Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4268

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
18-11-2010
Zaaknummer
286765 / HA ZA 10-1130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht. Rechtbank stelt vast dat de opdracht inhield het maken van kosten-batenanalyses van systemen voor de opslag van energie.Vordering opdrachtnemer tot nakoming betalingsverplichting wordt in conventie toegewezen.Reconventionele vordering tot (partiële) ontbinding en schadevergoeding wordt afgewezen, nu onvoldoende is gesteld om (bewijslevering van) wanprestatie aan te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 286765 / HA ZA 10-1130

Vonnis van 17 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. ENOTEAM ADMINISTRATIES,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. A. Neophitou te Veghel,

tegen

de naamloze vennootschap

GYRO ENERGY N.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. drs. E.H. Bakker te Utrecht.

Partijen zullen hierna Enoteam en Gyro Energy genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 augustus 2010;

- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie;

- het proces-verbaal van comparitie van 5 oktober 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Gyro Energy houdt zich bezig met producten waarmee energie 's nachts kan worden opgeslagen en overdag kan worden geleverd, wanneer de prijs van energie hoger is dan op het moment waarop deze is opgeslagen. Directeur van Gyro Energy is [directeur Gyro Energy] Hij is tevens directeur van [directeur Gyro Energy] Beheer B.V.

2.2. In 2004 verzocht Gyro Energy [directeur Enoteam], directeur van Enoteam, een kosten-batenanalyse te maken voor een systeem waarmee energie kan worden opgeslagen.

2.3. Op 13 april 2005 zond Enoteam een factuur ter hoogte van EUR 1.570,12 inclusief BTW aan [directeur Gyro Energy] Beheer B.V. (factuur 25026). Laatstgenoemde heeft deze factuur voldaan na daartoe op 26 september 2006 in kort geding te zijn gedagvaard. Vermeerderd met kosten heeft [directeur Gyro Energy] Beheer B.V. ter zake van genoemde factuur in totaal EUR 2.359,13 betaald.

2.4. Eveneens op 13 april 2005 zond Enoteam drie facturen aan Gyro Energy ter hoogte van in totaal EUR 7.619,82 inclusief BTW (facturen 25027, 25028 en 25029). Bij brief van 10 april 2006 is Gyro Energy tot betaling van die facturen aangemaand door een incassobureau dat door Enoteam werd ingeschakeld. Gyro Energy heeft deze facturen niet voldaan.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Enoteam vordert veroordeling van Gyro Energy, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van EUR 11.016,61, bestaande uit de hoofdsom van EUR 7.619,82 en wettelijke handelsrente tot 7 april 2010 ter hoogte van EUR 3.396,79, te vermeerderen met wettelijke handelsrente over EUR 11.016,61 met ingang van 7 april 2010 en te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten ter hoogte van EUR 996,82, alsmede tot veroordeling van Gyro Energy in de kosten van deze procedure.

3.2. Aan de vordering met betrekking tot de hoofdsom legt Enoteam ten grondslag dat zij met Gyro Energy een overeenkomst van opdracht heeft gesloten en dat Gyro Energy de op haar uit die overeenkomst voortvloeiende verbintenis tot betaling dient na te komen. Aan de overige vorderingen legt Enoteam ten grondslag dat Gyro Energy tekortgeschoten is in de op haar rustende verbintenis tot betaling, zodat zij de schade van Enoteam dient te vergoeden.

3.3. Gyro Energy voert verweer en concludeert dat Enoteam niet ontvankelijk in haar vorderingen dient te worden verklaard, althans dat haar vorderingen moeten worden afgewezen. In verband daarmee voert Gyro Energy aan dat zij Enoteam geen opdracht heeft gegeven voor de gefactureerde werkzaamheden en dat Enoteam absurd veel tijd heeft besteed aan de door haar uitgevoerde werkzaamheden.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.5. Voor het geval de rechtbank in conventie oordeelt dat op haar wel een verplichting rust tot betaling van door Enoteam gefactureerde werkzaamheden vordert Gyro Energy dat voor recht wordt verklaard dat de overeenkomst tussen Enoteam en Gyro Energy (partieel) is ontbonden en dat Enoteam wordt veroordeeld tot betaling van EUR 3.500,-- en tot vergoeding van haar kosten in deze procedure.

