Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3760

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-02-2011
Datum publicatie
09-02-2011
Zaaknummer
16/600721-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht verdachte schuldig aan ontucht met een minderjarige jongen, grooming , het vertonen van pornografisch materiaal aan minderjarigen en het bezit van kinderporno. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een aantal bijzondere voorwaarden met een proeftijd van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600721-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 februari 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1968] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Nieuwegein

raadsman mr. S. de Korte, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 26 januari 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: ontucht heeft gepleegd met een jongen onder de 16;

Feit 2: via internet een ontmoeting heeft voorgesteld aan een jongen onder de 16 met het oogmerk ontucht met die jongen te plegen en afbeeldingen van seksuele gedragingen waar die jongen bij is betrokken, te vervaardigen;

Feit 3: pornografische beelden heeft verstrekt/aangeboden/vertoond aan 3 jongens die nog geen 16 jaar waren;

Feit 4: kinderporno in bezit heeft gehad/verspreid/vervaardigd en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen.

Zij baseert zich bij de feiten 1 en 2 onder andere op de aangifte van [aangever], de MSN gesprekken, het Hyves-bericht, facebook [slachtoffer 1] en berichten van [e-mail], het studioverhoor van [slachtoffer 1], het uittreksel uit het geboorteregister en de bekennende verklaring van verdachte. Bij feit 3 baseert zij zich onder andere op de aangifte van [aangever], het studioverhoor van [slachtoffer 1], de aangifte van de ouders van [slachtoffer 2] en het verhoor van [slachtoffer 2] zelf, de aangifte van de moeder van [slachtoffer 3] en het verhoor van [slachtoffer 3] zelf en de bekennende verklaring van verdachte. Bij feit 4 acht de officier van justitie alleen het bezit wettig en overtuigend bewezen. Zij baseert zich onder andere op het proces-verbaal bevindingen van het aantreffen en in beslagnemen van de verschillende gegevensdragers, het proces-verbaal bevindingen multimedia en de bekennende verklaring van verdachte. De officier van justitie is van mening dat de bestanden die zijn aangetroffen in de verwijderde items/recyclers ook meegeteld kunnen worden. De bestanden vielen nog onder de beschikkingsmacht van de gebruiker en konden eenvoudig worden teruggezet naar de directory waar ze vandaag kwamen. Niet is uit omstandigheden gebleken dat verdachte dit materiaal echt niet wilde bezitten. Sterker, verdachte verklaart zelf een verzamelaar van kinderporno te zijn. Zij verwijst hierbij naar het artikel van Stevens & Koops ‘Opzet op de harde schijf’, Delikt en Delinkwent 39 (7), p. 669-696 en de daarin opgenomen jurisprudentie.

De officier van justitie is van mening dat er geen sprake is van dubbeltelling. De beschrijvingen van de beelden uit het eerste voorlopig proces-verbaal zijn wel meegenomen, maar deze zijn niet tweemaal in de telling meegenomen omdat in de telling ermee rekening is gehouden dat deze later nogmaals in het proces-verbaal terugkomen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich wat betreft feit 1 en 2 aan het oordeel van de rechtbank. Feit 3 was in eerste instantie onvoldoende feitelijk omschreven, maar dit is na de wijziging tenlasteleggging niet meer aan de orde. De verdediging refereert zich dan ook bij feit 3 aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van het vertonen van beelden aan [slachtoffer 1]. Verdachte ontkent dit terwijl hij het overige wel bekent. De verdediging verzoekt vrijspraak op dat punt. Ten aanzien van feit 4 refereert de verdediging zich ook aan het oordeel van de rechtbank met een kanttekening bij het aantal films en foto’s. De verdediging is van mening dat er een aantal afbeeldingen en films dubbel worden geteld. Daarnaast is een aantal afbeeldingen in de prullenbak van de computer gevonden. Wanneer verdachte deze bestanden had willen behouden, had hij ze op een Cd-rom of harde schijf gezet. Derhalve is geen sprake van opzet op het in het bezit hebben van deze bestanden, waardoor verdachte partieel dient te worden vrijgesproken. De verdediging wijst hierbij op 2 uitspraken: rechtbank Zwolle-Lelystad, 1 september 2005, nr. 07/430169-04, NJFS 2005/10 en rechtbank Dordrecht, 5 september 2005, nr. 11/700155-05 NJFS 2005/9.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 26 januari 2011;

