Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN3850

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-08-2010
Datum publicatie
13-08-2010
Zaaknummer
290630 / KG ZA 10-646
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Krakers dienen de door hen gekraakte bedrijfsruimte te verlaten. Spoedeisend belang voldoende gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 290630 / KG ZA 10-646

Vonnis in kort geding van 13 augustus 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LANCELOT LAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. E.E.W. Danen te Rosmalen,

tegen

Zij die verblijven in de onroerende zaak, zijnde een bedrijfsruimte, staande en gelegen aan de [adres],

gedaagden,

waarvan in persoon zijn verschenen:

1. [gedaagde sub 1],

2. [gedaagde sub 2],

3. [gedaagde sub 3],

en waarvan de overige gedaagden niet zijn verschenen.

Partijen zullen hierna Lancelot Land, [gedaagde sub 1] c.s. en “de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte” worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de aan dit vonnis gehechte dagvaarding van 21 juli 2010 met daaraan gehecht de

producties 1 tot en met 4,

- een afschrift van de advertentie in het Utrechts Nieuwsbad van 23 juli 2010,

waarin dit kort geding wordt aangekondigd,

- de mondelinge behandeling van 29 juli 2010.

1.2. De voorzieningenrechter heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling conform artikel 557a Rv inlichtingen bij de gemeente Vianen ingewonnen over de in dit geding aan de orde zijnde bedrijfsruimte gelegen aan de [adres].

Bij brief van 20 juli 2010 heeft de gemeente Vianen de voorzieningenrechter deze inlichtingen verstrekt.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Lancelot Land is eigenaar van de bedrijfsruimten gelegen aan de [adres] 15, 17, 19, 21, 23a, 25 en 27 (zie productie 1).

2.2. [gedaagde sub 1] c.s. heeft de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] (hierna te noemen: “de bedrijfsruimte”) ongeveer vijf weken geleden gekraakt.

In deze bedrijfsruimte verblijft, volgens [gedaagde sub 1] c.s. en volgens de gemeente Vianen

(zie de in 1.2. genoemde brief van de gemeente Vianen van 20 juli 2010), nog een vierde persoon.

2.3. Bij brief van 9 juli 2010 heeft Lancelot Land de bewoners van de bedrijfsruimte gesommeerd om op uiterlijk 13 juli 2010 de bedrijfsruimte te ontruimen en te verlaten.

Aan deze sommatie is geen gehoor gegeven.

2.4. Bij e-mailbericht van 9 juli 2010 heeft de huurder van de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres], [A], het volgende aan Lancelot Land geschreven:

“Wij hebben ongeveer een uur geleden contact gehad over het pand, [adres]. Deze is door krakers in genomen als nieuwe huisvesting.

(…)

Klachten die we nu al hebben na een dag is:

Harde muziek

Aanplak biljetten op de ramen

Mogelijkheid tot inbraak via plafond en/of tussen deur, hoogstwaarschijnlijk al geprobeerd of pols hoogte genomen.

Zijn bezig met een verbouwing en dus overlast.

Oude auto’s voor de deur en rommel.

Wij willen de volgende afspraken met jullie maken.

2 maal daags een update over de stand van zaken, per mail of telefonisch

Verwijdering van krakers binnen 5 werkdagen

Wanneer geen verwijdering storneren wij de huur van het laatste kwartaal

Wanneer geen oplossing binnen twee weken (10 werkdagen) willen wij de huur per eind augustus opzeggen

Kosten voor de verhuizing ten kosten van jullie

Wij zijn een bedrijf wat nog maar kort bezig is en al een goede naam in de watersport heeft opgebouwd.

Als deze krakers naast je zitten word je niet meer voor vol aangezien en hebben dus kosten derving.

Wij hopen dat dit snel is opgelost en weer verder kunnen gaan met het bedrijf op een gezond bedrijventerrein.

(…).”.

