Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO6956

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-10-2010
Datum publicatie
10-12-2010
Zaaknummer
290814 / HA ZA 10-1689
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidenteel vonnis over vordering ex art. 843a Rv. Vordering gedeeltelijk toegewezen omdat de gevraagde stukken relevant kunnen zijn voor het onderbouwen van de vordering in de hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

290814 / HA ZA 10-168913 oktober 2010

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 290814 / HA ZA 10-1689

Vonnis in incident van 13 oktober 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEHAPE B.V.,

gevestigd te 's-Gravenmoer, gemeente Dongen,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.N.A. Kilian te Tilburg,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JADE BEHEER B.V.,

gevestigd te Bosch en Duin, gemeente Zeist,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

gedaagden in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. R.F.K. Visser te Bosch en Duin, gemeente Zeist.

Eiseres zal hierna Gehape genoemd worden. Gedaagden zullen afzonderlijk worden aangeduid als Jade en [gedaagde sub 2] en gezamenlijk als Jade c.s.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 3 juli 2010 tevens houdende de incidentele vordering tot overlegging van bescheiden op grond van artikel 843a Rv.; en

de memorie van antwoord in het incident ex art. 843a Rv.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Gehape vordert dat Jade c.s. worden veroordeeld tot het overleggen van stukken. Tot die stukken behoren onder meer de jaarstukken, dividendnota's, dividendbesluiten en rekening-courantoverzichten van Jade en haar dochtermaatschappijen en de salarisspecificaties en de arbeids- of managementovereenkomst van [gedaagde sub 2]. Jade c.s. voeren verweer.

2.2. Ter onderbouwing van haar vordering stelt Gehape het volgende. In 2000 heeft Gehape de aandelen in B.M. Gelton Electronics B.V. verkocht en overgedragen aan Jade. Ter financiering van de koopsom is een overeenkomst gesloten (hierna: de overeenkomst), op grond waarvan Gehape een lening aan Jade heeft verstrekt (hierna: de lening). Daarbij is afgesproken dat de lening zou worden afgelost in termijnen van aanvankelijk NLG 25.000 per kwartaal, later EUR 4.500 per maand (hierna: de aflossingstermijnen). Jade heeft niet alle aflossingstermijnen betaald, zodat de hoofdsom direct opeisbaar is geworden en Jade een bedrag van EUR 175.976,30 verschuldigd is. Voorts heeft [gedaagde sub 2], die bestuurder van Jade is, onrechtmatig gehandeld jegens Gehape.

2.3. Jade c.s. hebben onder meer de volgende verweren opgeworpen. De vordering tot overlegging van stukken komt neer op een 'fishing expedition', in die zin dat Gehape niet toelicht op welke manier de gevraagde stukken bewijs kunnen leveren van haar stellingen. Verder heeft Gehape de stukken onvoldoende omschreven, bestaan sommige stukken niet en hebben Jade c.s. andere stukken niet meer in hun bezit. Bovendien bevatten de stukken, afgezien van de jaarstukken, vertrouwelijke informatie en is overlegging van de stukken in deze zaak niet nodig voor een behoorlijke rechtsbedeling.

Bepaalde bescheiden

2.4. De rechtbank stelt voorop dat aan vier vereisten moet zijn voldaan voordat Gehape aan artikel 843a Rv. een recht op overlegging van stukken kan ontlenen:

- bepaalde bescheiden;

- rechtmatig belang;

- bescheiden van degene die ze tot zijn beschikking of onder zijn berusting heeft;

- aangaande een rechtsbetrekking waarbij Gehape partij is.

2.5. Ten aanzien van een deel van de stukken is niet voldaan aan het vereiste van 'bepaalde bescheiden'. Dat geldt in de eerste plaats voor de arbeids- c.q. managementovereenkomst – zowel die met Jade en als die met haar dochtermaatschappijen – omdat door Jade c.s. is aangevoerd dat een dergelijke schriftelijke overeenkomst niet bestaat. Datzelfde geldt voor de dividendbesluiten en dividendnota's, aangezien Jade c.s. hebben gesteld dat er nooit dividend is uitgekeerd, zodat dergelijke besluiten en nota's niet bestaan. De rechtbank zal de vordering tot overlegging van deze stukken daarom afwijzen.