3.6. Aan deze voorwaardelijke vorderingen legt Gyro Energy ten grondslag dat Enoteam wanprestatie heeft gepleegd door niet over te gaan tot de hoofdverplichting van de overeenkomst van opdracht, bestaande uit een adequate waardering van haar octrooi. Voorts voert zij aan dat Enoteam de berekeningen voor de door haar gemaakte kosten-batenanalyses niet kon maken en er niet uitkwam. Met betrekking tot haar vordering tot betaling van EUR 3.500,-- betoogt Gyro Energy dat zij als gevolg van de wanprestatie van Enoteam schade heeft geleden, onder meer bestaande uit het bedrag van ongeveer EUR 1.450,-- dat later door een accountant in rekening is gebracht voor het alsnog waarderen van het octrooi.

3.7. Enoteam voert verweer en concludeert dat deze voorwaardelijke vorderingen moeten worden afgewezen, met veroordeling van Gyro Energy in de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

verschuldigdheid hoofdsom

4.1. Bij conclusie van antwoord heeft Gyro Energy betoogd dat zij Enoteam opdracht heeft gegeven haar octrooi te waarderen en dat Enoteam daartoe niet is overgegaan. Enoteam heeft Gyro Energy bedragen in rekening gebracht voor andere werkzaamheden dan het waarderen van een octrooi. De eerste vraag die moet worden beantwoord is dus of Gyro Energy aan Enoteam de opdracht heeft gegeven tot het uitvoeren van de werkzaamheden waarvoor laatstgenoemde heeft gefactureerd.

4.2. Enoteam betoogt dat zij geen opdracht heeft gekregen tot het waarderen van een octrooi. [directeur Gyro Energy] heeft haar nooit verteld dat Gyro Energy over een octrooi beschikte en heeft ook geen stukken laten zien waaruit een octrooi bleek. Volgens Enoteam heeft zij in opdracht van Gyro Energy kosten-batenanalyses gemaakt voor verschillende systemen van energie-opslag en hebben haar facturen op die werkzaamheden betrekking. In dit verband voert Enoteam aan dat het resultaat van haar eerste analyse inhield dat de kosten hoger waren dan de baten. Nadat [directeur Enoteam] die negatieve analyse met hem had besproken kwam [directeur Gyro Energy] met een nieuw idee. Enoteam voert voorts aan dat zij kosten-batenanalyses heeft gemaakt voor energie-opslag door middel van een windmolen, waterstofgas en een vliegwiel en dat de uitkomst van die analyses telkens negatief was. Ter zitting is door Gyro Energy aangevoerd dat [directeur Gyro Energy] [directeur Enoteam] heeft benaderd met de vraag of een berekening over generatoren binnen zijn competenties viel en dat [directeur Enoteam] vervolgens een berekening is gaan maken. Tevens heeft Gyro Energy ter zitting bevestigd dat [directeur Enoteam] de negatieve conclusies van zijn berekeningen telkens met [directeur Gyro Energy] heeft besproken. De facturen hebben betrekking op de periode van april 2004 tot en met april 2005 en ter zitting is door Gyro Energy aangevoerd dat zij omstreeks april 2005 het contact met Gyro Energy heeft verbroken en dat haar pas in 2006 octrooi is verleend. Uit de hiervoor genoemde omstandigheden volgt dat Gyro Energy in de periode van ongeveer een jaar op verzoek van Gyro Energy drie kosten-batenanalyses heeft gemaakt waarvan de uitkomsten steeds met Gyro Energy zijn besproken. Enige onderbouwing voor de stelling dat Gyro Energy Enoteam de opdracht heeft verstrekt tot waardering van een octrooi en dat die werkzaamheden niet zijn uitgevoerd ontbreekt. De rechtbank concludeert dan ook dat de werkzaamheden van Enoteam in de periode van april 2004 tot april 2005 voortvloeiden uit door Gyro Energy opeenvolgend verstrekte opdrachten tot het maken van drie kosten-batenanalyses.

4.3. Enoteam heeft in het kader van haar facturen een uurtarief van EUR 120,-- exclusief BTW gehanteerd. Volgens Enoteam heeft zij dat Gyro Energy meegedeeld toen zij met haar werkzaamheden begon. Gyro Energy betwist dit. Of Enoteam voornoemd tarief aan Gyro Energy heeft meegedeeld kan naar het oordeel van de rechtbank echter in het midden blijven. Ter zitting is door Enoteam aangevoerd dat het door haar gehanteerde tarief van EUR 120,-- het tarief is dat zij altijd in rekening brengt. Gyro Energy heeft dit niet weersproken, terwijl deze stelling de rechtbank ook niet onaannemelijk voorkomt gelet op de hoogte van het bedrag. Met inachtneming van artikel 7:405 Burgerlijk Wetboek stelt de rechtbank daarom vast dat Gyro Energy aan Enoteam een loon verschuldigd is van EUR 120,-- per uur, te vermeerderen met BTW.

