Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2161

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
27-01-2011
Zaaknummer
278954 / HA ZA 09-2823
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

chuldeisersverzuim. Gelet op de onduidelijkheid over de gebreken aan de geleverde goederen en het feit dat discussie mogelijk is over de vraag of bepaalde gebreken voor rekening van de leverende partij (gedaagde) dienen te komen, had eiseres gedaagde in de gelegenheid moeten stellen om de gebreken te aanschouwen en te bespreken welke gebreken voor wiens risico komen. Door het aanbod tot de schouw van gedaagde af te wijzen is eiseres in schuldeisersverzuim (artikel 6:58 BW) komen te verkeren.

Gedaagde heeft er recht op en belang bij dat haar duidelijkheid wordt verschaft over het blijven voortbestaan van de verplichting tot het verrichten van herstelwerkzaamheden. De daartoe strekkende vordering (ex artikel 6:60 BW) wordt (voorwaardelijk) toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/130
RCR 2011/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector Civiel, handelskamer

zaaknummer / rolnummer: 278954 / HA ZA 09-2823

Vonnis van 26 januari 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VERBEETEN BEHEER B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. K.L.M. Corstiaans te Eindhoven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OUDHEUSDEN DENTAL B.V.,

gevestigd te Zeist,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.W. van Odijk te Utrecht.

Partijen zullen hierna Verbeeten en Oudheusden genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 maart 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 23 juni 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op of omstreeks 21 juni 2001 heeft Verbeeten aan Oudheusden een bedrag betaald van fl. 50.000,-- met als omschrijving “aanbetaling laboratoriumtafels”.

2.2. In de loop van 2004 heeft Verbeeten zijn bedrijfsruimte verplaatst van de Uiverlaan 13 te Eindhoven naar de Tuinstraat 25 te Eindhoven.

2.3. In november 2004 hebben partijen een financial lease-overeenkomst gesloten op grond waarvan Oudheusden meubilair en bijbehorende apparatuur zou leveren voor het tandtechnisch laboratorium van Verbeeten.

2.4. In januari 2005 heeft de installatie van het meubilair en apparatuur in de nieuwe bedrijfsruimte van Oudheusden plaatsgevonden.

2.5. Bij brief van 30 januari 2006 heeft Oudheusden aan Verbeeten een voorstel gedaan ter oplossing van de aan haar gemelde klachten met betrekking tot de levering en plaatsing van de meubilair en apparatuur.

2.6. Bij brief van 8 mei 2006 heeft Verbeeten zich met dit voorstel akkoord verklaard, indien de bij die brief gevoegde lijst met klachten, die hierna is weergegeven, zou worden hersteld:

“Handstukken in katrol

Driehoek onder tafel

Lamp

Afzuiger indicator gaan te pas en te onpas aan

Kastje kleine driehoek gaat niet open

Filters voor op werkblok

Werkblok past niet in tafels

Gebruiksaanwijzing

Beschadiging onder driehoek lak knopjes verdwijnt

Lucht lekkage en gas lekkage in tafels

Kabel schraapt over laatjes

Scharnierpunt lampen breken

Afzuigers werken niet hierdoor komt er veel stof en de lades lopen niet meer naar behoren.

Opstelling tafels niet zoals is overeen gekomen in het lease contract

Afzuigers maken een gruwelijk lawaai en zuigen niet, andere werken helemaal niet

Er is inmiddels een nieuwe elektra stop aan gelegd wat verschillende problemen op zou moeten lossen, problemen blijven en een rekening van 1250, - Euro rijker

Wat doen we met de eiken driehoek en de extra kast die niet past, kortom alle meubelstukken die niet meer van toepassing zijn?”

In deze brief geeft Verbeeten aan dat zij in de brief van Oudheusden geen creditering terug kan vinden voor meubels die niet geleverd zijn of waarvoor geen plaats was.

