Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN4382

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-08-2010
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
16-600120-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 12.000,-. Zij legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 12.000,-, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 16-600120-10 (ontneming)

beslissing van de rechtbank d.d. 13 augustus 2010

in de ontnemingszaak tegen

[verdachte],

geboren op [1958] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [woonadres].

Raadsman: mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden.

1 De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- het strafdossier onder parketnummer 16-600120-10;

- het vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van deze rechtbank van 2 juli 2010 in de zaak met parketnummer 16-600120-10, waaruit blijkt dat veroordeelde is veroordeeld terzake van:

1. deelname aan een criminele organisatie;

2. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

3. medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd,

tot in die uitspraak vermelde straf;

- het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzittingen van 9 juni 2010 en 18 juni 2010;

- de overige stukken.

Tijdens het onderzoek op voormelde terechtzittingen is de veroordeelde gehoord en hebben de officier van justitie en de raadsman hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De beoordeling.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door haar wordt geschat op € 12.000,-.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft veroordeelde door middel van of uit baten van de hiervoor onder kopje 1 (de procedure) onder 2 en 3 genoemde strafbare feiten en soortgelijke feiten, voordeel gekregen.

De rechtbank ontleent de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat .

Zaaksdossier 7 ([adres] te Veenendaal)

In het dossier bevinden zich de volgende documenten:

- een werkgeversverklaring ten aanzien van [betrokkene 1] met een dienstverband als chauffeur transporteur sinds 1 december 2006 bij [bedrijf 1] met een bruto jaarsalaris van € 44.712,- inclusief vakantiegeld ;

- een loonstrook van [bedrijf 1] van de maand januari 2007 betreffende een inkomen van [betrokkene 1] van € 2.297,59 per maand .

Op 12 april 2007 is de hypotheekakte voor de hypothecaire geldlening met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] ten name van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gepasseerd ten overstaan van notaris [betrokkene 2] te Veenendaal. De hypothecaire lening bedroeg € 307.500,- . Van dit bedrag was een bedrag van € 40.000,- voor de verbouwing gereserveerd.

[verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voormelde werkgeversverklaring en loonstrook, beide van [bedrijf 1] ten aanzien van [betrokkene 1], heeft opgemaakt. [betrokkene 3] leverde de gegevens aan die [verdachte] op de werkgeversverklaring en salarisstrook moest vermelden. [verdachte] heeft erkend dat hij wist dat de inhoud van de werkgeversverklaring en de loonstrook niet klopte en dat de door hem opgemaakte stukken zouden worden gebruik om [betrokkene 1] aan een hypotheek te helpen.

[betrokkene 3] heeft € 250,- aan [verdachte] betaald ten behoeve van het opmaken van drie fictieve salarisstroken en een arbeidsovereenkomst ten name van [betrokkene 1] bij werkgever [bedrijf 1] te Veenendaal .

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 250,-

Zaaksdossier 8 ([adres] te Veenendaal)

In het dossier bevinden zich de volgende documenten:

- een werkgeversverklaring ten aanzien van [betrokkene 4] met een dienstverband als interim manager sinds 1 juli 2007 bij [bedrijf 5] (hierna te noemen: [bedrijf 5]) met een bruto jaarsalaris van € 71.280,- inclusief vakantiegeld ;

- drie salarisspecificaties van [bedrijf 5] van de maanden juli 2007, augustus 2007 en september 2007, betreffende een inkomen van [betrokkene 4] .

Op 18 januari 2008 is de hypotheekakte voor de hypothecaire geldlening met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] ten name van [betrokkene 4] gepasseerd bij notariskantoor [naam]. Het hypotheekbedrag bedroeg € 370.000,- met een bouwdepot van € 85.000,- .

[verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voormelde werkgeversverklaring en drie salarisspecificaties van [bedrijf 5] ten aanzien van [betrokkene 4] heeft opgemaakt. [betrokkene 3] leverde de gegevens aan die [verdachte] op de werkgeversverklaring en salarisspecificatie moest vermelden. [verdachte] wist dat de inhoud van de werkgeversverklaring en de loonstrook niet klopte en dat de door hem opgemaakte stukken zouden worden gebruikt om [betrokkene 4] aan een hypotheek te helpen. [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij hiervoor € 250,- van [betrokkene 3] heeft gekregen .

