Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN3799

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
17-08-2010
Zaaknummer
264196 / HA ZA 09-669
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg consultancy agreement. Contra proferentem. Rechtbank passeert door eiseres voorgestane uitleg en is van oordeel dat aan eisers slechts commissie toekomt over de verkopen door gedaagde aan de door eiseres aangedragen klanten.

Voorwaardelijke reconventionele vordering wordt geacht niet te zijn ingesteld, omdat de voorwaarde niet in vervulling is gegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 264196 / HA ZA 09-669

Vonnis van 11 augustus 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAPTA MANAGEMENT BV,

gevestigd te Loenen aan de Vecht,

eiseres in conventie,

verweerster in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. G. Werger,

tegen

de vennootschap naar Grieks recht

SUNTIP S.A.,

gevestigd te Zevgolatio Korintias (Griekenland),

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. J. Verhoeven.

Partijen zullen hierna Capta en Suntip genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 mei 2009;

- het proces-verbaal van comparitie van 16 september 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen Suntip en Capta is op 18 juli 2006 een consultancy agreement (hierna: overeenkomst) gesloten, die met terugwerkende kracht op 1 januari 2006 is ingegaan.

2.2. In de overeenkomst is onder meer het volgende bepaald:

“(...)

2. Best efforts

In its function as consultant, Capta, will provide its best efforts to achieve the aims of this Agreement.

In order to carry out its work in the contract field, Capta undertakes to assist and give advice concerning strategic sales and planning to Suntip. Such activities will be in the form of oral discussions with representatives of Suntip and written correspondence between Capta and Suntip. The parties will jointly determine the place, time and further circumstances of the meetings from case to case. (…)

5. Compensation/Payment terms

5.1 As remuneration for the initial term of consultancy work under this Agreement as defined in Article 8 below, a consultancy fee in accordance with appendix 2 (excluding VAT) will be paid per month.

5.2 It is the basic consent between the parties that the compensation shall be a percentage payment (3%) based upon revenue made in the territorial area see appendix 1.1.

5.3 In case of cancellation of this contract, Capta will receive a compensation percentage payment of 1% based on revenue for products as long as the products are sold through the ‘Capta account’.

(…)

5.5 Capta shall submit to Suntip the invoices for its consultancy work under this Agreement on a yearly basis in December together with all necessary supporting documentation. (…)”

2.3. Op 8 november en 19 december 2006 heeft de heer [directeur van Suntip], directeur van Suntip, twee e-mails verstuurd aan de heer [directeur van Capta], directeur van Capta. In de mail van 8 november 2006 staat onder meer:

“Also, before any payment, I believe we need to clarify some points:

(…)

3. (...)To have the record straight, Capta is not entitled to fees on sales to pre-existing clients of Suntip, who have just maintained their method of business with Suntip, without any value added by Capta. I am referring of course to Fruchthansa and to Olympic. Only [A] has been added as a client due to the activities of Capta (…)”

In de e-mail van 19 december 2006 staat voor zover relevant:

“(…)

In relation to the Agreement between Capta and Suntip dated 17/18 july 2006, please note:

1. There are no commissions due to you on the Olympic and on the Fruchthansa sales. As previously told, those clients were not generated through Capta and the relation between Suntip and those companies commenced prior to the Agreement. Suntip is not negotiating this point and does not want a discount as you erroneously state in your e-mail dated 3/12/06. (…)”

2.4. Suntip heeft de overeenkomst bij brief van 19 december 2006 per 30 april 2007 opgezegd.

2.5. Capta heeft Suntip een, op 7 augustus 2008 gedateerde, factuur verzonden ter hoogte van EUR 41.245,00 met de omschrijving “commission sales 2007”.

2.6. Suntip heeft bij brief van 29 september 2008 de vorenstaande factuur aan Capta geretourneerd met de mededeling dat zij niet tot betaling van deze factuur zou overgaan.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Capta vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I) veroordeling van Suntip tot betaling aan Capta van EUR 10.866,32, ter zake de commissie 2006, vermeerderd met de wettelijke handelsrente te rekenen vanaf 12 maart 2007, althans de dag der dagvaarding;

II) veroordeling van Suntip tot betaling aan Capta van EUR 41.245,00, althans een door de rechtbank in goede justitie bepaald bedrag, ter zake de commissieaanspraken 2007, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 21 augustus 2008, althans de dag der dagvaarding;

III) te verklaren voor recht dat Suntip aan Capta een weerkerende commissie verschuldigd is groot 1% van de binnen het marktgebied van Capta gerealiseerde verkopen; en

IV) veroordeling Suntip in de kosten van dit geding, de beslagkosten daaronder begrepen.

3.2. Suntip voert verweer.

in voorwaardelijke reconventie

3.3. Suntip vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I) het op 19 november 2008 ten verzoeke van Capta gelegde conservatoire derdenbeslag onder Olympic Fruit BV te Barendrecht op te heffen c.q. Capta te veroordelen dit beslag binnen twee dagen na betekening van dit vonnis op te heffen en opgeheven te houden op straffe van een dwangsom groot EUR 100.000,- indien Capta in gebreke zou blijven aan het in dit vonnis te voldoen;

II) Capta te veroordelen om aan Suntip te vergoeden de door Suntip als gevolg van het vorenomschreven beslag geleden en nog te lijden schade, deze schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

III) veroordeling van Capta in de kosten van de procedure in conventie en reconventie.

