Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4921

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-11-2010
Datum publicatie
24-11-2010
Zaaknummer
16-070179-96
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verlengt de termijn van terbeschikkingstelling van betrokkene voor de tijd van TWEE JAREN.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/070179-96

Datum uitspraak: 19 november 2010

Beslissing op de vordering tot verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement d.d. 27 september 2010, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 27 september 2010, strekkende tot verlenging met twee jaren van de termijn van de terbeschikkingstelling van:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1964],

thans verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Kliniek Veldzicht te Balkbrug

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder:

- een afschrift van het vonnis van deze rechtbank van 10 oktober 1996, waarbij [verdachte] voornoemd ter beschikking werd gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 25 oktober 1996;

- de beslissing van deze rechtbank van 22 oktober 2008, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd voor de duur van twee jaren;

- het door P. Bakx, 1e geneeskundige, en J.B. Blekkink, algemeen directeur van de inrichting, FPC Veldzicht, uitgebrachte advies d.d. 26 augustus 2010, strekkende tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren, alsmede de daarbij overgelegde wettelijke aantekeningen voor de periode 4 juli 2001 tot en met 16 augustus 2010.

- de in artikel 509o, tweede lid onder 2 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde wettelijke aantekeningen

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 5 november 2010, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, [verdachte] voornoemd, de raadsman mr. M.Th.M. Zumpolle, advocaat te Utrecht, en de getuige-deskundige mw. A. Hertig, hoofdbehandelaar.

OVERWEGINGEN:

Voormeld advies d.d. 26 augustus 2010 houdt onder meer het volgende in:

Betrokkene verblijft thans op de longstay-afdeling van FPC Veldzicht. Tot aan de plaatsing op deze afdeling was er in het behandelverloop geen substantiële winst geboekt. Sinds het verblijf van betrokkene op de longstay-afdeling is wel sprake van een relatief gestabiliseerde situatie. Haar kernproblematiek blijft echter onverminderd bestaan. Haar functioneren laat zien dat zij het beste gedijt op de voorspelbare structuur van een afdeling zonder (behandel)druk. Ze is zeer gevoelig voor een toename van onduidelijkheid en druk en beschikt niet over adequate copingvaardigheden om hiermee om te gaan. Betrokkene is voor de toekomst aangewezen op 24-uurs begeleiding en toezicht om stabiel en delictvrij te kunnen functioneren.

Naar de mening van de rapporteur is de hoge mate van beveiliging van de TBS-kliniek niet noodzakelijk. Het uitplaatsen van betrokkene naar een afdeling waar men zowel bekend is met de psychiatrische problematiek, waar men haar dezelfde mate van intensieve zorg kan bieden en waar men de delictrisico’s van betrokkene kan beheersen, zal echter moeilijk zijn. De kans op een succesvolle uitplaatsing is bovendien zeer klein gezien haar huidige snel ontregelde gedrag bij veranderingen, haar onvermogen bij onbekende situaties terug te vallen op aangeleerde vaardigheden, haar somatische toestand die veel zorg behoeft, haar directe gevoeligheid voor drugs en alcohol en het acute recidivegevaar bij onbegeleide verloven.

Het is daarom wenselijk dat het huidige beleid wordt voortgezet, aldus het rapport. Er worden momenteel geen behandelmogelijkheden gezien en continuering op de longstay-afdeling wordt noodzakelijk geacht. Wanneer betrokkene in een betere stemming verkeert, geeft ze zelf ook aan zich daar op haar plek te voelen en niet weg te willen.

Gezien het bovenstaande luidt het advies dat de terbeschikkingstelling met een periode van twee jaren moet worden verlengd.

Ter terechtzitting heeft betrokkene verklaard niet langer achter dit advies te staan. Zij verzet zich dan ook tegen de verlenging van de terbeschikkingstelling. Zij is van mening dat zij niet thuis hoort op de longstay-afdeling van Veldzicht en daar onvoldoende medische en psychiatrische zorg krijgt.

De verklaring van de getuige-deskundige, afgelegd ter zitting van 05 november 2010, houdt -zakelijk weergegeven- onder meer in:

De wijziging van de houding van betrokkene heeft te maken met de wisselingen in haar stemming. Indien betrokkene in een positieve stemming verkeert, doet zij goed mee op de afdeling, stelt zij zich aardig en vriendelijk op en voelt zij zich binnen Veldzicht op haar plek. Indien betrokkene in een negatieve stemming verkeert, verzet zij zich echter tegen alles en wil zij weg. Ten tijde van de opstelling van haar rapport was de stemming van betrokkene positief, thans is deze negatief. Dit verklaart dan ook dat zij inmiddels een ander standpunt heeft ingenomen met betrekking tot de vordering van de officier van justitie. Dat de stemming in negatieve zin is omgeslagen, heeft mede te maken met de toename van het aantal lichamelijke klachten van betrokkene.