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 250,-

Zaaksdossier 9 ([adres] te Ederveen)

In het dossier bevinden zich de volgende documenten:

- een werkgeversverklaring ten aanzien van [betrokkene 5] met een dienstverband als bedrijfsleider sinds 15 november 2006 bij [naam] met een bruto jaarsalaris van € 87.000,- en € 6.960,- vakantiegeld ;

- een werkgeversverklaring ten aanzien van [betrokkene 4] met een dienstverband als recruiter sinds 8 januari 2007 bij [naam] met een bruto jaarsalaris van € 71.400,- en € 5.712,- vakantietoeslag .

Op 30 maart 2007 is de hypotheekakte voor de hypothecaire geldlening met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] ten name van [betrokkene 5] en [betrokkene 4] gepasseerd bij notariskantoor [naam]. Het hypotheekbedrag bedroeg

€ 880.000,-, inclusief bouwdepot van € 300.000,- .

[betrokkene 5] heeft verklaard dat hij nooit werkzaam is geweest bij [naam] . Volgens [betrokkene 4] is zij nooit werkzaam geweest bij [naam] .

In het dossier bevindt zich een e-mailbericht, waarin [betrokkene 3] (de rechtbank begrijpt: [betrokkene 3]) informatie aan [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) geeft ten behoeve van de door hem in te vullen werkgeversverklaringen inzake [betrokkene 5] en [betrokkene 5]. De gegevens van [betrokkene 5] betreffen een dienstverband bij [naam]. De gegevens van [betrokkene 5] betreffen een dienstverband bij [naam] .

[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij voormelde werkgeversverklaring van

[naam] ten name van [betrokkene 4] heeft opgemaakt. [verdachte] heeft voornoemd e-mailbericht herkend en heeft hierover verklaard dat dit een opdracht van [betrokkene 3] aan hem was om stukken op te maken. [verdachte] deed wat [betrokkene 3] hem opdroeg via e-mail, aldus [verdachte] .

[verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij € 2.500,- van [betrokkene 3] heeft ontvangen voor het zich beschikbaar stellen als werkgever, te weten [naam].

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 2.500,-

Zaaksdossier 10 ([adres] te Veenendaal)

In het dossier bevinden zich de volgende documenten:

- een werkgeversverklaring van [naam] ten aanzien van [betrokkene 4] ;

- een salarisspecificatie van [naam] betreffende [betrokkene 4] .

Op 21 december 2006 is de hypotheekakte voor de hypothecaire geldlening, hypotheeknummer 57900, met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] ten name van [betrokkene 4] gepasseerd bij notaris mr. J.W.P.N. Hermans. [bedrijf 3] heeft een hypotheek verstrekt van € 486.000,-, met een bouwdepot van € 42.000, - .

[verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voormelde werkgeversverklaring en salarisspecificatie van [naam] ten aanzien van [betrokkene 4] heeft opgemaakt. Het was nooit de bedoeling dat [betrokkene 4] voor [naam] zou gaan werken. [verdachte] heeft € 2.500,- van [betrokkene 3] ontvangen voor het zich beschikbaar stellen als werkgever, te weten [naam], aldus [verdachte] ter terechtzitting.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 2.500,-

Zaaksdossier 12 ([adres] te Sint Agatha)

In een werkgeversverklaring, gedateerd 30 maart 2007, van [naam] te Veenendaal ten aanzien van [betrokkene 6] staat vermeld dat [betrokkene 6] sinds 1 januari 2007 als bedrijfsleider werkzaam is met een bruto jaarsalaris van € 79.080,- en een vakantietoeslag van € 6.326,40. Op een loonstrook van [naam] ten name van [betrokkene 6] over de periode van februari 2007 staat een uit te betalen salaris van € 3.887,81 vermeld .

Op 26 april 2007 is de hypotheekakte voor de hypothecaire geldlening met betrekking tot de woning aan de [adres] te Sint Agatha ten name van [betrokkene 6] en [betrokkene 7] gepasseerd bij notariskantoor [naam]. [naam] heeft een hypotheek verstrekt van € 475.000,- , inclusief bouwdepot van € 48.000, - .