2.6. Voor de rekening-courantoverzichten geldt ook dat niet aan het vereiste van bepaalde bescheiden is voldaan. Gehape vordert immers overlegging van 'rekening-courantoverzichten van Jade en haar dochtermaatschappijen', zonder toe te lichten welke stellingen aan de hand daarvan kunnen worden onderbouwd. Zij licht ook niet toe op welke periode deze overzichten betrekking dienen te hebben. Ook de vordering tot overlegging van rekening-courantoverzichten zal daarom worden afgewezen.

2.7. Verder werpen Jade c.s. het verweer op dat de jaarstukken door Gehape te vaag zijn omschreven. Zij voeren aan dat Gehape niet toelicht welke dochtermaatschappijen zij bedoelt en per welke datum moet worden beoordeeld of een vennootschap een dochtermaatschappij van Jade c.s. is, en stellen dat bepaalde vennootschappen pas veel later dan 2000 zijn opgericht. Ook wijzen zij erop dat Gehape niet toelicht wat met de term 'jaarstukken' wordt bedoeld.

2.8. De rechtbank overweegt als volgt.

2.9. Ten eerste constateert de rechtbank een verschrijving in de naam van een van de vennootschappen. Op p. 5 van de dagvaarding wordt Telenot Electronics B.V. vermeld, onder verwijzing naar een uittreksel uit het handelsregister van de vennootschap TELENOT Electronic B.V. dat als productie 6 is overgelegd. De rechtbank neemt aan dat Gehape met haar stellingen over Telenot Electronics B.V. heeft beoogd te verwijzen naar de in dit uittreksel bedoelde vennootschap, die hierna als Telenot zal worden aangeduid.

2.10. Ten tweede constateert de rechtbank dat Gehape, in haar lijst van over te leggen stukken, niet heeft toegelicht van welke dochtermaatschappijen de jaarstukken moeten worden overgelegd en wat de peildatum is voor de vraag of een vennootschap een dochtermaatschappij is van Jade. Daar staat tegenover dat Gehape in haar stellingen over het handelen van [gedaagde sub 2] slechts twee dochtermaatschappijen heeft vermeld, te weten B.M. Gelton Electronics B.V. (die haar naam later heeft gewijzigd in Jade Electronics B.V., hierna: Jade Electronics) en Telenot. Ten aanzien van Jade Electronics en Telenot verbindt Gehape alleen rechtsgevolgen aan het handelen van [gedaagde sub 2] in de periode dat ze een dochtermaatschappij van Jade waren. De rechtbank neemt dan ook aan dat Gehape heeft bedoeld de overlegging te vorderen van de jaarstukken van Jade, Jade Electronics en Telenot en dat de jaarstukken van Jade Electronics en Telenot alleen dienen te worden overgelegd over de jaren waarin zij een dochtermaatschappij van Jade zijn geweest. Daarmee is het, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende duidelijk op welke vennootschappen de vordering ziet.

2.11. Het verweer dat het niet duidelijk is wat met 'jaarstukken' wordt bedoeld, wordt verworpen. Uit de formulering 'jaarstukken (…) in de periode 2000 tot en met de laatst vastgestelde jaarrekening' leidt de rechtbank af dat Gehape doelt op de jaarrekening die door deze vennootschappen in elk van de relevante jaren is vastgesteld. De rechtbank neemt daarbij aan dat onder 'jaarstukken' wordt verstaan de jaarrekening in de zin van artikel 2:361 lid 1 BW; dat is de enkelvoudige jaarrekening bestaande uit de balans en de winst- en verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening in het geval dat een van deze vennootschappen een geconsolideerde jaarrekening heeft opgesteld.