3. Het geschil

3.1. Lancelot Land vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte:

a) worden veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van het in deze zaak te wijzen

vonnis de bedrijfsruimte geheel te ontruimen en ontruimd te houden en met alle zich

daarin en/of daarop bevindende personen en zaken te verlaten en de sleutels ter

beschikking van Lancelot Land te stellen, dit op straffe van verbeurte van een

dwangsom en met machtiging van Lancelot Land om indien [gedaagde sub 1] c.s. en de andere

bewoner(s) van de bedrijfsruimte niet tot vrijwillige ontruiming van de bedrijfsruimte

overgaan de ontruiming zelf te doen uitvoeren door een gerechtsdeurwaarder zo nodig

met behulp van politie en/of justitie, dit met veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s. en de andere

bewoner(s) van de bedrijfsruimte om de daarmee gepaard gaande kosten aan

Lancelot Land te voldoen,

b) worden verboden om na hun vertrek uit de bedrijfsruimte daarin terug te keren, of zonder

daartoe strekkende huurovereenkomst een ander pand van Lancelot Land te betrekken,

dit op straffe van verbeurte van een dwangsom,

c) worden veroordeeld in de proceskosten.

3.2. Lancelot Land legt – kort gezegd – het volgende aan deze vorderingen ten grondslag.

[gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte maken inbreuk op het eigendomsrecht van Lancelot Land, aangezien zij zonder recht of titel in de aan

Lancelot Land in eigendom toebehorende bedrijfsruimte verblijven.

Lancelot Land heeft een spoedeisend belang bij ontruiming van de bedrijfsruimte. Dat dit het geval is, volgt uit de volgende omstandigheden:

a) Lancelot Land wil de bedrijfsruimte renoveren en heeft daartoe al de nodige actie

ondernomen. Zij heeft offertes aangevraagd voor een gevelrenovatie en een renovatie van

de individuele units, een architect heeft ideeën over de renovatie uiteengezet en de

mogelijkheden voor het in aanmerking komen voor subsidie van de gemeente worden

onderzocht;

b) Lancelot Land wil de bedrijfsruimte verhuren en er heeft zich daarvoor ook al een

serieuze kandidaat aangediend. Deze kandidaat wil in de bedrijfsruimte een

fysiotherapiepraktijk gaan uitoefenen en moet daarvoor, gezien het bestemmingsplan,

eerst nog een ontheffing van de gemeente Vianen verkrijgen;

c) [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte veroorzaken ernstige

overlast aan, onder meer, de huurder van de bedrijfsruimte gelegen aan de

[adres] (zie het in 2.4. geciteerde e-mailbericht);

d) Lancelot Land dient de riolering van de bedrijfsruimte zo snel mogelijk te vervangen,

teneinde wateroverlast te voorkomen.

Lancelot Land heeft er voorts belang bij dat [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte na het verlaten van de bedrijfsruimte niet in een andere aan Lancelot Land

in eigendom toebehorende bedrijfsruimte intrekken.

3.3. [gedaagde sub 1] c.s. voert – naar de voorzieningenrechter begrijpt – als verweer dat de ontruimingsvordering moet worden afgewezen omdat het spoedeisend belang daarbij ontbreekt.

3.4. De andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte is/zijn niet in dit geding verschenen.

4. De beoordeling

4.1. Ten aanzien van de niet verschenen andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte zal verstek worden verleend, aangezien de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen.

De vordering zoals weergegeven in punt 3.1. onder a

4.2. Ten aanzien van de ontruimingsvordering zoals weergegeven in 3.1. onder a wordt het volgende overwogen.

4.3. Vaststaat dat Lancelot Land eigenaar is van de bedrijfsruimte en dat [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte zonder recht of titel in deze bedrijfsruimte verblijven. De vordering van Lancelot Land strekkende tot ontruiming van de bedrijfsruimte is, in beginsel, dan ook toewijsbaar. Dit leidt echter uitzondering indien Lancelot Land onvoldoende spoedeisend belang bij haar ontruimingsvordering zou hebben en/of een belangenafweging in het voordeel van [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte zou uitvallen. Dat deze uitzondering zich voordoet, is echter niet gebleken.

