Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO2887

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-10-2010
Datum publicatie
04-11-2010
Zaaknummer
294174 / KG ZA 10-854
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Spoedeisend belang niet gesteld en de vordering strekt ook niet tot het verkrijgen van een voorlopige voorziening. Bovendien is de weigering van de NVAB om het visitatiemodel van ArboNed goed te keuren, niet onrechtmatig jegens ArboNed. De regeling is immers bedoeld als kwaliteitsinstrument voor de beroepsgroep van bedrijfsartsen, waarbij de bedrijfsarts wordt gevisiteerd en niet de arbodienst als zodanig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 294174 / KG ZA 10-854

Vonnis in kort geding van 29 oktober 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARBONED BV,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. J.H. van der Velden te Utrecht,

tegen

de vereniging

DE NEDERLANDSE VERENIGING VOOR ARBEIDS- EN

BEDRIJFSGENEESKUNDE,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

advocaat mr. W.R. Kastelein te Utrecht.

Partijen zullen hierna ArboNed en de NVAB genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Arboned

- de pleitnota van de NVAB.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op grond van artikel 14 van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezond-heidszorg (BIG) is de registratie van de in Nederland werkzame en BIG-geregistreerde bedrijfsartsen nader uitgewerkt in de Regeling Specialismen en Profielen geneeskunst.

Op grond van artikel 14 van laatstgenoemde regeling is de registratie en herregistratie van specialisten, zoals bedrijfsartsen, nader uitgewerkt in het Kaderbesluit van het CSG (College voor Sociale Geneeskunst). Op grond van artikel D.15 van dat Kaderbesluit, zoals laatstelijk gewijzigd, dient een specialist, die vanaf januari 2011 in aanmerking wenst te komen voor herregistratie onder meer te hebben deelgenomen aan een visitatieprogramma van of goedgekeurd door de betreffende wetenschappelijk vereniging. Voor bedrijfsartsen is dat de NVAB.

2.2. Bedrijfsartsen in Nederland dienen elke vijf jaar een BIG-herregistratie te doen plaatsvinden. De NVAB heeft in haar algemene ledenvergadering van 5 november 2008 een visitatiereglement vastgesteld. Dit reglement is alleen van toepassing op het visitatiemodel van de NVAB. Op basis van het Kaderbesluit van het SCG is het echter mogelijk dat ook door derden een visitatiemodel wordt geïntroduceerd dat, mits goedgekeurd door de NVAB en volledig doorlopen, aan de herregistratieverplichting voldoet.

Het bestuur van de NVAB heeft op 17 december 2009 criteria opgesteld voor de beoorde-ling van alternatieve modellen voor kwaliteitsvisitatie. Daarin is onder meer het volgende vermeld:

“8. Beoordeling van het individueel functioneren geschiedt door minimaal twee collega bedrijfsartsen met ruime ervaring in de beroepsuitoefening die als visitator zijn opgeleid door of onder de verantwoordelijkheid van de NVAB en beoordelingscompetenties hebben verworven binnen het afgesproken model. De visitatoren zijn onafhankelijk en bij voorkeur niet verbonden aan de arbodienst waarbij de deelnemers van de groep gevisiteerden werkzaam zijn. Ook mag in de dagelijkse praktijk geen sprake zijn van een hiërarchische relatie tussen visitator en gevisiteerden.”

2.3. ArboNed is een van de grotere arbodiensten in Nederland. Bij ArboNed zijn ongeveer 380 bedrijfsartsen in dienst. ArboNed heeft de NVAB verzocht om een eigen model voor een visitatieprogramma te mogen gebruiken voor de bij haar werkzame bedrijfsartsen. Dit model, en de na bespreking met het bestuur van de NVAB, voorgestelde aanpassingen daarop, zijn door het bestuur van de NVAB (op advies van de Commissie Visitatie Bedrijfsartsen) afgewezen.

De NVAB heeft haar argumenten daartoe bij brief van 22 maart 2010 aan ArboNed uiteengezet.

2.4. De raadsman van ArboNed heeft de NVAB bij brief van 29 april 2010 verzocht om

de “twee afwijkende principiële punten” van ArboNed, alsnog te accepteren.

2.5. De raadsvrouwe van de NVAB heeft bij brief van 8 juni 2010 uiteengezet waarom de NVAB ArboNed niet op de gewenste principiële punten tegemoet wenst te komen.

3. Het geschil

3.1. Arboned vordert samengevat - de NVAB op straffe van een dwangsom te veroordelen om haar goedkeuring te verlenen aan het alternatieve visitatiemodel van Arboned waarbij, in afwijking van het NVAB-model, de visitatie zal worden verricht door twee bedrijfsartsen van Arboned.

