordeeld. In die vonnissen heeft de rechtbank een kader voor de strafoplegging bij mensenhandel geformuleerd. Uitgangspunt was een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van acht tot tien maanden per slachtoffer, welk strafminimum door de rechtbank is verhoogd indien er ten opzichte van een slachtoffer sprake was van ernstig geweld, verkrachting, gedwongen borstvergroting en abortus als wettelijke strafverzwaringsgrond. Ook werd rekening gehouden met de rol van de verdachten en de lengte van de bewezenverklaarde periode.

Voor deelname aan de criminele organisatie werd een gevangenisstraf van 12 maanden tot uitgangspunt genomen en voor de verdachten die daarbij een leidinggevende rol hebben vervuld een gevangenisstraf van 24 maanden.

De arresten van het hof in Sneep I

Het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, heeft bij arresten van 20 december 2010, in de appelzaken van Sneep I, uitspraak gedaan. Het hof heeft zich niet uitgelaten over het door de rechtbank in Sneep I bepaalde kader en evenmin zelf een aanzet daartoe gedaan. Het hof lijkt een gemiddelde straf te hebben gehanteerd van één jaar per slachtoffer. De rechtbank interpreteert die arresten zo, dat bij de strafoplegging rekening is gehouden met factoren als ernstig geweld, verkrachting, periode en rol van de verdachten. Van bewezenverklaring van gedwongen abortussen, borstvergrotingen en/of tatoeages is geen sprake geweest. Dat brengt de rechtbank tot de conclusie dat het hof, hoewel dit niet expliciet is overwogen, bij de bepaling van de hoogte van de gevangenisstraf ongeveer dezelfde maatstaf heeft gehanteerd als de rechtbank in Sneep I. Het Hof heeft bovendien, anders dan in eerste aanleg, om diverse redenen naast gevangenisstraffen ook geldboetes opgelegd.

Verhoging strafmaat en Richtlijn strafvordering

De officier van justitie heeft bij requisitoir opgemerkt dat het wettelijk strafmaximum is verhoogd. Die wetswijziging heeft plaatsgevonden per 1 juli 2009 en had tot gevolg dat het strafmaximum van een eventueel op te leggen gevangenisstraf van zes naar acht jaar is gegaan.

Voor zover de officier van justitie heeft willen betogen dat met dat hogere strafmaximum rekening gehouden moet worden, overweegt de rechtbank dat daarvan, gelet op het bepaalde in artikel 1, tweede lid, Sr, geen sprake kan zijn omdat bedoeld hoger maximum per 1 juli 2009, dus na de bewezenverklaarde periode, van kracht is geworden.

Uit het requisitoir is niet duidelijk geworden of de officier van justitie meent dat de rechtbank met de Richtlijn strafvordering rekening moet houden. Wellicht ten overvloede merkt de rechtbank daarom op dat zij niet aan een dergelijke richtlijn gebonden is, terwijl deze op 1 september 2010 in werking getreden richtlijn, blijkens de inhoud ervan, niet geldt voor feiten begaan vóór 1 juli 2009.

8.3 Het kader in de Sneep II zaken

Op basis van de hiervoor opgesomde factoren stelt de rechtbank als volgt het kader vast waarbinnen zij de strafmaat zal bepalen in de Sneep II zaken.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de bewezenverklaarde feiten geen andere dan vrijheidsstraf vereist. Dat is in lijn met het requisitoir. De officier van justitie heeft niet toegelicht of, en zo ja hoe, per feit de hoogte van de geëiste straf is bepaald. De strafeis lijkt echter aan te sluiten bij de door de rechtbank in Sneep I gehanteerde norm. De rechtbank zal die norm in de Sneep II zaken ook toepassen omdat uit een oogpunt van rechtsgelijkheid de verdachten in Sneep II niet zwaarder gestraft mogen worden dan de verdachten uit Sneep I en omdat de recente verhoging van het strafmaximum in deze zaak niet geldt.

Wel zal de rechtbank rekening houden met de veroordeling in hoger beroep van de Sneep I verdachten tot gevangenisstraffen én geldboetes. Omdat de rechtbank zoals gezegd alleen een vrijheidsstraf gepast vindt, zal geen geldboete worden opgelegd. Om de rechtsgelijkheid tussen de inmiddels in hoger beroep veroordeelde Sneep I verdachten en de Sneep II verdachten te bevorderen, kiest de rechtbank in de onderhavige zaken voor de bovenkant van de in Sneep I gehanteerde norm van acht á tien maanden. De vrijheidsstraffen vallen daardoor hoger uit dan in de Sneep I zaken in eerste aanleg en sluiten aan bij de straffen die door het hof in Sneep I zijn opgelegd.

Vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank voor de bewezenverklaarde mensenhandelzaken als uitgangspunt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van tien maanden per slachtoffer zal hanteren. Dit strafminimum zal worden verhoogd indien er sprake was van geweld, ernstig geweld of verkrachting of wanneer het feit in vereniging werd gepleegd dan wel wanneer het ging om een in vergelijking met de overige zaken lange periode. Voor deelneming aan een criminele organisatie gaat de rechtbank uit van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van twaalf maanden, te verlagen als de rol van verdachte in vergelijking met die van anderen ondergeschikt was. Aan verdachten die leiding hebben gegeven aan de organisatie wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van 24 maanden opgelegd.

8.4 De strafoplegging bij verdachte

Dit betekent voor verdachte het volgende.

Hij heeft zich gedurende ongeveer zes jaren en zeven maanden schuldig gemaakt aan de seksuele uitbuiting van [betrokkene 24]. Voor deze mensenhandel zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van achttien maanden. Voor de mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 11] , gepleegd gedurende twee jaren en acht maanden, samen met [verdachte PT], legt de rechtbank – gezien het toegepaste geweld en het medeplegen – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 20 maanden. Voor de mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 28], gedurende vijf maanden, wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van tien maanden. En voor de mensenhandel ten aanzien van [betrokkene 5], waarbij geweld is toegepast, legt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van twaalf maanden.

Daarnaast wordt voor de poging tot afpersing van [betrokkene 17] een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden opgelegd.

Voor het gedurende ruim drie jaren deelnemen en leiding geven aan een criminele organisatie legt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 24 maanden.

Aan verdachte wordt daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 86 maanden opgelegd.

Artikel 63 Sr

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 63 Sr rekening gehouden met:

- het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 27 april 2005, bij welk vonnis verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden onvoorwaardelijk, met toewijzing van de [verdachte PT]]iele vordering tot een bedrag van € 2000 subsidiair 40 dagen hechtenis;

- het vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 19 september 2005, bij welk vonnis verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 265 subsidiair 5 dagen hechtenis, alsmede één hechtenis, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

- het vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 28 september 2005, bij welk vonnis verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 265 subsidiair 5 dagen hechtenis, alsmede één week hechtenis, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

- het vonnis van de rechtbank te Utrecht van 26 juni 2008, bij welk vonnis verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden onvoorwaardelijk.

8.5 Het beslag

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen boksbeugel en het poeder, vermeld onder respectievelijk de nummers 37 en 44 op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen goederen, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, nu deze aan verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, terwijl zij bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, terwijl de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de goederen vermeld onder de nummers 1 t/m 36, 38 t/m 43 en 45 t/m 50 op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen goederen.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 36b, 36d en 57 Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:

ontvankelijkheid officier van justitie

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het recht tot strafvervolging voor feit

2 ten aanzien van [betrokkene 5] voor zover de tenlastelegging betrekking heeft op in België gepleegde feiten;

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten aanzien van [betrokkene 32] en [betrokkene 4], feit 2 ten aanzien van [betrokkene 32], [betrokkene 10], [betrokkene 18], [betrokkene 35] en [betrokkene 38] tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten aanzien van [betrokkene 24], feit 2 ten aanzien van [betrokkene 24], [betrokkene 28], [betrokkene 11] en [betrokkene 5], feit 3 primair, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 ten aanzien van [betrokkene 24], feit 2 ten aanzien van [betrokkene 24], [betrokkene 28], [betrokkene 11] en [betrokkene 5], feit 3 primair, feit 4 en feit 5 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 ten aanzien van [betrokkene 24]:

een ander door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling

en

opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen van een ander met een derde

tegen betaling, terwijl hij weet dat die ander zich door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht beschikbaar stelt tot het plegen van die handelingen

en

een ander door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bewegen hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen;

feit 2 ten aanzien van [betrokkene 11]: medeplegen van mensenhandel;

feit 2 ten aanzien van [betrokkene 24], [betrokkene 28] en [betrokkene 5] telkens: mensenhandel;

feit 3 primair: poging tot afpersing;

feit 4 en 5 telkens: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl verdachte aan deze organisatie leiding heeft gegeven;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 ten aanzien van [betrokkene 24], 2 ten aanzien van [betrokkene 24], [betrokkene 28], [betrokkene 11] en [betrokkene 5], 3 primair, 4 en 5 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 86 (zesentachtig) maanden;

beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen boksbeugel en het poeder,

vermeld onder respectievelijk de nummers 37 en 44 op de aan dit vonnis gehechte lijst

van inbeslaggenomen goederen;

- gelast de teruggave aan verdachte van de goederen vermeld onder de

nummers 1 t/m 36, 38 t/m 43 en 45 t/m 50 op de aan dit vonnis gehechte lijst van

inbeslaggenomen goederen;

vordering gevangenneming

- wijst af de vordering tot gevangenneming.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J.C. Geeve, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en

mr. H. Stam, rechters, in tegenwoordigheid van J. Last, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2011.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat, geordend per feit, de genummerde bewijsmiddelen.

Ter toelichting op een aantal bewijsmiddelen geldt, voor zover van toepassing, het volgende.

Algemeen bewijsmiddel

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina's, zijn dit bladzijden uit het dossier Sneep, proces-verbaal Z32084, 27-019999 van het Korps landelijke politiediensten, Dienst Nationale Recherche. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Proces-verbaal van verhoor door rechter-commissaris

Wanneer hierna wordt verwezen naar het proces-verbaal van de rechter-commissaris, betreft dit een proces-verbaal van de rechter-commissaris in de rechtbank Utrecht, nevenzittingsplaats Almelo.

Telefoontap

Wanneer hierna wordt verwezen naar een tapgesprek, betreft dit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Sv, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek waarvan de kenmerken worden vermeld - voorzover van toepassing - namelijk datum, tijdstip, lijnnummer, gespreksnummer, ordnernummer/pagina. Indien het gesprek in een vreemde taal is gevoerd, wordt verwezen naar de schriftelijke weergave van de vertaling in de Nederlandse taal.

Sms-bericht

Wanneer hierna wordt verwezen naar een sms-bericht, betreft dit een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Sv, te weten een schriftelijke weergave van een getapt sms-bericht waarvan de kenmerken worden vermeld - voorzover van toepassing - namelijk datum, tijdstip, lijnnummer, volgnummer, ordnernummer/pagina. Indien het bericht in een vreemde taal is geschreven, wordt verwezen naar de schriftelijke weergave van de vertaling in de Nederlandse taal.

Foto

Wanneer in de bewijsmiddelen wordt gesproken over foto's uit ordner 16 dan betreffen dit - tenzij anders wordt vermeld - in ordner 16 onder de noemer 'verdachten-betrokkenen' of 'slachtoffers' opgenomen foto's. De ordner bevat verder twee ambtsedige processen-verbaal waarin wordt gerelateerd welke foto's van welke 'verdachten' of 'slachtoffers' in de ordner zijn opgenomen. Ook wanneer in het voorbereidend onderzoek foto's zijn getoond onder andere aanduidingen (bijvoorbeeld 'de fotomap') maar met een uit de context op te maken corresponderende nummering, gaat de rechtbank ervan uit dat gedoeld wordt op ordner 16.

In die gevallen waarin het bewijsmiddel zelf niet vermeldt wie volgens de in ordner 16 opgenomen processen-verbaal op de getoonde foto zijn afgebeeld, zal de rechtbank dit zelf doen. Zij brengt dit tot uitdrukking door toevoeging in het bewijsmiddel (achter het fotonummer) van de tekst: "de rechtbank stelt vast (…)", gevolgd door de naam van de persoon die staat afgebeeld op de uit ordner 16 afkomstige foto. Die vaststelling door de rechtbank is gebaseerd op de inhoud van voornoemde ambtsedige processen-verbaal (16/80018004 voor de verdachten en 16/80638067 voor de slachtoffers).

Bewijsmiddelen [betrokkene 24] (feiten 1 en 2)

1.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [betrokkene 24], (geboren [1976]), van 22 oktober 2009:

Ik ben nog steeds werkzaam in de prostitutie en doe dat sinds mijn twintigste levensjaar. Ik heb [verdachte NT] in Duitsland ontmoet toen ik 21½ was.

2.

Vervallen

3.

Het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde personen opgemaakte proces-verbaal van de rechter-commissaris, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van getuige [betrokkene 75] van 26 januari 2010:

Als de rechter-commissaris mij vraagt hoe ik weet hoe hij met vrouwen omgaat dan zeg ik dat ik vaak op bezoek ben geweest bij zijn vrouw [betrokkene 24]. Als de rechter-commissaris mij vraagt nader toe te lichten hoe [verdachte NT] met vrouwen omgaat en hoe ik dat weet, dan zeg ik dat bij [betrokkene 24] de vingertoppen er letterlijk vanaf vielen en toch ging ze werken. Zij ging ’s morgens in de trein naar Dortmund, 06.00 uur ’s ochtends, om pinnen in haar nek te laten zetten in het kader van een onderzoek en die avond stond ze weer te werken.

Ik wil daarop toelichten dat [betrokkene 24] afhankelijk was van [verdachte NT]. Als de rechter-commissaris mij vraagt wat ik bedoel met afhankelijk, dan zeg ik dat zij helemaal idolaat was van [verdachte NT]. Ze zag [verdachte NT] drie weken niet, omdat hij bij andere vriendinnen verbleef en als ze hem dan zag, dan was zij in de zevende hemel en sprak hem aan met “Askim”, hetgeen “mijn grote liefste” betekent. [Betrokkene 24] werd van en naar haar werk gebracht. De wallen was haar leven. Ze werkte tot zeven uur ‘s ochtends, ging daarna naar bed en stond om tien uur weer op. ‘s Middags ging ze weer werken.

4.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 130]van 21 februari 2004, pagina 46J/24579 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven verklaring van verdachte:

Sinds een maand of twee werk ik als boodschappenjongen voor een groep pooiers op de wallen in Amsterdam. De groep bestaat uit vijf Turkse mannen: [verdachte SB], [verdachte HB], [verdachte NT], [verdachte UT] en [betrokkene 124]. [Verdachte ZO] zei dat ik voor hem boodschappen voor de dames kon doen, als bijbaantje. Zo ben ik met de groep pooiers in contact gekomen. Die groep heeft meisjes voor zich werken. [Betrokkene 24] werkt voor [verdachte NT]. Ik ben ervan overtuigd dat de genoemde meisjes tegen hun wil werken voor [verdachte SB], [verdachte HB], [verdachte UT], [betrokkene 124] en [verdachte NT]. Ik weet van alle meisjes dat zij hun verdiende geld moeten afstaan.

5.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 september 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [betrokkene 28]:

Na drie of vier weken ben ik in de prostitutie gaan werken. Ik ben op een donderdag in november 2006 begonnen. Ik heb steeds geld van Nederland naar Turkije gebracht en soms nam ik ook geld van [betrokkene 24] mee. [Verdachte NT] was voortvluchtig. Hij moest steeds weer geld hebben. [Verdachte NT] had geen baan en hij leefde van het geld van [betrokkene 24] en mij.

6.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, voor zover inhoudende de verklaring van getuige [betrokkene 4]van 9 februari 2010:

[Verdachte NT] is getrouwd met [betrokkene 24]. Ik heb hem leren kennen kort nadat ik [verdachte SB] had leren kennen. Dat was in 2000 of 2001.

Als u mij vraagt of ik weet wat de bron van inkomsten van [verdachte NT] was, dan zeg ik: Ja”. In eerste instantie [betrokkene 24]. Als u mij vraagt dit toe te lichten dan zeg ik dat zij in Amsterdam voor hem werkte in de prostitutie. [Betrokkene 24] zou alles voor hem hebben gedaan. Het liefst had ze vierentwintig uur achter het raam gestaan als dat kon. Ze wilde hem een leven in goud bieden. Daarmee bedoel ik dat zij hem hetzelfde leven wilde bieden als dat [verdachte SB] ook had.

Als u mij vraagt hoe ik weet dat [verdachte NT] geld afnam van [betrokkene 24] en [betrokkene 32], dan zeg ik dat ze mij dat beiden hebben verteld.

Als u mij vraagt of ik er wel eens bij aanwezig ben geweest dat [verdachte NT], zoals ik dat heb gezegd, een van deze meisjes het geld afnam, dan zeg ik het volgende.

Ik ben erbij aanwezig geweest in het huis van [verdachte NT] en [betrokkene 24], dat [verdachte NT] tegen [betrokkene 24] zei: “Schat, waar heb je het geld gelaten?.

Als u mij vraagt hoe lang ik in Nederland in de prostituee heb gewerkt dan zeg ik eerst vanaf oktober 2000 tot april 2001. Ik werd toen zwanger. Daarna geloof ik van september 2004 tot december 2004.

Ik heb [betrokkene 24] voor het laatst gesproken gedurende mijn zwangerschap. Dat was in de zomer van 2002.

7.

Het proces-verbaal van bevindingen van 23 februari 2006, pagina 46J/24610 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:

Op 23 februari 2006 werd ik, verbalisant, aangesproken door [betrokkene 55]. Hij verklaarde het volgende. [betrokkene 130]en [verdachte DS] werken voor [verdachte NT] en [verdachte UT]. Die hebben zo’n tien meiden voor zich werken op de Wallen. In ieder geval [betrokkene 24]. De meiden die voor [verdachte NT] en [verdachte UT] werken, betalen voor hun bescherming aan [verdachte DS] en [betrokkene 130]ongeveer 750 euro per week.

8.

Een tapgesprek tussen (N) [verdachte NT] en (E) [betrokkene 130]op 20 december 2005 om 21.29 uur, pagina 46J/24588A e.v.:

N: Ben jij naar [betrokkene 24] en [betrokkene 32] gegaan om je nummer aan hen te geven?

E: Ik ben gegaan, maar ze was bezig. Ik ga nu.

N: Heb jij de telefoon van [verdachte ZO]?

E: Nee, abi. Ik heb het niet. [verdachte ZO] heeft het meegenomen.

N: Jij moet naar de meisjes gaan die jij aangewezen hebt gekregen van [verdachte ZO] en je moet je nummer aan hen geven. En je moet daar blijven.

E: Oke, abi.

N: Tot hoe laat blijf je vandaag daar?

E: Ik ben hier totdat zij weg gaan, totdat zij klaar zijn met hun werkzaamheden.

N: Oke, als er iets is moet jij mij op dit nummer bellen.

9.

Een tapgesprek tussen (M) [betrokkene 24] (stemherkenning) en (N) [verdachte NT] op 25 februari 2006 om 01.38 uur, pagina 46J/24613A e.v.:

M: Zeg alsjeblieft niet nee. Laat me deze week thuis blijven, totdat alles in orde is. Je weet dat met (onverstaanbaar) en laat me dan volgende week naar Duitsland rijden.

N: Ben je niet goed wijs of zo? Ben je niet goed wijs of zo?

M: Nee, oke, ik bedoel het alleen maar goed, weet je.

N: Ben je niet goed wijs of zo?

M: Oke, dan niet, oke schatje.

10.