Uit de in punt 2.4. geciteerde e-mail van de huurder van de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] volgt voldoende dat Lancelot Land een spoedeisend belang bij ontruiming van de bedrijfsruimte heeft. [gedaagde sub 1] c.s. heeft niet aannemelijk gemaakt dat

de overlast waarover in deze e-mail wordt gesproken niet aan de orde is. Hij heeft dit slechts – zonder dit nader te onderbouwen – ontkend.

Feiten en omstandigheden die meebrengen dat de ontruimingsvordering op grond van een belangenafweging moet worden afgewezen, zijn niet gesteld of gebleken.

4.4. Het voorgaande leidt ertoe dat de ontruimingsvordering zoals weergegeven in punt 3.1. onder a zal worden toegewezen.

De in verband met deze ontruimingsvordering gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat deze dwangsom op de in de beslissing te noemen manier zal worden beperkt.

De door Lancelot Land gevorderde machtiging om de ontruiming van de bedrijfsruimte zonodig met behulp van – kort gezegd – de sterke arm, op kosten van [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte, te bewerkstelligen, zal op de in de beslissing te noemen manier worden toegewezen.

De vordering zoals weergegeven in punt 3.1. onder b

4.5. De vordering zoals weergegeven in punt 3.1. onder b zal worden afgewezen. Daartoe is het volgende redengevend.

4.5.1. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat Lancelot Land er belang bij heeft dat [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte worden verboden om na hun vertrek uit de bedrijfsruimte daarin terug te keren. [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte zullen gezien hetgeen hiervoor is overwogen immers al worden veroordeeld om de bedrijfsruimte “ontruimd te houden”.

4.5.2. Verder geldt dat er geen feiten en omstandigheden zijn gebleken die meebrengen dat het door Lancelot Land gevorderde verbod, inhoudende dat het [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte wordt verboden om zonder daartoe strekkende huurovereenkomst een ander pand van Lancelot Land te betrekken, kan worden toegewezen. Een dergelijk verbod zou kunnen worden toegewezen indien sprake zou zijn van een dreigende onrechtmatige daad daarin bestaande dat [gedaagde sub 1] c.s en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte voornemens zijn om een ander aan Lancelot in eigendom toebehorend pand te kraken. Er zijn echter geen aanwijzingen dat [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte dit van plan zijn. De omstandigheid dat zij al eerder een bedrijfsruimte van Lancelot Land hebben gekraakt, is ontoereikend om de conclusie te dragen dat zij in de toekomst weer een pand van Lancelot Land zullen kraken.

Proceskosten

4.6. [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Lancelot Land worden begroot op:

- dagvaarding EUR 73,89

- vast recht 263,00

- kosten GBA 7,00

- salaris advocaat 527,00

Totaal EUR 870,89

De door Lancelot Land gevorderde advertentiekosten zullen worden afgewezen, aangezien deze kosten niet nader door haar zijn gespecificeerd en onderbouwd.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden die verblijven in de bedrijfsruimte aan de [adres] (de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte),

5.2. veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] geheel te ontruimen en ontruimd te houden, en met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en zaken te verlaten en de sleutels aan Lancelot Land ter beschikking te stellen,

5.3. veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte om aan Lancelot Land een dwangsom te betalen van EUR 500,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.2. uitgesproken veroordeling voldoen, tot een maximum van EUR 2.500,-- is bereikt,

5.4. bepaalt dat de door Lancelot Land in te schakelen deurwaarder gemachtigd is om de ontruiming, zo nodig met behulp van justitie en politie ten uitvoer te leggen indien [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte in gebreke blijven aan het onder 5.2. bepaalde van dit vonnis te voldoen en veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte om de daarmee gepaard gaande kosten aan Lancelot Land te voldoen,

5.5. veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. en de andere bewoner(s) van de bedrijfsruimte in de proceskosten, aan de zijde van Lancelot Land tot op heden begroot op EUR 870,89,

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Bongers en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2010.?