3.4. Capta voert verweer.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Commissie 2007

4.1. Tussen partijen staat vast dat Capta voor haar consultancywerkzaamheden een maandelijks bedrag aan “fee” van Suntip betaald zou krijgen. Daarnaast zou Capta ook aanspraak kunnen maken op commissie. Ten aanzien van deze commissie zijn partijen het erover eens dat Capta op grond van de artikelen 5.2 en 5.3 van de overeenkomst in ieder geval recht heeft op commissie over de door Suntip gerealiseerde verkopen aan nieuwe, door Capta aangedragen, klanten.

Hetgeen partijen verdeeld houdt, is het antwoord op de vraag of Capta op grond van de vorenstaande artikelen ook recht heeft op commissie over door Suntip gerealiseerde verkopen aan haar reeds bestaande klanten. Partijen hebben hierover het volgende aangevoerd.

4.2. Capta stelt dat bij het aangaan van de overeenkomst was afgesproken dat de aan haar verschuldigde commissie op grond van artikel 5.2 van de overeenkomst zou worden berekend over de verkopen aan zowel bestaande als nieuwe klanten in het door Capta behandelde marktgebied, zodat hiertussen geen onderscheid dient te worden gemaakt. Een dergelijke afspraak ligt voor de hand, omdat de verkoopinspanningen van Capta niet uitsluitend zagen op nieuwe afnemers, maar nadrukkelijk ook op het vergroten van de afzet bij bestaande afnemers, aldus Capta. Deze commissie van 1% heeft dus betrekking op alle klanten in geheel Europa, ook in Engeland waar zij nog geen diensten heeft verricht, maar waarvoor zij wel een strategische planning heeft ontwikkeld.

Capta stelt dat zij voorts ten behoeve van het vergroten van de afzet bij bestaande afnemers voor Suntip distributiekanalen heeft ontsloten en een strategisch plan voor vijf à zes jaar heeft ontwikkeld. Er is volgens Capta nooit gesproken over een afzonderlijke commissie in verband met ‘vergroting’ van de omzet bij bestaande klanten, omdat dit niet praktisch zou zijn omdat niet is vast te stellen of en welke inspanningen van Capta hebben geleid tot welke vergroting.

Capta stelt verder dat ook voor de onder III) gevorderde verklaring voor recht, die ziet op de commissie uit artikel 5.3 van de overeenkomst, geen onderscheid dient te worden gemaakt tussen bestaande en nieuwe klanten.

4.3. Suntip betwist dat zij op grond van artikel 5.2 van de overeenkomst commissie aan Capta verschuldigd is over verkopen aan bestaande klanten, waarmee Capta niets van doen heeft gehad. Het vorenstaande geldt onder andere ten aanzien van de verkopen van Suntip in Engeland, waar een dochteronderneming van Suntip gevestigd zit.

Suntip stelt dat Capta wel recht op commissie over de verkopen aan bestaande klanten zou hebben gehad als Capta de afzet bij deze klanten zou hebben vergroot, hetgeen niet het geval is. Dat was de bedoeling van Suntip bij het toekennen van provisie aan Capta en Capta heeft dit redelijkerwijs ook zo moeten begrijpen. Suntip stelt met andere woorden dat voor de commissie op grond van artikel 5.2 van de overeenkomst wel degelijk onderscheid dient te worden gemaakt tussen nieuwe en bestaande klanten. Suntip stelt dat zij Capta dit ook vroegtijdig via (de onder r.o. 2.3 genoemde) e-mails heeft meegedeeld.

Suntip stelt voorts dat door Capta gedurende de contractsperiode slechts één nieuwe klant is aangebracht, te weten de klant [A], en dat zij in het jaar 2007 en in de jaren daarna geen verkopen aan [A] heeft gerealiseerd, zodat Suntip Capta na het jaar 2006 niets, en dus ook niet het gevorderde bedrag, verschuldigd is. Ook de commissie op grond van artikel 5.3 van de overeenkomst zou blijkens Suntip uitsluitend verschuldigd zijn over de door Suntip gerealiseerde omzet bij nieuwe, door Capta aangedragen, klanten.

4.4. Omdat de tekst van de betreffende artikelen zowel ruimte laat voor de uitleg van Capta als die van Suntip komt het aan op de zin die partijen onder de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij is voorts van belang dat, volgens de contra-proferentemregel, onduidelijkheden in het contract eerder ten nadele van de opsteller van het contract dienen te worden gebracht. Aangezien het contract op het briefpapier van Capta is gedrukt en Capta ter comparitie heeft verklaard dat zij het contract, samen met de voormalige directeur van Suntip, heeft opgesteld, dienen onduidelijkheden in de betreffende artikelen daarom eerder ten nadele van Capta te worden gebracht.