- de aangifte van [aangever] namens [slachtoffer 1] ;

- de akte van geboorte van [slachtoffer 1] ;

- de MSN-gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 1] ;

- een Hyves-bericht van verdachte naar [slachtoffer 1] .

De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 26 januari 2011;

- het studioverhoor van [slachtoffer 1] ;

- verklaring van [slachtoffer 2] ;

- verklaring van [slachtoffer 3] .

Bewijsoverweging

Verdachte ontkent dat hij [slachtoffer 1] afbeeldingen of een film zou hebben laten zien. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij zich dit niet kan herinneren.

Gelet op de inhoud van de MSN-gesprekken, waarin ook gesproken wordt over het laten zien van een film, en het feit dat verdachte vaker seksboekjes en seksfilms laat zien, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer 1] hieromtrent. Derhalve is ook het vertonen van beelden aan [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht feit 4 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 26 januari 2011;

- proces-verbaal van voorlopige bevindingen bestanden harddisk computer van verdachte ;

- het proces-verbaal van bevindingen (multimedia) van spullen die tijdens het onderzoek in de woning in beslag zijn genomen ;

- het proces-verbaal van bevindingen (multimedia) van spullen die in het materiaalhok van de scouting zijn aangetroffen en in beslag zijn genomen ;

- het proces-verbaal van bevindingen (multimedia) van de externe harde schijf die in het materiaalhok van de scouting is aangetroffen en in beslag is genomen .

Bewijsoverweging

Aantal foto’s en films

De rechtbank concludeert dat bij de aantallen films en foto’s geen sprake is van een dubbeltelling. De omschrijvingen van de beelden in het proces-verbaal van voorlopige bevindingen maken wel deel uit van de tenlastelegging, maar zijn niet meegeteld bij de totale aantallen. Bij de telling is alleen uitgegaan van de foto’s en films genoemd in de latere processen-verbaal.

Opzet op bezit fragmenten aangetroffen in de ‘prullenbak’

Er zijn 16 videofragmenten aangetroffen als recyclers. De bestanden die hier worden aangetroffen zijn in het algemeen door de gebruiker weggegooid.

De verdediging is van mening dat voor wat betreft deze bestanden geen opzet was op het in het bezit hebben en verzoekt partiële vrijspraak. De officier van justitie gaat wel uit van opzet, nu verdachte nog over de beelden kon beschikken.

De rechtbank is van oordeel dat een gemiddelde computergebruiker zich bewust hoort te zijn van de werking van de prullenbak en dat de gemiddelde gebruiker feitelijk beschikkingsmacht heeft over de inhoud van de prullenbak. Dit impliceert (voorwaardelijk) opzet op het bezit, tenzij uit omstandigheden blijkt dat de verdachte dit materiaal echt niet wilde hebben. Uit het feit dat er veel kinderpornobestanden op verschillende gegevensdragers van klager zijn aangetroffen en verdachte zelf ook aangeeft dat hij een verzamelaar is, kan niet de conclusie worden getrokken dat verdachte specifiek deze bestanden niet in zijn bezit wilde hebben. Verder zijn er ook geen andere omstandigheden aangedragen waaruit die conclusie dient te worden getrokken. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte ook het opzet had op het bezit van die 16 bestanden, zodat deze meegeteld dienen te worden bij het aantal kinderpornobestanden.