Een tapgesprek tussen (M) [betrokkene 24] (stemherkenning) en (NN) vrouw op 2 maart 2006 om 12.53 uur, pagina 46J/24617 e.v.:

NN: Mag je met mij bellen?

M: Nee, ik mag helemaal geen contact meer.

NN: Luister liefje, ik wil niet dat jij moeilijkheden krijgt of zo.

M: Ja, maar zo eenvoudig gaat dat niet. Nu mag ik al niet meer met jou telefoneren, alsjeblieft zeg.

(…)

M: Luister, zodra ik kan bel ik jou, ik bel altijd jou. Jij moet mij niet bellen en ook geen sms sturen, oke?

(…)

M: Je bent lief, maar het is grote shit.

NN: Ja natuurlijk is het dat, maar pas op dat niemand er iets van merkt.

M: Nee natuurlijk niet, als ik bel dan doe ik dat toch van het werk.

11.

Een tapgesprek tussen (M) [betrokkene 24] (stemherkenning) en (N) [verdachte NT] (stemherkenning) op 9 maart 2007 om 22.44 uur, pagina 46J/24681:

[verdachte NT] vraagt [betrokkene 24] hoeveel geld zij thuis heeft

M: Thuis? 58.

N: Waarom zo weinig?

M: Hoezo zo weinig. Ik was in Duitsland. Ik heb mijn huur betaald, ik heb voor de kabel betaald, weet je, boodschappen gedaan, eten en zo…

[betrokkene 24] zegt dat zij veel heeft uitgegeven, maar dat [verdachte NT] zich geen zorgen hoeft te maken, dat komt weer goed, nu in het weekeinde.

12.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 24] en [verdachte NT] op 29 april 2003 om 00.25 uur, pagina 46J/24557:

[verdachte NT] wil weten hoeveel geld opgehaald moet worden. [Betrokkene 24] zegt dat de klant een uurtje wil blijven. [Verdachte NT] zegt dat 500 niet genoeg is. [Betrokkene 24] moet zeggen dat zij alleen 200 hebben. [Betrokkene 24] vraagt aan [verdachte NT] of zij alleen 200 hebben gekregen. [Verdachte NT] bevestigt.

13.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 24] en [verdachte NT] op 30 april 2003 om 21.58 uur, pagina 46J/24561:

[verdachte NT] wil weten hoeveel zij al heeft. [Betrokkene 24] zegt 630.

14.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 24] en [verdachte NT] op 5 mei 2003 om 01.34 uur, pagina 46J/24567:

[verdachte NT] vraagt of zij nog ziek is. [Betrokkene 24] bevestigt. [Verdachte NT] vraagt hoeveel zij al verdiend heeft. [Betrokkene 24] zegt 750, [verdachte NT] zegt dat zij naar huis toe moet gaan.

15.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 24] en [verdachte NT] op 5 mei 2003 om 02.07 uur, pagina 46J/24569:

[betrokkene 24] zegt dat zij thuis is. [Betrokkene 24] bedankt [verdachte NT] dat zij eerder naar huis toe mocht gaan.

16.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 24] en [verdachte NT] op 12 mei 2003 om 00.48 uur, pagina 46J/24571:

[verdachte NT] vraagt hoeveel zij nu verdiend heeft. [Betrokkene 24] zegt 6. [Verdachte NT] vindt het weinig. [Betrokkene 24] zegt dat het net erg rustig was. [Verdachte NT] zegt dat zij tot half 2 moet gaan werken, dan moet zij zich klaar maken, een taxi nemen en naar huis toe gaan.

17.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 24] en [verdachte NT] op 31 mei 2003 om 03.45 uur, pagina 46J/24573:

[verdachte NT] vraagt hoeveel zij heeft. Zij zegt 1.250. Dat is klote vindt [verdachte NT]. [Betrokkene 24] zegt dat zij haar best doet. [Verdachte NT] zegt dat zij om 4 uur [betrokkene 106] moet bellen, dat hij haar moet ophalen.

18.

Het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 4] van 22 november 2007, pagina 46O/26192, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

U vraagt mij of ik iets weet over de relatie tussen [betrokkene 24] en [verdachte NT]. Wat ik weet is dat beiden getrouwd waren en wat ik weet is dat ik haar op 18 september 2002 een keer opgehaald heb van haar werk. Ze had toen hoge koorts en kon niet meer werken. Ze had volgens mij om en nabij de 40 graden koorts. Ik heb haar toen opgehaald en toen ik haar thuis afzette was [verdachte NT] zeer kwaad op haar dat ze niet aan het werk was. Hij dacht dat ze het ziek zijn simuleerde. Hoewel je duidelijk kon zien dat ze echt ziek was. Ik weet nog dat [verdachte NT] zeer kwaad was dat ze toen zomaar naar huis was gekomen en niet meer aan het werk.

Bewijsmiddelen feit 2 ([betrokkene 28])

1.

Het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde personen opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 28] van 20 mei 2010, nummer 20052010-0130/5689, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Medio november 2006 heb ik [verdachte NT] leren kennen. Die heeft een bijnaam [verdachte NT]. Hij zou wat kunnen regelen zodat ik ook in de prostitutie kon werken. Ik heb hem verteld van mijn privé-omstandigheden. Dat ik geld nodig had vanwege schulden en de inrichting van een nieuw huisje. Dat ik daarom wel bereid was om werkzaamheden te gaan doen in de prostitutie. Ik ben met hem in gesprek gegaan ervan uitgaande dat hij me kon helpen aan een baantje in de prostitutie. In de dagen daarna gingen we veel met elkaar om. We hadden seks met elkaar. Het was iets meer dan alleen een seksavontuurtje. Het had iets van een opstart van een relatie. Tussendoor sms-ten we veel met elkaar.

Na ruim 2 weken ging ik naar Geleen en [verdachte NT] meldde me dat hij een kamer voor me had. Een kamer om als prostituee te gaan werken. Ik heb hem toen gesms’t dat ik eigenlijk dat werk niet wil doen, dat ik er eigenlijk toch van af wil zien. Ook heb ik toen gesms’t dat ik wel hoopte dat we evengoed nog met elkaar om konden gaan, ondanks mijn besluit dat ik niet als prostituee aan de slag wilde gaan, omdat ik hem toch wel leuk vond. Ik wilde niet meer, maar [verdachte NT] wilde dat ik het wel deed.

Naar aanleiding van de diverse sms-jes heeft [verdachte NT] mij gebeld en heeft op me ingepraat hoe ik denk van mijn schulden af te komen en hoe ik mijn huisje dan nu wilde betalen. Hij heeft me aangegeven dat hij mij wel zal ophalen. Na wat gesprekken heb ik toegestemd. Ik heb me eigenlijk over laten halen. Daarop is [verdachte NT] per direct naar Geleen gekomen om mij op te halen.

De volgende dag ben ik wel gaan werken in de prostitutie. Ik was met [verdachte NT] in de zonnestudio. Aan het eind van de middag kwamen daar naar toe [verdachte UT ] en [betrokkene 40]. [Verdachte UT ] heeft een achternaam die begint met [….] of zoiets (Phon). In de loop van de dag zijn we toen naar de Wallen gegaan. [Verdachte NT] was daar niet bij. [Verdachte UT] en [betrokkene 40] gingen mee. [Verdachte UT] heeft ons afgezet. [Verdachte NT] heeft me gezegd dat ik me niet druk hoefde te maken, maar dat [betrokkene 40] me alles zou uit leggen.

Aangekomen op de Wallen is er een raam gehuurd naast [betrokkene 40], te weten nummer 79, Oudezijdsvoorburgwal te Amsterdam. [Betrokkene 40] heeft me uitgelegd dat ik 50 Euro moest vragen voor 20 minuten seksuele handelingen. Vanaf dat moment, medio november 2006 tot medio februari 2010, heb ik structureel gewerkt als prostituee. Van het geld wat ik verdiende heb ik huur betaald voor mijn appartement. Al het overige geld dat ik over had heb ik afgedragen aan [verdachte NT], die het zou sparen. In mijn optiek hadden we gedurende die hele tijd een soort van vaste relatie. Ik ging meermalen naar Turkije. Ik ben 2 jaar lang afwisselend 1 week in Nederland geweest en 1 week in Turkije. Het laatste jaar was ik meestal 2 maanden in Nederland en ongeveer 1 week in Turkije. Als ik naar [verdachte NT] in Turkije ging dan nam ik altijd geld voor hem mee. Het geld wat ik verdiende in de prostitutie.

Opmerking verbalisant:

Voorafgaande aan het verhoor gaf aangeefster aan dat ze in het verleden een tatoeage had laten zetten op haar rug. Deze hebben wij verbalisanten in het verleden ook meermaals gezien,, omdat deze tatoeage zeer opvallend was. Mede door de tekst die erbij vermeld stond, te weten “Property of [M]”. Op dit moment is aangeefster doende om deze tekst weg te laten halen. Van de voormalige tatoeage zijn door aangeefster foto’s opgeslagen op haar eigen privé computer. Deze heeft ze ter beschikking gesteld aan ons verbalisanten. Tevens is van de tatoeage zoals die nu is een foto gemaakt door tweede verbalisant.

Eensluidende afdrukken van de foto’s zullen als bijlage bij dit proces-verbaal worden gevoegd.

2.

Een sms-bericht op 15 november 2006 om 14.46.41 uur, volgnummer 55, pagina 46J/24927:

Hey schat ik heb erover nagedacht en wil toch niet achter t raam werken dan is gewoon niks voor mij sorry voor dit alles het lijkt me ook geen goed idee om vandaag naar amsterdam te komen nogmaals sorry. Gr [betrokkene 28]

3.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 september 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige [betrokkene 28]:

De sms-berichten die voorkomen op pagina 46J/24749 heb ik geschreven aan [verdachte NT]. Als nickname gebruikte ik [N] of [L]. Ik ben in contact gekomen met [verdachte NT]. Aanvankelijk wilde ik wel in de prostitutie werken, maar hoe meer ik nadacht, wilde ik het toch niet. Ik zou in Amsterdam gaan werken. [verdachte NT] haalde mij over om toch te gaan werken. Hij zei dat ik het niet kon maken omdat hij al een kamer geregeld had. Ik ben in november 2006 begonnen. Hij moest steeds weer geld hebben. Ik zou telkens stoppen met werken als prostituee, maar ik moest steeds weer doorwerken. Hoewel het mijn geld was, zag ik er niets van terug. [Betrokkene 24] regelde ook wel de kamer. Ik legde het geld thuis in de kast. [Verdachte SB] is eerder aangehouden dan [betrokkene 113]. Wij waren op dat moment in Turkije. [Verdachte NT] is toen niet mee teruggegaan naar Nederland.

Toen [verdachte NT] nog in Nederland was pakte hij het geld gewoon, maar vanaf dat hij in Turkije verbleef vroeg hij erom. Ik heb steeds geld van Nederland naar Turkije gebracht en soms nam ik ook geld van [betrokkene 24] mee.

In het begin dat ik werkte werd ik gebracht met de taxi. Na een paar maanden ben ik geld aan de bodyguard gaan betalen, namelijk € 100,- per week. [Verdachte NT] zei dat. De eerste drie maanden hield [verdachte NT] mij bij mijn moeder weg.

Ik heb een tatoeage laten zetten. Samen met [verdachte NT] ben ik naar de tatoo-shop gegaan. De tatoeage is uitgekomen op ‘Property of [M]’. Ik vond die tekst wel mooi, maar het was niet mijn keuze. Ik wilde wel zelf een tatoeage, maar niet met de tekst Property of [M]. Ik heb de tatoeage in het begin van onze relatie laten zetten. Ik denk dat dat in december 2006 is geweest. Ik was in die tijd smoorverliefd op hem.

Mij wordt ordner 16 gegeven. Hiervan kan ik zeggen dat op foto’s 13 en 25 [verdachte NT] staat. Ik noemde [verdachte NT] ook wel Askim. [Verdachte NT] was zijn bijnaam. [verdachte NT] gebruikte de identiteit van [O.F.T.].

In het begin de bodyguard, de snorder e.d. geregeld. Ik ging met de meisjes mee. Ik ben door [verdachte NT] overgehaald om toch in de prostitutie te gaan werken, terwijl ik niet meer wilde. Ik wilde gaan werken met het idee dat het geld voor mijzelf was.

Ik legde zoals ik al zei het geld neer. Ik deed wat alle meisjes deden. Dat was in het begin en ik wilde met hen meedoen. Zij gaven hun geld ook af en ik nam hun gewoontes over. Je wordt tegen elkaar uitgespeeld. Ik weet niet waarom ik het geld aan [verdachte NT] gaf. Hij deed beloftes, maakte toekomstplannen. Ik zou maar één jaar te hoeven werken en dan zouden we in Turkije gaan wonen. Hij zou een winkeltje voor mij openen, wij zouden kindjes gaan maken e.d. Ik zou dan in Turkije niet te hoeven werken. Daarom heb ik het geld afgegeven.

Toen ik naar Amsterdam ben gekomen heb ik met [verdachte NT] in een restaurant gegeten. Twee of drie dagen later ben ik teruggekomen en wij hebben toen ook seks gehad. [verdachte NT] en ik kregen een relatie. Ik was verliefd op hem. Ik heb mij laten overhalen door [verdachte NT] om te gaan werken. Ik hoorde dat er veel geld te verdienen was. Ik zou dan mijn schulden kunnen betalen. Ik ging voor de mooie woorden. Ik wilde mijn huis mooi maken, meubels kopen e.d. Ook speelde de verliefdheid een rol.

Ik heb [verdachte FT] een paar keer [betrokkene 40] zien slaan en er zijn verhalen dat zij in het koude water moest springen. Door die verhalen bleef je wel langer werken om te voorkomen dat het jou ook zou overkomen. De anderen hadden het over hun mannen. Zij zijn toch allemaal hetzelfde die mannen. [betrokkene 40] zei bijvoorbeeld: “Mijn man vindt het niet goed als ik eerder naar huis ga”. Ik hoorde ook wel verhalen over [verdachte NT], maar die geloofde ik niet, want dat was niet de [verdachte NT] die ik kende. Maar die verhalen blijven wel in je hoofd zitten. Ik deed wel extra mijn best om dat niet mee te maken en problemen uit de weg te gaan. [verdachte NT] leefde van het geld van [betrokkene 24] en mij.

De eerste dag dat ik ben gaan werken had [verdachte NT] de kamer geregeld. Hij heeft mij toch achter het raam gezet. Als [verdachte NT] niet had aangedrongen was ik niet in de prostitutie terechtgekomen. Ik heb sms-jes gestuurd dat ik het niet wilde, maar ik ben toch overgehaald om te gaan werken. In de periode november 2006 tot april 2007 ben ik niet bij mijn moeder geweest. [Verdachte NT] zei dan van “doe maar niet, ik heb plannen gemaakt voor morgen”.

Mijn moeder was in die tijd echt ziek en ik wilde naar haar toe. Toen ik die dag bij mijn moeder was heeft [verdachte NT] mij de hele dag gebeld. Ik ben toen om 16.00 uur teruggegaan.

4.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en [betrokkene 28] (stemherkenning) op 7 februari 2007 om 16.50.55 uur, pagina 46J/24795A:

N: Ik wilde jou niet wakker maken jij was zo lekker aan het slapen

I: Ja weet ik (Turks) Ohh mag ik dan naar buiten even?

N: he?

I: Mag ik naar onder?

N: Wat wil je daar?

I: Alleen bij Etos even.

N: Ja ga maar Askim.

I: Alleen daar onder even.

N: Oke.

I: Ik ga mijn kleren aandoen, ik ga naar beneden, ik ga wat kopen en dan ga ik gelijk aan het werk.

N: Oke Askim, oke.

5.

Een sms-bericht op 17 november 2006 om 21.27.25 uur, volgnummer 51, pagina 46J/24927:

Hey [verdachte NT] ik heb net [betrokkene 46] gesproken ze vertelde me dat je nu weet dat ik iets met ben heb gehad maar ik wist echt niet dat je vriend van hem was en zo dus ik hoop dat je niet boos bent en over de rest ik wil niet werken en ik hoop dat je toch de contact wilt houden ik vind je heel leuk en wil graag met jou zijn maar de keuze is nu bij jou denk er over na laat me weten. xxx [betrokkene 28]

6.

Een sms-bericht op 17 november 2006 om 23.51.33 uur, volgnummer 50, pagina 46J/24927:

Hi [verdachte NT] het was echt geen spel ik vond je echt je en nu heb ik je leren kennen vind ik je nog leuker maar ik wil echt niet werken is niks voor mij ik zou niks binnen brengen ik ben meer iemand voor thuis niet achter het raam ik wil graag bij je zijn maar als het zo moet beter laten zitten dan. Xxx

7.

Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van [betrokkene 44] en [betrokkene 42] van 28 april 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisanten:

Op maandag 26 april 2010 om 15.15 uur verklaarde [betrokkene 28] samengevat het volgende aan ons.

[Betrokkene 28] heeft in de eerste 2 jaar van haar relatie met [verdachte NT] elke 10 tot 14 dagen een bedrag tussen de 12.000-15.000 euro naar hem gebracht in Turkije. Dit was geld dat [betrokkene 28] in de prostitutie had verdiend. Maar dit is niet de totale omzet omdat ze zelf eerst geld pakte dat ze nodig had.

[Verdachte NT] gebruikt 3 telefoonnummers die bij [betrokkene 28] bekend zijn: 0090 xxxxxxxxxx;

0090 xxxxxxxxxx; 0090 xxxxxxxxxx.

8.

Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 28] van

25 mei 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Over de gang van zaken van [verdachte NT] gaan voldoende verhalen rond. Een van de verhalen is dat wanneer een meisje van [verdachte NT] of van een van zijn pooiers niet doet wat haar opgedragen is, dan wordt zo’n meisje door een klant bezocht. Bij het binnenlaten van die klant blijkt het echter geen klant te zijn, maar een persoon die namens [verdachte NT] is gestuurd. Die zogenaamde klant slaat dan het meisje in elkaar.

U vraagt mij of dit ook wel eens echt is gebeurd. Ik kan u daar het volgende over verklaren. Meermaals is door [verdachte NT] zelf verteld, dat wanneer een meisje niet betaalde of wanneer ze onder de prijs werkte, dan zocht men haar op en sloeg men het meisje in elkaar. Ik nam dat serieus, door de manier waarop hij dat zei. Tevens ben ik meermaals getuige geweest dat [verdachte NT] met andere mannen hierover sprak. Mede in de vorm: “Weet je nog dat meisje wat toen niet betaalde”. Dan volgde een uitleg wat men met dat meisje had gedaan en dat kwam altijd neer op geweld. De manier waarop [verdachte NT] me wat zei en wat hij zei maakte me angstig en kwam op mij bedreigend over.

9.

Een tapgesprek tussen (N) [verdachte NT] (stemherkenning) en (I) [betrokkene 28] (stemherkenning) op 7 februari 2007 om 18.22.02 uur, pagina 46J/24796A:

(…)

N: Bel mij als je in de kamer bent ja.

I: Ik bel jou gelijk als ik daar ben.

10.

Een tapgesprek tussen (N) [verdachte NT] (stemherkenning) en (I) [betrokkene 28](stemherkenning) op 7 februari 2007 om 19.07.27 uur, pagina 46J/24797A:

I: Hallo, ik ben binnen ja.

N: Oke is goed Askim.

11.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en NN vrouw op 8 februari 2007 om 03.52.41 uur, pagina 46J/24799A en B:

M = man, V = vrouw

V: Het is rustig op straat, heel rustig.

