Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1077

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
18-10-2010
Datum publicatie
19-10-2010
Zaaknummer
09/172 R
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling, nieuwe schuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer: 09/172 R

nummer verklaring: VLM0150800035

uitspraakdatum: 18 oktober 2010

uitspraak op grond van artikel 350 lid 3 van de Faillissementswet

(“tussentijdse beëindiging schuldsanering”)

enkelvoudige kamer

Bij vonnis van deze kamer van 22 juli 2009 is de schuldsa¬nering uitgesproken ten aanzien van:

[schuldenaar],

geboren op [1963] te [woonplaats],

wonende [adres], [woonplaats],

hierna te noemen: de schuldenaar.

De bewindvoerder heeft verzocht om de toepassing van de schuldsanering te beëindigen. De schuldenaar en de bewindvoerder, mevrouw [A], zijn opgeroepen ten einde te worden gehoord ter terechtzitting van 11 oktober 2010. De rechter-commissaris heeft geadviseerd de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.

Als grond voor de beëindiging is aangevoerd dat er een nieuwe schuld is ontstaan bij het UWV ten bedrage van € 6.003,99. Het betreft een terugvordering van te veel ontvangen WW-uitkering. De schuldenaar ontving een WW-uitkering. Toen hij op 1 september 2009 weer was begonnen met werken, heeft hij nog enkele maanden een WW-uitkering ontvangen, naast zijn inkomen uit arbeid. De schuldenaar heeft in januari 2010 € 2.000,00 op de schuld afbetaald en heeft voor het overige openstaande bedrag een betalingsregeling getroffen van

€ 70,00 per maand. Omdat het niet haalbaar is deze nieuwe schuld af te betalen binnen de resterende looptijd van de schuldsaneringsregeling, heeft de bewindvoerder verzocht om tussentijdse beëindiging van de regeling.

Ter terechtzitting van 11 oktober 2010 is alleen de waarnemend bewindvoerder, de heer

[X], verschenen en gehoord. De rechtbank heeft de schuldenaar opgeroepen op het haar bij de gemeentelijke basisadministratie bekende adres. Voor zover mocht blijken dat de schuldenaar niet (meer) op dat adres woont, dient dat voor zijn rekening te blijven, aangezien hij dient in te staan voor de juistheid van de door hem verstrekte adresgegevens. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de schuldenaar behoorlijk is opgeroepen voor de terechtzitting, zodat de zaak kan worden behandeld.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Nu de schuldenaar niet ter terechtzitting is verschenen en ter zake geen verweer heeft gevoerd, dient hetgeen door de bewindvoerder is aangevoerd als vaststaand te worden aangenomen.

Vast staat dat de schuldenaar een bovenmatige schuld heeft laten ontstaan gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling.

Derhalve is er aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub d van de Faillissementswet.

Aangezien er voldoende baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, zal de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement verkeren, zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

Beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- verstaat dat schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zal verkeren zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan;

- benoemt in het faillissement van schuldenaar tot rechter-commissaris

mr. M.H.F. van Vugt,

en tot curator mr. W. Ploeg,

Postbus 132,

3430 AC Nieuwegein;

- stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op € 699,50 exclusief btw, waarin begrepen hetgeen reeds bij voorschot is toegekend;

- geeft met ingang van de dag dat dit vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan last aan de curator tot het openen van aan schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.F. van Vugt en in het openbaar uitge¬spro¬ken op

18 oktober 2010.