4.4. Gyro Energy neemt voorts het standpunt in de dat Enoteam absurd veel uren in rekening heeft gebracht. Volgens haar kan [directeur Enoteam] niet zoveel uren hebben besteed aan de diverse berekeningen. In dit verband stelt zij dat de accountant die in haar opdracht later een kosten-batenanalyse heeft gemaakt daarvoor ongeveer EUR 1.450,-- in rekening heeft gebracht. De rechtbank verwerpt dit verweer. Vaststaat immers dat Enoteam niet één maar drie kosten-batenanalyses heeft gemaakt. Voorts heeft Gyro Energy ter zitting aangevoerd dat een belangrijk deel van de door haar gefactureerde uren werkzaamheden betrof waarbij [directeur Gyro Energy] aanwezig was, terwijl Gyro Energy dit niet heeft weersproken.

4.5. Ter zitting heeft Gyro Energy aangevoerd dat zij, nadat [directeur Gyro Energy] Beheer BV factuur 25026 had betaald (zie 2.3), met Enoteam heeft afgesproken dat zij ter zake van de andere drie facturen niets hoefde te betalen. De rechtbank verwerpt ook dit verweer. Bij dagvaarding heeft Enoteam betoogd dat tussen partijen geen (betalings) afspraak bestond (alinea 16). Ter zitting is voorts door Enoteam aangevoerd dat factuur 25026 betrekking had op werkzaamheden ten aanzien van een privé-conflict van [directeur Gyro Energy] met een derde. Gyro Energy heeft dit niet weersproken, terwijl de stelling van Enoteam de rechtbank niet onaannemelijk voorkomt nu factuur 25026 niet aan Gyro Energy maar aan [directeur Gyro Energy] Beheer B.V. is gericht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat Gyro Energy haar stelling, die neerkomt op een aanvullende afspraak met Gyro Energy op grond waarvan zij Enoteam voor haar werkzaamheden niet meer zou hoeven te betalen, onvoldoende heeft onderbouwd. De rechtbank zal Gyro Energy dan ook niet de gelegenheid geven deze stelling, waarvan de bewijslast op haar rust, te bewijzen.

4.6. Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat Gyro Energy de hoofdsom van EUR 7.619,82 aan Enoteam verschuldigd is.

wettelijke handelsrente

4.7. Enoteam betoogt dat Gyro Energy op grond van artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) wettelijke handelsrente over de hoofdsom verschuldigd is met ingang van 13 mei 2005. Gyro Energy betwist deze ingangsdatum niet maar stelt dat Enoteam geen wettelijke handelsrente kan vorderen nu zij, voordat zij is gaan dagvaarden, vier jaar heeft stilgezeten. Voor zover Enoteam hiermee bedoelt dat artikel 6:119a BW op grond van artikel 6:2 lid 2 BW op de onderhavige overeenkomst van opdracht niet meer van toepassing is omdat dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (rechtsverwerking), overweegt de rechtbank het volgende. Voor het aannemen van rechtsverwerking is enkel tijdsverloop of stilzitten onvoldoende. Vereist is de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij Gyro Energy het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat Enoteam haar aanspraak op wettelijke handelsrente niet meer geldend zou maken, hetzij Gyro Energy in haar positie onredelijk zou worden benadeeld ingeval Enoteam haar aanspraak alsnog geldend zou maken. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn echter niet door Gyro Energy aangevoerd en zijn de rechtbank ook overigens niet gebleken. De rechtbank verwerpt dan ook het beroep op rechtsverwerking.