[betrokkene 6] heeft op 9 oktober 2009 verklaard dat hij nooit heeft gewerkt voor [naam] en dat hij nooit salaris of salarisstroken van dit bedrijf heeft ontvangen. Hij kent de aannemer in [naam] niet en de factuur van aannemingsbedrijf [naam] zegt hem niets . [betrokkene 5] en [betrokkene 4] hebben respectievelijk op 10 september 2009 en 17 september 2009 verklaard dat zij [betrokkene 6] nooit in dienst hebben gehad. [betrokkene 4] heeft nimmer salaris naar [betrokkene 6] overgemaakt .

[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat het erop lijkt dat hij de valse stukken heeft opgemaakt met gebruikmaking waarvan de hypotheek ten name van [betrokkene 6] en [betrokkene 7] is afgesloten . Ter terechtzitting van 9 juni 2010 heeft [verdachte] verklaard dat hij voor het opmaken van salarisstroken en werkgeversverklaringen op naam van een ander bedrijf dan zijn eigen bedrijf [naam] per hypothecaire lening € 250,- van [betrokkene 3] betaald heeft gekregen.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 250,-

Zaaksdossier 13 ([adres] te Driebergen-Rijssenburg)

In een werkgeversverklaring van [naam] te Veenendaal ten name van [naam] staat vermeld dat [naam] sinds 1 september 2007 als verkoper bij dit bedrijf werkzaam is en een bruto jaarsalaris geniet van € 11.820 exclusief vakantiegeld. In een salarisspecificatie van [naam] over de maand september 2007 staat een netto inkomen van € 869,09 ten behoeve van [naam] vermeld .

Op 5 november 2007 is de hypotheekakte voor de hypothecaire geldlening met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] ten name van [naam] gepasseerd bij notariskantoor [naam]. Fortis heeft een hypotheek verstrekt van

€ 195.000,- , inclusief bouwdepot van € 12.000, - .

[naam] heeft verklaard dat hij nooit loonstroken van [naam] heeft ontvangen .

Volgens [verdachte] kreeg hij opdracht van [betrokkene 3] om valse salarisstroken op te maken. Voormelde salarisstrook kwam ongetwijfeld bij hem vandaan . [verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voor het opmaken van salarisstroken en werkgeversverklaringen op naam van een ander bedrijf dan zijn eigen bedrijf [naam] per hypothecaire lening € 250,- van [betrokkene 3] betaald heeft gekregen.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 250,-

Zaaksdossier 14 ([adres] te Veenendaal)

In een werkgeversverklaring van [naam] te Veenendaal ten aanzien van [betrokkene 8] staat vermeld dat [betrokkene 8] sinds 1 december 2006 als directiesecretaresse werkzaam is met een bruto jaarsalaris van € 48.000,- en een vakantietoeslag van € 3.840,-. Op een loonstrook van [naam] ten name van [betrokkene 8] over de periode van mei 2007 staat een uit te betalen salaris van

€ 3.736,18 vermeld .

Op 2 juli 2007 is de hypotheekakte voor de hypothecaire geldlening met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] ten name van [betrokkene 8] gepasseerd bij notariskantoor [naam]. [naam] heeft een hypotheek verstrekt van

€ 270.000,- , inclusief bouwdepot van € 17.000,- .

[betrokkene 8] heeft verklaard dat zij met behulp van [betrokkene 3] de woning aan de [adres] te [woonplaats] heeft gekocht. Zij heeft nimmer voor [naam] gewerkt .

Volgens [verdachte] kreeg hij opdracht van [betrokkene 3] om valse salarisstroken op te maken. Voormelde salarisstrook kwam ongetwijfeld bij hem vandaan . [verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voor het opmaken van salarisstroken en werkgeversverklaringen op naam van een ander bedrijf dan zijn eigen bedrijf [naam] per hypothecaire lening € 250,- van [betrokkene 3] betaald heeft gekregen.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 250,-

Zaaksdossier 15 ([adres] Winterswijk)

In een werkgeversverklaring van [naam] te Veendam ten aanzien van [betrokkene 9] staat vermeld dat [betrokkene 9] sinds 15 november 2006 als consultant werkzaam is met een bruto jaarsalaris van € 87.000,- en een vakantietoeslag van € 6.900,- . Op een loonstrook van

[naam] ten name van [betrokkene 9] over de periode van mei 2007 staat een uit te betalen salaris van € 6.083,57 vermeld .

