Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO3664

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-11-2010
Datum publicatie
11-11-2010
Zaaknummer
294641 / HA RK 10-411
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK UTRECHT

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 294641 / HA RK 10-411

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van

11 november 2010

in de zaak van

[A],

wonende te Linschoten,

hier na te noemen [A],

tegen

mr. [X],

rechter in de sector kanton van de rechtbank te Utrecht,

hierna te noemen: mr. [X].

1. De procedure

1.1. Onder zaaknummer 707647 BU 10-1008 is bij deze rechtbank een procedure aanhangig waarbij [A] beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, gegeven op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften CJIB-nummer 136418132 ter zake van - kort gezegd - overschrijding van de maximale snelheid.

1.2. Mr. [X] heeft het beroep behandeld ter zitting van 4 oktober 2010. De officier van justitie heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen. [A] is, zonder bericht, niet ter zitting verschenen.

1.3 Bij faxbericht, gedateerd 4 oktober 2010 heeft [A] het volgende meegedeeld:

“In de zaak met kenmerk 707647 BU VERZ 10-1008 (CJIB-nummer 136418132) wraak ik de rechter.

Ik heb een aantal vragen gesteld, waarop ik antwoorden nodig heb teneinde mij adequaat te kunnen verdedigen, Ik heb deze antwoorden nooit gekregen. Ik eis een andere rechter, een nieuw proces en alsnog de antwoorden”

1.4. Mr. [X] heeft niet in de wraking berust.

1.5 De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 2 november 2010. Mr. [X] is ter zitting verschenen. [A] is, zonder bericht, niet ter zitting verschenen

2. De beoordeling

2.1. De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van dit wrakingsverzoek de toepasselijke norm is gegeven in artikel 512 Wetboek van Strafvordering (Sv) en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ontwikkelde criteria. Artikel 512 Sv bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 512 Sv/artikel 6 EVRM dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.

2.3. Mr. [X] heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij pas na de zitting van 4 oktober 2010 kennis heeft genomen van het faxbericht van [A]. Zij heeft toegelicht dat zij het heeft opgevat als wrakingsverzoek en het daarom aanstonds heeft doorgeleid naar de wrakingskamer, maar dat haar niet duidelijk is op welke gronden zij wordt gewraakt.

2.4. De rechtbank constateert dat [A] in zijn faxbericht van 4 oktober 2010 geen feiten en/of omstandigheden heeft gesteld waaruit een persoonlijke vooringenomenheid van mr. [X] jegens hem blijkt. Evenmin heeft [A] feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat er voor hem grond zou zijn voor de vrees dat het mr.[X] jegens hem aan onpartijdigheid ontbreekt. De enkele stelling van [A] dat hij (van het Openbaar Ministerie) geen antwoord heeft gekregen op zijn vragen, is daarvoor onvoldoende. Er is dan ook geen sprake van een gemotiveerd wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 512 Sv. Daar komt bij dat [A] geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om zijn wrakingsverzoek ter zitting toe te lichten. Op grond van deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het faxbericht van [A] van 4 oktober 2010 niet voldoet aan de aan een verzoek tot wraking gestelde eisen. Het verzoek zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.5. Voorts overweegt de rechtbank het volgende. De omstandigheden dat [A] niet ter zitting bij de kantonrechter is verschenen, heeft volstaan met een uiterst kort bericht waaruit niet kan worden afgeleid op grond waarvan hij vreest dat het de rechter die zijn zaak behandelt aan onpartijdigheid ontbreekt en hij niet ter zitting van de wrakingskamer is verschenen om zijn ongemotiveerde wrakingsverzoek toe te lichten, in hun onderling verband bezien leiden de rechtbank tot het oordeel dat [A] misbruik heeft gemaakt van het wrakingsmiddel. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van [A] in zaaknummer 707647 BU 10-1008 niet in behandeling wordt genomen.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. verklaart [A] niet-ontvankelijk in zijn verzoek;

3.2. bepaalt dat de zaak moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop de zaak vanwege het wrakingsverzoek werd geschorst;

3.3. bepaalt dat een volgend verzoek van [A] tot wraking in zaaknummer 707647 BU 10-1008 niet in behandeling wordt genomen;

3.4. draagt de griffier op deze beslissing te zenden aan [A], aan mr. [X], aan mr. R.H. Smits (sectorvoorzitter van de sector kanton van de rechtbank) en aan mr. H.AE. Uniken Venema (president van de rechtbank);

Deze beslissing is gegeven door mr. J. Sap, voorzitter, en mr. P. Dondorp en

mr. drs. R. in ’t Veld, leden van de meervoudige wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2010 in aanwezigheid de griffier.