Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1001

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-10-2010
Datum publicatie
18-10-2010
Zaaknummer
10/856
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dwangakkoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer: 10/856

nummer verklaring: VND0111000289

uitspraakdatum: 14 oktober 2010

dwangakkoord

enkelvoudige kamer

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

tegen

Orange,

gevestigd te Arnhem,

verweerster.

Partijen zullen hierna [verzoekster] en Orange genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 27 augustus 2010 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift tot primair vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw) en subsidiair tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling;

- de mondelinge behandeling van genoemd verzoekschrift op 7 oktober 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

2.1. [verzoekster] is een alleenstaande moeder van 33 jaar oud. Zij heeft 2 thuiswonende kinderen.

2.2. [verzoekster] ontvangt een WWB-uitkering op basis van de alleenstaande ouder-norm. In verband met haar handicap staat zij op de wachtlijst voor de sociale werkvoorziening IW4.

2.3. De schuldenlast van [verzoekster] bestaat uit 24 concurrente schuldeisers met een totale schuldhoogte van € 22.770,57.

2.4. [verzoekster] heeft op 16 december 2009 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers. Dit akkoord houdt - samengevat – in dat zij gedurende 36 maanden haar afloscapaciteit reserveert. Doorbetaling van het gereserveerde bedrag vindt plaats op grond van een pondspondsgewijze verdeling. Dat zal kunnen resulteren in een uitkering van 7,6 % aan de concurrente schuldeisers. Het aanbod is gebaseerd op een prognose; er zal een hoger bedrag worden gereserveerd voor de crediteuren, op het moment dat het inkomen van [verzoekster] stijgt doordat zij zou gaan werken.

2.5. Uit de bij de aangeboden schuldregeling gevoegde toelichting blijkt dat [verzoekster] op basis van haar huidige inkomen een minimum- afloscapaciteit heeft van € 58,00 per maand.

2.6. De onder 2.4. bedoelde schuldregeling is door alle schuldeisers behalve Orange aanvaard. De vordering van Orange bedraagt € 2.238,77 en maakt voor 9,83 % deel uit van de totale schuldenlast.

2.7. Het deurwaarderskantoor dat in opdracht van Orange handelde, deurwaarderskantoor Van den Heuvel, heeft geen reden opgegeven voor de weigering van de instemming met de schuldregeling. Bij faxbericht van 4 oktober 2010 heeft deurwaarderskantoor Van den Heuvel medegedeeld dat noch zij, noch Orange ter zitting zal verschijnen.

3. Het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord

3.1. [verzoekster] heeft in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling de rechtbank verzocht Orange te bevelen in te stemmen met de onder 2.4. bedoelde schuldregeling.

[verzoekster] heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat de schuldeisers bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling een lagere uitkering hebben te verwachten, nu in een wettelijke schuldsaneringsregeling de kosten van bewindvoering in mindering worden gebracht op het aan de schuldeisers uit te keren bedrag. Het Budget Advies Centrum van Vitras, welke het minnelijk traject uitvoert, brengt geen kosten in rekening voor de schuldhulpverlening, waardoor in een minnelijk traject de volledige afloscapaciteit ten goede zal komen aan de schuldeisers. [verzoekster] heeft verzocht het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord

4.1. Gelet op het bepaalde in artikel 287a Fw kan een verzoek als het onderhavige slechts worden toegewezen als Orange in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de door [verzoekster] voorgestelde schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat Orange heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoekster] of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Daarbij dient tevens een vergelijking te worden gemaakt met de situatie dat [verzoekster] tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegelaten.

4.2. Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat

100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Aangezien de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering van Orange, staat het belang van deze schuldeiser bij weigering van de minnelijke regeling vast.

4.3. [verzoekster] is ter terechtzitting verschenen samen met haar schuldhulpverlener van Vitras, mevrouw A.M.A Verwolf, en diens collega, mevrouw N.Y. van de Kleut. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] aangevoerd dat zij diverse lichamelijke problemen heeft, waardoor zij zich voortbeweegt in een scootmobiel en een rolstoel. Zij is door de gemeente Veenendaal tot 1 januari 2010 ontheven van de sollicitatieplicht in het kader van de WWB-uitkering. [verzoekster] heeft verklaard dat de lichamelijke kwalen erger worden. Mevrouw Verwolf heeft toegelicht dat [verzoekster] ondersteuning krijgt in het bijhouden van haar administratie van het Leger des Heils.

