Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1460

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-10-2010
Datum publicatie
22-10-2010
Zaaknummer
706037 UE VERZ 10-976 IV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt voorwaardelijke ontbinding ruim een half jaar nadat de werknemer ontslag heeft genomen.

Werknemer is WW gaan aanvragen en UWV wijst haar op een nietig ontslag in (nietige) proeftijd.Werknemer wordt geadviseerd een loonvorderingin te stellen.

Een half jaar na de opzegging meldt werknemer zich weer bij werkgever, stelt zich beschikbaar voor de bedongen arbeid en vordert loonbetaling.

Uit de tussen partijen gevoerde correpondentie volgt dat er geen sprake is van een ontslag door werkgever.

Werknemer heeft ontslag genomen, omdat zij, na een dienstverband van twee maanden, te horen kreeg dat zij niet langer in haar eigen functie mocht blijven werken en dat haar contract voor onbepaalde tijd zou worden omgezet in een voor onbepaalde tijd.

De voorwaardelijke ontbinding wordt toegewezen, nu van een werkgever na meer dan een half jaar, niet langer gevergd kan worden de werknemer terug te plaatsen.

Aan werknemer wordt een vergoeding toegekend gebaseerd op C=2, omdat het besluit om ontslag te nemen onder invloed van onzorgvuldig handelen door werkgever tot stand is gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0846
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector kanton

Locatie Utrecht

zaaknummer: 706037 UE VERZ 10-976 IV

beschikking d.d. 4 oktober 2010

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Mapi Values Netherlands B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verder ook te noemen Mapi,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. M. Streng,

tegen:

[verweerder],

wonende te Eindhoven,

verder ook te noemen [verweerder],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. M.A.E.A. Muurmans.

1. Het verloop van de procedure

Mapi heeft op 26 juli 2010 een verzoekschrift ingediend.

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 16 september 2010 behandeld. Daarvan is aantekening gehouden. Hierna is uitspraak bepaald.

2. De feiten

Bij de beoordeling van het verzoek en verweer wordt van de navolgende feiten en omstandigheden uitgegaan.

2.1. [verweerder], geboren op [1980], is op 1 oktober 2009 in dienst getreden als Senior Research Associate. Het overeengekomen salaris bedroeg € 3.462,97 bruto excl. vakantietoeslag en bonus.

2.2. Op 10 december 2009 heeft Mapi haar ontevredenheid over het functioneren van [verweerder] meegedeeld. Dezelfde dag wordt het gesprek schriftelijk bevestigd.

In deze brief is onder meer vermeld:

‘Dear [verweerder],

Today we informed you that we are not satisfied with your performance during the first two month of your employment as Senior Research Associate.

(…)

Considering your performance we have decided to terminate your current employment contract with immediate effect. But we would like to offer you a new temporary employment contract for a period of just over six month as Research Associate, from the 16th of December 2009 tot the 30th of June 2010.

(…)

[verweerder], we sincerely hope that you will accept the temporary employment contract and that you take this opportunity to proof yourself. Please could you let us know your decision by Wednesday 16 December 2009.

Please do not hesitate to come and see me, should you have any queries.

Kind regards,

[X],

Human Resource Manager- Europa’ .

2.3. Bij email van maandag 14 december 2009 deelt [verweerder] Mapi het volgende mee.

“ Dear [A] and [X],

This email is my response to discussions which we had last week regarding my performance evaluation and further employability with Mapi.

(…)

To conclude, my job expectations as a Senior Research Associate were not met. I do not agree to being related to the position of Research Associate and that too from a permanent tot a six month contract. Therefore, I am resigning effective today ( 14-12-2009) afternoon.

Kind regards,

[verweerder].”

2.4. Tevens stuurt [verweerder] dezelfde dag de volgende e-mail:

“ Dear [B] and [Y],

This is to inform you that I’ll be leaving Mapi effective today (14-12-2009) afternoon. I am informing you so that you can take this into account in your project planning.

Let me take this opportunity to thank you for your collaboration.

Kind regards,

[verweerder]”.

2.5. Op 14 december 2009 levert [verweerder] de bedrijfseigendommen in. Nadien heeft Mapi niets meer van [verweerder] gehoord, tot 8 juni 2010.

2.6. Bij brief van 8 juni 2010 deelt [verweerder] Mapi mee dat er sprake is van een nietige opzegging op 10 december 2009, omdat de overeengekomen proeftijd van drie maanden nietig is. Evenmin is er sprake van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. [verweerder] concludeert dat het dienstverband nog altijd in stand is en wenst weer toegelaten te worden tot het werk. Tevens maakt [verweerder] aanspraak op achterstallig loon.