M: Oke, hoe laat blijf je staan.

V: Wat zeg je daar.

M: Jou blijft nog daar.

V: Ja, ik blijf zitten nog hier, ik blijf zitten.

12.

Een tapgesprek tussen (N) [verdachte NT] (stemherkenning) en (I) [betrokkene 28] (stemherkenning) op

26 februari 2007 om 20.27 uur, pagina 46J/24859A en B:

[verdachte NT] vraagt hoe het weekend was

I: Goes. Normaal. Thuis dat weet ik niet…ik heb thuis 1700…1500 en heb van gisteren, ik heb boodschappen gedaan en zo, ik heb hier 700.

N: Mmmm, oke.

I: 15 plus 17 plus 7.

13.

De verklaring van de getuige [betrokkene 11] van 29 augustus 2007, pagina 46E/22876, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[betrokkene 28] heeft nog ongeveer 6000 euro aan boetes openstaan. Het zou goed zijn als zij moest zitten, want dan is [verdachte NT] zijn inkomstenbron even kwijt.

14.

Twee geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Sv, te weten twee foto’s, als bijlage gevoegd bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 28] van 20 mei 2010.

15.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 24] (stemherkenning) en NN man op 26 februari 2007 om 00.29 uur, pagina 46J/24633:

[betrokkene 24] zegt dat [betrokkene 6] net bij haar is geweest met de vraag of NN man iets over geld heeft gezegd. [Verdachte NT] vraagt [betrokkene 24] om [betrokkene 6] 100 euro te geven. [Betrokkene 28] moet hem ook 100 euro geven. [Betrokkene 24] zal het tegen haar zeggen.

16.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 24] (stemherkenning) en [betrokkene 28] (stemherkenning) op 26 februari 2007 om 00.47 uur, pagina 46J/24641:

[betrokkene 24] zegt dat “hij” dat zegt dat zij 100 euro moeten geven. Het is 100 euro per persoon. [Betrokkene 24] heeft het al gegeven. [Betrokkene 28] zegt oke.

Bewijsmiddelen feit 2 ([betrokkene 11])

1.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris van het verhoor van [betrokkene 11], geboren [1982], van 29 januari 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Als u mij vraagt of ik in de prostitutie heb gewerkt, dan zeg ik niet gewerkt, gedwongen.

Ik ben volgens mij begonnen te werken in de prostitutie toen ik 22 was. Ik kwam [verdachte PT] tegen en ik werd verliefd op hem. Hij noemde zich [verdachte PT]. Toen ik éénmaal seks met hem had gehad moest ik meteen werken. Ik moest soms werken van ’s ochtends tot ’s avonds laat. Als u mij vraagt wat ik bedoel met “soms”, dan zeg ik, dat ik in het begin nog niet wist hoe ik het geldbedrag moest verdienen en dan had ik niet genoeg, dan moest ik langer doorwerken. Ik moest duizend euro per dag verdienen van [verdachte PT]. Als ik niet voldoende had verdiend werd ik geslagen met een baseball knuppel door hem, zodat ik weer aan het werk zou gaan en het bedrag zou verdienen. Ik ben ook bedreigd door zijn broer. Als u mij vraagt hoe dat de eerste keer in zijn werk ging, dan zeg ik dat [verdachte PT] en de meisjes die daar al werkten een kamer hadden geregeld. Ze hadden gelijk een vaste kamer voor mij en deze was al betaald. [Verdachte PT] zei dat ik moest gaan werken en dat ik daar niets over te zeggen had. Ik ben door een aantal meisjes, ik herinner mij [betrokkene 24], meegenomen naar een kamer. Zij hebben mij wel uitgelegd wat ik moest gaan doen. Overal werkten meisjes van hen. Je mocht alleen praten met een meisje van de dichtst bijzijnde broers. Als u mij vraagt hoe ik wist met welke meisjes ik mocht praten, dan zeg ik dat die meisjes bij ons woonden. Bij ons is in Vinkeveen. We verbleven niet alleen in Vinkeveen, maar soms ook elders. Meestal verbleef ik bij [betrokkene 24]. Het geld dat ik verdiende moest ik meteen aan [verdachte PT] afgeven als ik thuis kwam. Als het niet genoeg was, sloeg hij mij in elkaar. Ik had regelmatig blauwe plekken. Ook als ik blauwe plekken had, moest ik de volgende dag werken. Deze werden dan gecamoufleerd met make-up. [Betrokkene 24] deed dat. Ik heb ook een keer een abortus ondergaan en de dag nadat de abortus is uitgevoerd moest ik weer werken. Ik bloedde nog. Als u mij vraagt wat ik gemiddeld per dag verdiende, dan zeg ik dat ik in het begin nog niet zo goed was. Ik verdiende toen tussen de vijfhonderd en zeshonderd per dag. Aanvankelijk werkte ik van tien uur ’s ochtends tot vier á vijf uur ’s nachts, wel met een pauze natuurlijk. Later, toen ik er achter kwam dat ik kon stelen van klanten en geleerd had hoe dat ging werkte ik van zeven uur ’s avonds tot vijf á zes uur ’s ochtend. Als u mij vraagt wie de werktijden bepaalde, dan zeg ik: “Hij”. Soms was het door de week heel slecht overdag. Daarom hebben die meisjes mij ook geleerd te stelen, want ik was ’s ochtends te moe, overbelast. Als ik daar iets over zei dan schreeuwde hij dat hij naar mij toe zou komen. Hij zei dat hij mij zou vermoorden als ik niet deed wat hij wou. En dan ging ik weer verder met werken. Als u mij vraagt welke dagen van de week ik werkte, dan zeg ik dat ik van maandag tot zondag werkte. Ik was af en toe wel een dag vrij, maar eigenlijk werkte ik het liefst elke dag en was ik niet thuis met hem, omdat hij zo gewelddadig was. Ik heb gewerkt tot mijn vijfentwintigste. Ik heb ongeveer drie jaar gewerkt. Als u mij vraagt wat de aanleiding was om te stoppen, dan zeg ik het volgende. [Verdachte PT] had een vals paspoort. Dat was van een man in Duitsland, met wie hij had afgesproken dat hij diens naam mocht gebruiken. In Turkije ben ik gedwongen getrouwd met [verdachte PT], zodat hij een Nederlands paspoort zou krijgen. Zijn paspoort was namelijk verlopen of zoiets, hij kon niet terug naar Nederland. Zijn broer wel, ik bedoel dan zijn grote broer en ik wil liever geen naam noemen. Nadat ik door [verdachte PT] in elkaar ben geslagen en hij mij bijna heeft vermoord, heb ik direct daarna aangifte gedaan bij de politie. Hij heeft mij toen weer gevonden. Ze hebben me toen bewaakt en ik kon nergens meer naar toe zonder bewaking. Ik werd door een bodyguard van en naar een speciale taxi gebracht die mij ophaalde en wegbracht. Een Turkse taxi bracht ons naar de Zeedijk. Van daaruit werden wij naar onze kamer begeleid door een bodyguard. We zijn toen naar Turkije geweest en toen ben ik met [verdachte PT] getrouwd. Op een gegeven moment moest ik natuurlijk wel weer aan het werk. Het geld was weer op. Ik ben toen teruggevlogen naar Nederland en door een andere broer opgehaald. Ik was bij [betrokkene 28] in huis en toen zij weg moest en ik alleen thuis bleef, kon ik wegkomen. Ik heb mijn koffers gepakt en ben naar mijn tante gegaan. [Betrokkene 28] had mijn geld meegenomen naar Turkije gaan. De broer van [verdachte PT] zat op mij te azen, maar hij had ook problemen in Nederland. Ik heb het dan over zijn grote broer. Ik bedoel daarmee [verdachte NT]. Ze zijn meerdere keren bij mijn tante aan de deur geweest. Ik bedoel dan [verdachte NT]. Hij heeft gedreigd mijn tante in de fik te steken. Hij kwam niet alleen aan de deur. Er waren andere mensen bij. Mijn tante heeft tegen mij gezegd dat het er meer waren. Ik heb ze niet gezien. Ik heb mij toen verstopt in de huiskamer. Mijn tante heeft de deur opengelaten, dus ik hoorde ze wel praten. Mijn tante heeft mij alles verteld toen zij weer in de kamer kwam.

[Verdachte PT] bedreigde mij elke dag. Dan zei hij dat ik beter mijn best moest doen. Ik moest zoveel uur werken per dag. Als ik dat niet zou doen sloeg hij met een ijzeren staaf op mijn handen. Als u mij vraagt hoe vaak ik werd geslagen met een baseballknuppel dan zeg ik dat ik mij dat niet herinner. Het was bijna elke dag. Ik mocht alleen omgaan met meisjes van de groep. Ik had heel vaak telefonisch contact met [verdachte PT] tijdens het werk. Als hij belde, vroeg hij of ik aan het werk was en of ik genoeg had verdiend. Soms was ik zo moe, dat ik hem vroeg of ik mocht stoppen. Hij reageerde daar agressief op. Soms belde ik om met hem te slijmen en te lijmen, zodat ik geen slaag kreeg en hij mij lief zou vinden.

Foto 5, 53 (de rechtbank stelt vast: [verdachte PT]).

De man op deze foto is [verdachte PT]. Ik kende hem ook als [verdachte PT]. Foto 57 is een foto van [verdachte PT] en mij samen , maar je kunt mij niet zo goed zien.

Foto 11 (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 102]).

De man op deze foto was onze taxichauffeur. Hij heet [betrokkene 102]. Hij was ook werkzaam voor hun. Als je iets deed dan vertelde hij dat door. Ik ben wel eens weggelopen en dan vertelde hij waarheen. Ze vonden me dan en hebben me in elkaar geslagen. Dat was één keer. Ik ging toen naar een huis van mijn tante. Hij bracht mij daar naartoe. Hij werd door hun, [verdachte PT] en z’n grotere broer betaald.

Foto 13 (de rechtbank stelt vast: [verdachte NT]).

Dit is de grote broer. Als u mij vraagt of hij wist dat ik voor [verdachte PT] werkte, dan zeg ik: “Natuurlijk”. Het is zijn broer. Hij wist alles. Ik wil liever niet over hem verklaren. Als u mij vraagt waarom niet, dan zeg ik dat ik bang ben voor hem. Als u mij vraagt waarom ik bang ben voor hem, dan zeg ik dat hij tien keer erger is dan [verdachte PT]. Hij heeft mij bedreigd en ook geslagen. Hij heeft mij gezegd dat hij mij afmaakt, als er iets gebeurt met zijn broer en hij maakt mij af. Ik vind hem gevaarlijk. Ik heb niet bijgehouden wanneer hij mij bedreigd heeft, dat is meerdere keren geweest. Je wordt op een gegeven moment zo vaak bedreigd dat het een gewoonte begint te worden. Hij heeft mij geslagen toen ik in Vinkeveen woonde. Ik denk dat het ongeveer vierenhalf jaar geleden is geweest.

Foto 15 (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 130]).

De man op deze foto is [betrokkene 130], dat was een bodyguard. Dat was mijn bodyguard. [Betrokkene 130] wist dat ik voor [verdachte PT] werkte.

2.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris van het verhoor van getuige [betrokkene 11], geboren [1982], van 3 februari 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

U toont mij de foto’s van de vrouwen. Ik heb meerdere keren periodes met [betrokkene 24] op één kamer gewerkt. Ik moest van [betrokkene 24] leren hoe ik geld kon maken zonder seks te hebben met klanten en hoe ik zoveel mogelijk geld kon maken en pikken van de klanten. Door de vrouw op foto 42 (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 53]) heb ik een flink plak slaag gekregen. We deden het gordijn wel eens dicht en dan gingen we met elkaar babbelen met een drankje erbij. Een keer was [verdachte PT] via een andere kamer bij mij in de kamer gekomen, waar ik net met haar aan het drinken en giechelen was, met het gordijntje dicht. Dat mocht helemaal niet. Het was niet de bedoeling dat je ging praten. Je moest werken. Ik heb toen flink met de baseball knuppel gehad omdat zij mij had afgeleid. Ik kreeg klappen op mijn hoofd en op mijn benen.

3.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris van het verhoor van getuige [betrokkene 11], geboren [1982], van 17 februari en 3 maart 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb in Amsterdam en in Utrecht in de prostitutie gewerkt.

Ik ben door [verdachte PT] en [verdachte NT] gedreigd met slechte gevolgen als ik zou praten met de politie.

Toen [verdachte NT] aan de deur kwam, heeft hij zich aan mijn tante voorgesteld als de broer van mijn broeder. Ik voeg daaraan toe dat hij [verdachte PT] zei. Nadat hij weg was beschreef mijn tante de persoon aan de deur aan mij. De beschrijving paste bij [verdachte NT]. Ik heb hem ook horen spreken aan de deur. Ze heeft ook foto’s van [verdachte PT] aan de politie gegeven. Deze foto’s heeft mijn tante gezien voordat [verdachte NT] aan de deur kwam. Deze foto’s zaten in het trouwboek dat ik mee heb gekregen uit Turkije.

Als u mij vraagt hoe vaak ik geslagen ben met een baseballknuppel, dan zeg ik bijna elke dag, zeg maar van het eerste jaar elke dag. Toen ik beter ging verdienen werd het beter. Een paar keer heb ik 200 of 300 euro verdiend, maar dan kreeg ik de ergste klappen. Op een gegeven moment was 800 euro ook niet meer genoeg. De auto’s moesten betaald worden en ik moest de huur van Vinkeveen betalen.

U houdt mij voor dat ik verklaard heb dat [verdachte PT] wel eens in Turkije was en vraagt mij of ik in deze periode ook mijn geld moest afstaan en zo ja, hoe dit ging. Ik werd de hele tijd begeleid door bodyguards. Zijn broer [verdachte NT] was ook in Nederland om mij onder controle te houden. Ik gaf het geld aan [verdachte FT] abi waar ik op dat moment verbleef. [Verdachte FT] abi stuurde het naar Turkije.

Met onder controle houden bedoel ik dat ik nergens alleen naartoe ging. Ik had overal en altijd begeleiding. Er was altijd een man/bodyguard bij aanwezig. Dit kon ook [verdachte NT] zijn. We hadden eigen taxi’s. We mochten niet met de normale taxi’s reizen.

Ze hebben ook tegen mij gezegd, dat wanneer ik een keer gepakt zou worden ik niets moest zeggen, gewoon volhouden. Ze hebben mij ook voorgehouden dat ze mij konden vasthouden. Als ik nu nog bij hun zou zijn geweest had ik dit alles ook niet verklaard, maar ik ben nu gelukkig vrij.

Als u mij vraagt of [verdachte NT] wist van de abortus die ik heb ondergaan, dan zeg ik: “Ja”. Ik heb [verdachte NT] en [verdachte PT] daar samen over horen praten over de telefoon.

4.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris van het verhoor van getuige [betrokkene 72] van 20 april 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Hij belde regelmatig nadat hij en [betrokkene 11] uit elkaar waren. Met “hij” bedoel ik haar man, de man van [betrokkene 11]. Hij vroeg dan waar [betrokkene 11] was. Dit was in de periode waarin ze bij hem weg was. Tijdens één van deze gesprekken heb ik hem verteld dat [betrokkene 11] verslaafd was en hem gevraagd of hij haar daar niet vanaf kon helpen. Toen heeft hij haar over laten komen naar Turkije. Ze is in Turkije geweest en daarna moest ze al weer voor hem werken. Ze moest weer de hoer voor hem spelen. Ze kwam niet meer bij mij thuis terug, alleen om de koffers neer te zetten. Ze was gelijk weer weg. Zijn broer heeft haar toen opgehaald.

Na twee weken kwam ze bij me en vertelde dat ze achtduizend euro had verdiend. Ze zei dat ze het had weggelegd en dat ze het zou sparen. Toen ze terugging waren die achtduizend euro weg. Ze was heel erg boos en kwam weer bij mij. Ze vertelde dat ze die achtduizend euro hadden weggepakt en dat ze die niet meer terugkreeg. Toen is ze bij die broer weggegaan. Daarna werd ze bedreigd. Ze was dan aan het schreeuwen aan de telefoon. Ze heeft mij niet verteld wie er aan de telefoon was, maar nadat ze het telefoongesprek beëindigd had, belde ze haar man op. Zij schreeuwde dan tegen haar man dat zijn broer haar zo bedreigde. Ze was bang voor zijn broer.

Die broer is ook aan de deur geweest bij mij. Daardoor wist ik dat het de broer was van de man van [betrokkene 11]. Ze kwamen altijd met z’n vieren. Ze kwamen met z’n tweeën aan de deur en twee bleven er in de auto. Dit laatste hoorde ik van de buren. Hij, de broer van de man van [betrokkene 11], zei tegen mij dat hij [betrokkene 11] zou laten afmaken. Hij zei dat hij het niet zelf deed als hij iemand dood wilde schieten, maar dat hij dat liet doen. Ik heb thuis foto’s van de man van [betrokkene 11], maar geen foto’s van zijn broer.

U houdt mij voor dat ik heb verklaard over vier mannen die aan de deur kwamen en vraagt mij hoe vaak dit is gebeurd. Dit is een keer of vier gebeurd. Dit was in de periode waarin [betrokkene 11] bij mij thuis was en zij niet meer voor hem wilde werken. Een keer hebben bedreigingen geuit, de andere drie keren kwamen zij aan de deur om te vragen waar [betrokkene 11] was.

Toen [betrokkene 11] door haar man zodanig is geslagen dat ze daardoor in het ziekenhuis kwam, heb ik haar bezocht in het ziekenhuis. Hij had haar gezicht helemaal kapot geslagen. Ze zag er vreselijk uit. Hij had haar over het lichaam met een riem geslagen. Zij had daarvan striemen. Ze is nog kunnen vluchten en toen heeft ze gebeld met de politie. Die heeft haar opgehaald. Dit was in Vinkeveen. Als u mij vraagt of ik er met haar over heb gesproken, dan zeg ik dat [betrokkene 11] mij er over verteld heeft. Zij heeft ook aangifte gedaan.

Met “Lul” bedoelde [betrokkene 11] haar man. Hij had een rare naam volgens haar. Zo heette hij volgens haar. Zij zei dat dat zijn echte naam was, alleen “Lul”. Als haar man belde, zei hij altijd: “Met de man van [betrokkene 11]”.

5.

Het proces-verbaal van bevindingen van 16 maart 2006, pagina 46E/22515 e.v. voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Wij hebben op 16 maart 2006 omstreeks 22.55 uur een bezoek gebracht aan Trompettersteeg 5/5 te Amsterdam, het werkadres waar [betrokkene 11] als prostituee werkzaam was. [betrokkene 11] gaf aan dat ze wel wilde stoppen maar dit niet kon omdat ze enorm bang was dat haar pooier haar zou zoeken. Zij verklaarde dat de groep rondom haar, haar overal wel konden vinden. De pooier van [betrokkene 11] is [verdachte PT], geboren [1980] te [geboorteplaats]. Zij wilde absoluut niet verklaren tegen haar pooier [verdachte PT]]. Duidelijk waarneembaar was dat zij erg bang was. Ze was schrikkerig, keek voortdurend angstig om zich heen en zei steeds niet te kunnen praten omdat “zij” het anders konden horen. Ze stond steeds op, huilde af en toe en zweette erg.

6.