2.7. Bij e-mail van 15 juni 2006 heeft Oudheusden, voor zover relevant, daarop als volgt gereageerd:

“(…)

In reactie op ons schrijven van 30 januari ‘06 deelt u ons op 8 mei ‘06 schriftelijk mede akkoord te gaan met ons voorstel, maar kunt u zich niet vinden in de te crediteren restanten meubilair.

Ik heb nogmaals met [A] en [B] gesproken en gevraagd of zij tijdens hun bezoek, in aanwezigheid van uw voltallig personeel, daadwerkelijk deze toezegging hebben gedaan. Zij ontkennen dit ten zeerste. Wel hebben wij het deel van het meubilair, dat officieel nog uw eigendom is en nog steeds bij ons in opslag staat, nogmaals kritisch bekeken. Wederom zijn wij de conclusie gekomen dat dit voor ons echt onverkoopbaar is, hoe graag wij dit ook zouden willen. Hiervoor zijn een aantal redenen op te voeren; het meubilair is inmiddels vijf jaar oud, ‘Ferrari rood’ is een bijzonder persoonlijke kleur en bovendien bestaat het restant uit delen van een installatie/inrichting die wij eerst zelf moeten completeren om überhaupt een poging tot verkoop te kunnen ondernemen. Dit alles is voor ons geen reële optie. (…)”

2.8. Bij e-mail van 14 augustus 2006 heeft Verbeeten aangegeven dat de gebreken moeten worden hersteld conform een eerder aangeleverde tekening.

2.9. Op 29 augustus 2006 heeft Oudheusden aan Verbeeten een brief gezonden met een werkrapport waarin de wijze van herstel van de gebreken als volgt wordt beschreven:

“Verbeeten eindhoven 8/17/06

instalatie aanpassing aries werktafels

Geleverd/gemonteerd 3 kavo absormatics occ mcl toebehoren dwz slang e.d.

Geleverd/gemonteerd bdt luchtspuitautomaten

Geleverd/gemonteerd nieuwe werkbladen

Volgens tekening zo goed als mogelijk

Nog doen/leveren,

1 opstelling voorzijde 2 werkplekken

Dubbele kast moet 2 enkele worden waardoor ook de werkplekken moeten verplaatst worden.

Hiervoor bestellen 2 lade kasten

4 lades rood breedte 50

2 gewijzigde opstelling

1 Binnenhoek meubel is niet aanwezig deze nog plaatsen incl bovenblad omdat hier een uitsparing inzit.

Hiervoor bestellen

Hoek meubel 82-82 met deur rood met boven blad

Lamp armaturen in hoogte verstelbaar werken niet naar behoren en is ook niks aan te doen zit in de constructie deze moeten nog vv worden of aangepast/gemodificeerd worden door aries totaal 8 stuks.

Contact met hr verbeeten opnemen over de verdere afhandeling

Arbeid totaal rene 34 uur roy 4 uur alex 30 uur”

2.10. Bij e-mail van 17 juli 2007 en brief van 26 juli 2007 hebben partijen een gemaakte afspraak tot het houden van een schouw aan elkaar bevestigd. In de e-mail van 17 juli 2007 is aangegeven dat het doel van de schouw zou zijn om te bepalen welke werkzaamheden er nog gerealiseerd moeten worden, of deze technisch gezien realiseerbaar zijn, en wie de kosten van deze werkzaamheden zou dragen.

2.11. Bij brief van 24 januari 2008 heeft Verbeeten aan Oudheusden een ‘feitenoverzicht’ verstrekt over de onderhavige kwestie. Bij e-mail van 16 mei 2008 heeft Oudheusden op dit feitenoverzicht gereageerd.

