Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1658

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
24-08-2010
Datum publicatie
25-10-2010
Zaaknummer
16-602721-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling. De rechtbank verlengt de proeftijd van twee jaren die is vastgesteld in voormeld vonnis met één jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16/602721-07

Datum uitspraak: 24 augustus 2010

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 17 juni 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van deze rechtbank van 25 november 2008, in de zaak tegen de veroordeelde:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1991],

wonende te [adres], [woonplaats].

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:

- een afschrift van voormeld vonnis, waarbij de veroordeelde is veroordeeld tot -kort gezegd- onder meer een jeugddetentie van vier maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd in het kader van de maatregel Hulp en Steun zal gedragen naar de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering, ook als dat inhoudt een behandeling bij Altrecht of soortgelijke instelling;

- een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;

- een rapport van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering, d.d. 7 mei 2010, waaruit blijkt dat de veroordeelde voormelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- de akkoord terugmelding jeugdreclasseringmaatregel van de Raad voor de Kinderbescherming van 3 juni 2010;

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende de veroordeelde van 29 juni 2010;

- een brief van Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering, d.d. 5 augustus 2010, met aanvullende informatie, opgesteld door mevrouw B. Frencken, jeugdreclasseringwerker.

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 10 augustus 2010, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman, alsmede getuige-deskundige mevrouw B. Frencken, jeugdreclasseringwerker.

OVERWEGINGEN:

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd dat de proeftijd zal worden verlengd voor de duur van één jaar en dat de bijzondere voorwaarde zal worden gewijzigd conform het advies van mevrouw Frencken in de genoemde brief van 5 augustus 2010 met de aanvulling dat de veroordeelde uitvoering dient te geven aan de adviezen die volgen uit het psychodiagnostisch onderzoek.

De raadsman conformeert zich aan de vordering van de officier van justitie.

Ter terechtzitting is getuige-deskundige mevrouw B. Frencken van de Jeugdreclassering gehoord. Zij licht haar brief d.d. 5 augustus 2010 toe en verklaart daartoe -zakelijk weergegeven- als volgt. Het is in eerste instantie van belang dat [verdachte] meewerkt aan een psychodiagnostisch onderzoek. Dit onderzoek kan zeer wel vóór het aflopen van de huidige maatregel, te weten 9 december 2010, afgerond worden. Het is wenselijk dat [verdachte] vervolgens ook daadwerkelijk wat gaat doen met de uitkomsten van dit onderzoek. Voorts acht ik het van belang dat voor [verdachte] een opleiding dan wel werk wordt gezocht en een alternatief voor het geval zijn sollicitatie bij het leger niet slaagt. Verder zal er aandacht moeten zijn voor het leren omgaan met autoriteiten. Het aanbod van Altrecht is voor [verdachte] niet erg groot. Ik wil wel onderzoeken of er passende alternatieven voor hem zijn. Ik zie dat er bij [verdachte] kindfactoren aanwezig zijn, waardoor ik mij op het standpunt stel dat het voor [verdachte] beter is dat hij onder de hoede van de Jeugdreclassering blijft. Mijn advies is dan ook de voorwaardelijke veroordeling niet om te zetten in jeugddetentie, maar de proeftijd te verlengen en de voorwaarden te wijzigen zoals ik hiervoor heb toegelicht, aldus de getuige-deskundige.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting, alsmede gelet op de inhoud van voormelde stukken, acht de rechtbank termen aanwezig

- de proeftijd te verlengen met een jaar en

- de bijzondere voorwaarde te wijzigen.

De rechtbank heeft gelet op artikel 14f van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De rechtbank:

Verlengt de proeftijd van twee jaren die is vastgesteld in voormeld vonnis met één jaar.

Wijzigt de bijzondere voorwaarde, vastgesteld in voormeld vonnis als volgt:

dat de veroordeelde in het kader van de maatregel Hulp en Steun zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de door of namens Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering, te geven aanwijzingen, ook als die inhouden:

- een behandeling bij Altrecht of een soortgelijke instelling;

- mee te werken aan een psychodiagnostisch onderzoek;

- invulling te geven aan de uitvoering van de adviezen naar aanleiding van de resultaten van het psychodiagnostisch onderzoek;

- zich in te spannen om werk te krijgen danwel een opleiding te volgen;

- mee te werken aan het leren omgaan met autoriteiten;

zolang die reclasseringsinstelling dat nodig acht, met opdracht aan voornoemde instelling de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Aldus gedaan door mrs M.C. Oostendorp, J.E. Kruijff-Bronsing en J.P. Killian, bijgestaan door mr. P. Groot-Smits als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 24 augustus 2010.