Aanbieden en verspreiden

Niet kan worden bewezen dat verdachte de beelden ook heeft aangeboden of verspreid. Voor dat gedeelte zal verdachte dan ook worden vrij gesproken.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode 20 juni 2010 tot 24 juni 2010 te Loenen aan de Vecht, gemeente Loenen, met [slachtoffer 1], geboren op [1995], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig aftrekken en pijpen van die [slachtoffer 1].

2.

op meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 7 juli 2010, te Loenen aan de Vecht, gemeente Loenen, door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten een internetverbinding, aan [slachtoffer 1] (geboren [1995]), waarvan hij wist dat deze de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt, een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 1] te plegen terwijl hij enige handelingen heeft ondernomen, gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, bestaande voornoemde handelingen eruit dat hij, verdachte,

- via Hyves en MSN contact heeft gezocht met die [slachtoffer 1] en

- via MSN heeft gevraagd wanneer die [slachtoffer 1] foto's van zichzelf kon maken teneinde hem, verdachte "alvast op te geilen" en

- telkens aan de [slachtoffer 1] geld heeft aangeboden als hij, verdachte, die [slachtoffer 1] mocht aftrekken, althans seksuele handelingen bij die [slachtoffer 1] mocht verrichten en

- telkens met die [slachtoffer 1] plaats en tijd heeft afgesproken teneinde elkaar te ontmoeten.

3.

op één of meer tijdstippen in de periode 20 juni 2007 tot en met 19 juli 2010 te Loenen aan de Vecht, gemeente Loenen, een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk te achten is voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar heeft verstrekt en aangeboden en vertoond aan:

- [slachtoffer 1] (geboren op [1995]) en

- [slachtoffer 2] (geboren op [1996]) en

- [slachtoffer 3] (geboren op [1996]);

van wie hij, verdachte wist dat deze jonger waren dan 16 jaar, immers heeft hij verdachte toen en aldaar seks-/pornofilms en seks-/pornoplaatjes getoond terwijl op die seks-/pornofilms en seks-/pornoplaatjes naakte mannen en vrouwen te zien waren en naakte jongens die elkaar aan het likken waren.

4.

op meer tijdstippen in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 4 september 2010 te Loenen aan de Vecht, gemeente Loenen, en te Breukelen, gemeente Breukelen,

gegevensdragers (te weten een computer en harde schijven en een groot aantal (135) cd-roms en een usb-stick), bevattende afbeeldingen, te weten 1342 films en 5445 foto's in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer:

- het anaal penetreren met de penis en een vibrator door een volwassen man en een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar (eveneens) nog niet hebben bereikt (onder meer nummer 5 op bladzijde 337 en nummer 1 op bladzijde 349 en nummer 3 op bladzijde 363 en nummer 6 op bladzijde 365 en nummer 7 op bladzijde 365 en nummer 10 op bladzijde 366 en nummer 15 op bladzijde 377 en nummer 16 op bladzijde 377 en nummer 18 op bladzijde 378 en nummer 22 op bladzijde 379) en

- het (laten) betasten van de billen en de stijve penis van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt door een volwassen man/een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer nummer 13 op bladzijde 376 en nummer 14 op bladzijde 377 en nummer 25 op bladzijde 380) en

- het betasten en likken en het drukken van een stijve penis in/tegen de billen en anus van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt (onder meer nummer 11 op bladzijde 376 en nummer 12 op bladzijde 376) en

- het (laten) vasthouden en in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt (onder meer nummer 2 op bladzijde 336 en nummer 18 op bladzijde 356 en nummer 2 op bladzijde 363 en nummer 9 op bladzijde 366 en nummer 2 op bladzijde 373 en nummer 19 op bladzijde 378 en nummer 20 op bladzijde 378 en nummer 23 op bladzijde 379) en

- het in de mond (laten) nemen van de penis van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt door een volwassen man/personen die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt (onder meer nummer 2 op bladzijde 350 en nummer 5 op bladzijde 351 en nummer 6 op bladzijde 351 en nummer 17 op bladzijde 355 en nummer 5 op bladzijde 374 en nummer 9 op bladzijde 375 en nummer 10 op bladzijde 375) en

