Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO5052

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
25-11-2010
Zaaknummer
16/601270-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak diefstal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/601270-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 november 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1971] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in de P.I.V. HvB Nieuwersluis, locatie Nieuwersluis

raadsman mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 november 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een tas met daarin onder meer € 30.000,00 heeft gestolen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op de aangifte, de verklaring van getuige [getuige 1], de verklaring van getuige [getuige 2] en de door de politie uitgekeken camerabeelden.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij -kort en zakelijk weergegeven- op het volgende. De verdediging heeft getuige [getuige 1] niet kunnen horen. De bewezenverklaring moet dan in belangrijke mate steun vinden in andersoortig bewijsmateriaal.

Dit materiaal is echter niet voorhanden omdat de verklaring van getuige [getuige 2] niet redengevend is voor de bewezenverklaring en de camerabeelden niets meer zeggen dan dat verdachte zich op de plaats delict bevond.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel, evenals de verdediging, dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en zal haar dan ook van dit feit vrijspreken.

5 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert € 30.680,00 aan schade.

5.1 Het standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Nu verdachte voor ten laste gelegde feit wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. J. Ebbens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.F.R. Storij, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 november 2010.