Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0447

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-10-2010
Datum publicatie
14-10-2010
Zaaknummer
289083 / FA RK 10-3723
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank begrijpt dat verzoeker zich op het standpunt stelt dat de schrijfwijze van zijn geslachtsnaam sinds de invoering van de burgerlijke stand onjuist is geweest, aangezien het telkens een misslag ten aanzien van de schrijfwijze van de geslachtsnaam behelst. De rechtbank stelt vast dat, blijkens het door verzoeker overgelegde genealogisch onderzoek, de geslachtsnaam in de periode van 1633 tot 1709 in de kerkelijke registers werd geschreven met 'eij'. Sinds 1748 is de geslachtsnaam in de kerkelijke registers geschreven met 'ei'. In 1811 is de burgerlijke stand ingevoerd in Holland (waar de voorouders van verzoeker woonden). Vanaf de invoering van de burgerlijke stand is in de registers de geslachtsnaam consequent met 'ei' geschreven. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook geen sprake van een misslag in de registers van de burgerlijke stand ten aanzien van schrijfwijze van de geslachtsnaam van verzoeker.

De rechtbank begrijpt dat verzoeker een emotioneel belang heeft bij de schrijfwijze van zijn familienaam. De wet biedt echter in artikel 1:24 lid 1 BW geen ruimte voor een afweging van enig emotioneel belang. Nu niet is voldaan aan het vereiste voor het verbeteren van een misslag in voormelde aktes, zoals bedoeld in artikel 1:24 lid 1 BW, zal het verzoek worden afgewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2010/4538
JPF 2012/1
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 289083 / FA RK 10-3723

verbetering akte burgerlijke stand

Beschikking van 13 oktober 2010

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

advocaat mr. A.W. van Luipen,

met als belanghebbenden

de minderjarige

[minderjarige 1],

geboren op [1995] te [geboorteplaats],

de minderjarige

[minderjarige 2],

geboren op [1998] te [geboorteplaats],

[echtgenote van verzoeker],

wonende te [woonplaats],

nader te noemen: de echtgenote van verzoeker,

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

gemeente Utrechtse Heuvelrug,

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

gemeente Amsterdam,

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

gemeente Utrecht.

1. Verloop van de procedure

1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van het ter griffie ingediende verzoekschrift met bijlagen, waaronder de instemmingsverklaring van de echtgenote van verzoeker.

1.2. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam heeft de rechtbank bij brief van 30 augustus 2010 schriftelijk bericht.

1.3. Bij brief van 6 september 2010 heeft mr. Van Luipen de rechtbank nog een nadere productie doen toekomen.

1.4. De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn op 14 september 2010 door de kinderrechter gehoord.

1.5. De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 14 september 2010. Hierbij zijn verschenen:

- verzoeker met zijn advocaat,

- mevrouw mr. M.P.M. van de Mortel, namens de gemeente Utrecht,

- mevrouw A.C. van der Lit-van Veldhuizen en mevrouw H.C.M. van Veen-van den Oudenalder, namens de gemeente Utrechtse Heuvelrug.

2. Vaststaande feiten

2.1. Verzoeker is geboren op [1961] te [geboorteplaats], thans gemeente Utrechtse Heuvelrug, als zoon van [A] en [B].

Met betrekking tot de geboorte van verzoeker is op [1961] een geboorteakte opgemaakt onder nummer [nummer]. Deze akte is ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [geboorteplaats], thans gemeente Utrechtse Heuvelrug, van het jaar 1961.

2.2. Verzoeker is gehuwd met [echtgenote van verzoeker].

Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen: [minderjarige 1], op [1995] te [geboorteplaats],

[minderjarige 2], geboren op [1998] te Utrecht.

2.3. Met betrekking tot de geboorte van [minderjarige 1] is op [1995] een geboorteakte opgemaakt onder nummer [nummer]. Deze akte is ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Amsterdam van het jaar 1995.

2.4. Met betrekking tot de geboorte van [minderjarige 2] is op [1998] een geboorteakte opgemaakt onder nummer [nummer]. Deze akte is ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Utrecht van het jaar 1998.