4.4. Het inkomen van [verzoekster] ligt beneden het vrij te laten bedrag, met als gevolg dat [verzoekster] in het wettelijk traject slechts gehouden zou zijn om het bewindvoerderssalaris af te dragen, voor zover zij daarmee met haar inkomen niet beneden de beslagvrije voet komt. Dit betekent dat wanneer [verzoekster] het wettelijk traject doorloopt, er (uitgaande van de huidige financiële situatie van [verzoekster]) voor de schuldeisers geen uitkering te verwachten valt. Daarentegen wordt er bij het doorlopen van het minnelijk traject met het huidige inkomen van [verzoekster] in elk geval (36 x € 58,00 =) € 2.088,00 ten behoeve van de schuldeisers gespaard. Op basis van de huidige inkomenssituatie van [verzoekster] moet derhalve geconcludeerd worden dat de vooruitzichten voor de schuldeisers bij aanvaarding van de aangeboden schuldregeling gunstiger zijn dan bij verwerping daarvan. Daarbij komt dat de schuldeisers op grond van het aangeboden akkoord kunnen rekenen op een jaarlijkse betaling op hun vorderingen, terwijl zij in de wettelijke regeling eerst na drie jaar een deel op hun vorderingen betaald krijgen.

4.5. De rechtbank overweegt verder dat [verzoekster] in het wettelijk traject de verplichting heeft om zich maximaal in te spannen om een baan van 36 uur per week te bemachtigen en te behouden, alsmede dat in het wettelijk traject streng toezicht wordt gehouden op het naleven van deze verplichting. Bij de rechtbank bestaat echter niet de verwachting dat [verzoekster] een reguliere baan kan verkrijgen, laat staan dat zij een dermate hoog inkomen in loondienst kan verwerven, dat er substantieel meer kan worden afgedragen dan in de huidige situatie. Wanneer zij zou gaan werken zal dit in eerste instantie een arbeidsplaats betreffen bij een sociale werkvoorziening, welke vaak niet loonvormend zijn. De rechtbank acht de kans dat [verzoekster] haar inkomen kan vergroten gedurende de komende 3 jaar klein, vanwege haar lichamelijke situatie. Om deze reden is het voordeel dat het wettelijk traject biedt ten aanzien van de waarborging van de sollicitatieplicht, te verwaarlozen.

4.6. Uit vorenstaande volgt dat Orange niet aannemelijk heeft kunnen maken dat Orange in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, zodat het verzoek zal worden toegewezen. Daarbij is in aanmerking genomen dat onevenredigheid bestaat tussen het belang dat Orange heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering, en de belangen van de overige schuldeisers en [verzoekster], welke belangen door die weigering worden geschaad. Hierbij heeft meegewogen dat Orange geen reden heeft opgegeven voor de weigering tot instemming en eveneens niet ter zitting is verschenen.

4.7. Op de terechtzitting is besproken dat de belastingschuld inzake de terugbetaling van huurtoeslag met een hoogte van € 2.863,00 ten onrechte op de crediteurenlijst is aangemerkt als preferente crediteur. Mevrouw Verwolf heeft bevestigd dat wanneer deze belastingschuld een toeslag betreft, deze zal worden aangemerkt als concurrente schuldeiser. Nu dit gevolgen heeft voor de uitdeling, zal de rechtbank deze aanpassing als voorwaarde stellen voor de beslissing.

4.8. Het verzoek van [verzoekster] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kan, gelet op de toewijzing van de schuldregeling, onbesproken blijven.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1 beveelt Orange in te stemmen met de aangeboden schuldregeling;

5.2 beveelt Vitras de schuldenlijst aan te passen zoals besproken in punt 4.7., en de uitdeling te baseren op de aangepaste schuldenlijst;

5.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Dijksterhuis en in het openbaar uitgesproken op

14 oktober 2010.