Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1900

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-01-2011
Datum publicatie
25-01-2011
Zaaknummer
298629 / HA ZA 10-2708
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ingevolge artikel 32 juncto artikel 40 WTBZ worden geschillen over de hoogte van het door een advocaat aan zijn cliënt in rekening gebracht salaris bij uitsluiting van de burgerlijke rechter beslist door de Raad van Toezicht. De rechtbank constateert dat de per 1 november 2010 in werking getreden Wet griffierechten in burgerlijke zaken (WGBZ) deze bepalingen niet heeft doen vervallen (zie artikel 31 WGBZ). Nu het verweer van gedaagde ten aanzien van de het in casu gevorderde bedrag de hoogte van de door eiseres toegezonden declaratie betreft, is de burgerlijke rechter niet bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen. De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector Civiel

zaaknummer / rolnummer: 298629 / HA ZA 10-2708

Vonnis van 19 januari 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHRAVENMADE B.V.,

gevestigd te Maarssen,

eiseres,

advocaat mr. H.Th. Schravenmade te Maarssenbroek,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het tegen gedaagde verleende verstek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

2.1. Voor de vordering en de feiten wordt verwezen naar de aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

2.2. Ingevolge artikel 32 juncto artikel 40 WTBZ worden geschillen over de hoogte van het door een advocaat aan zijn cliënt in rekening gebracht salaris bij uitsluiting van de burgerlijke rechter beslist door de Raad van Toezicht. De rechtbank constateert dat de per 1 november 2010 in werking getreden Wet griffierechten in burgerlijke zaken (WGBZ) deze bepalingen niet heeft doen vervallen (zie artikel 31 WGBZ).

2.3. Nu het verweer van gedaagde ten aanzien van de het in casu gevorderde bedrag de hoogte van de door eiseres toegezonden declaratie betreft, is de burgerlijke rechter niet bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen. De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren.

2.4. Gedaagde is in deze procedure niet verschenen, zodat zij geen proceskosten heeft gemaakt. Er zal derhalve geen proceskostenveroordeling worden uitgesproken.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. verklaart zich onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2011.?