- het houden van een stijve penis naast het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (onder meer nummer 3 op bladzijde 350) en

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van die personen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer nummer 1 op bladzijde 336 en nummer 3 op bladzijde 336 en nummer 4 op bladzijde 336 en nummer 4 op bladzijde 351 en nummer 7 op bladzijde 352 en nummer 10 op bladzijde 353 en nummer 11 op bladzijde 353 en nummer 121 op bladzijde 354 en nummer 13 op bladzijde 354 en nummer 14 op bladzijde 354 en nummer 15 op bladzijde 355 en nummer 16 op bladzijde 355 en nummer 1 op bladzijde 363 en nummer 4 op bladzijde 364 en nummer 5 op bladzijde 364 en nummer 1 op bladzijde 373 en nummer 3 op bladzijde 373 en nummer 4 op bladzijde 374 en nummer 6 op bladzijde 374 en nummer 7 op bladzijde 374 en nummer 8 op bladzijde 375 en nummer 17 op bladzijde 378 en nummer 21 op bladzijde 379 en nummer 24 op bladzijde 380) en

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen gekleed en opgemaakt zijn en in een omgeving en met voorwerpen en in erotisch getinte houdingen poseren die niet bij hun leeftijd passen en waarbij deze personen zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van hun kleding ontdoen en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze personen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer nummer 8 op bladzijde 352 en nummer 9 op bladzijde 353);

van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

Feit 2: door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het

verwezenlijken van die ontmoeting;

Feit 3: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar verstrekken/aanbieden/vertonen aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar;

Feit 4: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het psychiatrisch onderzoek pro justitia van 7 september 2010 en een aanvullend psychiatrisch onderzoek van 30 november 2010 van psychiater B. van der Goot. In deze rapporten wordt – onder meer – het volgende geconstateerd.

Er is bij betrokkene sprake van de diagnose pedofilie: hij heeft een seksuele voorkeur voor minderjarige jongens in de leeftijdscategorie van 13 tot 16 jaar. Er zij geen aanwijzingen voor het bestaan van een persoonlijkheidsstoornis bij betrokkene. Wel bestaat de indruk dat hij voor wat betreft zijn psychoseksuele ontwikkeling als het ware is blijven steken in zijn pubertijd. Er is sprake van een rechtstreeks verband tussen de diagnose pedofilie en de hem ten laste gelegde feiten. De seksuele voorkeur richt zich op jongens in de (pre)pubertijd. Betrokkene is van mening dat seksueel contact tussen een volwassen man en een jongere moet kunnen, mits de jongere met dit contact instemt. Het recidiverisico moet als licht verhoogd worden ingeschat. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat de seksuele voorkeur van betrokkene zal veranderen. Anderzijds heeft betrokkene thans ernstige maatschappelijke en sociale schade opgelopen en heeft de onderhavige preventieve hechtenis veel impact op hem. Betrokkene is hierdoor gemotiveerd om herhaling van feiten als thans ten laste gelegd te voorkomen. Hierbij is het gunstig dat de gewetensfunctie van betrokkene goed ontwikkeld is, maar, zoals ook gebleken is, kunnen zijn pedoseksuele verlangens desondanks de boventoon voeren. Betrokkene staat positief tegenover het accepteren van hulp. Hij zal waarschijnlijk niet voortijdig met een behandeling stoppen. Hij is bovengemiddeld intelligent. Om de kans op recidive zo veel mogelijk terug te dringen, is behandeling aangewezen. Deze kan plaatsvinden bij De Waag, centrum voor ambulante forensische psychiatrie. De behandeling kan worden opgelegd als bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke straf. Voorts is een verplicht reclasseringscontact aangewezen, zodat kan worden toegezien op naleving van de voorwaarden.