Op 5 oktober 2007 is de hypotheekakte voor de hypothecaire geldlening met betrekking tot de woning aan de [adres] te Winterswijk ten name van [betrokkene 9] en [naam] gepasseerd bij notariskantoor [naam]. [naam] heeft een hypotheek verstrekt van € 600.000,-. Het bouwdepot bedroeg € 122.000,-. Op 28 december 2007 werd een extra hypotheek afgesloten van € 65.000,- .

[betrokkene 9] heeft niet voor [naam] gewerkt en heeft nimmer salaris van [naam] ontvangen .

[verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voor het opmaken van salarisstroken en werkgeversverklaringen op naam van zijn eigen bedrijf [naam] per hypothecaire lening € 2.500,- van [betrokkene 3] betaald heeft gekregen.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 2.500,-

Zaaksdossier 18 ([adres] te Kornhorn)

In een werkgeversverklaring van [naam] ten aanzien van [betrokkene 10] staat vermeld dat [betrokkene 10] sinds 1 december 2006 als consultant werkzaam is met een bruto jaarsalaris van € 69.000,- en een vakantietoeslag van € 5.520,-, ondertekend door [verdachte] als werkgever . Op een loonstrook van [naam] ten name [betrokkene 10] over de periode april 2007 staat een uit te betalen salaris van € 3.484,56 vermeld .

Op 5 november 2007 werd een hypothecaire geldlening van € 302.000,- verstrekt aan [betrokkene 10] en [betrokkene 10] . Van voormeld bedrag hield de [naam] een bedrag van € 120.959,- in depot .

[betrokkene 10] heeft op 22 oktober 2009 verklaard dat hij het bedrijf [naam] tot twee weken geleden niet kende .

[verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voor het opmaken van salarisstroken en werkgeversverklaringen op naam van zijn eigen bedrijf [naam] per hypothecaire lening € 2.500,- van [betrokkene 3] betaald heeft gekregen.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 2.500,-

Zaaksdossier 19 ([adres] te Veenendaal)

In een werkgeversverklaring van [naam] ten aanzien van [betrokkene 11] staat vermeld dat [betrokkene 11] sinds 1 augustus 2006 als sales manager Benelux werkzaam is met een bruto jaarsalaris van € 33.000,- en een vakantietoeslag van € 2.640,- . Op een loonstrook van [naam] ten name van [betrokkene 11] over de periode oktober 2006 staat een uit te betalen salaris van € 1.878,69 vermeld .

In een werkgeversverklaring van [betrokkene 1] Transporten ten aanzien van [betrokkene 11] staat vermeld dat [betrokkene 11] sinds 1 december 2006 als transporteur werkzaam is met een bruto jaarsalaris van € 36.600,- en een vakantietoeslag van € 2.928,- . Op een loonstrook van [betrokkene 1] Transporten ten name van [betrokkene 11] over de periode maart 2007 staat een uit te betalen salaris van € 2.075,49 vermeld .

[betrokkene 11] heeft verklaard dat hij nimmer heeft gewerkt bij [naam] noch bij [betrokkene 1] Transporten .

Op 29 november 2006 heeft [bedrijf 4] een hypothecaire geldlening van € 285.000,- verstrekt aan [betrokkene 11] en [betrokkene 12] waarin een bouwdepot van € 28.500,- was opgenomen. Op 10 april 2007 heeft Fortis een nieuwe hypothecaire lening van € 27.500,- als bouwdepot verstrekt .

Volgens [verdachte] heeft hij de salarisstrook op verzoek van [betrokkene 3] opgemaakt . [verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voor het opmaken van salarisstroken en werkgeversverklaringen op naam van een ander bedrijf dan zijn eigen bedrijf [naam] per hypothecaire lening € 250,- van [betrokkene 3] betaald heeft gekregen.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 250,-

Zaaksdossier 20 ([adres] te Veenendaal)

In een werkgeversverklaring van [bedrijf 1] ten aanzien van [betrokkene 13] staat vermeld dat [betrokkene 13] sinds 15 november 2006 als transporteur werkzaam is met een bruto jaarsalaris van € 47.100,-, een vakantietoeslag van € 3.768,- en een onregelmatigheidstoeslag van € 3.600,- . Op een loonstrook van [bedrijf 1] ten name van [betrokkene 13] over de periode mei 2007 staat een uit te betalen salaris van

€ 3.762,34 vermeld .