2.12. Bij brief van 22 oktober 2008 heeft Verbeeten Oudheusden gesommeerd om binnen 14 dagen de volgende gebreken te herstellen:

“- de zekering van de afzuigers zit achter de afzuigers in de kast. Deze is dan ook onbereikbaar, zonder destructieve handelingen;

- de elektra buiten de tafels is niet afgewerkt en is aan elkaar geplakt;

- de elektra loopt door de kasten met losse stekkers en elektriciteitsdozen;

- het elektragedeelte is slecht afgewerkt met veel kieren en spleten;

- er is sprake van lucht- en gaslekkage;

- de kabels schrapen over de laden;

- de stopcontacten op de tafels geven geen stroom;

- de aansluiting van de afzuigers in de tafels gebrekkig. De buizen zijn zodanig afgesloten dat de afzuiging niet naar behoren werkt;

- diverse laden, deurtjes klikken niet vast, gaan niet open of sluiten in het geheel niet;

- de lampinstellingen lopen niet, scharnierpunten van de lampen breken;

- handstukkatrollen functioneren niet;

- wekbokken en filters passen niet;

- knopjes van de kast zijn beschadigd;

- de driehoek onder de tafel;

- de nog niet geleverde zaken, conform uw laatste tekening;

- creditering van de delen die niet passen en die derhalve ook niet geleverd zijn.”

2.13. Bij brief van 13 november 2008 heeft Oudheusden op deze brief, voor zover relevant, als volgt gereageerd:

“(…)

Tenslotte vermelden wij u nog dat wij (VGT en OHD) reeds op 17 juli 2007 hebben aangeboden om een schouwing te laten plaatsvinden in het tandtechnisch laboratorium van uw cliënte om duidelijkheid te verkrijgen in de (toen) bestaande situatie om vanuit dat gegeven naar een constructieve oplossing te kunnen werken.

Op 26 juli 2007 werd deze afspraak in eerste instantie bevestigd, doch nadien weer door uw cliënte resp. SRG ingetrokken omdat men in eerste instantie aan een administratieve afhandeling de voorkeur gaf. Deze schouwing heeft dus nooit plaatsgevonden.

Wij herhalen hiermee het aanbod om te situatie te schouwen en, om discussie achteraf over het doel van deze schouwing te vermijden, verwijzen wij gaarne naar bijlage 9 waarin de doelstelling van deze schouwing beschreven staat. (…)”

2.14. Bij brief van 17 december 2008 heeft Verbeeten het volgende aan Oudheusden medegedeeld:

“(…)

Het standpunt van cliënte moet u en Oudheusden Dental toch inmiddels wel duidelijk zijn. Het door Oudheusden Dental geïnstalleerde laboratorium vertoont nog de nodige gebreken, zoals uitdrukkelijk aangegeven in mijn brief van 22 oktober 2008. Ondanks herhaaldelijk verzoek heeft Oudheusden Dental deze gebreken niet naar behoren opgelost en weigert zij verder enig herstel uit te voeren.

Het voorstel tot een schouwing dat door u in uw brief wordt gedaan, is te weinig en te laat. Oudheusden Dental heeft inmiddels meer dan voldoende mogelijkheden gehad om de gebreken aan het door haar geïnstalleerde laboratorium te verhelpen, doch heeft deze niet benut.

Inmiddels is de vordering van cliënte op Oudheusden Dental tot correcte nakoming van haar overeengekomen verplichtingen inmiddels zoals in mijn brief van 22 oktober 2008 aangekondigd ex artikel 6:87 BW omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.

Cliënte zal overgaan tot herstel van de gebreken door een derde. De kosten van dit herstel komen volledig voor rekening van Oudheusden Dental en zullen op haar worden verhaald.

Zodra cliënte de omvang van de herstelkosten in kaart heeft gebracht, zal Oudheusden Dental daarover worden bericht.(…)”

2.15. Bij brief van 23 december 2008 heeft Oudheusden, voor zover relevant, als volgt op deze brief gereageerd:

“(…)

Kort gezegd verwijt u Oudheusden Dental BV (OHD) een weigerachtige houding in het oplossen van de problemen en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden. Daarbij beoordeelt u ons voorstel voor een schouwing als ‘te weinig en te laat’.