4.8. Enoteam vordert veroordeling van Gyro Energy tot betaling van EUR 11.016,61, waarvan deel uitmaakt een bedrag van EUR 3.396,79 ter zake van tot 7 april 2010 verschenen wettelijke handelsrente. Voorts vordert zij de wettelijke handelsrente over EUR 11.016,61 met ingang van 7 april 2010. De rechtbank overweegt dat uit de dagvaarding blijkt dat het bedrag van EUR 3.396,79 is berekend met ingang van 13 april 2005, terwijl als ingangsdatum voor de berekening van de wettelijke handelsrente 13 mei 2005 moet worden gehanteerd aangezien partijen over laatstgenoemde datum niet van mening verschillen. Voorts is de vordering tot vergoeding van wettelijke rente over de tot en met 6 april 2010 verschenen wettelijke rente gedeeltelijk in strijd met het derde lid van artikel 6:119a BW. In dat artikel is bepaald dat de wettelijke rente telkens na afloop van een jaar wordt berekend, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de wettelijke handelsrente toewijzen over de hoofdsom van EUR 7.619,82 met ingang van 13 mei 2005, aangezien geen der partijen hierdoor in haar belangen is geschaad.

buitengerechtelijke kosten

4.9. Enoteam heeft een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso-)kosten gevorderd. De rechtbank hanteert het uitgangspunt dat dergelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Enoteam heeft weliswaar gesteld dat de gevorderde kosten geen betrekking hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten, maar uit de gegeven omschrijving van deze werkzaamheden dient het tegendeel te worden afgeleid. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten moet daarom worden afgewezen.

proceskosten

4.10. Gyro Energy zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van Enoteam op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding EUR 73,89

- vast recht 317,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.294,89

in voorwaardelijke reconventie

wanprestatie

4.11. Voor het geval de rechtbank in conventie tot het oordeel komt dat Gyro Energy Enoteam een vergoeding voor haar werkzaamheden verschuldigd is, heeft Gyro Energy reconventionele vorderingen ingesteld (zie 3.5 en 3.6). Nu de voorwaarde is vervuld zal de rechtbank hierna op die reconventionele vorderingen ingaan.

4.12. Gyro Energy stelt dat Enoteam wanprestatie heeft gepleegd door niet over te gaan tot een waardering van haar octrooi. De rechtbank passeert deze stelling nu zij heeft vastgesteld dat de aan Enoteam verstrekte opdracht niet inhield het waarderen van een octrooi maar het maken van kosten-batenanalyses van verschillende systemen voor energie-opslag.

4.13. Ter zitting heeft Gyro Energy nog aangevoerd dat [directeur Enoteam] een berekening heeft gemaakt van de kosten en baten, waaruit [directeur Gyro Energy] afleidde dat hij een dergelijke berekening niet kon maken. Voorts heeft Gyro Energy ter zitting aangevoerd dat [directeur Enoteam] niet uit een berekening van de kosten en baten kwam en dat Gyro Energy daarom is gestopt met het inhuren van Enoteam. Gyro Energy heeft echter geen van de door Enoteam gemaakte kosten-batenanalyses overgelegd. Evenmin heeft zij de kosten-batenanalyse overgelegd die later door een accountant is gemaakt. Enige concrete aanwijzing op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat Enoteam bij haar berekeningen fouten heeft gemaakt ontbreekt dus. Voorts heeft Gyro Energy geen feiten aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat [directeur Enoteam] de berekeningen niet kon maken respectievelijk op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat [directeur Enoteam] “er niet uit kwam”. Dat de kosten-batenanalyses niet deugdelijk zijn uitgevoerd is door Gyro Energy dus niet onderbouwd, terwijl dit wel op haar weg had gelegen. De rechtbank concludeert dat Gyro Energy onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangedragen die bewijslevering van haar stellingen rechtvaardigen. Het betoog van Gyro Energy dat aan de zijde van Enoteam sprake is van wanprestatie wordt dan ook verworpen, zodat de vorderingen van Gyro Energy zullen worden afgewezen.

proceskosten

4.14. Gyro Energy zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Enoteam worden begroot op EUR 452,-- ter zake van salaris advocaat (2,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 452,--). De nakosten, waarvan Enoteam betaling vordert, zullen op de in het dictum aangewezen wijze worden begroot.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt Gyro Energy om aan Enoteam te betalen een bedrag van EUR 7.619,82 (zevenduizend zeshonderdnegentien euro en tweeëntachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag met ingang van 13 mei 2005 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Gyro Energy in de proceskosten, aan de zijde van Enoteam tot op heden begroot op EUR 1.294,89,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.5. wijst de vorderingen af,

5.6. veroordeelt Gyro Energy in de proceskosten, aan de zijde van Enoteam tot op heden begroot op EUR 452,00,

5.7. veroordeelt Gyro Energy in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op

EUR 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en de veroordeelde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan, met een bedrag van EUR 68,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.8. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2010.?