De begeleiding en zorg die betrokkene thans ontvangt, zal zij voorlopig nog nodig hebben, aldus de getuige-deskundige. Het is echter de vraag of deze zorg en begeleiding ook binnen de TBS-kliniek geboden moeten blijven worden. Een instelling waar onder dezelfde condities toezicht en zorg wordt geboden, maar waar meer interne vrijheden zijn, zou mogelijk moeten zijn, maar een dergelijke instelling is zeer moeilijk te vinden. Voor een ‘long care’ afdeling voldoet betrokkene niet aan de instapnormen. Daarbij komt dat bij betrokkene nog vaak ontregeling optreedt na veranderingen en dat haar wens overgeplaatst te worden op dit moment nog niet stabiel is. Ook indien wel een geschikt alternatief gevonden zal worden, zal de ‘paraplu’ van de TBS de komende twee jaar noodzakelijk blijven, om ingeval van problemen de mogelijkheid van terugplaatsing te houden. Een uitplaatsing onder de ‘paraplu’ van een civielrechtelijke rechterlijke machtiging is op dit moment nog niet reëel. Binnen Veldicht is de huidige longstay- afdeling in de visie van de getuige-deskundige de beste optie voor betrokkene, aangezien zij daar weinig prikkels ondervindt.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij haar vordering tot verlenging van de TBS voor een periode van twee jaar.

De raadsman heeft aangevoerd dat zijn cliënte toe is aan de overstap naar een minder beveiligde instelling, waar zij meer zelfstandigheid krijgt en uitgebreidere verlofmogelijkheden. Haar kwaliteit van leven zal daardoor vooruit gaan. Onder de huidige omstandigheden gaat deze steeds verder achteruit.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat zijn cliënte de maatregel TBS destijds opgelegd heeft gekregen voor een relatief gering feit en dat zij nu levenslang op de longstay-afdeling dreigt te moeten blijven. Uitstroom naar een psychiatrisch ziekenhuis onder de ‘paraplu’ van een rechterlijke machtiging zou een goed alternatief zijn en beter passen bij de situatie van zijn cliënte, aldus de raadsman. Hij heeft ter terechtzitting voorgesteld de TBS thans te verlengen met één jaar, met dien verstande dat binnen dat jaar een alternatieve instelling moet worden gezocht. De raadsman is van mening dat daartoe tot op heden onvoldoende is ondernomen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit voornoemd vonnis van deze rechtbank d.d. 10 oktober 1996 blijkt dat betrokkene is veroordeeld wegens een misdrijf dat gericht is tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, namelijk -kort gezegd- bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Gelet op voormeld advies en gehoord hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist en dat de termijn van de terbeschikkingstelling, conform de vordering van de officier van justitie, met twee jaren moet worden verlengd.

De rechtbank is van oordeel dat verlenging voor de duur van één jaar slechts overwogen kan worden, indien een reëel perspectief aanwezig is dat binnen die termijn een alternatieve behandeling e/o inrichting voor betrokkene beschikbaar zal zijn. Daarvan is thans echter geen sprake en er zijn geen concrete aanknopingspunten dat dit binnen een jaar anders zal zijn. De raadsman heeft ook geen concrete mogelijkheden genoemd.

Voor een eventuele overplaatsing naar een andere inrichting acht de rechtbank het bovendien noodzakelijk dat de wens van betrokkene daartoe stabiel is. Dat is thans evenmin het geval. Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft betrokkene uitdrukkelijk verklaard weg te willen uit de FPC Veldzicht, terwijl zij zich ten tijde van de opstelling van de adviesrapportage nog op het standpunt stelde dat zij op de longstay afdeling van Veldzicht op de juiste plek zat.

Om de mogelijkheid tot overplaatsing wel open te houden, verzoekt de rechtbank FPC Veldzicht in de volgende adviesrapportage expliciet aandacht te besteden aan de (on)wenselijkheid en (on)mogelijkheid om betrokkene in een andere verblijfssetting dan de huidige onder te brengen.

Voorts merkt de rechtbank op dat er -mede gezien de zich in het dossier bevindende zeer lange lijst van voorgeschreven medicatie en de daarover door betrokkenen ter terechtzitting geuite klachten- enige reden tot zorg lijkt te kunnen bestaan inzake het door c.q. vanuit de FPC Veldzicht (kunnen) voorzien in de (complexe) psychiatrische en medische zorg die betrokkene nodig heeft.

De rechtbank verzoekt FPC Veldzicht dan ook daaraan in de komende periode bijzondere aandacht te besteden en in het volgende verlengingsadvies hiervan ook expliciet verslag te doen.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De rechtbank verlengt de termijn van terbeschikkingstelling van [verdachte] voor de tijd van TWEE JAREN.

Aldus gedaan door mr. A.G. van Doorn, voorzitter , mrs A. Kuijer en P.W.G. de Beer, bijgestaan door mr. C.W.M. Maase-Raedts als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 19 november 2010.

Mr. Kuijer is niet in staat deze beslissing mede te ondertekenen.