Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN8161

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
30-08-2010
Datum publicatie
23-09-2010
Zaaknummer
SBR 09-2415
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bodemzaak. APV Baarn. Kapvergunning. Eiser probeert door het opkomen tegen een kapvergunning te voorkomen dat een Kiss & Ridestrook wordt uitgebreid ten koste van twee bomen maar het verkeersbesluit dat aan de strook ten grondslag lag is reeds rechtens onaantastbaar. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 09/2415

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], te [woonplaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, verweerder,

gemachtigde: mr. E.M. Roozeboom en P. Duifhuizen.

Inleiding

1.1 Bij besluit van 15 mei 2009 heeft verweerder aan de gemeente [woonplaats] (hierna: vergunninghouder) vergunning verleend voor het kappen van een spar en een beuk op het terrein [adres] te [woonplaats]. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 22 juli 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Daartegen heeft eiser beroep ingesteld.

1.2 Het beroep is behandeld ter zitting van 16 augustus 2010, waar eiser in persoon is verschenen. Namens verweerder zijn ter zitting verschenen mr. E.M. Roozeboom en P. Duifhuizen, werkzaam bij de gemeente Baarn.

Overwegingen

2.1 Op 28 april 2009 heeft vergunninghouder een aanvraag om een kapvergunning ingediend, met het oog op de door hem gewenste aanleg van een Kiss & Ridestrook aan de [adres] te [woonplaats]. Vervolgens heeft verweerder aan vergunninghouder een kapvergunning verleend voor de onder 1.1 genoemde bomen.

Naar aanleiding van de bezwaren van (onder anderen) eiser tegen de kapvergunning heeft verweerder aan de Adviescommissie Bezwaarschriften (hierna: de Adviescommissie) toegelicht dat de aanvraag is beoordeeld op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Baarn (hierna: APV). De Adviescommissie heeft verweerder geadviseerd om het bezwaar ongegrond te verklaren, aangezien de weigeringsgronden uit de APV niet van toepassing zijn, er in de vorm van een achterliggende boswal veel groen overblijft en de bomen waarvoor een kapvergunning is aangevraagd geen beeldbepalende bomen zijn. Verweerder heeft volgens de Adviescommissie het belang van verkeersveiligheid zwaarder kunnen laten wegen. Verweerder heeft in het bestreden besluit dit advies overgenomen.

2.2 Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het aanleggen van de Kiss & Ridestrook zal leiden tot een gevaarlijke situatie voor fietsende kinderen. Ook heeft eiser aangevoerd er nooit een bezwaarmogelijkheid is geweest tegen de feitelijke aanleg van de Kiss & Ridestrook.

2.3 Ingevolge artikel 4.3.2, eerste lid, van de APV is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een houtopstand te vellen of te doen vellen.

Ingevolge artikel 4.3.3a van de APV kan de vergunning in elk geval worden geweigerd op grond van:

a. de natuurwaarde van de houtopstand;

b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

2.4 Eiser heeft géén beroep gedaan op het bestaan van een van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 4.3.3a van de APV en niet in geschil is dat de bewuste bomen klein en niet beeldbepalend zijn. Bovendien bevindt zich achter deze bomen een grote hoeveelheid groen. Uit de ter zitting door verweerder overgelegde foto’s is voorts gebleken dat de spar in matige toestand verkeert. Nu de weigeringsgronden niet limitatief zijn opgesomd, begrijpt de rechtbank dat eiser zich beroept op de discretionaire bevoegdheid van verweerder de kapvergunning te weigeren om een andere dan een in het artikel genoemde reden. De uitoefening van die bevoegdheid dient door de bestuursrechter terughoudend te worden getoetst.

2.5 Door eiser is in beroep naar voren gebracht dat de Kiss & Ridestrook tot een gevaarlijke verkeerssituatie leidt dan wel zal leiden. Eiser probeert middels het opkomen tegen de kapvergunning te voorkomen dat de Kiss & Ridestrook wordt uitgebreid ten koste van de twee bewuste bomen. Niet betwist is dat het verkeersbesluit dat ten grondslag lag aan de Kiss & Ridestrook rechtens onaantastbaar is – eiser heeft hiertegen wel bezwaar gemaakt, doch heeft om hem moverende redenen ervoor gekozen tegen de ongegrondverklaring van zijn bezwaar geen beroep in te stellen. Gelet op die omstandigheid ziet de rechtbank met inachtneming van de hierboven omschreven terughoudendheid in de toetsing geen aanleiding te oordelen dat verweerder onder afweging van de betrokken belangen in redelijkheid gebruik had moeten maken van zijn in artikel 4.3.3a van de APV weergegeven bevoegdheid om de kapvergunning te weigeren.

2.6 Hetgeen door eiser in beroep is aangevoerd kan, gelet op het voorgaande, niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Er is geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.W. Veenendaal, als rechter en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2010.

De griffier: De rechter:

mr. M. de Laat mr. J.W. Veenendaal

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.