Het proces-verbaal van bevindingen van 26 mei 2006, pagina 46E/22522 e.v. voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 27 april 2006 kwam [betrokkene 11] aan het politiebureau in Mijdrecht. Zij was zeer emotioneel en huilde. Zij riep dat zij aangifte wilde doen en naar een Blijf-van-mijn-lijfhuis wilde. Zij verklaarde het volgende. Ik heb een relatie met [verdachte PT]. Ik werd verliefd op hem. Ik weet dat zijn broer [verdachte NT] heet. Ik woon bij hem in een bungalow in Vinkeveen. Toen ik een relatie met hem kreeg ben ik in de prostitutie gaan werken in Amsterdam. Ik werd op een gegeven moment door [verdachte PT] gedwongen. Hij zei dan dat ik dit werk nog een jaartje moest doen en dan mocht stoppen. Ik verdien 600 a 700 euro per dag en moet dat aan hem afgeven. Ik houd helemaal niets over. [Verdachte PT] is altijd bij mij en als ik aan het werk ben zijn er een soort bodyguards die mij bewaken. Als ik naar mijn werk moet word ik opgehaald door een snorder, [betrokkene 92]. Ik heb lichamelijke klachten van het werk: veel last van buikpijn en ik word heel vaak geslagen door [verdachte PT]. Laatst met een honkbalknuppel op mijn bovenbeen, hierdoor had ik enorme blauwe plekken. Ook sloeg hij mij vaak met zijn vuisten op mijn hoofd, waardoor ik enorme bulten kreeg en met zijn platte hand op mijn oren waardoor ik nu minder goed kan horen. Vandaag heeft hij mij meermalen geslagen tegen mijn hoofd met zijn vuisten. Ik voelde pijn. Hij heeft me meermalen bedreigd dat hij me een overdosis drugs zou toedienen als ik bij hem weg zou gaan. Drie weken geleden ben ik weggelopen naar [betrokkene 72]. Hij heeft me daar weer opgehaald en thuis volledig in elkaar geslagen. Tijdens het gesprek met mij, verbalisant, werd [betrokkene 11] meermalen gebeld op haar mobiele telefoon. Ik begreep dat zij [verdachte PT] aan de lijn had. Ik nam haar telefoon aan en sprak met hem. Ik hoorde dat hij meermalen dringend vroeg op welk politiebureau [betrokkene 11] was. [Betrokkene 11] wilde uiteindelijk geen aangifte doen. Zij wilde dat de politie wist wat zich afspeelde omdat zij bang was dat haar ooit iets zou overkomen.

7.

Het proces-verbaal van bevindingen van 4 mei 2006, pagina 46E/22530 e.v. voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 1 mei 2006 omstreeks 13:15 uur kregen wij een melding over een vrouw die door haar man zou zijn mishandeld in bungalowpark Buitenborch in Vinkeveen. Ze vertelde dat ze door haar vriend in elkaar was geslagen. Ze zei dat ze werkzaam was in de prostitutie in de Trompettersteeg in Amsterdam, haar vriend was haar pooier en ze moest al haar verdiende geld aan hem afstaan. Ze verklaarde verder dat hij gedreigd had haar tante, van wie hij wist waar zij woonde, iets aan zou doen.

8.

Vervallen

9.

Het proces-verbaal van bevindingen van 2 mei 2006, pagina 46E/22542, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten:

Op dinsdag 2 mei 2006 zagen wij, verbalisanten, dat het gezicht van [betrokkene 11] gezwollen en rood was, ze af en toe kortademig was en we hoorden dat zij pijn in haar gezicht had maar elders in haar lichaam niet omdat zij medicijnen toegediend had gekregen.

[betrokkene 11] verklaarde erg bang te zijn voor [verdachte PT] en zijn vrienden. Hij zou gezegd hebben dat hij er wel zeven jaar voor zou willen zitten, maar dat ze haar zouden vinden. Zij zou 240.000 euro aan hem moeten betalen en dan van hem af zijn. [verdachte PT] had gedreigd haar dood te maken, net als bij [K], waarover [betrokkene 11] verklaarde dat die aan een overdosis was overleden. Zij voelde zich hierdoor erg bedreigd.

10.

Vervallen

11.

Het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 53] van 3 maart 2006, pagina 46I/24394 e.v., voor zover inhoudende als haar verklaring:

Ik werk als prostituee op de wallen in Amsterdam. [Betrokkene 11] ken ik een maand. Haar vriend en pooier is [verdachte PT], een broer van [verdachte NT]. Ze is het zat om met hem te zijn, maar durft niet bij hem weg. [Betrokkene 11] wil graag vriendinnen hebben maar dat mag niet van [verdachte PT]. Ik heb [verdachte PT] een maand geleden gesproken en hem gezegd dat ik niets kwaads in zin heb met [betrokkene 11], alleen maar wat wil praten. [verdachte PT] zei dat [betrokkene 11] er niet is om te praten, maar dat ze moet werken. Ik heb [verdachte PT] gezegd dat ik weet dat hij mij twee keer ‘s nachts heeft gebeld met de telefoon van [betrokkene 11]. [Betrokkene 11] vertelde mij dat ze al haar verdiende geld en haar spaargeld moet afstaan aan [verdachte PT]. Hij wil een auto kopen. Ze betaalt ook de huur van een huis in Vinkeveen. Ze vertelde dat ze laatst met een honkbalknuppel is geslagen door [verdachte PT].

12.

Het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde personen opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 75] van 6 maart 2009, aan het dossier toegevoegd op 19 maart 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op foto 5 op de mij getoonde fotoserie van 58 mannen herken ik [verdachte PT], de broer van [verdachte NT]. Hij heeft een vriendin [betrokkene 11] die ook in de prostitutie in Amsterdam werkt. Zij woonde bij [betrokkene 40] en [verdachte UT ]. Dat was ongeveer tweeënhalf jaar geleden. Opmerking verbalisant: de man op de foto betreft [verdachte PT], geboren [1980] in [geboorteplaats], [geboorteland].

13.

Het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 130] van 23 april 2007 waarin met een V de door verbalisanten gestelde vraag en met een A het door [betrokkene 130] gegeven antwoord is aangegeven, pagina 46E/22779 en 22780 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Wij, verbalisanten toonden verdachte foto nummer 5 (de rechtbank stelt vast: [verdachte PT]).

A: Ik ken hem maar weet niet zijn naam.

(…)

V: Heeft de man van foto 5 een meisje?

A: Ja, die werkte achter de lunchroom in het kleine steegje. Als er problemen waren belde ze mij wel. Ik ben de naam kwijt.

V: Kan het zijn dat ze [betrokkene 11] heet?

A: Ja, ja.

Wij, verbalisanten, toonden [verdachte PT] foto nummer 15 (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 11] )

V: Is dit het meisje?

A: Ja.

14.

Het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 130] van 24 april 2007 waarin met een V de door verbalisanten gestelde vraag en met een A het door [betrokkene 130] gegeven antwoord is aangegeven, pagina 46E/22789 e.v. voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: U, verbalisant (…) laat mij nu een foto zien (verbalisant toont foto 5 de rechtbank stelt vast: [verdachte PT]).

A: Dit is de pooier van [betrokkene 11]. (…) Ik weet alleen dat hij [verdachte PT] heet.

V: U, verbalisant (…) toont mij foto 15 (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 11] ).

A: Dit is [betrokkene 11]. Zij is geslagen door [verdachte PT]. [Verdachte PT] is haar vriendje.

15.

Het proces-verbaal bevindingen van 29 augustus 2007, pagina 46E/22874 e.v. voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

In de auto op weg naar het getuigenverhoor vertelde [betrokkene 11] ons het volgende. Ik moest in Turkije met [verdachte PT] trouwen. Hij is de broer van [verdachte NT]. Degene die nu vast zit is echt [verdachte PT]. Hij is een vriend van hun en heeft zijn paspoort aan hun gegeven. Mijn man is in Turkije en heeft geen paspoort. Twee dagen geleden heb ik nog contact met mijn man gehad. Hij zei dat hij weer naar Nederland wilde komen. Hij is de man die me vorig jaar in elkaar geslagen heeft. [Betrokkene 111] is de enige bodyguard nog op de wallen. Hij houdt ook mij in de gaten. Als ik een klant heb, geeft hij dat meteen door. [Betrokkene 28] en [betrokkene 111] hebben het geld dat ik de afgelopen tijd heb verdiend afgepakt. Dit gebeurde bij [betrokkene 28] thuis, afgelopen donderdag. Het was 8000 euro. Ze zeiden dat ik niet met de politie mocht praten, anders zouden ze me vermoorden.

16.

Het proces-verbaal van bevindingen van 17 september 2007, pagina 46E/22897 t/m 22904, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 september 2007 gingen wij naar de woning van de tante van [betrokkene 11] , [betrokkene 72], om haar een inbeslaggenomen GSM terug te geven. [Betrokkene 72]overhandigde ons het trouwboekje van [betrokkene 11] . In het boekje zagen wij dat [betrokkene 11] te Turkije was gehuwd met [verdachte PT]. Er zaten foto’s in van [betrokkene 11] en [verdachte PT]. Ik, verbalisant, zag dat de foto van [verdachte PT] sterk overeenkwam met de persoon op de foto’s zoals die waren aangetroffen in de nu teruggegeven GSM. [Betrokkene 11] had van de man ‘[verdachte PT]’, zoals aangetroffen op de foto in de GSM, eerder verklaard dat dit de man was die haar te Vinkeveen had mishandeld, verkracht en had uitgebuit in de prostitutie. [Betrokkene 72] zei dat zij ook nog mooie foto’s van [betrokkene 11] samen met ‘die man’. Wij hebben vervolgens het trouwboekje en twee foto’s gekopieerd. Uit het trouwboekje (‘extrait de l’acte de [betrokkene 57]ge 2006 / 390’), serie X xx no. xxxxx valt op te maken dat [2006] te Turkije, Yahyali Belediyesi, [betrokkene 11] is gehuwd met [verdachte PT], geboren te [geboorteplaats] [1974].

17.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344 eerste lid, onder 3º Sv, te weten een kopie van een trouwboekje van het huwelijk tussen [verdachte PT] (geboren [1974] te [geboorteplaats]) en [betrokkene 11] (geboren [1982] te [geboorteplaats], datum van afgifte [2006], registratienummer xxxxx, pagina xxxx t/m xxxx.

18.

De processen-verbaal van verhoor van [betrokkene 102]van 26 en 27 juni 2007, pagina 26/11346, 11351 en 26/11357 , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisanten en als verklaring van [betrokkene 102]:

Ik ben nu 2 à 3 jaar werkzaam als snorder. Ik vervoerde de meisjes van de pooiers.

Ik was 7 dagen per week in het redlight district bij de brug om klanten te vervoeren. De dames betaalden mij zelf. Ik werd ook wel gebeld door de pooiers die mij vroegen om de dames te vervoeren naar het redlight district of naar huis.

Wij verbalisanten tonen [verdachte PT] het fotoboekje van prostituees met de foto’s 1 t/m 76.

De persoon op foto 15 (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 11] ) ken ik van de brug. Een bodyguard, daarmee bedoel ik iemand die past op de meiden en deze kwam uit Duitsland, zei dat ik dit meisje naar huis moest brengen en dat ik geld van haar zou krijgen.

19.

Een tapgesprek op 21 december 2005, om 00:21 uur, tussen [verdachte NT] (N) (spraakherkenning) en [verdachte PT] (Y) (spraakherkenning), pagina 46E/22667A en B:

N: Wat is er weer man!

Y: Sinds twee dagen is er toch dat gedoe van in verwachting zijn?

(…)

Y: Ze zegt dat ze niet elke dag hier kan blijven, ik word waanzinnig. Ze zegt ‘als ik geen geld verdien, word jij kwaad etc.’.

N: Ja.

Y: Wat Ja, wat moet ik met haar. Ik weet het niet meer. Ik weet het echt niet meer (…).

20.

Een tapgesprek op 11 januari 2006 om 21.00 uur tussen [verdachte PT] (Y, spraakherkenning) en [betrokkene 11] (A, spraakherkenning), pagina 46E/22677:

A: vraagt aan man wie zij het geld moet geven, [betrokkene 105], [V] of [verdachte DS].

(…)

Y: Vraag [betrokkene 24]. [Betrokkene 24] zal broer vragen.

A: Broer heeft gezegd [verdachte DS].

Y: Wanneer broer gezegd heeft [verdachte DS] dan is het [verdachte DS].

21.

Een tapgesprek op 17 januari 2006 om 16.11 uur tussen [verdachte PT] (spraakherkenning) en NN [verdachte MD] (wordt genoemd), pagina 46E/22692B e.v.:

Y: Ik heb een dokter nodig, mijn meisje is zwanger.

(…)

Y: Als ze nu het kind weg laat halen moet ze dan normaal langdurig thuis in bed blijven?

M: Vanwege dat zal ze misselijk worden in de maag en zal ze overgeven, zal ze hoofdpijn hebben, of zal ze flauwvallen, dat soort dinges zal ze hebben. Het is maar drie, vier dagen en de vijfde dag is ze weer kerngezond.

(…)

Y: Dan moeten we elkaar vanavond spreken in de straat.

(…)

Y: Geen geld betalen, kan zoiets zonder geld betalen.

M: Ik zweer het je, je geeft niets, er zijn van die privé instellingen.

Y: Haa,…is het zo.

22.

Een tapgesprek op 20 januari 2006 om 12.54 uur tussen [verdachte PT] (wijze van herkenning niet vermeld) en [verdachte NT] (id.), pagina 46E/22693:

N: Wat heb je gedaan abi?

Y: Wij laten het kind weghalen.

N: Dat weet ik maar wat heb je gedaan.

Y: Wat?

N: Wat hebben jullie gedaan. Is het nog niet klaar?

Y: Nee, ik wacht nog steeds. Ze moeten het kind nog weghalen.

N: Ze is dus nog niet aan de beurt.

Y: Wij zijn nog binnen. Wij wachten. Zij moet nog worden geopereerd.

N: Je moet mij bellen.

Y: Oke.

23.

Een tapgesprek op 24 januari 2006 om 21.32 uur tussen [verdachte PT] (spraakherkenning) en [betrokkene 11] (spraakherkenning), pagina 46E/22678:

[betrokkene 11] : Hoeveel moet ik die bodyguard geven? [verdachte DS].

[verdachte PT] : Wat, honderd.

24.

Een tapgesprek op 24 januari 2006 om 22.31 uur tussen [verdachte PT] (wijze van herkenning niet vermeld) en [verdachte NT] (wijze van herkenning niet vermeld), 46E/22697:

[verdachte PT] zegt: “Ik breng mijn meisje naar het ziekenhuis”.

Waarom vraagt [verdachte NT].

[verdachte PT] zegt dat ze koorts heeft en zweet.

25.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 3° Sv, te weten een brief van [betrokkene 79], gynaecoloog Isala Klinieken Zwolle van 23 augustus 2006, voor zover inhoudende (46E/22698):

“Op 23.8.2006 werd mij door de recherche de vraag gesteld wat mijn mening als gynaecoloog is over het volgende geval. Een vrouw ondergaat (…) een abortus provocatus en wordt al dan niet gedwongen om dezelfde dag weer intravaginale gemeenschap te hebben. In de eerste plaats is er een psychologisch risico. Op menselijke gronden is het te verwachten dat patiënte hier een ernstig trauma aan over houdt. In de tweede plaats is een abortus provocatus een operatie, waarbij de baarmoedermond wordt opgerekt. De baarmoedermond is op dat moment te beschouwen als een wond en bloedt. Ook komt er bloed uit de baarmoeder zelf. Door het oprekken is de natuurlijke barrière van de steriele binnenzijde verbroken richting de niet steriele vagina. De kans op infecties neemt toe, zeker bij het inbrengen van een geslachtsdeel (…). Pompende bewegingen zullen het risico op infecties alleen maar vergroten. Daarom adviseren wij onze patiënten in het ziekenhuis na een curettage om geen (…) gemeenschap te hebben zolang er vaginaal bloedverlies is. Ook zal door gemeenschap, zo kort na een curettage, de kans op bloedingen groter worden, al was het maar van de wond van de baarmoedermond. Een ander aspect is het bloedverlies op zich. Bloed kan een uiterst infectieus materiaal zijn. Mocht de vrouw in casu drager zijn van een infectie of anderszins infectieus zijn, dan bestaat er een toegenomen kans op infectie-overdracht.”

26.

Een sms-bericht van 20 januari 2006 om 13.26 uur, pagina 46E/22694:

Ik mag drie weken geen sex hebben is gevaarlijk

27.

Een tapgesprek op 25 januari 2006 om 22:36 uur tussen [verdachte PT] (spraakherkenning) en [betrokkene 11] (spraakherkenning), pagina 46E/22688:

A: Waarom mag ik niet met mijn vriendin praten? (…) We praten alleen maar over business.(…)

Y: Ja, nog een keer, luister. Ik zeg nee. Ja?

Even stil

Y: Ok, alsjeblieft. Klaar.

A: Ik mag met niemand meer praten. Ik mag helemaal geen vrienden hebben of wat dan ook.

28.

Vervallen

29.

Een tapgesprek op 26 januari 2006 om 19:14 uur tussen [verdachte PT] (spraakherkenning) en [betrokkene 11] (spraakherkenning), pagina 46E/22674 en 22675:

Y: (…) ik neuk je.

(…)

Ik wil wel praten maar ik was vroeg wakker.

A: Oh, vroeg wakker he? Nou ben ik degene die de schuld heb he. Ik kom thuis, ik kook, ik doe alles thuis. ([Betrokkene 11] verheft haar stem) Ik ben net geopereerd, wanneer denk je aan mij?

(…)

A: Jouw broer komt mij over een uur ophalen.

Y: Wat? …… Nu?

A: Dan kom ik naar huis weet je, dan kunnen wij met elkaar praten.

Y: Wat heb je toen tegen hem gezegd?

A: Niks, ik heb gewoon gezegd dat het niet meer zo gaat. Ja die komt mij dan gewoon ophalen en dan gaan wij samen praten, wat jij wil.

(…)

Y: Oke kom maar langs, ik ben thuis.

30.

Een sms-bericht van 26 januari 2006 om 19:20 uur pagina 46E/22702:

Ik kom naar huis alleen als jy maar niet slaat ik ben bang voor jou

31.

Een tapgesprek op 29 januari 2006 om 00:18 uur tussen [verdachte PT] (spraakherkenning) en [betrokkene 11] (spraakherkenning), pagina 46E/22695:

A: Luister Peppie, ik krijg allemaal stukken bloed uit mijn dinge weet je.

Y: Dat is normaal Peppie.

A: Ik kan niet eens een tampon indoen, ik moet met papier in mijn kut lopen nou. Moeilijk hoor.

Y: Weet je hoe laat het is?

A: Ja, ik hoop dat die stukken snel weggaan.

Y: Toppie, toppie

A: Ik ga weer aan het werk.

32.

Een sms-bericht van 11 februari 2006 om 02:16 uur, pagina 46E/22696:

Sorry baby vandaag is niet goed omdat ik kan niet lachen en voel me echt niet goed hoop dat het morgen beter is met my ben ook heel veel bloeden.

33.

Een tapgesprek op 11 februari 2006 om 19.21 uur tussen [betrokkene 11] en NN-vrouw, pagina 46E/22504 en idem 22706:

A: (…) met [betrokkene 11] (…). Mijn man is er achter gekomen dat het jouw nummer is. (…) Daarom heeft hij ’s nachts lopen bellen naar jou (…). Ik heb echt grote problemen gehad. (…) Ik zat erbij en toen kreeg hij jou aan de telefoon. (…) Als je wordt gebeld door een onbekend nummer en er wordt wat gevraagd of zo, kan je beter niks zeggen weet je, want ik krijg alleen maar klappen daardoor weet je.

NN: Krijg je klappen van hem.