2.5. Verzoeker, de echtgenote van verzoeker en de minderjarigen bezitten de Nederlandse nationaliteit.

3. Beoordeling van het verzochte

3.1. Verzoeker heeft een verzoek ingediend strekkende tot de verbetering van zijn geslachtsnaam in zijn geboorteakte, alsmede in de geboorteaktes van zijn minderjarige kinderen, van [-ei] in [-eij]. Aan dit verzoek heeft hij ten grondslag gelegd dat uit genealogie-onderzoek is gebleken dat zijn voorvaderen de naam [-eij] droegen. Gelet op zijn familiegeschiedenis, hecht verzoeker er belang aan dat uit zijn familienaam de verbondenheid met zijn voorvaderen blijkt.

3.2. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam heeft schriftelijk medegedeeld zich te refereren aan het verzoek, met uitzondering van het verzoek tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de beslissing.

3.3. De ambtenaren van de burgerlijke stand van de gemeenten Utrecht en Utrechtse Heuvelrug hebben zich op het standpunt gesteld dat verzoeker een verzoek tot geslachtsnaamswijziging bij het Ministerie van Justitie had moeten indienen. In dit kader hebben zij nog opgemerkt dat een dergelijk verzoek wellicht niet zal worden ingewilligd, aangezien niet onafgebroken de schrijfwijze ‘eij’ in de geslachtsnaam is gebruikt.

Indien de man kan worden ontvangen in zijn verzoek, dan dient volgens hen het verzoek te worden afgewezen. Naar de mening van de ambtenaren van de burgerlijke stand is er geen sprake van een misslag in de registers van de burgerlijke stand, aangezien de verschrijving (‘ei’ in plaats van ‘eij’) meer dan 250 jaar geleden heeft plaatsgevonden in de zogenoemde kerkelijke registers. Vanaf de invoering van de registers van de burgerlijke stand is consequent de schrijfwijze ‘ei’ in de geslachtsnaam gebruikt, aldus de ambtenaren van de burgerlijke stand.

3.4. De rechtbank overweegt dat verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek, nu hij gemotiveerd heeft gesteld dat er sprake is van een misslag in zijn geboorteakte. De omstandigheid dat er een aparte procedure voor geslachtsnaamswijziging bestaat, doet hieraan niet af.

3.5. De rechtbank overweegt dat ingevolge het eerste lid van artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek (BW) door de rechtbank verbetering kan worden gelast van een akte die een misslag bevat, welke voorkomt in een register van de burgerlijke stand.

3.6. De rechtbank begrijpt dat verzoeker zich op het standpunt stelt dat de schrijfwijze van zijn geslachtsnaam sinds de invoering van de burgerlijke stand onjuist is geweest, aangezien het telkens een misslag ten aanzien van de schrijfwijze van de geslachtsnaam behelst. De rechtbank stelt vast dat, blijkens het door verzoeker overgelegde genealogisch onderzoek, de geslachtsnaam in de periode van 1633 tot 1709 in de kerkelijke registers werd geschreven als ‘[-eij]’. Sinds 1748 is de geslachtsnaam in de kerkelijke registers geschreven als ‘[-ei]’. In 1811 is de burgerlijke stand ingevoerd in Holland (waar de voorouders van verzoeker woonden). Vanaf de invoering van de burgerlijke stand is in de registers de geslachtsnaam consequent als ‘[-ei]’ geschreven. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook geen sprake van een misslag in de registers van de burgerlijke stand ten aanzien van schrijfwijze van de geslachtsnaam van verzoeker.

3.7. De rechtbank begrijpt dat verzoeker een emotioneel belang heeft bij de schrijfwijze van zijn familienaam. De wet biedt echter in artikel 1:24 lid 1 BW geen ruimte voor een afweging van enig emotioneel belang. Nu niet is voldaan aan het vereiste voor het verbeteren van een misslag in voormelde aktes, zoals bedoeld in artikel 1:24 lid 1 BW, zal het verzoek worden afgewezen.

4. Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Verouden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2010.?