Wij hebben u op 13 november 2008 een omvangrijk dossier doen toekomen welke wij in dezelfde zaak gevoerd hebben met de SRG. Uit deze stukken kunt u opmaken dat wij een dergelijk voorstel al op 17 juli 2007 (zie bijlage 9 e.v.) aan de SRG hebben gedaan, maar dat (ondanks dat er reeds een dag en tijd voor deze schouwing was vastgesteld) van de zijde van uw cliënte is aangegeven dat men in eerste instantie toch liever de voorkeur gaf aan een ‘administratieve afhandeling’ Deze ‘administratieve afhandeling’ neemt dan meer dan een jaar in beslag en, nadat wij alle medewerking hieraan hebben verleend, blijft het opeens na 22 juli 2008 stil en horen wij niets meer van de zijde van uw cliënte.

De punten zoals genoemd in uw schrijven van 22 oktober 2008 waren (voor een deel) al bekend geworden uit de discussie met SRG, maar zijn voor een deel ook volledig nieuw voor OHD. In alle redelijkheid kan van OHD niet worden verwacht, dat zij een monteur naar Eindhoven laten afreizen met de opdracht ‘kijk maar wat je kan doen’. Alleen al de gedachte dat dit tot een structurele oplossing zal leiden is immers irreëel.

Zoals u uit het dossier met de SRG heeft kunnen opmaken hebben wij meerdere malen aangeboden om uiteindelijk tot een situatie te komen waarbij wij dit dossier (voor beide partijen) als ‘afgedaan’ kunnen beschouwen. Hiertoe is een schouwing de meest pragmatische eerste stap.

Wanneer uw cliënte thans zou overgaan tot herstel door een derde, is dat voor haar eigen rekening en risico. Een beroep op ex artikel 6:87 BW is immers prematuur en zal alleen daarom al geen doel treffen. Tegen een eventuele vordering tot vervangende schadevergoeding zal door ons verweer worden gevoerd met een beroep op het bepaalde in artikel 6:58 BW in samenhang met 6:61 BW. Uw cliënte is thans immers zelf degene die door haar opstelling nakoming verhindert. Wij hopen dan ook van harte dat zij niet zal doorgaan op deze voor alle betrokkenen heilloze weg.

Wij herhalen nogmaals dat zowel OHD als de VGT alles in het werk willen stellen om tot een afdoende oplossing van de voorliggende problematiek te komen en zijn bereid om vanuit Amsterdam resp. Zeist af te reizen naar Eindhoven om dit resultaat te bereiken. Uw cliënte dient ons daartoe dan natuurlijk wel in de gelegenheid te stellen. (…)”

3. Het geschil

in conventie

3.1. Verbeeten vordert samengevat - veroordeling van Oudheusden tot betaling van een bedrag van EUR 22.039,38 (bestaande uit een bedrag van EUR 19.994,38 aan vervangende schadevergoeding en EUR 2.045,00 wegens een toegezegde creditering), vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Oudheusden voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. Oudheusden vordert in reconventie dat de rechtbank bepaalt dat Oudheusden, al dan niet onder door de rechtbank te stellen voorwaarden, bevrijd zal zijn van haar (eventuele) verbintenis jegens Verbeeten tot levering en plaatsing van meubilair c.a., alsmede dat de rechtbank Verbeeten veroordeelt in de kosten van het geding.

3.5. Verbeeten voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Ten aanzien van de gevorderde vervangende schadevergoeding

4.1. De kern van het geschil tussen partijen betreft het antwoord op de vraag of Verbeeten Oudheusden voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om eventuele gebreken met betrekking tot de overeengekomen levering en plaatsing van meubilair en apparatuur in de bedrijfsruimte van Verbeeten te herstellen.

Verbeeten beantwoordt deze vraag bevestigend met de stelling dat hij diverse brieven heeft gestuurd aan Oudheusden waarin hij heeft gesommeerd tot herstel van bepaalde gebreken over te gaan, en dat Oudheusden aan deze sommaties geen gehoor heeft gegeven.