[betrokkene 11]: Ja, maar alsjeblieft niet zeggen weet je, maar als hij nou naar je toekomt of zo niks zeggen dat wij contact met elkaar hebben(…). Oke, want hij is echt link in dat soort dingen.

(…)

A: (…) Want als hij mij vertelt dat jouw man iets van 30.000 euro moet betalen of zo aan zijn broer (…)

NN: Hij moet helemaal niks, mijn ex is gewoon met dat meisje weggegaan. Dat meisje heeft zelf voor hem gekozen (…) ik vind het ook bizar dat er een soort regel is dat als je met andere pooi…

Gesprek wordt verbroken

34.

Een tapgesprek op 11 februari 2006 om 19.27 uur tussen [betrokkene 11] en NN-vrouw, pagina 46E/22706:

A: Ik kan je nummer gewoon beter wissen (…)

(…)

Ja want anders ik krijg alleen maar problemen (…) als je komt ik kan wel gewoon zo’n beetje door het raam maar ik kan echt niet meer bij je naar binnen want [V] die vertelt ook alles (…)

NN: [V] ik help hem nog weet je want hij kwam bij mijn deur want hij had een paar mensen in elkaar geslagen en ik liet hem binnen en dan zat hij op de wc te wachten tot hij weer weg kan, dan hielp ik hem en daarna gaat hij gewoon jouw vriend lopen bellen.

A: Ja maar dat zijn ze verplicht want anders wordt [V] in elkaar geslagen.

(…)

Ik kan je nummer echt niet houden, ze ziet nou zelf dat hij overal achter komt (…) Maar ja, gelukkig heeft hij een vrouwenstem gehoord, dat jij het bent (…)

NN: Ja anders had je nog meer klappen gehad.

35.

Een tapgesprek op 22 februari 2006 om 23:42 uur tussen [verdachte PT] (spraakherkenning) en [betrokkene 11] (spraakherkenning), pagina 46E/22682:

A: Ik ga om 1 uur naar huis, dan kan ik om 10 uur hier bij kantoor zijn weet je.

Y: Oke Pippie.

A: Ik ga elke dag van … ik haal om 10 uur mijn sleutel gewoon en dan werk ik elke dag om twee uur ’s middags ga ik pas beginnen want dan wordt het pas druk tot en met twee uur ;s nachts.

Y: Is beter, dat is voor jou ook beter he.

A: Is voor mij ook beter.

Y: is voor mij ook beter dan kunnen we iets meer doen.

36.

Vervallen

37.

Een tapgesprek op 15 maart 2006 om 20.55 uur tussen [betrokkene 72] (spraakherkenning) en [betrokkene 11] (spraakherkenning), pagina 46E/22703:

[betrokkene 11] huilt

A: Hij zegt dat hij dan naar jullie komt weet je dat ie jullie gaat pakken.

(…)

Ik kom gewoon niet meer van hem af.

(…)

TA: Als je dinsdag vrij bent moet je de kans nemen.

A: Ja maar dan is ie de hele dag bij me weet je.

(…)

Ik weet gewoon niet meer wat ik moet doen.

(…)

TA: Tandarts is het beste. Zeg dat je beugel gebroken is dat je dinsdag naar de tandarts moet.

A: Ja maar dan komt ie bij jullie voor de deur.

(…)

A: Ja maar hij komt me zoeken daar ben ik zo bang voor.

(…)

Ik ga maar weer werken weet je ik denk dat ie hierheen komt want ik heb tegen hem gezegd dat ik ga werken.

TA: (…) je moet echt zien wanneer hij weg is en dan moet je zorgen dat je ken vluchten. (…)

A: Ik bel niet zo lang weet je straks gaat ie me bellen en dan hoort ie dat ik in gesprek ben weet je.

38.

Een tapgesprek op 17 maart 2006 om 02.22 uur tussen [betrokkene 11] (spraakherkenning) en [verdachte PT] (spraakherkenning), pagina 46E/22686 en 22520:

[betrokkene 11] : Baby ik heb 1.000 euro gemaakt, mag ik naar huis toe.

[verdachte PT] : Is goed.

[betrokkene 11] : Oke, ik heb 1.100 ik heb 80 aan [betrokkene 130] gegeven.

Bewijsmiddelen feit 2 ([betrokkene 5])

1.

Het proces-verbaal van bevindingen van [betrokkene 50] en [betrokkene 41], van 21 juni 2007, pagina 46I/24420, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisanten:

Op 21 juni 2007 spraken wij, verbalisanten, in het bureau van politie te Schiedam een vrouw die ons opgaf te zijn genaamd: [betrokkene 5]. Zij verklaarde dat zij gedurende een bepaalde periode de vriendin van [verdachte NT] was geweest. Uit angst voor represailles naar haar of haar familie kan zij op dit moment geen verklaring afleggen.

2.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, voor zover inhoudende de verklaring van getuige [betrokkene 53] van 26 oktober 2009, zakelijk weergegeven:

Van [betrokkene 5] weet ik dat zij, nadat zij had gebroken met haar vriend, een poosje is gegaan met mijn ex-vriend [betrokkene 110]. Het is gebruikelijk dat je betaalt als een meisje van de ene man naar de andere gaat.

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van [betrokkene 45]en [betrokkene 42] van 2 mei 2006, pagina 46E/22542 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisanten:

[betrokkene 11] verklaart dat [betrokkene 5] een vriendin was en werkte voor [verdachte NT]. [Betrokkene 5] heeft pasgeleden een maagbloeding opgelopen door een van de mishandelingen door [verdachte NT]. Vlak hierna moest [betrokkene 5] alweer aan het werk in de prostitutie.

4.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris in de rechtbank Utrecht, nevenzittingsplaats Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van getuige [betrokkene 11] van 3 februari 2010, zakelijk weergegeven:

Foto 13.

Dit is [D] (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 5]). Van haar heb ik het leven nog gered. U zegt dat u ziet dat ik rillingen heb. Dat klopt. Dit meisje was weggelopen met een andere pooier. Dat mocht natuurlijk niet.

[Verdachte NT] had haar gevonden. Hij heeft haar bij mij thuis tot bloedens toe geslagen. Ik ben met haar en [verdachte NT] naar het ziekenhuis gegaan. Er was iets geknapt in haar buik. Ze had een ader kapot of zo en daardoor was er behoorlijk wat bloed in haar buik gekomen. Daar heeft zij mee doorgelopen. Ik heb toen een aantal dagen later, tijdens het werk, bij haar de deur ingetrapt. Zij lag toen op de grond. [betrokkene 5] was eerst met [verdachte NT] samen. Toen is zij met deze pooier weggelopen. Zij is dik anderhalf jaar weggeweest. Daarna is ze weer met [verdachte NT] samen geweest toen hij haar heeft gevonden.

Ik heb met [betrokkene 5] samengewerkt toen ik in de Trompettesteeg (de rechtbank begrijpt: in Amsterdam) werkte. Ik werkte toen al een jaar. Ik heb haar leren kennen op het moment dat [verdachte NT] haar gevonden had en hij haar bij mij in huis heeft geslagen.

Wat daaraan vooraf is gegaan heeft [betrokkene 5] mij zelf verteld. Met de andere pooier was zij in Antwerpen geweest en in Brussel, daar had zij gewerkt. Zij was met die pooier op de vlucht voor [verdachte NT]. Hij moest namelijk aan [verdachte NT] betalen voor haar. Het kon natuurlijk niet dat hij haar zo meenam.

Ze was op enig moment het vluchten zat en wilde haar familie zien. Ze is naar Amsterdam gegaan. Ze zei dat ze niet wilde wachten tot hij haar zou vinden en zij heeft [verdachte NT] daarom opgebeld. [Verdachte NT] had haar opgehaald en meegenomen naar Vinkeveen en daar heeft hij haar bij ons thuis geslagen. Daarna moest ze natuurlijk gaan werken. Ze moest het geld afbetalen. Als je wegloopt met een andere pooier dan loop je een soort schuld op. Zij vertelde mij dat ze vijftigduizend euro moest afbetalen.

Zij heeft mij gezegd dat hij haar geslagen heeft. Ik heb wel gezien dat zij bloed in het gezicht had. Ik heb ook gezien dat er bloed op mijn hond zat. Ze had ook bloed op haar kleding en op het tapijt.

5.

Een proces-verbaal van bevindingen van [betrokkene 49] van 31 juli 2007, pagina 57A/43098, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisant:

Op 26 oktober 2005 verklaarde [betrokkene 17] tegenover mij, verbalisant, dat hij verliefd was geworden op betrokkene 5], die in de prostitutie werkte voor [verdachte NT]. Hij had [betrokkene 5] bij [verdachte NT] weggehaald. [Verdachte NT] eiste nu 30.000 euro van hem.

6.

Het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 94], van 24 april 2007, pagina 46I/24403 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Het meisje op foto 13 ken ik (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 5]). Toen ze 3 a 4 dagen op de Wallen werkte werd ze ziek. Ze had hevige buikpijn. Ze had kramp. Ze kon geen adem meer halen. Daarna heb ik haar nooit meer gezien.

Bewijsmiddelen feit 3 ([betrokkene 17])

1.

Het proces-verbaal van bevindingen van [betrokkene 49] van 31 juli 2007, pagina 57A/43096 t/m 43098, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisant:

Op 26 oktober 2005 verklaarde [betrokkene 17] tegenover mij, verbalisant, dat hij afkomstig is uit een groep die zich bezighoudt met vrouwenhandel. Hij was verliefd geworden op [betrokkene 5], die in de prostitutie werkte voor [verdachte NT]. Hij had [betrokkene 5] bij [verdachte NT] weggehaald. [Verdachte NT] eiste nu 30.000 euro van hem. Deze zegt het geld niet te hebben en als hij het betaalt is hij zijn leven nog niet zeker. [Verdachte NT] heeft gedreigd bij hem aan de deur te gaan. Afsluitend aan het gesprek werd door [betrokkene 17] een gesprek met [verdachte NT] gevoerd. [Betrokkene 17] vroeg of ze het probleem niet op een normale manier konden oplossen. [Verdachte NT] zei dat hij geld wilde hebben. Hij zei: “Jij of ik sterft”. Ik, verbalisant [betrokkene 49], die via de luidsprekerstand meeluisterde naar de GSM van [betrokkene 17], heb dit gehoord.

Ik, verbalisant, had [betrokkene 17] gevraagd wat het mobiele nummer van [verdachte NT] was. Voor hij mij daarop antwoord kon geven zag ik in het display het nummer staan waarmee hij in mijn bijzijn gebeld had, te weten 06-xxxxxxxx. [Verdachte NT] zou rond de dertig jaar zijn en jarig zijn in april of mei.

2.

Het proces-verbaal verhoor van de getuige [betrokkene 17] van 6 augustus 2007, pagina 46I/24424, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik heb mijn redenen om ook nu niets meer te willen verklaren. Het is nu rustig. Er is destijds niet betaald.

3.

Een tapgesprek tussen (A) [betrokkene 11] (stemherkenning) en (NN) NN vrouw op 11 februari 2006 om 19.21 uur, pagina 46I/24388 e.v.:

A: He luister, mijn man is er achter gekomen dat het jouw nummer is.

(…)

A: Als je komt werken dan praat ik wel met je door het raam, maar ik kan niet bij je binnen komen. Want ik mag niet meer met jou praten want ze moeten echt jou man hebben jou ex.

NN: Zijn ze aan het zoeken, echt.

A: Ja. Ze zijn aan het zoeken, als ze hem pakken. Ze willen jou onder druk gaan zetten.

NN: Ze willen mij onder druk gaan zetten.

A: Ja maar alsjeblieft niks zeggen weet je dat ik dit allemaal tegen jou zeg, want ik word echt vermoord dan weet je.

NN: Nee lieverd daar hoef je niet bang voor te zijn, hoe willen ze dat gaan doen dan.

A: Ja dat weet ik niet. Ik denk als je gaat werken dat ze dan gewoon bij je langskomen. Hij zegt dat jij waar je ex is, weet je en ik heb al tegen hem gezegd ja laat haar maar met rust weet je. Zij heb niks meer met haar ex te maken. Hij zegt nee hoor (storing).

(…)

A: Nee ik weet dat niet. Ik denk gewoon als hij jou ziet. Want als hij mij vertelt dat jouw man iets van 30.000 (dertigduizend) euro moet betalen of zo aan zijn broer, weet je, dus ja. Dat is een hele hoop geld.

NN: hij moet helemaal niks, mijn ex is gewoon met dat meisje weggegaan. Dat meisje heeft zelf voor hem gekozen ook, weet je wel en ik vind het ook bizar dat er een soort regel is dat als je met andere pooi…

Gesprek wordt verbroken.

4.

Een tapgesprek tussen [betrokkene 53] en [betrokkene 17] op 1 maart 2006 om 21.35 uur, pagina 46I/24390 e.v.:

[betrokkene 53]: Je laat [betrokkene 5]bij je zieke moeder langskomen.

(…)

[betrokkene 53]: Rot op joh. Kanker rot joh. Met je vieze kankerhoeren die je altijd hebt gehad. (…)

Nou die [betrokkene 5]. Jij hebt fucking geen smaak, (…) en als je problemen hebt, zij gaat maar die 30.000 euro, gaat zij maar dokken.

5.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 53] van 3 maart 2006, pagina 46I/24394, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik werk sinds augustus 2003 op de Wallen. [Betrokkene 11] ken ik een maand. Haar pooier is [verdachte PT]. Ik heb [verdachte PT] een maand geleden gesproken. [Verdachte PT] vroeg mij waar [betrokkene 17] was, mijn ex. Hij zoekt die omdat hij een relatie heeft met [betrokkene 5], de vroegere vriendin van [verdachte NT]. Ik zei dat [betrokkene 17]in het buitenland was. [verdachte PT] zei dat hij hem toch zou vinden. Ik vertelde [betrokkene 17]later dat ik was benaderd door [verdachte PT]. [Betrokkene 17]vertelde me dat [verdachte NT] hem zocht voor geld. [Verdachte NT] wil € 30.000 van [betrokkene 17] omdat [verdachte NT] denkt dat [betrokkene 17][betrokkene 5] heeft afgepakt.

6.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 53] van 7 maart 2006, pagina 46I/24397 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik weet dat [verdachte NT] meent 30.000 euro tegoed te hebben van [betrokkene 17], omdat [betrokkene 5] van [verdachte NT] naar [betrokkene 17] is overgegaan. Het is de wereld van de prostitutie gebruikelijk dat er dan betaald wordt.

7.

Het proces-verbaal van de rechter-commissaris in de rechtbank Utrecht, nevenzittingsplaats Almelo, voor zover inhoudende de verklaring van getuige [betrokkene 11] van 3 februari 2010, zakelijk weergegeven:

Foto 13.

Dit is [betrokkene 5] (de rechtbank stelt vast: [betrokkene 5]). [Betrokkene 5] was eerst met [verdachte NT] samen. Toen is zij met deze pooier weggelopen. Zij was met die pooier op de vlucht voor [verdachte NT]. Hij moest namelijk aan [verdachte NT] betalen voor haar. Het kon natuurlijk niet dat hij haar zo meenam.

8.

Het proces-verbaal bevindingen van 20 maart 2006, pagina 57A/43110, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisant:

Op maandag 12 december 2005 werd een bevel gegeven tot het opnemen en afluisteren van telecommunicatie van het telefoonnummer 06-xxxxxxxx. Dit telefoonnummer zou in gebruik zijn bij de verdachte [verdachte NT], geboren [1976]. Het telefoonnummer wordt overwegend gebruikt door een persoon die zich [verdachte NT] dan wel [M]] noemt.

Bewijsmiddelen feit 4 en 5 (deelneming aan een criminele organisatie)

1.

Een tapgesprek tussen [verdachte UT] (stemherkenning) en [verdachte SB] (stemherkenning) op 23 januari 2006 om 23.40 uur, pagina 47A/35489E:

U = U en S = [verdachte SB]

U: Nee nee.. ik zal zeggen Abi je weet dat [verdachte SB] abi onze hoofd is. Welnu.. zoals je weet vormen wij een gemeenschap (…) Ik kan niet iets doen zonder het medeweten van de gemeenschap…

S: Hé luister even..wij vormen een gesloten gemeenschap! Begrijp je.. Wij zijn op ons zelf.. wij zijn een gemeenschap!

(…)

S: ‘Jij wil de gemeenschap in, maar heb je met [verdachte SB] gesproken dan?’, moet je zeggen.

U: Exact.

S: ‘[verdachte SB] abi laat zelfs zijn familie of beste vrienden van daar niet toe in de gemeenschap hier’ moet je zeggen..’Hij zegt nee..’ moet je zeggen, begrijp je?

2.

Een tapgesprek tussen [verdachte UT] stemherkenning) en [verdachte HB] (stemherkenning) van 27 februari 2006 om 13.49 uur, 48/35716A:

U= U en [verdachte HB] = H.

H: Luister mijn meisje heeft de kamer [terug] gegeven, weet je..

U:Ja.

H: Jij moet tegen [betrokkene 36] zeggen, zij wilde die kamer toch.

U: Ja.

H: Dat het niet naar een vreemde gaat, weet je..

U: Ja, ik begrijp het..

H: Kamer. .[ntv]... weet je.

U: Ja.. wat is er nu met jou meisje, komt ze niet?

H: Vandaag heeft ze haar kamer afgegeven.., laat d’r maar.. [ntv].. oke dan.

U: heumm

H: Ik ben al erbij ingeschoten..

U: Maak je daar niet druk om..

H: Nee, ik mij daar ook niet druk om. Je moet het vandaag zeggen, ze heeft vandaag

haar kamer terug gegeven weet je.

U: Oke, ik zal het zeggen. Reis! (baas, patroon).

3.

Een tapgesprek tussen NN [K] (stemherkenning) en NN [U] (stemherkenning) op 5 september 2006 om 14.01 uur, pagina 50A/37003E:

K: (…) En de Reis (= baas, kapitein, leider) van onze groep is [verdachte SB].. kijk hij is 10 jaar jonger dan ik maar ik noem hem Reis.. wat die man ook zegt tegen mij.. als hij zegt sla dan sla ik, als hij zegt dood, dan dood ik.. als hij zegt ga, dan ga ik, als hij zegt schijt, dan schijt ik! Zo is het.. anders loopt dit werk niet.

4.

Een tapgesprek tussen NN [U] (stemherkenning) en [verdachte SB] (stemherkenning) op 22 september 2006 om 17.15 uur, pagina 47/35311A-C:

[verdachte SB] = S en [U]= U

S: Luister het is niet makkelijk om een rang te hebben emmi (oom).

U: Ja.

S: Jij bent de hoogste in rang daar.

U: Is zo.

S: Ja het is niet makkelijk.

U: Na jou kom ik. [verdachte HB] abi is vertrokken..

S: Dan moet jij het kunnen verdragen, het is niet makkelijk, dat weet je.

5.

Een tapgesprek tussen NN [verdachte UT] (wordt genoemd) en NN [verdachte ZO] alias [V] (wordt genoemd) van 19 oktober 2006 om 23.53 uur, pagina 47A/35492A en 35492B:

[U]= U en [verdachte ZO] = Z

Z: Hallo.

U: Hallo wat ben je aan het doen.

Z: Wat moet ik doen. ik zit te wachten op een kogelvrije vest.

U: Wat?

Z: Vest, vest.

U: Luister er is een (1) vest, we zullen voor jullie beiden een vest laten brengen. Maar de vesten zijn heel erg duur, ouwe.

Z: Hou dan 100 pegels in elke keer van ons rekening in.