3.2. Arboned legt aan haar vordering de stelling ten grondslag dat de NVAB

onrechtmatig jegens haar handelt omdat het bestuur van de NVAB slechts de door haarzelf opgestelde visitatiecriteria handhaaft en de totstandkoming van alternatieve modellen blokkeert door de beoordelingscriteria te rigide handhaven, waardoor er feitelijk ook nog sprake is van een situatie waarbij Arboned gedwongen wordt de visitatie-diensten af te nemen van de NVAB.

3.3. De NVAB voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De kern van het geschil wordt feitelijk gevormd door de wens van ArboNed een model goedgekeurd te krijgen waarbij de visitatoren bij voorkeur wél verbonden zijn aan de betreffende arbodienst. Die wens is, naar ArboNed betoogt, gerechtvaardigd aangezien zij een groot commercieel belang heeft om niet door collega-concurrenten te worden gevisi-teerd omdat zij haar bedrijfsprocessen en bedrijfsgeheimen niet met visitatoren van concurrerende arbodiensten wenst te delen. Daar staat het door de NVAB ingenomen standpunt lijnrecht tegenover. Immers de NVAB stelt dat de visitatoren nu juist niet in enige werknemers-, werkgevers- of anderszins hiërarchische relatie tot de gevisiteerden dienen te staan omdat het om kwaliteitsvisitatie door de beroepsgroep gaat en niet om een instrument voor werkgevers om te beoordelen of hun bedrijfsarts/werknemer al dan niet goed functioneert. De NVAB acht die vermenging ongewenst.

4.2. De NVAB heeft alvorens inhoudelijk verweer te voeren, onder meer gesteld dat

ArboNed in de dagvaarding heeft verzuimd om te stellen dat zij een spoedeisend belang heeft en dat ook anderszins niet kan worden ingezien waarom de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht.

De voorzieningenrechter overweegt dat ArboNed niet aannemelijk heeft gemaakt dat zich thans een spoedeisende situatie voordoet, die, na afweging van de betrokken belangen van partijen, een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het enkele feit dat ArboNed stelt dat er thans visitaties door concurrerende bedrijven plaatsvinden in het kader van de verplichte herregistratie per 1 januari 2010 is daartoe onvoldoende. De grondslag van het gestelde onrechtmatig handelen is immers gelegen in de weigering van de NVAB om het door ArboNed voorgestane model goed te keuren en is niet gelegen in de stelling dat de visitaties als zodanig onrechtmatig zijn.

4.3. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van ArboNed reeds om de hiervoor genoemde reden zal worden afgewezen.

Daar komt nog bij dat ArboNed geen voorlopige voorziening heeft gevorderd maar een veroordeling van de NVAB om het door ArboNed voorgestane model, te accepteren. Daarmee is de rechtsverhouding tussen partijen ten principale aan de orde.

4.3. Voorts geldt nog het volgende. ArboNed heeft niet betwist dat het Visitatieregle-

ment zoals vastgesteld op 5 november 2008, door het grootste deel van de beroepsgroep wordt gedragen. Het standpunt van werkgevers van de tot deze beroepsgroep behorende bedrijfsartsen is voor de beoordeling van een door deze groep opgestelde regeling niet relevant, althans leidt niet tot een norm of criterium waaraan dat reglement getoetst zou moeten worden. Het gaat in bedoelde regelingen niet om de visitatie van een arbodienst maar om visitatie van de geregistreerde bedrijfsartsen die verplicht zijn aan visitatie mee te doen om hun herregistratie te kunnen verkrijgen. Dit is een individuele verplichting van de individuele bedrijfsarts. ArboNed heeft niet gesteld dat zij de belangen behartigt dan wel het standpunt verwoord van de bij haar aangesloten bedrijfsartsen.

Voorzover ArboNed het door de NVAB gevoerde beleid in deze onrechtmatig acht, heeft te gelden dat beslissingen van verenigingen, genomen binnen het kader van hun statuten, in het algemeen niet in aanmerking komen voor toetsing door de burgerlijke rechter (in kort geding). Slechts indien na marginale toetsing aannemelijk is dat een vereniging in redelijkheid niet tot haar beslissing heeft kunnen komen, kan een voorlopige voorziening op haar plaats zijn. De voorzieningenrechter overweegt dat de NVAB in haar brief van 22 maart 2010 en nadien bij schrijven van haar raadsvrouwe van 8 juni 2010, gemotiveerd en met deugdelijke argumenten heeft aangegeven waarom zij zich verzet tegen het door ArboNed gewenste alternatief.

De voorzieningenrechter overweegt dat Arboned, ook op andere gronden niet aannemelijk heeft kunnen maken dat de NVAB in redelijkheid niet tot haar beslissing had mogen komen.

4.4. Arboned zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de NVAB worden begroot op:

- vast recht EUR 263,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vordering af,

5.2. veroordeelt Arboned in de proceskosten, aan de zijde van de NVAB tot op heden begroot op EUR 1.079,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Verhoef en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2010.?