Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9867

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-11-2010
Datum publicatie
05-01-2011
Zaaknummer
16-440541-10 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ontneming; wederrechtelijk verkregen voordeel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/440541-10 (ontneming)

beslissing van de rechtbank d.d. 30 november 2010

in de ontnemingszaak tegen

[verdachte],

geboren 1959 te [geboorteplaats],

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- het strafdossier onder parketnummer 16/440541-10 waaruit blijkt dat veroordeelde op 30 november 2010 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Utrecht is veroordeeld

terzake van het medeplichtig zijn aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, tot de in die uitspraak vermelde straf;

- het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting;

- de overige stukken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.

De veroordeelde is behoorlijk opgeroepen naar niet ter terechtzitting verschenen.

2 De beoordeling

Dat veroordeelde op een tijdstip in de periode van 2 juni 2009 tot en met 11 augustus 2009 te Vianen opzettelijk behulpzaam is geweest, door voor onbekend gebleven persoon/personen, werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de teelt/het kweken van hennep, blijkt uit de inhoud van de bewijsmiddelen opgenomen in het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Utrecht van 30 november 2010.

Veroordeelde heeft verklaard dat ‘[A]’ hem geen geld heeft betaald voor het helpen in de kwekerij. Gelet op de inhoud van het procesdossier kan niet worden vastgesteld dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De rechtbank zal derhalve de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen.

3 De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie d.d. 25 oktober 2010, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.

Deze beslissing is gegeven door mr. A. Wassing, voorzitter, mr. J. Ebbens en mr. S. Wijna, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.J. Reitsma en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 november 2010.