4.5. Voorop staat dat het recht op commissie in het handelsverkeer te gelden heeft als een aanvullende vergoeding die, naast een structurele vergoeding zoals een salaris of in dit geval de “ fee”, betaald wordt als een bepaald resultaat is behaald.

4.6. Uit de uitleg van Capta volgt ook dat haar commissie toekomt over in Engeland gerealiseerde verkopen, terwijl Capta met betrekking tot de Engelse verkopen en Suntip daar een eigen dochteronderneming heeft die zich richt op verkoop. Het ligt naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand dat Capta een commissie toekomt over de door deze dochter gerealiseerde verkopen.

4.7. Dit geldt temeer nu Capta naast commissie een maandelijkse consultancyvergoeding ontving, zodat daarmee is voorzien in een vergoeding voor een bijdrage die Capta heeft geleverd aan omzetvergroting van Suntip in algemene zin. Het ligt dan ook niet voor de hand dat Capta daarnaast voor een omzetvergroting die niet specifiek aan Capta kan worden toegerekend, naast een consultancyvergoeding, een commissie ontvangt.

4.8. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de artikelen 5.2 en 5.3 van de overeenkomst zo dienen te worden uitgelegd dat Capta naast commissie over verkoop aan specifieke door Capta aangedragen klanten slechts recht heeft op commissie over de verkopen aan reeds bestaande klanten van Suntip, als zij werkzaamheden heeft verricht waardoor de verkopen aan deze klanten zijn vergroot.

4.9. Omdat gesteld noch gebleken is dat Capta de verkopen aan reeds bestaande klanten van Suntip heeft vergroot, komt Capta voor het jaar 2007 geen recht toe op commissie over de verkopen aan deze bestaande klanten. Capta heeft daarom slechts recht op commissie over de verkoop aan door haar aangedragen klanten. Nu door Suntip onweersproken is gesteld dat zij in 2007 niets heeft verkocht aan de enige door Capta aangedragen klant ([A]), komt Capta over 2007 geen commissie toe. De rechtbank zal de vordering onder II) daarom afwijzen.

Weerkerende commissie

4.10. Ten aanzien van de onder III) gevorderde weerkerende commissie volgt uit artikel 5.3 van de overeenkomst dat de weerkerende commissie door Suntip betaald zal worden “as long as the products are sold trough the Capta account”. De rechtbank zal voor recht verklaren dat Suntip aan Capta een weerkerende commissie van 1% verschuldigd is over de na 30 april 2007 (de einddatum van de overeenkomst) door Suntip gerealiseerde verkopen aan [A], zolang deze verkopen via de Capta-account worden gerealiseerd.

Consultancy fee 2006

4.11. Tijdens de comparitie heeft Suntip verklaard dat zij de vordering onder I), die ziet op de consultancy fee uit 2006 (en niet zoals het petitum meldt “commissie 2006”), niet (langer) betwist. Voorts heeft Suntip verklaard dat zij tot betaling van een bedrag van EUR 9.116,00 zal overgaan. Ten aanzien van het overige deel van deze vordering, groot EUR 1.750,32, heeft Suntip verklaard dat zij tot betaling hiervan zal overgaan wanneer zij ook daarvoor een formulier van Capta heeft ontvangen.

4.12. Omdat Suntip deze vordering van Capta niet (langer) betwist, zal de rechtbank de vordering onder I) toewijzen. Dat Suntip nog een formulier dient over te leggen voor de vordering van EUR 1.750,- doet hier niet aan af. Suntip erkent immers een betalingsverplichting jegens Capta te hebben en nu zij geen vordering heeft ingesteld die haar van deze verplichting kan bevrijden, is Suntip gehouden tot betaling.

Beslag

4.13. Capta heeft gevorderd Suntip te veroordelen tot betaling van de door haar gemaakte beslagkosten. Ter gelegenheid van de comparitie heeft Capta verklaard dat het door haar te leggen beslag uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden. Voor zover zij ten behoeve van het te leggen beslag kosten zou hebben gemaakt, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking, omdat Capta verzuimd heeft hiervoor de benodigde stukken over te leggen. De rechtbank zal deze vordering als onvoldoende onderbouwd afwijzen.

Proceskosten

4.14. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

in voorwaardelijke reconventie

4.15. Suntips voorwaardelijke reconventionele vordering ziet tevens op het door Capta te leggen beslag en is ingesteld onder de voorwaarde dat de vorderingen van Capta in conventie zouden worden afgewezen. Omdat uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat slechts een deel van de vorderingen van Capta zullen worden afgewezen, is de voorwaarde voor de reconventionele vordering van Suntip niet in vervulling gegaan. De reconventie wordt dan ook geacht niet te zijn ingesteld en de rechtbank komt niet toe aan een beoordeling daarvan.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt Suntip om aan Capta te betalen een bedrag van EUR 10.866,32,

5.2. verklaart voor recht dat Suntip aan Capta een weerkerende commissie van 1% verschuldigd is over, na 30 april 2007 door Suntip gerealiseerde verkopen aan de klant [A], zolang deze verkopen via de Capta-account worden gerealiseerd,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de onder r.o. 5.1 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in voorwaardelijke reconventie

5.6. verstaat dat de reconventie niet is ingesteld.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2010.?