2.12. Ten slotte is de vordering tot overlegging van salarisspecificaties naar het oordeel van de rechtbank voldoende specifiek. Gehape vermeldt in het petitum weliswaar niet welke salarisspecificaties zij bedoelt, maar uit haar stellingen volgt dat zij doelt op de specificaties van het salaris dat [gedaagde sub 2], als bestuurder van Jade, heeft ontvangen na de overname van Jade Electronics. Aangezien Gehape alleen stelt dat deze overname in 2000 heeft plaatsgevonden, zonder de precieze datum te vermelden, zal de rechtbank deze vordering in die zin opvatten dat ze strekt tot overlegging van de salarisspecificaties die [gedaagde sub 2] van Jade heeft ontvangen vanaf 1 januari 2001 tot aan de dag van dagvaarding (3 juli 2010).

2.13. Gezien het voorgaande zal de vordering tot overlegging van de arbeids- c.q. managementovereenkomst, de dividendbesluiten en dividendnota's en de rekening-courantoverzichten worden afgewezen. Voor de overige stukken – de jaarrekeningen en de salarisspecificaties – geldt dat wèl aan het vereiste van 'bepaalde bescheiden' is voldaan. In het navolgende zal de rechtbank daarom beoordelen of, voor wat betreft de jaarrekeningen en de salarisspecificaties, ook aan de overige vereisten van artikel 843a Rv. is voldaan.

Rechtmatig belang

2.14. De rechtbank stelt voorop dat een rechtmatig belang aanwezig is als de gevraagde bescheiden relevant zijn voor het bepalen door de verzoekende partij van haar rechtspositie. Wordt het verzoek in een gerechtelijke procedure gedaan, dan is onder meer aan deze eis voldaan als de bescheiden van belang zijn voor het onderbouwen van een niet op voorhand kansloze vordering of kansloos verweer (vergelijk rechtbank Utrecht 12 september 2007, JOR 2007, 265).

2.15. Gehape heeft Jade c.s. aansprakelijk gesteld voor de schade die zij lijdt doordat Jade tekortschiet in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst. Zij heeft deze aansprakelijkheid, voor zover het [gedaagde sub 2] betreft, gegrond op onrechtmatige daad. Ter onderbouwing heeft zij onder meer gesteld dat er sprake was van betalingsonwil, in die zin dat [gedaagde sub 2] op geen enkele wijze bereid is geweest ervoor zorg te dragen dat Jade de lening afloste, en voorts dat de wanbetaling in de hand is gewerkt doordat de managementvergoeding van [gedaagde sub 2] te hoog was, zeker in de periode waarin het bedrijf van Jade en haar dochtermaatschappijen slecht liep.

2.16. De rechtbank is van oordeel dat deze vordering niet op voorhand kansloos is, gelet op de in r.o. 2.15 vermelde gronden en de rechtspraak over de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders. In de rechtspraak is immers de maatstaf aanvaard dat de persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder kan worden aangenomen wanneer de bestuurder wist of redelijkerwijze had moeten weten dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat zij haar verplichtingen niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor schade (vergelijk Hoge Raad 8 december 2006, NJ 2006, 659).

2.17. In dit verband voeren Jade c.s. aan dat Gehape niet toelicht op welke manier de stukken bewijs kunnen leveren van haar stellingen. Dit verweer faalt. Gelet op hetgeen in r.o. 2.15 en 2.16 is overwogen, volgt uit de stellingen van Gehape wel degelijk dat de gevraagde jaarrekeningen en salarisspecificaties van belang kunnen zijn voor het onderbouwen van haar stellingen. De jaarrekeningen geven immers een beeld van de financiële positie van Jade en haar dochtermaatschappijen in de jaren na 2000, zodat ze kunnen dienen ter onderbouwing van de stelling dat het uitblijven van betaling door Jade te wijten is aan betalingsonwil. Voorts is het aannemelijk dat de salarisspecificaties duidelijkheid kunnen geven over het bedrag van de managementvergoeding die van tijd tot tijd aan [gedaagde sub 2] is betaald en over de vraag of deze vergoeding, gelet op de financiële positie van Jade en haar dochtermaatschappijen, al dan niet te hoog was.

Bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarbij Gehape partij is

2.18. De rechtbank constateert dat is voldaan aan het vereiste dat de gevraagde bescheiden betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij de Gehape partij is. Uit de stellingen van Gehape volgt immers dat zij haar vordering mede baseert op een onrechtmatige daad van [gedaagde sub 2] jegens Gehape, terwijl Jade c.s. op dit punt geen verweer hebben gevoerd.

Bescheiden van degene die de bescheiden tot zijn beschikking of onder zijn berusting heeft

2.19. Ten slotte geldt het vereiste dat Jade c.s. de gevraagde stukken tot hun beschikking of onder hun berusting hebben. De rechtbank begrijpt de stellingen van Gehape in die zin dat Jade c.s. deze stukken hetzij in hun bezit hebben, hetzij het recht hebben ze door een derde aan hen te doen verstrekken. Verder constateert de rechtbank dat Jade c.s. op dit punt geen verweer hebben gevoerd, zodat ook aan dit vereiste is voldaan.

Vertrouwelijkheid

2.20. Volgens Jade c.s. hebben de stukken een vertrouwelijk karakter. Zij stellen dat Gehape de onderneming van Jade Electronics van de curator heeft gekocht en dat zij nu tracht Jade en [gedaagde sub 2] 'in de markt te beschadigen'; van Gehape valt daarom geen vertrouwelijke behandeling van de stukken te verwachten.

2.21. Naar het oordeel van de rechtbank brengt deze omstandigheid in het voorgaande slechts gedeeltelijk verandering.

2.22. Ten eerste erkennen Jade c.s. zelf dat de jaarrekeningen geen vertrouwelijke informatie bevatten. Dat sommige stukken vertrouwelijk zijn, is dus geen grond voor afwijzing voor de vordering tot overlegging van de jaarrekeningen.

2.23. Ten tweede kan, voor wat betreft de salarisspecificaties, het belang van Jade c.s. bij geheimhouding ook op andere wijze worden beschermd dan door het afwijzen van de vordering of door inzage te geven aan een onpartijdige derde. Dat belang kan ook worden beschermd door, aan het verstrekken van afschriften van de salarisspecificaties, de beperking te verbinden dat deze door Jade c.s. onleesbaar mogen worden gemaakt, voor zover dat absoluut noodzakelijk is ter bescherming van dit belang. Als uitgangspunt geldt daarbij dat op ieder afschrift zichtbaar moet blijven op welke periode de specificatie betrekking heeft en welk bedrag aan salaris over die periode aan [gedaagde sub 2] is uitbetaald. Met deze beperking is het belang van Jade c.s. bij geheimhouding voldoende beschermd.

Behoorlijke rechtsbedeling zonder overlegging van stukken

2.24. Voorts stellen Jade c.s. dat het overleggen van deze stukken niet nodig is voor een behoorlijke rechtsbedeling, omdat zij in de hoofdzaak bewijsstukken zullen overleggen en de rechtbank hun zo nodig een bewijsopdracht kan geven. Zij doen daarmee een beroep op de uitzonderingsbepaling van artikel 843a lid 4 BW, waarin is neergelegd dat niet aan de vordering tot overlegging behoeft te worden voldaan, wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtspleging ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens gewaarborgd is.