3. Het verzoek

3.1. Mapi verzoekt de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden, namelijk voor zover de arbeidsovereenkomst niet al op 14 december 2009 door opzegging door [verweerder] is geëindigd.

3.2. Mapi stelt dat de arbeidsovereenkomst reeds op 14 december 2009 is geëindigd. [verweerder] heeft immers na vier dagen bedenktijd een weloverwogen beslissing genomen en haar arbeidsovereenkomst duidelijk en ondubbelzinnig opgezegd. Ook nadien heeft [verweerder] geen handelingen verricht, waaruit zou blijken dat [verweerder] de arbeidsovereenkomst niet wilde opzeggen. Pas een half jaar later, toen bleek dat [verweerder] niet voor WW in aanmerking kwam, heeft zij kenbaar gemaakt haar werkzaamheden te willen hervatten. Voor het geval de bodemrechter van oordeel is dat er nog een arbeidsovereenkomst bestaat, wenst Mapi deze te ontbinden wegens gewijzigde omstandigheden. Door de gang van zaken heeft Mapi geen vertrouwen meer in [verweerder]

4. Het verweer

4.1. [verweerder] stelt dat er sprake is van een ontslag in een nietige proeftijd dan wel een ontslag op staande voet. Eerst nadat UWV haar wees op de nietige proeftijd, was [verweerder] in staat om te ageren tegen het ontslag. [verweerder] betwist dat er sprake is van verandering van omstandigheden en gebrek aan vertrouwen. Juist omdat Mapi haar nog een nieuwe baan aanbood, kan worden aangenomen dat er voldoende vertrouwen was. Voor het geval de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden wordt, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding ad

€ 48.470,40 bruto, zijnde 12 maanden salaris vermeerderd met vakantiebijslag en bonus.

5. De beoordeling

5.1. Het onderhavige verzoek is ingediend voor het geval in een eventuele bodemprocedure komt vast te staan, dat tussen partijen nog immer een arbeidsovereenkomst bestaat.

5.2. Uit de hiervoor geciteerde brief van Mapi van10 december 2009 volgt naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter dat er géén sprake is van een ontslag op staande voet dan wel een ontslag in de (nietige) proeftijd. Vermoedelijk heeft de ongelukkig geformuleerde zinsnede ‘Considering your performance we have decided to terminate your current employment contract with immediate effect’, UWV op een verkeerd spoor gezet.

Naar het oordeel van de kantonrechter dient deze zinsnede echter niet afzonderlijk maar in de context van de gehele brief beoordeeld te worden. Immers, uit de volgende zinnen “ But we would like to offer you a new temporary employment contract for a period of 6 month as Research Associate (…)’ en ‘[verweerder], we sincerely hope that you will accept the temporary employment contract and that you take this opportunity to proof yourself.” volgt dat Mapi niet voornemens was om [verweerder] (per direct) te ontslaan. Ook de toezegging van Mapi om na ommekomst van de periode van zes maanden, te bekijken of het contract omgezet zou kunnen worden in (opnieuw)een contract voor onbepaalde tijd, waarbij tevens bezien zou worden welke functie (Research Associate of Senior Research Associate) [verweerder] dan zou kunnen bekleden, bevestigt deze indruk.

5.3. Echter ook uit de schriftelijke reacties van [verweerder] op deze mededingen van Mapi volgt dat [verweerder] wist of redelijkerwijs begreep dat zij niet per direct ontslagen werd.

Immers, bij e-mail van 14 december 2009 deelt [verweerder] onder meer mee: ‘This email is my response to discussions which we had last week regarding my performance evulation and further employability with Mapi’. Omdat [verweerder] zich niet kon vinden in het veranderde perspectief dat Mapi haar bood, heeft zij besloten het dienstverband op te zeggen. De vraag of [verweerder] gehouden kan worden aan haar opzegging valt buiten de rechtstrijd en is voorbehouden aan het oordeel van de bodemrechter.