U: Luister even de vesten kosten 700 pegels.

Z: Oke dan je hoeft mijn week geld niet te betalen deze week.

U: Een moment. [verdachte ZO].. luister even naar mij.. er is geen sprake niet geven.

Z: Mijn excuses.

U: Zijn wij zo slecht dat we geen geld geven.

Z: Mijn excuses

U: Luister goed naar mij.. deze vesten kosten 700 pegels.. je hebt vesten voor 500 pegels, voor 350 pegels.. maar die zijn slecht.

Z: het moet stevig zijn.

U: Wij.. er wordt ook ijzer er tussen in gezet waar geen mes doorheen kan, daarom zijn deze 200 – 300 pegels duurder vanwege dat het niet doorsteekbaar is met een mes.. begrijp je het.

Z: Akkoord.

U: Luister daarom is het zo dat wij de helft als bedrijf op ons nemen en de helft zullen jullie bij moeten dragen.

Z: De helft jullie.

U: Ja. Voor jullie is het dan 350.

Z: Akkoord.

U: Wij zullen dan elke week 50 pegels inhouden op jullie weekgeld.

Z: Akkoord mijn broeder. Wanneer krijgen we de jassen?

U: Is dat akkoord?

Z: Akkoord. Akkoord. Jouw wil is mijn bevel!

(…)

Z: (…). wanneer krijgen we de vesten.

U: De vesten aanstaande maandag en vermoedelijk is al eentje aanwezig, we zullen laten brengen.

Z: Als hier een is geef die aan mij direkt.. de andere..

U: We zullen zien, ik zal jou terugbellen. Tot ziens.

6.

Een tapgesprek tussen [verdachte SB] (stemherkenning) en NN [verdachte UT](stemherkenning) van 19 oktober 2006 om 23.55 uur, pagina 47A/35493:

[Verdachte UT] vertelt wat hij gedaan heeft en zegt dat hij elke dag [V] en de zijnen belt om te vragen of alles goed gaat, en dat [V] gevraagd heeft wanneer hun vesten zullen komen. [Verdachte UT] heeft verteld dat er vesten zijn die niet met een mes doorstoken kunnen worden en ook kogelwerend zijn dat die 700 kosten en dat er ook goedkope zijn voor 400, 500 maar dat die slecht zijn.

Gesprek gedeeltelijk woordelijk uitgewerkt waarbij U = [verdachte UT] en S = [verdachte SB] is.

U: De helft gaan wij als bedrijf dragen en de helft moeten jullie betalen en wij zullen per week 50 inhouden op jullie weekloon.

S: 50 kan niet emmi (oom), het moet 100 zijn per keer.

U: Of je 100 of 50 doet, ik weet het niet Reis.

S: Anders komt er geen einde aan.

U: Is dat akkoord.

S: Ja.

7.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en [verdachte SB] (stemherkenning) op 8 januari 2007 om 15.43 uur, pag. 49A/36588A t/m 36588C:

M: Heumm, zijn de jongens vrij gekomen?

S: Nee, ze hebben drie dagen gekregen.

M: Drie dagen gegeven?

S: Ja drie dagen verlengd.

M: Potverdikkemie die klootzakken.

S: Die zij geslagen hebben was een Nederlander.

(…)

M: Ik heb jou gebeld en je werd niet wakker en daarna heb ik [verdachte UT] gebeld met zo van hebben jullie een advocaat gestuurd..

S: Natuurlijk sturen we een advocaat..

M: Jaa.

S: Je weet het dat is het eerste wat wij doen, vroeg in de ochtend, de advocaat sturen.

(…)

S: Je weet het, we moeten wel.. dat de jongens vrijkomen.

M: Wie zitten er vast, [V] zit vast.

S: [V] zit vast, [verdachte BK] zit vast.

M: [ntv] zit vast.

S: Wat?

M: De broer van [D] zit vast en verder?

S: Ik weet van hun twee. .verder weet ik niet..

M: Ik heb van drie personen gehoord, zoek even uit of er een derde is.

S: Als ik de advocaat kan bereiken zal ik het vragen. Ik weet van twee.

8.

Het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 14] van 29 oktober 2007, pagina 46A/21411 t/m 21419, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

U toont mij een fotoserie bestaande uit 58 foto's van mannen en u vraagt mij of ik mannen herken.

Foto 02.

De man afgebeeld op foto 02 is de mij bekende [verdachte SB]. Hij is de grote man. Als [verdachte SB] tegen anderen zegt spring uit het raam, dan springen ze uit het raam. Ik weet dat hij diverse vrouwen voor zich had/heeft werken. Naast de vrouwen in de prostitutie laten werken zou hij zich bezig houden met wapenhandel. Toen ik bij [betrokkene 57] woonde bracht hij met [verdachte TK] een wapen naar de woning van [betrokkene 57] om die daar op te bergen. Dat was een pistool en dat heb ik zelf gezien.

Opmerking verbalisant: De man afgebeeld op foto 02 betreft [verdachte SB].

Foto 03.

Dat is de mij bekende [verdachte BI]. Hij was ook zo'n grote baas als [verdachte SB] en heeft verschillende vrouwen voor zich werken in de prostitutie. Hij maakt deel uit van de groep. Daarmee bedoel ik de criminele groep die bij [verdachte SB] hoort.

Opmerking verbalisant: De man afgebeeld op foto 03 betreft [verdachte BI].

9.

De processen-verbaal van aangifte van [betrokkene 4] van 19 en 22 november 2007, pagina 46O/26166 t/m 26170 en 26190, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

U toont mij een fotoboek, bestaande uit een serie van 58 foto's van mannen. Ik kan daar het volgende over verklaren.

Foto 02.

De man afgebeeld op foto 02 is [verdachte SB], de man waar ik een relatie mee heb gehad. [verdachte SB] was pooier, handelaar van diverse vrouwen. Hij was de grote baas. Ik weet dat [betrokkene 36] een vrouw van hem was, [betrokkene 9] was een vrouw van hem, ik dus en dan was er nog een Poolse vrouw. Daarnaast dienden alle mensen die vrouwen hadden werken, die met of naast hem werkten, geld af te dragen aan [verdachte SB]. Dat heeft hij altijd gezegd. [Verdachte SB] handelde naast in mensen ook nog in wapens.

Opmerking verbalisanten: De man afgebeeld op foto 02 betreft [verdachte SB].

Foto 03.

De man afgebeeld op foto 03 is mij bekend als [verdachte BI]. Hij was een pooier, een mensenhandelaar. Hij was de pooier van 3 meisjes, 2 daarvan ken ik met voornaam, Melanie en Ramona. Voor [verdachte SB] reed [verdachte BI] rond op het Zandpad om voor [verdachte SB] werkende vrouwen in de gaten te houden.

Opmerking verbalisanten: De man afgebeeld op foto 03 betreft [verdachte BI].

Foto 31.

De man afgebeeld op foto 31 is mij bekend als [verdachte HB], de broer van [verdachte SB]. Hij is pooier. Hij had twee vrouwen, te weten [betrokkene 58] en [betrokkene 66]. Hij was de pooier van deze twee vrouwen.

Opmerking verbalisanten: De man afgebeeld op foto 31 betreft [verdachte HB].

Foto 32.

De man afgebeeld op foto 32 is mij bekend als [verdachte UT]. Hij had een meisje voor zich werken met de naam [R]. Hij beschermde mij op het Zandpad.

Opmerking verbalisanten: De man afgebeeld op foto 32 betreft [verdachte UT].

Opmerking verbalisanten:

Op donderdag 22 november 2007 overhandigde aangeefster ons verbalisanten diverse foto’s. Op een van die foto’s staat [verdachte NT] afgebeeld met een kind op zijn arm. Aangeefster geeft aan dat op die foto de man staat afgebeeld die zij kent als [verdachte NT]. De foto is gemaakt medio december 2002.

U vraagt mij wat de relatie was tussen [verdachte SB] en [verdachte NT]. Ik kan daar over verklaren dat het toentertijd beste vrienden waren van elkaar. Ze deden alles met elkaar. Vrouwen uitzoeken. Vrouwen beschermen. Beide geld incasseren. Ik voeg daar aan toe dat [verdachte NT] een andere naam ook gebruikt. Ze noemen hem [M].

10.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 94] van 21 februari 2004, pagina 46A/21396 t/m 21401, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Sinds een maand of twee werk ik als boodschappenjongen voor een groep pooiers op de Wallen in Amsterdam. Het zijn allemaal Turkse mannen en ik ken alleen hun voornaam. Ze zijn genaamd [verdachte SB], [verdachte HB], [verdachte NT], [verdachte UT](…). [verdachte SB] en [verdachte HB] zijn broer van elkaar. Ze komen allemaal uit Duitsland en kennen elkaar al heel lang. Die groep heeft meisjes voor zich werken. [Verdachte SB] en [verdachte HB] zijn de leiders van de groep. Ik weet dat ze ook met wapens bezig zijn. Ik heb bij [verdachte SB] een vuurwapen gezien, omdat [verdachte SB] mij daarmee heeft bedreigd. Hij liet mij dat wapen zien en zei dat ik voor hem moest blijven werken. [Verdachte SB] regelt wapens, (…) en meisjes. Ik denk dat de groep minimaal 10 meisjes hier heeft werken. Dan hebben ze ook nog meisjes in Den Haag.

Ik zal vertellen wat ik moet doen van [verdachte SB]. Als een meisje problemen heeft met een klant krijg ik een telefoontje van [verdachte SB]. Ik moet van [verdachte SB] daar dan naar toe. Ik moet van [verdachte SB] dan de klant in elkaar slaan. Ik heb gezien dat [verdachte SB], [verdachte NT] en [verdachte UT] mensen in elkaar slaan als ze foto’s nemen van de meisjes. Ik weet dat [verdachte SB], [verdachte NT] en [verdachte UT] een paar weken geleden met een paar Marokkanen gevochten hebben. Iedereen in de buurt is bang van de groep. Ik weet dat pooiers van andere meisjes uit de buurt die niet van de groep zijn protectiegeld betalen aan [verdachte SB].

De vrouwen en wapens halen ze in Duitsland. Ik ben daar één keer bij geweest. Ik bedoel met wapens van die kleine wapens die je bij je kunt dragen.

De groep ragt hier de boel af. Iedereen bedreigen en de boel in elkaar slaan, mensen bang maken. Ik ben zeer bang voor [verdachte SB] en [verdachte HB] en die vrienden van hun. Als ze weten dat ik tegen hen aangifte wil doen, dan maken zij mij af. [verdachte NT] en [verdachte SB] hebben gezien dat ik naar het politiebureau werd gebracht. Ze zeiden allebei in de Turkse taal dat ik niets moest zeggen, anders was ik de lul.

Ik ben aangehouden omdat ik een hoertje bedreigd zou hebben. Ik ben wel naar dat meisje toegegaan. Dat gebeurde in opdracht van [verdachte SB]. Ik moest tegen haar zeggen dat zij al haar geld aan [verdachte SB] en [verdachte HB] moest geven. Ik moest haar gaan bedreigen. [Verdachte SB] zei tegen mij dat als zij moeilijk ging doen ik dan maar wat klappen moest geven.

Ik heb 2 maanden lang elke avond gewerkt voor [verdachte SB]. Ik moest werken van hem. Ik kon geen avond vrij krijgen.

Ik ben ervan overtuigd dat alle door mij genoemde meisjes tegen hun wil werken voor [verdachte SB], [verdachte HB], [verdachte UT], (…) en [verdachte NT]. Ik weet van alle meisjes dat zij hun verdiende geld moeten afstaan.

11.

Het proces-verbaal van bevindingen van [betrokkene 59] van 8 januari 2007, pagina 49/36152 en 36153, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:

“Ik [betrokkene 59] (15214), brigadier van politie, dienstdoende bij Wijkteam Beursstraat, verklaar het volgende:

Naar aanleiding van een openlijke geweldpleging welke is gepleegd op maandag 8 januari 2007 omstreeks 01:51 uur op de openbare weg de Oudezijds Voorburgwal/Oudekennissteeg verklaar ik het volgende.

Het personeel van de afdeling cameratoezicht heeft hiervan tijdens hun dienst waarnemingen gedaan. Ik verbalisant heb de camerabeelden uitgekeken. Te zien op deze beelden is een zeer ernstige openlijke geweldpleging/ poging doodslag.

- maandag 8 januari 2007 te 01:51 uur:

Ik zag dat de [verdachte BK] een onbekend gebleven man vasthield aan de achterzijde van zijn lichaam. Ik zag dat [verdachte ZO] voor het slachtoffer stond en tot twee maal direct achter elkaar met zijn linkerarm een felle krachtige slaande beweging maakt naar het hoofd van het slachtoffer. Ik zag dat het slachtoffer in een reflex kennelijk uit zelfbescherming [verdachte ZO] raakte in zijn gezicht. Vervolgens zag ik dat [verdachte ZO] met grote kracht zijn rechterhand naar achteren bracht een uithaalde naar de borst van het slachtoffer en hem raakte. Ik zag dat [verdachte BK] het slachtoffer naar achteren trok met de bedoeling hem op de grond te krijgen. Door deze combinatie van het trekken van [verdachte BK] en het slaan van [verdachte ZO] kwam het slachtoffer ten val op de grond. Ik zag dat een omstander [verdachte ZO] vastpakte bij zijn arm om hem kennelijk te doen stoppen met geweldplegingen. Echter [verdachte ZO] trok zich hier niets van aan. Ik zag dat het slachtoffer nog steeds op de grond lag. Ik zag dat [verdachte ZO] met zijn rechterbeen grote kracht schopte tegen de benen van het slachtoffer. Het slachtoffer kon niets doen en lag hulpeloos op de grond. Ik zag dat twee onbekend gebleven andere mannen, welke niet zijn aangehouden ook beiden een trappende beweging maakten naar het lichaam van het slachtoffer. Ik zag dat [verdachte BK] met zijn been intrapte op het slachtoffer dat op de grond lag. Ik zag dat [verdachte ZO] bukte bij het slachtoffer en met zijn rechterhand insloeg op het lichaam van het slachtoffer. Ik zag dat een omstander [verdachte ZO] wilde tegenhouden van zijn geweldplegingen. Ik zag dat [verdachte ZO] dit niet duldde. Ik zag dat [verdachte ZO] de omstander wegduwde en doorging met zijn geweld. Ik zag dat [verdachte BK] bukte en twee keer insloeg op het slachtoffer. Tegelijkertijd zag ik dat [verdachte ZO] vervolgens tenminste twee keer met grote kracht als ware hij aan het voetballen, intrapte op het slachtoffer. Vervolgens zag ik dat [verdachte BK] vier keer intrapte op het slachtoffer in de richting van zijn hoofd en hem ook daarbij raakte.

Verdachte

Naam : [O] (man)

Voornamen : [Z]

Geboren te : X

Geboren op : 1970

Geboorteland : X

(…)

Verdachte

Naam : [B] (man)

Voornamen : [K]

Geboren te : X

Geboren op : 1983

Geboorteland : X

12.

De kennisgeving van inbeslagneming van [betrokkene 60], inspecteur van politie, van 7 februari 2007, pagina 47A/4195 en 4196, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In beslag genomen onder [verdachte CÖ], [adres] te [woonplaats]:

Omschrijving goederen

- 12 patronen .32 S&W met vol loden punt

- een kluis met daarin een revolver Arminus model HW5, cal 32 S.u.W serienummer 115332 en 7 patronen .32 SeW 03.

13.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 130] van 22 april 2007 – voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte –, pagina 49/36250 en 36251:

V: Sinds wanneer bent u in Nederland werkzaam op de Wallen in Amsterdam?

A: Sinds ongeveer 18 maanden.

V: Hoe bent u daar terecht gekomen?

A: Ik kwam uit de gevangenis en ik ben naar huis gegaan. Na een ruzie thuis ben ik naar de Wallen naar de brug bij de Old Sailor gegaan. Ik heb toen kennis gemaakt met [V]. Na drie dagen maakte ik kennis met [V]. [V] stond daar altijd. [V] heet [verdachte ZO].

Opmerking: wij toonden verdachte een foto uit het fotoboek genummerd 12 (de rechtbank begrijpt: foto 12 uit ordner 16).

A: Dat is de [V] die ik bedoel. Na drie weken vroeg [V] aan mij of ik ook bodyguard werk wilde doen.

V: Welke werkzaamheden deed u op de Wallen te Amsterdam?

A: Ik moest gewoon als er problemen waren hem eruit halen en naar buiten, dat ging dan om klanten die vervelend waren. Ik wist dat ik naar een vrouw moest omdat ik dan gebeld werd. [V] heeft mijn telefoonnummer aan de meisjes gegeven. De meisjes gaven aan mij hun naam door en ik wist dan waar ik heen moest. Toen ik pas begonnen was, belden ze [V] en ik ging dan met [V] mee en [V] zei mij dan wie het waren. Ik moest na het werk de vrouwen naar de taxi brengen.

V: Wat dachten de meisjes voor wie jullie werken?

A: Wij kregen geld van de meisjes, niet van de pooiers. Elke week gaven de meisjes geld aan [V]. Per meisje gaven ze 50 euro aan [V]. Maar het waren meisjes van pooiers. Het ging wel om 30 meisjes. Dat wist ik omdat ik hoorde: dat meisje is van die pooier, die is van die en die is van die. [V] wees mij de meisjes aan en zei dit meisje is van die pooier en dat meisje van die. Hij noemde de namen. Hij zei: die is van dat groepje. Daar moet je afblijven, anders gaan ze je doodmaken, gaan ze je slopen.

[V] vertelde mij toen ik pas met hem werkte en hij mij de meisjes liet zien een verhaal. [V] vertelde tegen mij dat, in de tijd dat ik nog niet met hem werkte, een prostituee een neus had gebroken of zo. Dat had een klant gedaan. Ik weet niet welke prostituee dat was. [V] vertelde tegen mij dat hij toen bij de pooiers had moeten komen. De pooiers hadden hem toen twee blauwe ogen geslagen, en ze hadden gezegd: jij had daar moeten zijn, en als ons meisje wat gebroken wordt, breken we jou ook. [V] vertelde toen dat ik dingen niet bij de meisjes moest doen en wat wel en dat zij, de pooiers, dat anders bij mij zouden doen.

V: Noemde [V] daarbij namen?

A: Ja altijd [verdachte SB] en [verdachte NT]. De grote jongens.

V: Heeft [V] gezegd dat [verdachte SB] en [verdachte NT] hem hadden mishandeld?

A: Ja.

14 t/m 16.

Vervallen

17.

Een tapgesprek tussen [verdachte UT](stemherkenning) en [V] (stemherkenning) van 29 oktober 2006 om 20.28 uur, pagina 48A/35908A:

[verdachte ZO] = Z en [verdachte UT] = U.

Z: Hallo.

U: Ja.

Z: [verdachte UT] neem mij niet kwalijk dat ik je lastig val. . ik heb veel pijn in mijn voeten.

U: Wat is er aan de hand?

Z: Ik heb tot half negen gewacht broeder wat moet ik doen...

U: Heumm

Z: Tot half negen..

U: Nee toch! Op wie heb je als laatste gewacht?

Z: Op wie ik heb zitten wachten [S], [K] en het meisje van [K], [L]. Ik ben pas om half negen gekomen en de zwellingen van mijn voeten zijn nog steeds niet afgenomen.

U: Wie is [L], meisje van [K]?

Z: Die van [K] toch, [L [ntv]..

U: Ja.

Z: Ze zijn om half negen naar huis gegaan.. [verdachte CÖ] was net wakker geworden, hij is ze komen halen. Ik heb nog niet geslapen. Ik lig als een blok.