De rechtbank wordt in overweging gegeven om betrokkene als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt de conclusie uit de rapporten van de psychiater dat de gedraging verdachte in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend over en maakt deze tot de hare. Overeenkomstig deze conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is, hoewel enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten, dus strafbaar.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten met een proeftijd van 7 jaar. Gezien het aantal feiten, soort feiten en de langdurige pleegperiode moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.

De officier van justitie verzoekt aan verdachte de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:

- zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;

- zich te onthouden van het verrichten van (vrijwilligers)werk gericht op kinderen;

- zich te onthouden van aansluiting bij een scoutingvereniging;

- zich te onthouden van het het gebruik van sociale netwerksites om minderjarigen te benaderen;

- het toelaten van controle op zijn computer door de reclassering.

De officier van justitie verzoekt bij de bijzondere voorwaarden een proeftijd op te leggen van 5 jaar.

De officier van justitie heeft bij haar eis rekening gehouden met de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte, waaronder de enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat er een gevangenisstraf kan worden opgelegd waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest en dat de straf voor het overige met name door het opleggen van een voorwaardelijk gedeelte gerealiseerd dient te worden.De verdediging verwijst daarbij naar een aantal vergelijkbare uitspraken. De verdediging kan zich vinden in de door de officier van justitie voorgestelde bijzondere voorwaarden.

De verdediging verzoekt bij vervroeging te beslissen over de voorlopige hechtenis.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft door de wijze waarop en het doel waarmee hij [slachtoffer 1] heeft benaderd en door de met hem gepleegde ontucht op ernstige wijze de emotionele en lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Daarbij betreft het in dit geval een slachtoffer van 15 jaar, maar functionerend op een leeftijdsniveau van 12. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld.

Ook bij het vertonen van seks- en pornofilms/plaatjes heeft verdachte niet stilgestaan bij de impact die dit kon hebben op de jongens beneden de 16 jaar.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het maken van een gewoonte van het in bezit hebben van kinderporno. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal plaatjes dat verdachte in bezit had, de leeftijd van de kinderen op de plaatjes en de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de justitiële documentatie van verdachte d.d. 20 juli 2010, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is geweest;

- het (beknopt) reclasseringsadvies d.d. 25 januari 2011. Hieruit blijkt dat verdachte inmiddels tweemaal heeft gesproken met een behandelaar bij De Waag in verband met een intake en dat hij na vrijlating kan worden ingedeeld in de sectie Intensieve behandeling Zeden. De behandeling zal ongeveer een half jaar in beslag nemen maar wordt vaak met enkele maanden verlengd. Daarna zal er nazorg zijn, één keer per twee weken, voor zolang nodig geacht. Verdachte maakt een gemotiveerde indruk voor een behandeling, heeft jarenlang zijn seksuele gevoelens voor kinderen kunnen onderdrukken en dit zijn de eerste verdenkingen met betrekking tot zedendelicten. Bovendien is er geen ernstige persoonlijkheidsproblematiek geconstateerd en is er geen hoog recidiverisico. Derhalve wordt een intensief ambulant contact bij De Waag als toereikend ingeschat;

- de pro justitia rapportage van psychiater B. van der Goot d.d. 7 september en 30 november 2010, als genoemd onder 5.2., met het advies om verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Ook de psychiater constateert dat behandeling noodzakelijk is. Deze kan plaatsvinden bij De Waag, centrum voor ambulante forensische psychiatrie. De behandeling kan worden opgelegd als bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke straf. Voorts is een verplicht reclasseringscontact aangewezen, zodat kan worden toegezien op naleving van de voorwaarden.

De rechtbank is op grond van de ernst van de bewezen feiten, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat een gevangenisstraf op zijn plaats is.

Gelet op de persoon van verdachte en aangezien de gedraging in enigszins verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend, komt de rechtbank tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, en met een proeftijd van 2 jaar.

