Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3674

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
11-11-2010
Zaaknummer
286565 / HA ZA 10-1092
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verwijzing naar sector kanton vanwege aardvordering afgewezen op grond van feitelijke en juridische complexiteit en belang van de zaak. Art 98 Rv voorziet dat de kantonrechter kan verwijzen naar de meervoudige kamer van de sector civiel, analoog aan deze bepaling is de zaak in dit stadium niet verwezen naar de sector kanton. De zaak wordt verwezen naar de meervoudige kamer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 286565 / HA ZA 10-1092

Vonnis in incident van 10 november 2010

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de naamloze vennootschap

AXA ART VERSICHERUNG A.G.,

gevestigd te Breda,

3. de naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ERIKS ASSURADEUREN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

W.A. HIENFELD B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HISCOX B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

7. de naamloze vennootschap

NASSAU VERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

8. de rechtspersoon naar het recht van het verenigd koninkrijk

XL INSURANCE COMPANY LIMITED,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. Chr.H. van Dijk,

tegen

1. de naamloze vennootschap

N.V. SPORT, RECREATIE EN ONDERWIJSVOORZIENINGEN,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.M. van Noort,

2. D.I. DAK-, ZINK- EN LOODGIETERSWERK,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

eiser in het incident,

advocaat mr. M.R. Ruygvoorn,

3. [eiser sub 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

eiser in het incident,

advocaat mr. M.R. Ruygvoorn.

Eiseressen zullen hierna Allianz c.s. genoemd worden en gedaagden SRO, D.I. DZL en [gedaagde sub 3].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis in het incident van 15 september 2010,

- de akte uitlating van Allianz c.s.,

- de akte uitlating van SRO.

1.2. Ten slotte is andermaal vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het door SRO opgeworpen incident

2.1. In het tussenvonnis heeft de rechtbank partijen verzocht zich uit te laten over de vraag of deze zaak ingevolge de artikelen 210 lid 3 jo. 93 onder c Rv naar de kantonrechter dient te worden verwezen. SRO vordert te worden toegestaan om een aantal partijen in vrijwaring op te roepen. Die vrijwaring is ondermeer gestoeld op een aardvordering (huur), maar ook in de hoofdzaak komen de bepalingen van de huurovereenkomst aan de orde. Partijen hebben de rechtbank verzocht de zaak niet te verwijzen omdat zij menen dat deze zaak ongeschikt is om door één rechter te worden afgedaan. Ze hebben daarbij gewezen op het grote financiële belang van de zaak, het aantal daarbij betrokken partijen (8 eisers, 3 gedaagden en 2 vrijwaringszaken), de feitelijke en juridische complexiteit van de zaak, de wens van alle betrokken partijen alsmede het feit dat in een zaak als de onderhavige de kantonrechter zeer wel aanleiding zou kunnen zien om de zaak op grond van artikel 98 Rv te verwijzen naar de meervoudige kamer van de sector civiel.

2.2. De rechtbank is met partijen van oordeel dat in de bijzondere omstandigheden van dit geval verwijzing naar de kantonrechter niet aan de orde is. Het gaat in deze zaak om de aansprakelijkheid voor de schade veroorzaakt door de brand in het Armando museum te Amersfoort op 22 oktober 2007. Een brand die tot maatschappelijke commotie heeft geleid door het verlies van een fors aantal kunstschatten. De gevorderde schade bedraagt meer dan EUR 4 miljoen. De wetgever heeft in artikel 98 Rv voorzien dat in een zaak als de onderhavige de kantonrechter, ongeacht het feit dat onder meer sprake is van een aardvordering, de zaak naar de meervoudige kamer van de sector civiel mag verwijzen. Dat maakt dat de rechtbank zich, in de bijzondere omstandigheden van dit geval en in navolging van de rechtbanken s’Gravenhage en Arnhem (respectievelijk 1 april 2009, LJN BI1952 en 28 maart 2008, LJN BC8823), vrij acht om al in dit stadium van de procedure af te zien van verwijzing naar de kantonrechter. De rechtbank zal deze zaak naar de meervoudige kamer verwijzen.

2.3. De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering tot oproeping van D.I. DZL, [gedaagde sub 3], en de Stichting Mondriaanhuis, Armando Museum, Museum Flehite, KaDe in vrijwaring moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.4. Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beoordeling in het door D.I. DZL en [gedaagde sub 3] opgeworpen incident

3.1. De rechtbank heeft de beoordeling van het verzoek van D.I. DZL en [gedaagde sub 3] tot oproeping in vrijwaring van SRO, aangehouden totdat op de vraag of verwijzing diende plaats te vinden was beslist.

3.2. De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

3.3. Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. ziet af van verwijzing van deze zaak naar de sector kanton van deze rechtbank;

4.2. verwijst deze zaak naar de meervoudige kamer;

in het door SRO opgeworpen incident

4.3. staat toe dat D.I. DZL, [gedaagde sub 3], en de Stichting Mondriaanhuis, Armando Museum, Museum Flehite, KaDe door SRO worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 22 december 2010,

4.4. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in het door D.I. DZL en [gedaagde sub 3] opgeworpen incident

4.5. staat toe dat SRO door D.I. DZL en [gedaagde sub 3] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 22 december 2010,

4.6. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

4.7. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 december 2010 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2010.?