U: Wat moeten we doen?

Z: Ik heb griep. Gisteren aan [verdachte CÖ] het laten zien. Ik heb gezegd van [verdachte CÖ] kijk zie je hoe mijn haren staan van de kou.. Je hoort mijn stem broeder heb ik gezegd. . ik heb niet eens 1 dag...[ntv].. Waarom laat je ze tot half negen hier mijn broeder heb ik gezegd.. Ja oke knijp je ogen een keer dicht zegt hij ([verdachte CÖ]).. Hoe? Op welke wijze moet ik het volhouden heb ik gezegd?

U: Heummm

Z: “[betrokkene 36] wegbrengen, [betrokkene 9] wegbrengen, [R] wegbrengen, [betrokkene 126] wegbrengen, [betrokkene 62] wegbrengen.. mevrouw die van nummer 110 bij Casa Rossa naar de passage moet, die moet weggebracht worden.. Hoe moet ik dat redden broeder.. dan heb je toch geen voeten meer over, zelfs een beer zou er kapot aan gaan man.. Genade alsjeblieft! “.

U: Is goed, ik zal praten.

18.

Een tapgesprek tussen [verdachte UT](stemherkenning) en [verdachte SB] (stemherkenning) van 29 oktober 2006 om 20.34 uur, pagina 48A/35909A:

[verdachte SB] = S en [verdachte UT] = U

U: Wat ik wilde zeggen is dat [V] gebeld heeft.

S: Ja,

U: Zijn stem klonk heel slecht, hij is ook ziek.

S: Ja.

Hij zei van broeder ik heb kou gevat.. Hij zei tegen mij laat mij vandaag blijven, niet gaan.

S: Wat zei hij, blijven, niet naar het werk gaan zei hij?

U: Ja. Ik heb gezegd van dat ik het niet zou weten maar dat hij om 12 uur, 1 uur kan gaan beginnen.

S: Ja natuurlijk dat kan.

19.

Een tapgesprek tussen [verdachte SB] (stemherkenning) en [verdachte UT](stemherkenning) van 30 oktober 2006 om 23.38 uur, pagina 48A/35913 en 35914:

[verdachte UT] = U en [verdachte SB] = S

U: Wat ik wilde vragen, de bodyguards werken die door de week van 7 tot 4 uur in de ochtend?

S: Zij hebben geen normale tijden.. niet meer..

U: Is het zo?

S: Wanneer de meisjes gaan dan gaat hij ook, je moet dat laten voor wat het is...

U: Ja.

(…)

U: [V]... euhmn hij zei dat zij wel tot 6 uur in de ochtend blijven, tot 7 uur blijven ze ook wel door de week. Ik heb gezegd van het kan niet [V].. Hij zweerde dat het zo was.. ik zei nog tegen hem van verwissel niet de weekeinden. . . Hij zei toen nee en zei van zeg het tegen REIS. .of hij op de hoogte is..

S: Nee ik ben niet op de hoogte.. dat ze doordeweeks zo lang blijven..

U: Hij zegt in de weekeinden ben ik tot 8 uur in de ochtend hier, in het weekeinde maakt het niet uit of ik hier om half negen hier ben.. hij vraagt of het door de week ook zo is.

S: Haa..

U: Ik heb [V] gevraagd of hij niet in de war is... of hij de waarheid zegt. Hij heeft gezworen.

S: Welk meisje blijft daar?

U: Ik weet het niet abi, ik zal dat te weten komen en jou terugbellen..

S: Vraag het aan hem en we betalen hem ook dienovereenkomstig meer geld.. het is niet als vroeger..

U: Ik heb gezegd van ik weet het niet, Reis heeft het zo gezegd toen hij in Turkije was, normaal is het door de week van 7 tot 4 en in de weekeinde. .8 uur half negen moet je daar zijn heb ik gezegd..

S: ... we betalen dienovereenkomstig ook meer geld..

U: Hoe moet ik het zeggen.. wat moet ik nu zeggen abi..

S: We betalen dienovereenkomstig ook meer geld maar je moet wel even te weten komen welk meisje daar blijft, we zijn daar nieuwsgierig naar.

U: Zal ik zeggen mijn broer vraagt welke meisjes. zeg het maar.

S: Hij moet blijven., het is zoals altijd, hij moet gaan als het laatste meisje vertrokken is.

20 t/m 34.

Vervallen

35.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 36] van 3 maart 2007 – voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte –, pagina 48A/36054 t/m 36057:

V:Hoeveel is het bodyguard geld?

A: 100 euro, dat is een vaste prijs. Dit is wat de meisjes per week moeten betalen.

V:Moet jij dat geld elke week ontvangen?

A:Ik kijk of iedereen heeft betaald, anders is het niet eerlijk.

V:Komt dat geld bij jou?

A:Soms bij andere meisjes. Ik doe het graag. Ik ontferm me daar over, want die jongens moeten toch ook betaald worden.

V:Voor wie doe je het?

A:Voor de jongens. Zij zijn er ook als ik ze nodig ben.

V:Hoeveel meisjes betalen bodyguardgeld?

A:De laatste tijd ongeveer vier vijf meisjes inclusief mezelf. Het verschilt heel erg, meisjes komen en meisjes gaan.

(…)

V: Wat doet [V]?

A:[V] werkt als bodygard voor de meisjes. [V] werkt voor ons ja. Voor de meiden.

V:Wat is de bemoeienis van [verdachte SB] hierin?

A:[verdachte SB] wil dat [V] het geld krijgt, hij zorgt ervoor dat [V] ook betaald krijgt, die hoeft het niet voor niets te doen.

V:Zijn er nog meer meisjes die [V] betalen voor zijn bodyguard werkzaamheden?

A:De meisjes die bij mij in de buurt wonen, [R], [betrokkene 64]. [V] is een bekende op de wallen, iedereen kent hem. Ik weet niet op welke meisjes hij nog meer let.

Hij behandelt iedereen met respect. [V] is wel de man die altijd in de Red Light was.

V:Wie nam het van [V] over als hij vrij was?

A: Ik denk dat ik niet een dag weet dat [V] vrij was.

V:Wat krijgt [V] betaald per week?

A: 500 euro.

V: Wat gebeurt er met de rest van het geld?

A: Voor de rest van het geld huur ik een huis voor de bodyguards.

36 t/m 40.

Vervallen

41.

Het proces-verbaal van bevindingen van [betrokkene 45] en [betrokkene 42]van 2 mei 2006, pagina 46E/22542 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van de verbalisanten:

Op dinsdag 2 mei 2006 hadden wij, verbalisanten [betrokkene 42] en [betrokkene 45], een gesprek met:

[betrokkene 11], [1982] te [geboorteplaats].

[Betrokkene 11] verklaart dat [D] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 5]) een vriendin was en werkte voor [M] (de rechtbank begrijpt: [verdachte NT]). [Betrokkene 5] heeft pasgeleden een maagbloeding opgelopen door een van de mishandelingen door [verdachte NT]. Vlak hierna moest [betrokkene 5] alweer aan het werk in de prostitutie.

42.

Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [betrokkene 65] van 25 mei 2004, pagina 1/118 t/m 120, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik heb van augustus 2003 tot april 2004 als prostituee in Amsterdam gewerkt. Ik werkte daar naast twee meisjes die voor [verdachte SB] en [verdachte HB] werken. Deze meisjes ken ik als [S], ik noem haar [C], en [S] (noot verbalisanten: hiermee worden bedoeld [betrokkene 66] en [betrokkene 36]).

[C]/[S] is de vriendin van [verdachte HB]. Zij wordt gedwongen tot prostitutie door [verdachte HB]. [Verdachte HB] gebruikt veel geweld tegen haar. Ik heb regelmatig blauwe plekken op haar lichaam gezien. Ik heb ook vaak gehoord dat [verdachte HB] bij [betrokkene 66] in de kamer was. Ik hoorde dan ruzie, gegil van [betrokkene 66] en dat er kennelijk geweld tegen haar werd gebruikt. [Betrokkene 66] vertelde mij ook dat [verdachte HB] haar sloeg. Ze vertelde mij dat ze klappen van hem kreeg als ze niet genoeg verdiende. Ze kreeg veel klappen. Ze ging niet bij hem weg. Dat wilde ze wel, maar ze vertelde tegen me dat ze bang was dat hij naar haar familie zou gaan. Die weten niet dat ze in de prostitutie werkt. Zij moet al haar verdiende geld afgeven aan [verdachte HB].

[Betrokkene 36] is de vriendin van [verdachte SB]. Zij krijgt veel klappen van [verdachte SB]. Ze heeft heel vaak blauwe plekken. Dat heb ik vaak gezien. Ik heb haar zien werken met twee blauwe ogen. Ze vertelde me toen dat ze door [verdachte SB] in elkaar was geslagen omdat ze had aangepapt met een neger-pooier. [Betrokkene 36] is doodsbang voor [verdachte SB]. [Betrokkene 36] werkt elke week 4 dagen en gaat elke week naar Turkije om het geld aan [verdachte SB] te brengen.

Over [verdachte HB], [verdachte SB] en [verdachte NT] kan ik het volgende vertellen.

(…)

De loopjongens die voor [verdachte SB] en [verdachte NT] werken halen geen geld op voor ze. [Verdachte HB], [verdachte SB] en [verdachte NT] ontvangen hun geld rechtstreeks uit handen van de meisjes. De loopjongens moeten boodschappen voor de meisjes doen en moeten klanten eruit werken als dat nodig is. De loopjongens krijgen 150 euro per week per te beschermen meisje.

Voor [verdachte NT] werkt in ieder geval een meisje genaamd [betrokkene 32]. [Verdachte SB] heeft naast [betrokkene 36] ook [betrokkene 9] voor zich werken en [verdachte HB] heeft naast [betrokkene 66] ook [betrokkene 67] voor zich werken.

43.

Het proces-verbaal van bevindingen van 12 augustus 2006, pagina 2/528 t/m 532, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisanten:

Op 12 augustus 2006 verscheen aan het bureau van politie de ons bekende [betrokkene 55] (geboren [1960] te [geboorteplaats] in [geboorteland]) en verklaarde het volgende.

[Verdachte UT], [verdachte SB] en [verdachte NT] zouden zich regelmatig ophouden in Alkmaar en verblijven regelmatig in Vinkeveen. Eveneens zouden hier veel dames verblijven, alsmede andere pooiers. Wij, verbalisanten, weten dat indien [betrokkene 55] verklaart over [C] dat hiermee bedoeld wordt [verdachte UT], met [S] bedoeld wordt [verdachte SB] en met [M] bedoeld wordt [verdachte NT].

[Betrokkene 55] verklaarde dat [R], een meisje dat in een politie-uniform werkt, van [verdachte UT] is. [Verdachte NT] heeft [betrokkene 24] en een Marokkaans meisje voor zich werken. [Betrokkene 9], [betrokkene 36] en [betrokkene 83] zouden voor [verdachte SB] moeten werken. [Verdachte HB] heeft ook meisjes voor zich werken.

44.

Vervallen

45.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 25] van 9 december 2006, pagina 17/8345 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

[betrokkene 8] en ik werkten in de prostitutie in Alkmaar. Vrienden van ons [S] (de rechtbank begrijpt: [verdachte SB]) en [verdachte TK] vertelden ons dat we beter naar Amsterdam konden gaan. Vanaf het moment dat we daar werkten moesten we aan hen geld afdragen. [verdachte SB] regelde mijn geldzaken en [verdachte TK] die van [betrokkene 8]. We betaalden 500 á 600 euro per dag. Ook moesten we de kamerhuur van 130 euro betalen. Ik kreeg 50 euro voor mezelf van [verdachte SB]. In november werd ik door [verdachte SB] mishandeld. Hij vroeg me de oorbellen uit te doen en sloeg me toen in gezicht, ik klapte tegen de muur. [betrokkene 8] en [verdachte TK] waren er bij. Daarna sloeg hij nog een keer, ik klapte weer tegen de muur. Het deed pijn en ik werd draaierig en misselijk. Hij dacht dat ik zonder condoom had gewerkt. [Verdachte TK] was er ook bij. Hij zat op een stoel. [verdachte SB] zei “Mocht ik nog zoiets horen dan maak ik je af”. Hij was buiten zichzelf en agressief. Ik ben bang van [verdachte SB] ik heb een vuurwapen bij hem gezien in de Porsche. [Verdachte SB] heeft ook altijd een dolk bij zich en een tasje met geld.

46.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 8] van 9 december 2006, pagina 17/8355 e.v., voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige:

Ik ben met mijn vriendin [betrokkene 25] in Alkmaar in de prostitutie gaan werken. In de zomer van 2006 ontmoetten we daar [verdachte TK]. Hij was een klant. Als hij kwam was dat altijd met een grote groep. De baas was [verdachte SB].

Een aantal weken geleden werden we door [verdachte SB] en [verdachte TK] opgehaald. We gingen naar het Ibishotel in Den Haag. [Verdachte SB] zei tegen [betrokkene 25] dat ze haar oorbellen moest uitdoen. Ik zag dat [verdachte SB] [betrokkene 25] plotseling opzettelijk en met kracht heel hard met zijn vlakke hand in het gezicht sloeg. Deze klap was zo hard dat ze met haar hoofd tegen de muur terechtkwam. Ik zag dat [betrokkene 25] direct begon te huilen en in een soort shock terechtkwam. Hierna zag ik dat [verdachte SB] [betrokkene 25] nogmaals opzettelijk en met kracht in haar gezicht sloeg met zijn vlakke hand. Ik schrok hier heel erg van. Ik zag dat [betrokkene 25] naar aanleiding van deze mishandeling een blauwe plek aan de zijkant van haar hoofd kreeg. Ook zag ik dat een gedeelte van het wit van haar oog rood was geworden. De volgende dag was de handafdruk van [verdachte SB] nog steeds te zien in het gezicht van [betrokkene 25] .

47.

Het proces-verbaal van verhoor van aangifte van [betrokkene 4] van 15 oktober 2007, pagina 46O/26128, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

Ik heb gezien dat [verdachte SB] een vuurwapen opborg in een kast bij mij op de slaapkamer. Dat was toen mijn dochter al geboren was. Dat was medio november 2004. Ik heb wel eens gezien dat [verdachte SB], [verdachte UT] of [verdachte HB] een vuurwapen verstopten in het gat in de badkamer. Het gat in het plafond van de badkamer van mijn werkkamer op het Zandpad.

48.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (naam genoemd) en [betrokkene 130] (wordt gezegd) op 20 december 2005 om 21:29 uur, pagina 47/35039:

[verdachte NT] belt uit naar [betrokkene 130]

N: [betrokkene 105]? Ik ben [verdachte NT].[. . .]

N: Ben jij naar [betrokkene 24] en [betrokkene 32] gegaan om je nummer aan hen te geven?

E: Ik ben gegaan maar ze was bezig. Ik ga nu.

N: Heb jij de telefoon van [verdachte ZO]?

E: Nee, abi. Ik heb het niet. [verdachte ZO] heeft het mee genomen.

N: Jij moet naar de meisjes gaan die jij aangewezen hebt gekregen van [verdachte ZO] en je moet je nummer aan hen geven. En je moet daar blijven.

N: Tot hoe laat blijf je vandaag daar?

E: Totdat ze weg gaan, ben ik hier abi.

N: Wat? E: Ik ben hier totdat zij weg gaan, totdat zij klaar zijn met hun werkzaamheden.

N: Oke. Als er iets is, moet je mij op dit nummer bellen.

49.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en NN [verdachte DS] (wordt genoemd) op 21 december 2005 om 02:16 uur, pagina 48/35645A en B

[verdachte NT] = N en [verdachte DS] = D

N: Wie heeft tegen jou gezegd man dat je van [betrokkene 24] (fonetisch) geld moest nemen.

D: Van wie?

N: Van [betrokkene 24]!

D: Abi, [verdachte ZO] heeft een bericht gestuurd naar ons.

N: Wat bericht gestuurd?

D: Hij heeft een bericht naar de jongen gestuurd, bij [betrokkene 24] moet geld opgehaald worden en wij hadden geen geld en ik heb gezegd van ‘yenge’ [benoeming van andermans] vrouw/partner] zou jij vandaag geld geven aan [verdachte ZO] en ze zei van ja.

N: Ik heb aan [verdachte ZO], de zoon van degene waarvan ik de kut neuk, 300 lira gegeven.

D: Wij hadden geen zakgeld, geen eens 5 cent op zak.

N: [met stemverheffing] Kerel jij moet mij bellen!

D: Ik heb gedacht van dat ik het van ‘yenge’ moest nemen.

N: [met stemverheffing] wat gedacht.. man!

D: Moest nemen.. .Toen die zo zei....

N: Jij moet mij bellen..

D: [verdachte ZO]...

N: Kloothommel! Ben jij de pooier van die wijf.

D: Nee abi, zeker niet. .ik zal dit per abuis gedaan hebben.. we hadden geen geld op zak weet je.

N: Als je geen geld hebt moet je mij bellen.

D: [verdachte ZO] zei dat het bij [betrokkene 24] ‘yenge’ opgehaald moest worden..

N: Bij wie heb je verder geld opgehaald/genomen.

D: Van niemand genomen abi, we hadden geen geld.

N: Als je geen geld hebt moet je mij bellen man.

D Neem mij niet kwalijk abi..

N: Bij wie hebben jullie verder geld opgehaald, op wie passen jullie op en van wie hebben jullie geld genomen.

D: Abi, we zouden vandaag normaal van [betrokkene 126] geld krijgen, ze zei dat ze vandaag geen geld had.. Ik zei dat is goed en nadien heb ik [verdachte PT] abi gebeld en gezegd van “abi we hebben geen geld.”. [verdachte ZO] heeft toen in een bericht geschreven van moet bij [betrokkene 24] opgehaald worden.. en ik heb het aan ‘yenge’ gevraagd en die heeft het aan mij gegeven..

N: Verder, verder op wie passen jullie verder daarop?

D: Verder passen wij op de meisjes van [verdachte PT] abi, van die moet genomen worden en...

(…)

N: Luister [verdachte DS]…indien er zoiets gebeurd dan moet je mij bellen en in het vervolg niet naar binnen gaan bij mijn vrouw en om geld vragen.. Ik neuk [V]..

D: Ik zweer...

N: Als je geen zakgeld hebt dan moet je mij bellen. Is dat goed?

D: Is goed.

50.

Een tapgesprek tussen [verdachte HB] en [verdachte NT] op 21 december 2005 om 20:01 uur, pagina 47/35038:

[verdachte NT] wordt gebeld door [verdachte HB]. [verdachte NT] zegt dat [verdachte HB] hem had moeten bellen. Gesprek over [V] die steeds maar weer om geld vraagt. [verdachte HB] zegt dat [verdachte NT] geen geld aan [V] moet geven; dat hij met [V] heeft gesproken en dat onze [betrokkene 63] (opm.: de lange) de enige is die geld aan hem moet geven. [verdachte HB] zegt: Ik heb met de meisjes gesproken en de meisjes zouden het zelf geven. [...] [verdachte NT] zegt: Behalve [betrokkene 24] (fonetisch) betaal ik toch 130, 130? Op z’n minst gaf ik elke week 250-300 Euro aan hem. [verdachte HB] zegt: [verdachte NT], je moet dat allemaal berekenen. [verdachte NT] zegt: Maakt niet uit [verdachte HB] abi. Dat heb ik zelf als zakgeld gegeven. Tot nu toe heb jij het gegeven en nu geven wij het. Om de zaken van de meisjes van onze [verdachte SB], van jou en die andere niet te vertragen, gaf ik (hem) 50 Euro.

