Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9851

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-11-2010
Datum publicatie
05-01-2011
Zaaknummer
16/440542-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

in vereniging kweken danwel aanwezig hebben van hennep; diefstal van elektriciteit door middel van braak; opzet van verdachte op medeplegen of medeplichtigheid; onvoldoende toezicht houden; huurder; onderhuurder; NJ 2010,335; NJ 2010,336; NJ 2010,337; HR

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/440542-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 november 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1973] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], aan de [adres],

overigens niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 november 2010. Tegen de verdachte is verstek verleend. De officier van justitie heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair en subsidiair: zich in vereniging schuldig heeft gemaakt aan het kweken van hennep, dan wel het aanwezig hebben van die hennep;

Feit 2: diefstal van elektriciteit in vereniging door middel van braak heeft gepleegd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen de onder feit 1 primair en onder feit 2 tenlastegelegde feiten en baseert zich daarbij op het volgende. Verdachte is huurder van het pand [adres] te Vianen. Verdachte heeft nagelaten concrete gegevens te verstrekken over degene aan wie hij het pand zou hebben onderverhuurd. Dit in samenhang bezien met de verklaring van de eigenaar van het pand en de onregelmatige en contante betalingen van de huur van het pand door verdachte aan de eigenaar maken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

4.2 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Op 11 augustus 2009 is in een loods aan de [adres] te Vianen een hennepkwekerij aangetroffen met 2400 planten. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij het betreffende pand heeft gehuurd van eigenaar[eigenaar] en dat hij het pand deels heeft gebruikt voor de opslag van sambal. Daarnaast heeft verdachte een deel van het pand onderverhuurd, met toestemming van voornoemde [eigenaar], aan ene [onderhuurder]. Verdachte heeft verklaard dat hij zich niet heeft beziggehouden met het kweken van hennep en dat hij ook niets heeft geroken in het pand.

De rechtbank overweegt dat de opzet van verdachte op het medeplegen of de medeplichtigheid aan de hennepteelt respectievelijk de aanwezigheid van hennep niet kan worden bewezen. Uit de omstandigheid dat verdachte niet heeft kunnen of willen overleggen de concrete gegevens van de beweerdelijke onderhuurder van het pand aan de [adres] te Vianen en uit de omstandigheid dat verdachte wellicht onvoldoende toezicht heeft gehouden op de activiteiten die in het pand zijn verricht, kan niet de conclusie worden getrokken dat verdachte het bedoelde opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin. De rechtbank verwijst hierbij naar arresten van de Hoge Raad van 3 november 2009

(NJ 2010,335 en NJ 2010,336) en 17 november 2009 (NJ 2010,337).

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.

Feit 2

Nu niet is komen vast te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen danwel het medeplichtig zijn aan de hennepteelt respectievelijk de aanwezigheid van die hennep, en in die hoedanigheid niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het wegnemen van elektriciteit, en er ook overigens geen bewijs voor handen is dat verdachte een hoeveelheid elektriciteit heeft weggenomen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook van dit feit dient te worden vrijgesproken.

5 De benadeelde partij

De benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. vordert een schadevergoeding van

€ 14.060,83 voor feit 2.

De rechtbank overweegt dat verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en onder 2 tenlastegelegde feiten;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij Stedin Netbeheer N.V. niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Wassing, voorzitter, mr. J. Ebbens en mr. S. Wijna, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Reitsma, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 november 2010.