Oudheusden neemt het standpunt in dat Verbeeten haar ten onrechte heeft belet om de situatie in de bedrijfsruimte in ogenschouw te nemen teneinde te kunnen bepalen welke concrete gebreken hersteld kunnen en dienen te worden, en voor wiens rekening dat dient te komen. Zij stelt dat dientengevolge aan de zijde van Verbeeten sprake is van schuldeisersverzuim.

4.2. De rechtbank stelt voorop dat een rechtsverhouding als de onderhavige de leverende partij verplicht om redelijkerwijs alles te doen wat noodzakelijk is om eventuele gebreken in de levering te herstellen. Anderzijds rust op degene aan wie de levering plaatsvindt, de verplichting om duidelijk te maken aan de wederpartij welke gebreken de betreffende leverantie vertoont, alsmede om redelijkerwijs alles te doen om de wederpartij in staat te stellen om de gebreken te herstellen.

4.3. De rechtbank constateert dat tussen partijen veelvuldig is gecorrespondeerd over gebreken in de door Oudheusden verrichte levering en plaatsing van meubilair en apparatuur in de bedrijfsruimte van Verbeeten. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de ingebrekestelling van 22 oktober 2008, waarbij Verbeeten Oudheusden gesommeerd heeft om binnen een bepaalde termijn de in die brief genoemde gebreken te herstellen. Bij brief van 13 november 2008 heeft Oudheusden daarop (onder meer) gereageerd door haar eerder gedane aanbod te herhalen (dat destijds door Verbeeten was aanvaard) om een schouwing te houden in de bedrijfsruimte van Verbeeten. Bij brief van 17 december 2008 heeft Verbeeten dit aanbod afgewezen, omdat Oudheusden voldoende mogelijkheden zou hebben gehad om de geconstateerde gebreken te inspecteren en op te lossen. Zij geeft aan dat, omdat Oudheusden geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de gebreken alsnog te herstellen, Verbeeten aanspraak maakt op vervangende schadevergoeding.

4.4. De rechtbank constateert voorts dat de gebreken die in de brief van 22 oktober 2008 door Verbeeten worden genoemd, niet, althans niet volledig overeenstemmen met de lijst met klachten die Verbeeten bij brief van 8 mei 2006 aan Oudheusden heeft toegezonden en met de actiepunten die zijn genoemd in het werkrapport van 29 augustus 2006. Oudheusden kan dan ook niet geacht worden op dat moment met al deze gebreken reeds bekend te zijn, en te begrijpen waar het om gaat. Daarbij komt dat ten aanzien van enkele klachten discussie mogelijk is over het antwoord op de vraag of die wel voor rekening en risico van Oudheusden komen, mede omdat de meubels inmiddels al meer dan 5 jaar in gebruik zijn en enkele gebreken dus ook gedurende die periode door (foutief) gebruik kunnen zijn ontstaan.

4.5. Gelet op de deels andere gebreken die in de brief van 22 oktober 2008 door Verbeeten werden gemeld aan Oudheusden, en het feit dat discussie mogelijk is over de vraag of bepaalde gebreken wel of niet voor rekening van Oudheusden dienen te komen, had Verbeeten Oudheusden redelijkerwijs in de gelegenheid moeten stellen om - voordat zij tot herstel van de gebreken zou overgaan - de gestelde gebreken ter plaatse te aanschouwen en te bespreken welke gebreken voor wiens risico zouden komen. Het stond Verbeeten dan ook niet vrij om het daartoe gedane aanbod van Oudheusden af te wijzen. Dit zou alleen anders kunnen zijn, indien Oudheusden zelf de eerder overeengekomen schouw (die zou plaatsvinden in september 2007) zou hebben afgezegd, en het (bij brief van 13 november 2008) door Oudheusden gedane aanbod daarom als een aanbod pro forma zou moeten worden aangemerkt. Oudheusden heeft evenwel in de stukken van de onderhavige procedure en de overgelegde producties (zie onder 2.13 en 2.15) telkens gemotiveerd aangegeven dat de schouw van juli 2007 was afgezegd door Verbeeten. Verbeeten heeft dit pas ter comparitie betwist en gesteld dat de schouw is afgezegd door Oudheusden. Een aanknopingspunt voor de juistheid van deze - overigens niet nader gemotiveerde - stelling is in de processtukken niet te vinden en valt bovendien niet te rijmen met de door zijn gemachtigde opgestelde brief van 24 januari 2008 (door hem overgelegd als onderdeel van productie 5), waarin deze aan Oudheusden schrijft:

“Deze schouwing is niet doorgegaan omdat partijen het erover eens waren dat het zinvol zou zijn indien beide partijen hun visie op de feiten uitgebreid schriftelijk zouden neerleggen onderbouwd met stukken.”

Gelet op deze zinsnede van deze brief kan de stelling van Verbeeten dat Oudheusden de schouwing van september 2007 heeft afgezegd, niet worden aanvaard.

De conclusie van het voorgaande is dat Verbeeten met haar weigering om mee te werken aan een schouwing door Oudheusden de nakoming door Oudheusden van haar verplichting tot herstel van de gebreken heeft verhinderd. Daardoor is zij ingevolge artikel 6:58 BW in schuldeisersverzuim geraakt.

4.6. Met de stelling dat Oudheusden door eerdere ingebrekestellingen al eerder in verzuim is gekomen met betrekking tot haar verplichting tot herstel, beoogt Oudheusden kennelijk te betogen dat zij dientengevolge niet in schuldeisersverzuim kan zijn geraakt. De rechtbank volgt Verbeeten hierin niet. De gebreken waarop Verbeeten haar vordering tot vervangende schadevergoeding baseert, zijn de gebreken die zijn vermeld in de ingebrekestelling van 22 oktober 2008. Zoals hiervoor reeds is overwogen, stemmen deze niet volledig overeen met eerder gemelde gebreken. Zoals hiervoor reeds geoordeeld is, was Verbeeten gehouden om Oudheusden in de gelegenheid te stellen deze gebreken te schouwen en over de financiële afwikkeling daarvan te overleggen. Deze ingebrekestelling heeft derhalve niet tot verzuim aan de zijde van Oudheusden geleid. Eventuele eerdere ingebrekestellingen kunnen daaraan niet afdoen, nu deze niet (geheel) dezelfde gebreken betroffen, gericht waren op andere rechtsgevolgen die uiteindelijk niet door Verbeeten zijn ingeroepen, en hebben geleid tot minnelijk overleg.

4.7. Het gevolg hiervan is dat Oudheusden met haar verplichting om eventuele gebreken te herstellen niet in verzuim is geraakt en derhalve niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. Dientengevolge komt Verbeeten geen aanspraak op vervangende schadevergoeding toe. De daartoe strekkende vordering dient dan ook te worden afgewezen.

Ten aanzien van de toegezegde creditering

4.8. Verbeeten heeft gesteld dat Oudheusden aan haar heeft toegezegd om Verbeeten te crediteren voor het meubilair dat niet aan Verbeeten is geleverd maar wel door haar is betaald. Het zou gaan om een houten driehoek met kabinet ter waarde van EUR 745,--, vier laden uit een meubel ter waarde van EUR 650,- en een kabinet met vier laden ter waarde van EUR 650,--.

4.9. Oudheusden ontkent uitdrukkelijk dat een dergelijke toezegging is gedaan, en stelt in dit kader onder meer dat de kleurstelling van de bestelde meubels de overgebleven meubels zeer incourant maakten.