5.4. Resteert de vraag of - in het geval in een bodemprocedure wordt beslist dat tussen partijen nog immer een arbeidsovereenkomst bestaat - deze (voorwaardelijk) ontbonden dient te worden wegens gewijzigde omstandigheden. Vast staat dat [verweerder] eerst op 8 juni 2010, derhalve bijna een half jaar na de opzegging, toelating tot het werk en loonbetaling vordert. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaarde Mapi dat zij de vacature van [verweerder] reeds begin 2010 heeft ingevuld en thans geen andere vacatures heeft. Hoewel op de website wel vacatures worden vermeld, betekent dit niet dat er daadwerkelijk vacante functies zijn. Mapi verklaarde desgevraagd dat zij voordurend adverteert, omdat zij moeilijk personeel kan vinden binnen haar gespecialiseerde werkveld. Voorts heeft Mapi verklaard dat terugkeer niet aan de orde is aangezien zij, mede door de gang van zaken sinds juni 2010, geen vertrouwen meer heeft in een vruchtbare samenwerking. Nu uit de hiervoor geciteerde

e-mailcorrespondentie bovendien volgt dat [verweerder] eveneens teleurgesteld is in Mapi, is terugkeer voor beide partijen geen reële optie. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.

5.5. Voor het geval de voorwaardelijke ontbinding wordt toegewezen, verzoekt [verweerder] om toekenning van vergoeding gelijk aan 12 bruto maandsalarissen, vermeerderd met vakantietoeslag en bonusuitkering. Naar het oordeel van de kantonrechter bieden de geschetste feiten en omstandigheden voldoende aanknopingspunten voor toekenning van een billijke vergoeding. Hiertoe strekt het volgende.

5.6. Mapi heeft naar het oordeel van de kantonrechter op 10 december 2009 niet als goed werkgever gehandeld. Immers, Mapi confronteerde [verweerder] die dag onverwacht met zowel een per direct ingaande demotie als een omzetting van haar contract van onbepaalde in een voor bepaalde tijd. Onduidelijk is waarom deze drastische maatregelen al na een dienstverband van slechts twee maanden nodig waren. Daar komt bij dat de eerste maatregel (demotie) prematuur lijkt, nu gesteld noch gebleken is dat Mapi [verweerder] de kans heeft gegeven om te werken aan concrete verbeterpunten. Voorts ontbreekt voor de tweede maatregel (omzetting contract) elke noodzaak. Immers, op grond van het bepaalde in artikel 7:685 BW kan een werkgever te allen tijde ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoeken. Niet uitgesloten is dat [verweerder] geen ontslag zou hebben genomen, indien Mapi haar niet gedwongen zou hebben om in te stemmen met demotie en omzetting van haar contract. Aangenomen wordt dan ook dat de handelwijze van Mapi heeft geleid tot het besluit om ontslag te nemen. Om deze reden dient Mapi - indien in rechte komt vast te staan dat het dienstverband tussen partijen nog in stand is - aan [verweerder] een billijke vergoeding te betalen.

5.7. Op grond van de toelichting op aanbeveling 3.6. is er in een situatie als de onderhavige geen reden om af te wijken van de formule. Wel kan er reden zijn om de C-factor bij te stellen. Hoewel het dienstverband minder dan een half jaar heeft geduurd, wordt de fictieve diensttijd op één jaar gesteld. Aangenomen wordt namelijk dat, indien Mapi de koninklijke weg bewandeld zou hebben, de arbeidsovereenkomst binnen het eerste jaar zou zijn ontbonden. Om deze reden wordt de A-factor op één gesteld. Voor de B-factor wordt uitgegaan van het salaris vermeerderd met vakantietoeslag, maar zonder bonus. De bonus was immers afhankelijk van de gerealiseerde omzet. Het aldus verkregen salaris bedraagt

€ 3.740,00 per maand. Vanwege de hiervoor geschetste handelwijze en het relatief korte dienstverband acht de kantonrechter correctiefactor 2 gerechtvaardigd. De vergoeding bedraagt aldus € 7.480,00 bruto.

5.8. Nu Mapi geen vergoeding heeft aangeboden, zal zij in de gelegenheid worden gesteld het voorwaardelijke verzoek in te trekken.

6. De beslissing

De kantonrechter

stelt Mapi in de gelegenheid uiterlijk 10 oktober 2010 het verzoek in te trekken;

en voor het geval het verzoek niet tijdig wordt ingetrokken:

ontbindt de arbeidsovereenkomst, uitsluitend en voor zo ver in rechte komt vast te staan dat tussen partijen nog een arbeidsovereenkomst bestaat, met ingang van 15 oktober 2010;

kent aan [verweerder] ten laste van Mapi een vergoeding toe van € 7.480,00 bruto en veroordeelt Mapi tot betaling van deze vergoeding aan [verweerder];

compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen;

en voor het geval het verzoek tijdig wordt ingetrokken:

veroordeelt Mapi in de proceskosten aan de zijde van [verweerder], tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.M. Vanwersch, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2010.