2.25. De rechtbank overweegt als volgt. Uit dit verweer van Jade c.s. volgt niet dat het produceren van bewijsstukken door Jade c.s. een goed alternatief is. De vordering strekt immers tot het overleggen van stukken die gegevens bevatten waarmee Gehape haar stellingen kan onderbouwen. Zonder nadere toelichting, die echter ontbreekt, is het niet aannemelijk dat die gegevens ook te ontlenen zijn aan de bewijsstukken die Jade c.s. zullen overleggen. Jade c.s. zijn immers gedaagde in de hoofdzaak en dragen daardoor niet de bewijslast voor de stellingen van Gehape. Gelet daarop wordt dit verweer verworpen.

Termijn voor het overleggen van stukken; dwangsom

2.26. Gehape vordert Jade c.s. te veroordelen tot overlegging van de stukken binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Jade c.s. hebben als verweer aangevoerd dat het verzamelen van de stukken via een accountant zal moeten geschieden en dat daarom een termijn van ten minste twee maanden op zijn plaats is.

2.27. Naar het oordeel van de rechtbank is een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis te kort voor het overleggen van de jaarrekeningen en salarisspecificaties, gelet op de lange periode waarop deze stukken betrekking hebben en het feit dat de stukken mogelijk met hulp van een accountant moeten worden verzameld. Anderzijds hebben Jade c.s. rekening moeten houden met de mogelijkheid dat deze vordering zou worden toegewezen. De rechtbank zal daarom een termijn bepalen van vier weken na betekening van het vonnis.

2.28. Voorts vordert Gehape dat Jade c.s. worden veroordeeld tot overlegging van stukken op straffe van een dwangsom van EUR 1.000 per dag dat zij niet aan deze veroordeling voldoen. Jade c.s. hebben daartegen aangevoerd dat deze vordering moet worden afgewezen, omdat Gehape de gevraagde stukken onduidelijk heeft omschreven en dat dit makkelijk tot discussies en misbruik van de dwangsom kan leiden.

2.29. Dit verweer faalt. Hiervoor is gebleken dat de vordering tot overlegging alleen toewijsbaar is ten aanzien van de jaarrekeningen en de salarisspecificaties. Gelet op hetgeen in overwogen in r.o. 2.8 tot en met 2.12 hiervoor, is het voldoende duidelijk welke stukken hiermee worden bedoeld. Dat er makkelijk discussies kunnen ontstaan over de vraag welke stukken moeten worden overgelegd, met misbruik van de dwangsom tot gevolg, is dus niet gebleken. Wel zal de dwangsom op de in het dictum weergegeven wijze worden gematigd en aan een maximum gebonden.

2.30. Jade c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het incident. De kosten aan de zijde van Gehape in het incident worden begroot op:

- salaris advocaat EUR 452,00 (1,0 punt × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR  452,00

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. veroordeelt Jade c.s. om binnen vier weken na betekening van dit vonnis een afschrift van de volgende stukken aan Gehape te verstrekken:

a. de vastgestelde jaarrekeningen van Jade, Jade Electronics en Telenot over de periode vanaf 2000 tot aan de laatst vastgestelde jaarrekening, met dien verstande dat Jade Electronics en Telenot alleen hun jaarrekening dienen over te leggen over de jaren waarin zij een dochtermaatschappij van Jade waren; en

b. de specificaties van het salaris dat [gedaagde sub 2], als bestuurder van Jade, heeft ontvangen in de periode van 1 januari 2001 tot en met 3 juli 2010;

3.2. bepaalt dat Jade c.s. gerechtigd zijn de afschriften van de in r.o. 3.1 onder b bedoelde specificaties onleesbaar te maken op de in r.o. 2.23 omschreven wijze;

3.3. bepaalt dat Jade c.s. een dwangsom verbeuren van EUR 250,00 per dag voor iedere dag dat zij in gebreke blijven aan het in r.o. 3.1 bepaalde te voldoen, tot een maximum van EUR 5.000,00;

3.4. veroordeelt Jade c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Gehape tot op heden begroot op EUR 452,00;

3.5. verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; en

3.6. wijst het meer of anders gevorderde af;

in de hoofdzaak

3.7. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 november 2010 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2010. DG