51.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) [betrokkene 40]s [verdachte NT] (zegt naam) en [verdachte DS] (zegt naam) van 27 december 2005 om 23:26 uur, pagina 49/36163A:

[verdachte DS] = D en [verdachte NT] = N

D: Goed. Wij zijn hier, abi, moeten we vandaag geld vragen aan “yenge” [benoeming van anderm[betrokkene 72] vrouw/partner] of niet?

N: Ja.

D: Ehhh, ik heb geen geld weet je. Ook aan de jongens/kinderen heb ik het gegeven.

N: Oke, ga maar en zeg ‘[verdachte NT] abi heeft het gezegd’.

D: Wat abi?

N: Ga daar heen...

D: Ja.

N: Zeg maar ‘ik heb [verdachte NT] abi gebeld. Je moet het geld aan mij geven’.

D: Ik spreek geen Duits weet je. Ik weet niet of “yenge” Nederlands begrijpt.

N: Oke, ga jij maar daar heen. Bel op en geef de telefoon aan mij.

D: Oke, abi.

52.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en [verdachte ZO] alias [V] (stemherkenning) op 8 januari 2006, 20.10 uur, pagina 47/35039:

[verdachte ZO] = Z en [verdachte NT] = N

N: Wij moeten met jou gaan praten. Dit kan zo niet, potverdikkemie. [Verdachte HB] en c.s. willen jou niet. Jij schijnt cocaïne etc. te gebruiken en daarom wil hij jou niet.

Z: Oke, ik heb het ook gezegd. Ik heb gisteren daar voor [verdachte PT] abi gestaan.

N: Zij willen jou niet. Wij gaan met jou zitten praten. Ik ga alleen maar aan jou 3, 4 personen geven. Wij gaan met jou een prijs afspreken. Jij moet dan alleen maar op die 4 personen oppassen Daarna als jij op anderen let, zal ik je krijgen.

Z: Hoe?

N: Ik laat alleen maar 3, 4 personen aan jou zien. Jij moet dan alleen maar op hen letten.

Z: Abi, toen ik daar stond, gaf jij geld aan mij, zij gaven geen geld aan mij.

N: Ja, [verdachte HB] wil jou niet.

Z: Ik heb het tegen hem gezegd. Ik heb tegen [betrokkene 96] gezegd. [Betrokkene 96] zei gisteren tegen mij: “als je wil kan ik wel met hen gaan praten”. Ik heb gezegd: “ik wil niemand. Ik sta vandaag hier voor mijn abi. Als mijn abi tegen mij zegt dat er hier 3, 4 personen zijn en of ik hier wil staan, doe ik dat voor hem. Ik doe geen werk meer voor [verdachte HB] abi. Toen ik hier weg ging, werd ik door een persoon geroepen die mij geld gaf omdat ik geen geld had en voor die persoon sta ik hier”.

N: Oke, [verdachte ZO], ik bel je later.

Z: Moet ik nu gaan of niet?

N: Ga jij maar erheen en let op de meisje van [betrokkene 113] en [betrokkene 24].

Z: Ja.

N: Maar zij hebben het geld aan [verdachte DS] gegeven. Ga jij maar vandaag uitrusten. [verdachte DS] is daar.

Z: Oke.

53.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en NN [verdachte PT] (stemherkenning), die tijdens het gesprek de telefoon overgeeft aan [betrokkene 113], van 19 januari 2006 om 00.40 uur, pagina 48/35650A:

[verdachte NT] = N, [verdachte PT] = Y en [betrokkene 113] = K

M: Ja.

Y: He joh, wat ben je aan het doen?

M:...niks.. [onverstaanbaar]

Y: [verdachte DS] is hier, wat moet we doen met hem, moet ik hem in elkaar slaan/slopen!

M: Jij moet hem niet aanraken. [betrokkene 113] moet eentje.. geef [betrokkene 113] even.

[verdachte PT] geeft de telefoon over aan [betrokkene 113].

N: [betrokkene 113].

N: Ga heen.. roep hem in rustige plek, een (1) bokse maar goede bokse.

K: Ja okay.

N: dan zegge als ik nog zo iets hore ik neuk ik jou moeder.

K: okay.

54.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en NN [verdachte DS] (wordt genoemd) op 19 januari 2006 om 00:53 uur, pag. 48/35651A:

[verdachte DS] = D en [verdachte NT]/[verdachte NT] = M

D: [betrokkene 113] abi heeft mij in elkaar geslagen.

M: Heh?

D: [betrokkene 113] abi heeft mij in elkaar geslagen!

M: Waarom. Je hebt het verdiend man.

D: ik heb geen schuld abi.

M: Wat?

D: Ik had geen schuld abi, weet je..

M: Kijk [verdachte DS]. Je moet blij zijn dat ik niet daarheen ben gekomen... Ik zeg verder niets [verdachte DS].

D: Dat is wel zo maar..

M: Kijk, luister naar mij, jij werkt daar, jij zegt yenge’ [benoeming voor anderm[betrokkene 72] vrouw/ partner] hoe kun jij de kamer van de vrouw betreden..

D: Abi.. niets...

M: ..[niet te verstaan] bij de vrouw, waarom ga je daarnaar binnen.

D: Oke abi.

M: Is het juist of is het een leugen.

D: Nee, meisje geholpen omdat ze geen Engels sprak.... Voor de kleren...

M: Jij spreekt geen Engels, hoe communiceer jij met haar.

D: Voor 30 lira... twee dingen gekocht.

M: Hoe communiceer jij met hem/haar, jij spreekt geen Engels.

D: Ik toetste het in de telefoon in en zei 30 lira.. de vrouw kende ik niet.

M: Dat zou de vrouw die bij haar was ook kunnen doen.

D: De vrouw van de kleren die ken ik, ik heb haar naar het meisje toe gebracht, begrijp je.

M: In het vervolg als zoiets het geval is, je hebt de nummer van [betrokkene 113], je belt hem op en je zegt zo en zo.. je doet helemaal niets, je hebt helemaal niets gedaan.. Wij zeggen dan van buiten af kijken “Ha [verdachte DS] betreed de kamer van het meisje”. Ik zweer het je [verdachte DS], wees blij dat ik niet daarheen ben gekomen.

D: Akkoord abi, zal niet meer gebeuren.

M: Kijk [verdachte DS] laat mij niet meer dit soort dingen horen. Heb jij je geld opgehaald bij de mensen?

D: Nee, (….) (fonetisch) moet geven., ik weet niet.. straks.

M: Je broer [verdachte PT] is die niet daar.

D: Die is hier..

M: Ga met je broer [verdachte PT] praten.

D: Is goed abi.

55.

Een tapgesprek tussen NN [verdachte PT] (stemherkenning) en NN [verdachte DS] (wordt genoemd) op 23 januari 2006 om 02:47 uur, pagina 50/36714A:

[verdachte PT] = Y en [verdachte DS] = D

D: We zijn hier. Abi je weet dat ik morgen vrij ben he?

Y: Ben je vrij?

D: Je weet toch dat maandag mijn vrije dag is.

Y: Is dat zo?

D: het is zo, je weet het.

Y: Oke is goed, mijn beste.

D: [verdachte UT] heeft tegen mij gezegd “ik ben niet op de hoogte”. En ik heb gezegd van de ‘abi’s’ weten het, hoe kun jij het niet weten... Hij zei tegen mij “tegen mij moet je het ook zeggen”.

[verdachte PT] kennelijk tegen een derde persoon, [verdachte NT]: [verdachte DS]... (op de achtergrond zegt [verdachte NT] iets wat onverstaanbaar is). Hierop zegt [verdachte PT]: [verdachte NT] zegt dat je moet werken. [verdachte NT]: Morgen een vrije dag.

Y: Morgen een vrije dag. Is dat goed.

D: Wie abi?

Y: [verdachte NT] zegt van morgen een vrije dag vandaag heb je geen vrije dag.

D: Nee morgen, niet vandaag, vandaag ben ik hier abi,

Y: ja.. hier...

[verdachte NT] (stemherkenning) komt aan de telefoon. [verdachte NT] = N

N: Hallo.

D: Zeg het maar abi

N: Op welke dagen neem jij vrij jongen?

D: Abi ik ben morgen vrij, op maandagen.

N: Ja oke..

D: Niet vandaag, vandaag ben ik hier.

N: Oke is goed.

56.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en NN [verdachte DS] (zegt naam) op 14 februari 2006 om 00:45 uur, pag. 49A/36553A:

[verdachte DS] = D en [verdachte NT]/[verdachte NT] = M

D: Abi ik heb [verdachte PT] abi ook gebeld, ik heb geen geld meer, ik neem geld van anderen hier, 10 of 15 lira. [betrokkene 113] abi was gisteren ook hier en ik heb het gezegd.. Hij zei ‘[verdachte NT]’ zal ‘s middags komen. ‘s Middags slaap ik, we zijn tot in de nacht hier. Ik zweer het je ik heb nu helemaal geen geld op zak, [betrokkene 11] yenge en [betrokkene 24] yenge is er ook niet.. Ik weet niet hoe ik vandaag door moet komen.

M: Op wie pas jij nu daar op?

D: Op die van jullie en op zaterdag geven zij en dinsdags geven jullie abi.

M: Wie geeft zaterdag? Wie?

D: Dinges [verdachte UT]geeft en [verdachte SB] abi.

(…)

M: Haa.. Is goed. Kijk ik zal voor 12 uur daar zijn… Is dat ok..

D: Oke abi, neem mij niet kwalijk, ik heb helemaal geen geld.

57.

Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [betrokkene 102]van 26 juni 2007, pagina 50/36854, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de verdachte:

V: We willen u nogmaals vragen in welke periode hoeveel ritten u per dag heeft gedaan als snorder?

A: In het jaar 2006 heb ik, zoals eerder verklaard 46 weken gewerkt als snorder. Ik had enkele vaste klanten. Dat waren meisjes van [verdachte UT] en [verdachte NT]. . Ik heb dat werk gedaan tot in ieder geval februari 2007. Ik heb in die jaren vaste en ‘losse’ klanten gehad. Dat waren onder andere meisjes van [verdachte UT] en [verdachte NT].

58.

Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [betrokkene 102] van 27 juni 2007, pagina 50/36867, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de verdachte:

V: Foto 13 (de rechtbank: [verdachte NT])

A: De persoon op de foto die u mij toont ken ik. Dit is [verdachte NT] deze ken ik ook van het Red Light district.

59.

Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [betrokkene 102]van 28 juni 2007, pagina 50/36872 t/m 36874, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de verdachte:

Ik moet U zeggen dat ik de meisjes vervoerd heb omdat ik bang was. Ik ben een aantal keren bedreigd door [verdachte NT]. Hij zei tegen mij dat als ik de meisjes niet vervoerde, ik een verbod van hem kreeg om in het Red Light district te komen. Ook heeft [verdachte NT] mij wel eens bedreigd met het feit om mij in elkaar te slaan als ik de meisjes niet vervoerde. ik ben echt angstig voor hem. Ik durf niets over hem te zeggen anders slaat hij mij en zal hij mijn gezin ook weten te vinden. [verdachte NT] is nogal gevaarlijk. Ik heb zelf nooit gezien dat hij iemand mishandelde, maar men praat erover. (…) De hele club rond [verdachte NT] is gewelddadig. Zij hebben veel geld en bedreigen een heleboel mensen.

(…)

V: Wij hebben de indruk als [verdachte NT] jou opdrachten geeft om meisjes te vervoeren jij dat ook meteen doet?

A: Dat klopt ik ben namelijk bang voor [verdachte NT]. Als je niet doet wat [verdachte NT] zegt dan bedreigt hij jou. [verdachte NT] maakt je bang. [verdachte NT] heeft ongeveer 2 á 3 keer tegen mij gezegd dat als je dat niet doet dan sla ik je in elkaar. [verdachte NT] gaf mij dan de opdracht om zijn meisje naar het Red Light District te vervoeren. Door de druk van [verdachte NT] kon ik geen nee zeggen.

60.

Vervallen

61.

De processen-verbaal van de rechter-commissaris, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige [betrokkene 11] , geboren [1982], van 29 januari 2010, 3 februari en 3 maart 2010:

29 januari 2010

Ik kwam [verdachte PT] tegen, werd verliefd op hem en toen ik éénmaal seks met hem had gehad moest ik in de prostitutie gaan werken. Ik was 22.

Foto 13 (de rechtbank stelt vast: [verdachte NT]).

Dit is de grote broer (de rechtbank begrijpt: van [verdachte PT]). Als u mij vraagt of hij wist dat ik voor [verdachte PT] werkte, dan zeg ik: “Natuurlijk”. Het is zijn broer. Hij wist alles. Ik wil liever niet over hem verklaren. Als u mij vraagt waarom niet, dan zeg ik dat ik bang ben voor hem. Als u mij vraagt waarom ik bang ben voor hem, dan zeg ik dat hij mij bedreigd heeft en ook geslagen. Dat was toen ik nog in Vinkeveen woonde. Ik denk dat het ongeveer 4½ jaar geleden is geweest (de rechtbank begrijpt: halverwege 2005). Hij heeft mij gezegd dat hij mij afmaakt, als er iets gebeurt met zijn broer. Ze hielden vaak meetings. Dat was ook soms bij ons thuis; bij mij en [verdachte PT] bedoel ik dan. Tijdens de meetings spraken ze over de informatie die ze van informanten van de politie ontvingen. Omdat die meetings ook wel eens bij ons thuis waren ken ik veel mannen van gezicht.

3 februari 2010

Ik behoorde tot een ploeg waartoe nog een aantal andere meisjes behoorden. Het meisje op foto 21 behoorde tot een andere gelijksoortige groep. Het was één grote ploeg waartoe deze groep behoorde. Als de rechter-commissaris mij vraagt, of er uitgaande van die grotere groep, meerdere daarvan zijn op de wallen, dan zeg ik dat de wallen eigenlijk één grote groep was.

Al die mannetjes onder [verdachte NT] en [verdachte SB] kwamen dan bij [betrokkene 32] thuis. Ik heb dat gezien toen ik bij [betrokkene 32] thuis was. Zij kwamen daar met meisjes om toestemming te vragen aan [verdachte NT] en [verdachte SB] of zij op de wallen mochten werken. Zij moesten daarvoor betalen. Als u mij vraagt hoe ik wist dat deze mannen toestemming moesten vragen aan [verdachte NT] en [verdachte SB] om de vrouwen daar te laten werken, dan zeg ik dat ik daar bij was. Het was dus één grote groep met allemaal kleine subgroepjes. [Betrokkene 32] is een vrouw die heel lang met [verdachte NT] is gegaan.

Tijdens de meetings bij [verdachte PT] en mij thuis werd gesproken over hoe met bepaalde situaties om te gaan, in Utrecht bij de boten en ook in Amsterdam. Als u mij vraagt in welke zin dit betrekking heeft op de ploegen, dan zeg ik dat bij die meetings steeds verschillende ploegen waren. Ik heb vier keer een meeting gezien. Elke keer was er bij een meeting een verschillende ploeg mannen. Bij de meetings waren [verdachte NT] en [verdachte PT] steeds aanwezig.

3 maart 2010

In het begin toen ik [verdachte PT] ontmoet heb, heb ik een dikke vijf maanden met hem bij [betrokkene 32] en [verdachte NT] gewoond. [verdachte SB] kwam daar veel.

62.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en [verdachte TK] (zegt naam) [verdachte TK] (stemherkenning) op 7 februari 2007 om 22:46 uur, pagina 49A/36589:

[verdachte TK] = T en [verdachte NT] = M

T: Euhmmm de politie heeft een inval gedaan in het huis van dinges..

M: Ja dat heb ik net gehoord..Waar is ons ‘Ayi’ (beer)?

T: Die is vertrokken.

M: Waarna toe?

T: Naar ver.

M: Ja. Oke is goed. Potverdikkemie... Ik bel iedereen op om hun op de hoogte te brengen... Ik

dacht dat jullie het niet gehoord hadden...

T: Ze zitten ook achter mij aan.

M:Wat?

T: Ze rijden ook achter mij.

M: Zitten/rijden ze achter jou nu?

T: Ja, ja.

M: Pak je simkaart, eet het op, kauw erop en slik het door.

T: Oke.

M: Of breek het, breek alle sim kaarten.

T: Oke dan.

63.

Een tapgesprek tussen [verdachte NT] (stemherkenning) en [verdachte PT] (stemherkenning) op 5 maart 2006 om 00:28 uur, pagina 50/36715B en 36715D:

[verdachte PT] = Y en [verdachte NT] = M

Y: Ik heb tegen allen gezegd, tegen [betrokkene 111] heb ik gezegd, tegen [betrokkene 113] heb ik het ook gezegd, ik heb gezegd; ‘we moeten hier allemaal eenstemmig praten’.

M: Ja.

Y: Ik heb gezegd van ‘kijk we hebben [verdachte NT] als hoofd gekozen’.

M: Ja.

(…)

Y: 1k zeg het tegen jou mijn jongen, ik loop achter jou aan, alles wat jij zegt daarop zeg ik ja.

M: Nou oke dan abi, we praten morgen wel.

64.

Een tapgesprek tussen [verdachte HB] (stemherkenning) en NN [verdachte DS] (wordt genoemd) op 16 februari 2006 om 02:15 uur, pag. 49A/36545A:

[verdachte HB] = H en [verdachte DS] = D

H: Zeg het maar [verdachte DS].

D: Wat moet ik doen, ik heb niet eens geld voor een snorder.

H: Is er verder niemand daar [verdachte DS] die jou daar geld geeft [verdachte DS].

D: Abi, zij zouden dinsdag geven maar ze hebben het niet gegeven..

H: Hoe wat zij zouden geven en hebben niet gegeven. Wat is er aan de hand met hun.

D: Ik weet het niet abi .. zondag.. zaterdag geeft... [verdachte CÖ] abi heeft het overgesprongen.... Hij had wat geld aan mij geleend, weet je..

H: Dat is normaal.

D: Hij heeft twee weken niet gegeven maar dat is geen probleem.. zaterdag hebben die van jullie gegeven en dinsdag zouden zij geven maar hebben niet gegeven. Het is altijd zo.. maandag heb ik vrij.. van dinsdag, woensdag tot en met donderdag is het zo..

H: Zij dinges...[niet te verstaan]..

D: Ja.

H: [verdachte NT] en de zijnen?

D: [verdachte NT] heeft tegen mij gezegd van ik zal komen en geld aan jou geven, hij is gisteren niet gekomen, hij had werk te doen. Ik bel [verdachte PT] abi op en hij zit tegen mij te schreeuwen en zegt ik ben niet hier en mijn meisje werkt niet...

H: Ze zijn raar, ik weet het niet. anders zal ik .. een moment anders zal ik mijn meisje geld aan jou laten geven, is dat goed.

D: Ik heb niet een geld om te gaan.. Als ik vandaag overbrug.. dan is het geen probleem dan zal ik morgen dinges doen.

H: Oke, ik zal mijn meisje aan jou laten geven.

D: Oke dank je wel.

65.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 3º Sv, te weten een in de Nederlandse taal vertaald proces-verbaal van een verhoor door mevrouw Leiding, rechter bij het Kantongerecht München, van 27 november 2009, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige [betrokkene 32]:

Ik heb een tijdje in Amsterdam als prostituee gewerkt. Ik was samen met de verdachte [verdachte NT] respectievelijk wij zijn op een gegeven moment, in 2001/2002 bij elkaar gekomen. Als werknaam heb ik altijd alleen ‘[betrokkene 32]’ gebruikt.