Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7229

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
14-12-2010
Zaaknummer
16-072074-97
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verlenging TBS, twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/072074-97

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats], in het jaar 1969,

thans verblijvende in de Dr. S. van Mesdagkliniek te Groningen,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1. De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- een afschrift van het vonnis van deze rechtbank van 25 november 1997, waarbij [verdachte] (hierna: [verdachte]) ter beschikking werd gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege, welke ter beschikkingstelling is ingegaan op 10 december 1997;

- de beslissing van deze rechtbank van 16 december 2008, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd voor de duur van twee jaar;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 20 oktober 2010, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [verdachte] met twee jaar;

- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [verdachte] over de periode van maart 2009 tot mei 2010;

- het rapport van de Dr. S. van Mesdagkliniek d.d. 28 september 2010, opgemaakt door K. Koster, Gz-psycholoog, E.A.M. Kouwert, psychiater, en H.J. Beintema, psychiater en plaatsvervangend hoofd van de inrichting, waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld om de terbeschikkingstelling van [verdachte] met twee jaren te verlengen.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 26 november 2010, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, [verdachte], diens raadsman, mr. E.N. Bouwman, advocaat te Zwolle, en de deskundige K. Koster, namens de Dr. S. van Mesdagkliniek.

2. De beoordeling

Voormeld advies van de Dr. S. van Mesdagkliniek d.d. 28 september 2010 houdt onder meer het volgende in:

Betrokkene lijdt aan schizofrenie van het paranoïde type. Er is sprake van een therapieresistente psychose, dat wil zeggen dat het psychotisch toestandsbeeld altijd in meer of mindere mate aanwezig zal zijn. De behandeling bestaat uit medicatie, een gestructureerd dagprogramma en goede begeleiding. Verdere delictgerelateerde behandeling is vanwege betrokkenes beperkte draagkracht en therapieresistente psychose niet meer aan de orde; het plafond is bereikt.

In maart 2009 vond er een wijziging in de medicatie van betrokkene plaats. Hierdoor ontregelde betrokkene en werd hij steeds psychotischer.

Uiteindelijk heeft dit ertoe geleid dat hij een sociotherapeute met een broodmes heeft gestoken. Het beeld is verbeterd in het afgelopen jaar, maar symptoomvrij is betrokkene niet.

Het risico op recidive bij onvoorwaardelijk ontslag op dit moment wordt als hoog ingeschat. Betrokkene zal langdurige begeleiding nodig hebben. In verband met zijn beperkte plafondniveau wordt toegewerkt naar een plaatsing op een klinische forensische woonsetting.

De periode die nodig is om tot een verantwoorde uitstroom zonder tbs maatregel te komen bedraagt zeker meer dan twee jaar.

De rechtbank heeft kennis genomen van het standpunt van de deskundige Koster, afgelegd ter zitting. Dit houdt -zakelijk weergegeven- onder meer in:

Voor [verdachte] geldt dat het niet lukt om met medicatie volledig symptoomvrij te worden. We werken op termijn toe naar een verblijf op een longcare-afdeling binnen een forensisch psychiatrische afdeling of een forensisch psychiatrische kliniek. Daarvoor is nodig dat betrokkene in aanmerking komt voor onbegeleid verlof. In september 2010 is een aanvraag om begeleid verlof afgewezen. Binnen vier maanden vragen we opnieuw begeleid verlof aan. De dosering van de medicatie is opgehoogd. We merken hiervan dat [verdachte] tevreden is met de medicatie. [verdachte] werkt nu op een fietsenwerkplaats. Hij heeft het hier erg naar zijn zin en wordt hier gewaardeerd.

De raadsman heeft ter zitting -zakelijk weergegeven- het volgende aangevoerd:

Cliënt wil graag naar buiten om de zon te voelen schijnen. Personen met een niet-

Nederlandse achtergrond hebben het extra zwaar tijdens de terbeschikkingstelling.

Cliënt is niet meer behandelbaar. De kracht wordt gezocht in de medicijnen. Er

moet in de komende periode nog veel gebeuren. Het is met het uitzicht op een

verblijf in de longcare-afdeling goed dat we een ruime periode nemen. Dit is ook ter

bescherming van cliënt zelf, zijn familie en de maatschappij. We moeten er niet aan

denken dat er weer een soortgelijk feit wordt gepleegd. Ik refereer me aan het

oordeel van uw rechtbank.

[verdachte] heeft -kort gezegd- ter zitting het volgende verklaard:

Mijn situatie is wisselend. Het werken met de fietsen gaat goed. Wat K. Koster heeft verteld, klopt. Hij weet hoe ik denk. Ik ben niet ziek. Soms maak ik fouten, zonder dat echt te weten. Ik hoor stemmen. Ik neem nu mijn medicijnen goed in. Hier wil ik mee door blijven gaan.

Gelet op de rapportage van de inrichting en de toelichting van de deskundige is de rechtbank van oordeel dat de ziekelijke stoornis van de geestvermogens bij [verdachte] en het daarmee samenhangende gevaar voor recidive van een misdrijf gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van anderen nog in die mate aanwezig zijn dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen vereist dat de terbeschikkingstelling van [verdachte] wordt verlengd.

Door de inspanningen van de kliniek en die van betrokkene gaat het de laatste tijd beter met hem. Niet kan echter worden verwacht dat de verbetering binnen 2 jaar zodanig zal blijken te zijn dat reeds voor die tijd een wijziging van het huidige rechtsregime aan de orde zou kunnen zijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een verlenging met twee jaren noodzakelijk is.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

3. De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] met TWEE JAREN.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, voorzitter, mr. A. Kuijer en

mr. M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.F.R. Storij en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 26 november 2010.