Op 13 juli 2007 heeft [naam] een hypothecaire geldlening van € 245.000,- verstrekt aan [betrokkene 13] .

[betrokkene 13] dat [betrokkene 3] alles zou regelen met de salarisstroken, werkgeversverklaringen en het contact met de bank. [betrokkene 13] heeft nooit bij [bedrijf 1] gewerkt. [betrokkene 3] heeft een loonstrook voor [betrokkene 13] op laten maken door een kennis. Op deze loonstrook stond [bedrijf 1] vermeld .

[verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voor het opmaken van salarisstroken en werkgeversverklaringen op naam van een ander bedrijf dan zijn eigen bedrijf [naam] per hypothecaire lening € 250,- van [betrokkene 3] betaald heeft gekregen.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 250,-

Zaaksdossier 21 ([adres] te Veenendaal)

In een werkgeversverklaring van Vishandel [betrokkene 4] ten aanzien van [naam] staat vermeld dat [naam] sinds 1 november 2006 als bedrijfsleidster werkzaam is met een bruto jaarsalaris van € 46.200,- en een vakantietoeslag van € 3.696,- . Op een loonstrook van Vishandel [betrokkene 4] ten name van [naam] over de periode december 2006 staat een uit te betalen salaris van € 2.489,43 vermeld .

Op 7 februari 2007 heeft [naam] een hypothecaire geldlening van € 425.000,- verstrekt aan [naam] .

[naam] heeft op 5 januari 2010 verklaard dat zij sinds januari 2006 voor geen enkele werkgever heeft gewerkt. Zij heeft nooit gewerkt voor [betrokkene 4] Seafoods en heeft ook nooit loonstroken van dit bedrijf ontvangen. [betrokkene 3] heeft geregeld dat [verdachte] een valse salarisstrook heeft opgemaakt .

[verdachte] heeft de salarisstrook opgemaakt . [verdachte] heeft ter terechtzitting van 9 juni 2010 verklaard dat hij voor het opmaken van salarisstroken en werkgeversverklaringen op naam van een ander bedrijf dan zijn eigen bedrijf [naam] per hypothecaire lening € 250,- van [betrokkene 3] betaald heeft gekregen.

Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 250,-

Berekening totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

Zaaksdossiers Wederrechtelijk verkregen voordeel

7: [adres] 250,00

8: [adres] 250,00

9: [adres] 2.500,00

10: [adres] 2.500,00

12: [adres] 250,00

13: [adres] 250,00

14: [adres] 250,00

15: [adres] 2.500,00

18: [adres] 2.500,00

19: [adres] 250,00

20: [adres] 250,00

21: [adres] 250,00

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

12.000,00

De raadsman heeft de rechtbank ter terechtzitting verzocht bij de bepaling van het terug te betalen bedrag rekening te houden met de beperkte draagkracht van veroordeelde en de verwachting dat deze draagkracht in de nabije toekomst niet zal toenemen.

Gelet op de ter terechtzitting naar voren gekomen persoonlijke omstandigheden acht de rechtbank geen gronden aanwezig om het door de veroordeelde te betalen bedrag lager vast te stellen dan het voormelde bedrag. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat redelijkerwijs te verwachten is dat veroordeelde in de toekomst in staat zal zijn om aan zijn verplichting tot betaling aan de staat te voldoen.

De rechtbank zal het terug te betalen bedrag derhalve vaststellen op € 12.000,- en de vordering van de officier van justitie voor het overige afwijzen.

3. De beslissing.

De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 12.000,-.

Zij legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 12.000,-, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Deze beslissing is gegeven door mr. G. Perrick, voorzitter, mr. S. Wijna en mr. R.P. den Otter, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 augustus 2010.

Mr. S. Wijna is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.