De rechtbank zal daaraan de volgende bijzondere voorwaarden verbinden met een proeftijd van 3 jaar:

- verdachte dient zich tijdens de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;

- verdachte voert geen (vrijwilligers)werk uit dat is gericht op kinderen;

- verdachte sluit zich niet aan bij een scoutingvereniging;

- verdachte maakt geen gebruik van sociale netwerksites om minderjarigen te benaderen;

- verdachte dient controle op zijn computer door de reclassering toe te laten.

De rechtbank concludeert dat verdachte een ‘first offender’ is en zich behandelbaar opstelt. Het recidiverisico is aanwezig, maar wordt niet ingeschat als hoog. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om op basis van de inschatting van de psychiater een langere proeftijd aan zowel de algemene voorwaarde als de bijzondere voorwaarden te koppelen.

De rechtbank heeft bij het opleggen van de straf rekening gehouden met de straffen die worden opgelegd voor soortgelijke feiten en komt daarbij op een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij mr. J. de Jong namens [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van

€ 4554,02 voor feit 1 en 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 2554,02 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 554,02 ter zake van materiële schade en € 2000,00 ter zake van immateriële schade.

De materiële schade bestaat uit:

- een mobiele telefoon à € 30,00

- reiskosten ouders à € 91,52

- derving inkomsten vanwege opname vakantiedagen € 432,50

De reiskosten en derving inkomsten van de vader van het slachtoffer zijn in dit geval rechtstreekse schade omdat het slachtoffer minderjarig is.

Voor wat betreft de immateriële schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij soortgelijke zaken en wijst de vordering toe voor een bedrag van € 2000,00.

De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor bovengenoemde schade en het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt waardoor zij de vordering tot dat bedrag zal toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de behandeling van de vordering in zoverre een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer:

- Computer (uniek goednummer PL0971-2010158722-165805)

- 6 cd’s (uniek goednummer PL0981-201058722-166788)

- 2 koffertjes met cd’s en 1 foto (uniek goednummer PL0981-201058722-197346)

- Harde schijf (uniek goednummer PL0981-201058722-197351)

- USB stick Cruzer (SIN AACP0637NL)

Gebleken is dat het feit is begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

8.2 De bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp, aangezien de rechthebbende tot op heden onvindbaar is:

- de studentenpas van [naam] (uniek goednummer PL0981-201058722-166796).

8.3 De verbeurdverklaring

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring:

- kopieën van ID kaarten (uniek goednummer PL 0981-201058722-166798).

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 240a, 240b, 247, 248e van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

Feit 2: door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon waarbij die persoon is betrokken, welk voorstel tot ontmoeting is gevolgd door enige handeling gericht op het verwezenlijken

van die ontmoeting;

Feit 3: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar verstrekken/aanbieden/vertonen aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar;

Feit 4: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit hebben.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden met een proeftijd van 3 jaar:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dat inhoudt een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;

* dat verdachte geen (vrijwilligers)werk uitvoert gericht op kinderen;

* dat verdachte zich niet aansluit bij een scoutingvereniging;

* dat verdachte geen gebruik maakt van sociale netwerksites om minderjarigen te benaderen;

* dat verdachte controle op zijn computer door de reclassering dient toe te laten.

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- Computer (uniek goednummer PL0971-2010158722-165805)

- 6 cd’s (uniek goednummer PL0981-201058722-166788)

- 2 koffertjes met cd’s en 1 foto (uniek goednummer PL0981-201058722-197346)

- Harde schijf (uniek goednummer PL0981-201058722-197351)

- USB stick Cruzer (SIN AACP0637NL).

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de studentenpas van [naam] (uniek goednummer PL0981-201058722-166796).

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten kopieën van ID kaarten (uniek goednummer PL 0981-201058722-166798).

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 2554,02, waarvan € 554,02 ter zake van materiële schade en € 2000,00 ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

Schademaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], € 2554,02 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Ebbens, voorzitter, mr. P.M.E. Bernini en mr. M.S. Koppert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.E Braam-van Toll, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 februari 2011.

Mr. M.S. Koppert is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.