4.10. De rechtbank constateert dat Oudheusden in haar e-mail van 15 juni 2006, overgelegd door Verbeeten als onderdeel van productie 4, uitgebreid in is gegaan op de stelling van Verbeeten dat van de zijde van Oudheusden een dergelijke toezegging zou zijn gedaan. In deze e-mail geeft Oudheusden reeds aan dat medewerkers van Oudheusden het doen van de betreffende toezegging ten zeerste ontkennen, alsmede dat het betreffende meubilair onverkoopbaar is, omdat het inmiddels vijf jaar oud is, een persoonlijke kleur heeft, en bestaat uit restanten die gecompleteerd zouden moeten worden om een poging tot verkoop te kunnen ondernemen. Niet gesteld of gebleken is dat Verbeeten op dit onderdeel van deze e-mail heeft gereageerd. Vooralsnog is derhalve het bestaan van een dergelijke toezegging niet komen vast te staan. Nu op Verbeeten de bewijslast rust terzake van het doen van de betreffende toezegging, had het - gelet op voormelde e-mail van Oudheusden en de vaagheid van de dagvaarding over de precieze omstandigheden met betrekking tot de totstandkoming van de toezegging - op de weg gelegen van Verbeeten om een voldoende concreet bewijsaanbod ten aanzien van het doen van de toezegging te doen. Nu Verbeeten dat heeft nagelaten, is voor bewijslevering op dit punt geen plaats, en dient de vordering te worden afgewezen.

4.11. Verbeeten zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Oudheusden worden begroot op:

- vast recht EUR 525,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.683,00

in reconventie

4.12. Ter onderbouwing van haar vordering in reconventie heeft Oudheusden gesteld dat Verbeeten in schuldeisersverzuim verkeert en dat Oudheusden vijf jaar nadat zij de betreffende leveranties aan Verbeeten heeft gedaan en vergeefse inspanningen heeft verricht om de zaak naar tevredenheid van Verbeeten op te leveren, recht en belang heeft bij duidelijkheid over het voortbestaan van haar verplichtingen jegens Verbeeten.

4.13. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:60 BW kan de rechter, indien de schuldeiser in verzuim verkeert, op vordering van de schuldenaar bepalen dat deze van zijn verbintenis bevrijd zal zijn, al dan niet onder door hem te stellen voorwaarden.

4.14. De rechtbank is van oordeel dat Oudheusden zich voldoende bereidwillig heeft opgesteld om de gebreken van Verbeeten op te lossen. Doordat Verbeeten uiteindelijk niet mee wil werken aan een schouwing van de gestelde gebreken, is zij, zoals in conventie reeds is overwogen, in schuldeisersverzuim komen te verkeren. Gelet op het feit dat levering en installatie van het meubilair en de apparatuur, waarop de betreffende gebreken zien, reeds meerdere jaren geleden heeft plaatsgevonden, heeft Oudheusden er naar het oordeel van de rechtbank recht op en belang bij dat haar duidelijkheid wordt verschaft over het blijven voortbestaan van de verplichting tot het verrichten van herstelwerkzaamheden. De vordering die strekt tot het bepalen dat Oudheusden van zijn verbintenissen terzake van levering en plaatsing van het meubilair en de apparatuur bevrijd zal zijn, is dan ook in beginsel toewijsbaar. Nu niet kan worden uitgesloten dat dit vonnis voor Verbeeten aanleiding zal zijn om alsnog haar medewerking aan de schouwing door Oudheusden te verlenen, zal aan die vordering wel de voorwaarde worden verbonden dat Verbeeten niet binnen drie maanden na de datum van dit vonnis alsnog de medewerking aan de schouwing verleent.

4.15. Aangezien de vordering een declaratoir karakter heeft, is uitvoerbaar bij voorraadverklaring daarvan niet mogelijk.

4.16. Verbeeten zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Oudheusden worden begroot op:

- salaris advocaat EUR 579,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 579,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Verbeeten in de proceskosten, aan de zijde van Oudheusden tot op heden begroot op EUR 1.683,00,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4. bepaalt dat Oudheusden van zijn verbintenissen terzake van levering en plaatsing van het meubilair en de apparatuur aan Verbeeten bevrijd is, tenzij Verbeeten binnen drie maanden na heden alsnog zijn medewerking aan de door Oudheusden gewenste schouwing verleent,

5.5. veroordeelt Verbeeten in de proceskosten, aan de zijde van Oudheusden tot op heden begroot op EUR 579,00,

5.6. verklaart onderdeel 5.5 van dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.H. van Driel van Wageningen en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2011.?